Kroegverhalen

Horecaverhalen van toen: Drinkwinkel De Tregter

V.l.n.r Jan Huisman, Henk Hogenkamp, Jimmy Lucky, Gert Hogenkamp en Leen Hulzebos. Foto gemaakt in 1961 of 1962 (collectie: Marc Peters)

Terugblikken op Utrechtse kroegen uit een wat verder verleden zonder Drinkwinkel de Tregter aan de Oude Gracht, dat kan dus echt niet. Al begin jaren zestig waren de gebroeders Gert en Henk Hoogenkamp succesvol met hun café. Als je maar een beetje lang haar had, ging je er heen. Zelfs grootheden als Karel Appel, Remco Campert en Simon Vinkenoog kwamen er vanuit Amsterdam op af en ook veel donkere jongens van de Amerikaanse basis in Soesterberg. Halverwege de jaren zestig was De Tregter het best verkopende Heinekencafé van het land. Het hippie-aureool kwam wat later. Ergens in ’72 nam Arie Emo de tent over en noemde hem kortweg Drinkwinkel.

Wie kan het Tregter-leven beter verwoorden dan Jaap van de Klomp? Jaap kennen insiders als uitbater van de jazz-kelder Persepolis aan de Oude Gracht. Hij is van 1940, en eerlijk is waar, dat zie je niet aan hem af. Als hij zou zeggen dat hij 65 is, geloofde je hem meteen. “Tja, binnenkort word ik tachtig. We hebben nog even. Ik doe vijf keer per week Yoga bij Yoga Moves, en dat helpt.’ Diezelfde insiders moeten hem ook gezien hebben op het podium van de tweede Flight to the Lowlands Paradise in 1968, waar hij de kolkende massa moest uitleggen dat Jimmy Hendrix niet kwam opdagen. Er waren net appels uitgedeeld, dus die kwamen allemaal zijn kant op. ‘Ik ben nog met mede-organisator Bunk Bessels naar Londen gegaan om de gage van Hendrix op te halen. Die hebben we later aan de Gemeente terugbetaald, want die had dat geld voorgeschoten. Bunk woont tegenwoordig in het Bartholomeus Gasthuis en dat is maar goed ook. Ze verzorgen hem daar met liefde.’ 

Van de Klomp kwam al in De Tregter ’63 en vanaf ’67 echt iedere dag.. Hoe dat was? ‘Tja, wat zal ik er van zeggen? Achter de bar stonden grootheden als Niels van Bokhoven, Jimmy Lucky, Koos Hoogenboezem en Pimmetje Bouwhuis. Er kwamen veel dopegezinde connecties. Gert had een puike jukebox met goeie muziek er in. Dat was een unicum in de stad, waar je verder in die tijd niet veel meer had dan De Neut en De Vriendschap. Aan de muren allemaal psychedelische posters en tot het einde toe, toen Emo de tent overnam, Perzische tapijtjes op de tafels. Een tijdlang had je achterin wat donkere jongens die liepen te dealen. Dat was niet leuk, want die mannen vielen ook je vriendin lastig. Het idee van de Flight kwam uit De Tregter. Daar kon je de kaartjes kopen en zo.’ De gebroeders Hoogenkamp hadden eind jaren zestig ook Het Oude Tolhuys bij Rhijnauwen gekocht. Liep meteen goed. Maar toen ze er nog een zaak in Valkeveen bij kochten, ging het mis. Gert zat in Zuid-Amerika om inkopen te doen voor zijn Kickshop op de Vinkenburgstraat. Zijn broer was te veel geld uit aan het geven. Gert maande leveranciers met een advertentie in het UN om niet meer met zijn broer in zee te gaan. Toen was het al te laat. 

Later, veel later, begon Gert Hoogenkamp in de Mariastraat zijn Boslust. De naam was waarschijnlijk een variant op Zeezicht in de Nobelstraat. Ook Boslust en zijn bezoekers waren een beetje uitmiddelpuntig. De keuken had enige Zuid-Amerikaanse faam. Opnieuw raakte Hoogenkamp in de financiële problemen. Het was dit keer vooral de fiscus die het niet eens was met zijn bedrijfsvoering. Met een advertentie op de voorpagina van het UN probeerde hij zijn hachje te redden, met ongeveer de volgende tekst: ‘Voordat je gaat zeggen, had me dat nou gevraagd: Wie kan er mijn 50.000 gulden lenen om mijn problemen met de Belastingen op te lossen?’

Tevergeefs. Ook Boslust moest hij opgeven.

Will Jansen

Will Jansen is van juni 1949. Hij gaf eind 1977 de brui aan zijn studie Rechten en begon in februari 1978 met Wouter de Cocq Café de Zaak, wat meteen een groot succes werd. In 1981 stapte De Cocq op en begon de Morgenster aan de Oudegracht. Twee jaar later nam Jansen De Twijfelaar aan 't Wed over en noemde het Orloff. In 1989, na vijf jaar bakkeleien met de fiscus, hing hij zijn kroegbaasschap aan de wilgen.
In '93 begon hij van lieverlee te schrijven, vooral over de horeca. Onder meer voor Horeca Journal, Esquire en Miljonair. Voor dat laatste blad maakte hij samen met Alain Caron reportages van tientallen drie sterren restaurants in heel Europa. Will Jansen schreef twee romans die beiden gedeeltelijk in Utrecht afspelen: Coke en Gladiolen (2001) en De Zelftemmer (2018). In 2003 startte hij zijn eigen culinaire magazine Bouillon.
Samen met zijn vrouw Anka doet hij dat nog steeds: elke drie maanden een nieuwe editie. Ze zijn nu 36 jaar getrouwd en hebben twee kinderen, Boye (35) en Didi (33). Zie ook:
https://bouillonmagazine.nl/

7 reacties

Reageren
  1. Boven de trechter woonden de zusjes ‘kant en klaar’. Hun vader bedreef vanuit Zeist een bedrijf dat pakketten met hout opstuurden en die je dan thuis in elkaar moest zetten. Dat werden dan in het beste geval kasten of bureau’s. Het bedrijf heette ‘kant en klaar’, vandaar. Het waren de mooiste meisjes van de stad. De foto van Leen Hulzebos op de rug is zeldzaam. Ik heb zijn rug nooit gezien.

  2. Leuk om terug te lezen. Er waren zaterdagen dat wij drie keer betaalden omdat wij maar niet weg kon komen.

  3. Beste Ton,
    Probeer Springhaver eens (zijn alle dagen van de week al blij met twee keer betalen om te mogen blijven).

  4. Dag Will, waarom mij niet even benaderd? Jaap had je nog naar mij verwezen, hoorde ik. Had ik je prachtige verhalen uit de eerste hand kunnen vertellen. De meesten uit die tijd zijn dood, ik leef nog en heb nog het einde van De Tregter meegemaakt.
    Had ik tegelijk ook mijn bloedeigen naam nog kunnen corrigeren.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *