Rara, in welk restaurant at Will?

Hoe moet dat nou met zo’n recensie?

In gesprek met Lennart, manager bij restaurant Vroeg, aan de rand van Bunnik, kwamen we op de effecten van een recensie. Hij had trammelant gehad met een veeleisende gast, die al na twee minuten dreigde ‘met het internet’. Tja wat moet je daar mee? De animo voor een normaal gesprek slaat onmiddellijk dood. Maar evengoed gaat een lullige recensie op het internet niet in je kouwe kleren zitten. Dat is überhaupt de makke met recensies. Zijn ze goed, dan is dat verdacht, want dat zal de familie er dan wel opgezet hebben; zijn ze grimmig, dan kan het er aardig inhakken. Dat geldt ook voor recensies in de krant.  

Mijn standpunt is als volgt: als je eetervaring slecht is, ga je niet meer naar dat restaurant terug. Klaar. Daar heb je Lekker, Hiske Versprille, Joël Broekaert, de Gouden Pollepel of Michelin helemaal niet bij nodig. Dat geldt ook voor een tandarts, de garage of een slager die opgepept vlees verkoopt. Niet goed? Ergens anders proberen. Zet je die slager op het internet? Waarschijnlijk niet.  

Maar als je voor een recensie uitgenodigd wordt, hoe ga je dan om met een matige of slechte indruk. Ga je lekker Johannes van Dam of Hiske Versprille uithangen? Daar beleef je als recensent weinig genoegen aan of je bent ongenaakbaar. Doodzwijgen dan maar? Het is een dilemma. Als je alleen maar gunstig oordeelt, zoals vroeger Wina Born, wordt je niet serieus genomen. Nee, ze moeten sidderen als je binnenkomt. Mij niet gezien.  

Ik zal een voorbeeld geven: 

Op zo’n mooie, zonnige herfstavond gaan we welgemoed op weg naar het restaurant dat ons heeft uitgenodigd om het speciale herfstdiner te komen proeven. Ha, lekker, fazant met zuurkool, romige mousseline en een dikke rode wijn ernaast? We zullen het zien. Ons hart klopt vol verwachting.  

Bij het betreden van het restaurant, dat een flinke verbouwing heeft ondergaan, krijgen we in een glas met lange steel een herfstbiertje van de huisbrouwerij aangereikt. Hoe chique. Het is een glas voor de ‘acquired taste’, want nogal bitter, al vlakt dat na een paar sipjes wel weer af. 

Het eten deugt, is smaakvol, telkens weer, al is het niet per se herfstachtig

Daarna krijgen we een vijf gangen diner voorgeschoteld. Om half zeven zijn we binnen, om tien uur moet het dessert nog uitgeserveerd worden, dus men neemt de tijd. Bij zowat elke gang een eigen wijn. Het eten deugt, is smaakvol, telkens weer, al is het niet per se herfstachtig. De wijn zit bij elke gang veel te hoog in zijn zuren. Bij iedere nieuwe wijn weer die beproeving, alles in je mond komt in opstand. We maken er melding van. De dienstdoende sommelier, die ons behandelt alsof we vrienden zijn die hem straks weer treffen in de kroeg, is ‘zelf ook meer van de chardonnay’. Maar de volgende wijn, de derde inmiddels, is weer net zo tongverruwend zuur. De echte sommelier, die de wijnkeuze gemaakt heeft, wordt opgetrommeld en schenkt ons een rode Spaanse wijn, om het vertrouwen te herstellen. Ook onaangenaam zuur. Onze tafel staat inmiddels vol met nauwelijks aangeroerde of halfvolle glazen. Dan komt er een rode wijn op tafel die wijn voller is en beter valt. De echte vakman vindt het en passant nog wel nodig om te zeggen dat hij een heel andere mening heeft over het zuur van zijn keuzes. Ik zou de gast gelijk geven, maar allez, we zijn inmiddels de tafel met zeurpieten, dat zie je aan de blikken die ze onderling uitwisselen. 

