Kroegverhalen

Horecaverhalen van toen: De beginjaren van café De Zaak

Vroeg in de middag was het in De Zaak achter het stadhuis nooit zo druk. Een paar mensen kwamen voor de tosti’s of een broodje salami. Verder was de koffie prima en de jus d’orange echt vers. Met de muziek zat het altijd wel goed en het personeel, daar zaten mooie meiden tussen. Niet te jong, ook niet al aangedaan door het leven. Er hingen hier en daar schoolbordjes aan de muur met boodschappen zoals: ‘Het is lente, ik voel het aan mijn instrumenten’ of ‘Niet meteen kijken hoor, maar boven je zit een vogelnestje’ of  ‘Hoe kan dat nou, bergen op een plattegrond?’ Een ander bord zei: Verboden voor zakkenrollers. Verder zag je mooie foto’s van de Rolling Stones in de Kuip (gemaakt door Jeroen Wielaert) en een groot schilderij met een golf van poppetjes uit een poppenhuis, helemaal wit geschilderd. Genoeg te zien dus. Naarmate de middag vergleed in niks doen, werd het drukker en ging de muziek harder. Fleetwood Mac, Billy Joël, Sex Pistols, Rolling Stones, Ry Cooder, U2, Blondie. Zolang het maar geen Carpenters of Nealtje Diamant waren. Tegen vijven was je blij als je kon zitten.

Nu is het een Grande Dame, destijds een mooie, maar bitcherige blonde, die Saskia van Noort

Op een of andere manier was het café ook een tijd ontmoetingsplek voor punkers, met van die paarsroze gekleurde hanekammen en jonge meiden met piekerig blond haar, zwart vlakbij het hoofd, piercings door wenkbrauwen, lippen en vermoedelijk ook tepels en mooie grote, zwart omrande ogen die vroegen of je er alsjeblieft niks van wou zeggen. Ze droegen zware leren jassen en jacks, liefst met peaceteken op de rug, rookten shag en praten alsof ze elkaar niet goed hoorden. Er was er ook een jongen met zo’n ouderwetse, bruine leren jas tot aan de grond met daaronder van die zware militaire schoenen met open veters. Hij had van boven naar beneden van alles op zijn jas geklodderd met oranje menie. Niemand trok zich iets van hem aan totdat hij alcohol ging nuttigen, dan werd hij er na twee glazen schreeuwend uitgegooid. Verder zaten er kluiten studenten van de Theateracademie, toen nog aan het Janskerkhof, en ook de wijsneuzen van de School van Journalistiek. Nu is het een Grande Dame, destijds een mooie, maar bitcherige blonde, die Saskia van Noort. Je zag de mannen altijd voorzichtig opereren in haar buurt. Daartussen door, meestal aan de bar, zaten nogal wat professionele kroegtijgers, die op gezette tijden een wandeling maakten naar een volgend café. Soms moesten ze om zes uur thuis zijn.

Wat is snel, wat is langzaam?

Halverwege ’n dinsdagmiddag kwam er een jongeman binnen met grote haast, kort zwart jack, zwarte broek en witte gympen. Hij had ouderwets stekeltjeshaar, een beebop, dat onmiddellijk opviel tussen de hanekammen en het sluik vallende