Intussen dan de vijf gangen. Volgens onze tafel kan het hele het diner sneller. Nu zitten we telkens lang te wachten op de volgende gang. We hebben zelfs nog overwogen om via een Sushi take-away wat te laten bezorgen, maar dat is kinderachtig. En als we toch bezig zijn: de diverse gangen zijn best klein, mondvermaakjes noemt de kenner dat.. De mooie bietamuse kan met de koolvarianten en de tartaar met allerlei selderij, naast het kalsvlees, op één bord. De amuse zou dan de gerookte forel kunnen zijn.  

Geef de mensen dan ook maar tijd om te dansen

Ook hinderlijk is dat elke gerecht veel uitleg krijgt, die helaas door de muziek van de dj nauwelijks verstaanbaar is. Zo’n dj, dat is ook wat. Twaalf jaar geleden was een avond Supperclub in Amsterdam met diverse dj’s en acts een topavond. Daar draaide alles om de muziek. In dit restaurant, in deze omgeving, is juist de dj een irritant bijgeluid. De godganselijke avond hetzelfde ritmische dreuntje. En dan staat daar een ober zijn best te doen om de bereiding van de tartaar uit te leggen, of de verschillende garingen van bleekselderij. Onverstaanbaar, zeker voor oudere oren. Het is kiezen of delen. Voor onze leeftijd geen dj, maar als je een jongere gast wilt trekken, draai je de knoppen wat verder open en laat alle toelichting achterwege. Geef de mensen dan ook maar tijd om te dansen. Plek genoeg bij het grote raam aan de straatkant. Wat er nu geboden wordt is vleesch noch visch, wankelmoedig en amateuristisch. 

Jammer, geen mooie fazant met warmbloedige rode wijn en een romige mousseline. Toch was het eten bovengemiddeld goed en de bediening verder aangenaam. Alleen de beide sommeliers moeten hun draai nog vinden.  

Dus dit zou dan met naam en toenaam openbaar gemaakt moeten worden. Toch maar liever niet, want wat koop je ervoor?

Voor wie raadt om welk restaurant het gaat, hebben we nog een voucher voor een diner voor twee, mag je het zelf gaan uitproberen. Mail je antwoord naar redactie@denuk.nl.

Will Jansen

Will Jansen is van juni 1949. Hij gaf eind 1977 de brui aan zijn studie Rechten en begon in februari 1978 met Wouter de Cocq Café de Zaak, wat meteen een groot succes werd. In 1981 stapte De Cocq op en begon de Morgenster aan de Oudegracht. Twee jaar later nam Jansen De Twijfelaar aan 't Wed over en noemde het Orloff. In 1989, na vijf jaar bakkeleien met de fiscus, hing hij zijn kroegbaasschap aan de wilgen.
In '93 begon hij van lieverlee te schrijven, vooral over de horeca. Onder meer voor Horeca Journal, Esquire en Miljonair. Voor dat laatste blad maakte hij samen met Alain Caron reportages van tientallen drie sterren restaurants in heel Europa. Will Jansen schreef twee romans die beiden gedeeltelijk in Utrecht afspelen: Coke en Gladiolen (2001) en De Zelftemmer (2018). In 2003 startte hij zijn eigen culinaire magazine Bouillon.
Samen met zijn vrouw Anka doet hij dat nog steeds: elke drie maanden een nieuwe editie. Ze zijn nu 36 jaar getrouwd en hebben twee kinderen, Boye (35) en Didi (33). Zie ook:
https://bouillonmagazine.nl/

3 reacties

Reageren
  1. Ik begrijp de afweging maar toch kan een goed onderbouwde recensie wel degelijk nut hebben. Om eens langs te gaan of juist niet. Dan heb ik het dus niet over de recensies van zogenaamde influencers of sites als In de Buurt. Die delen voor een gratis maaltijd probleemloos tienen uit.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *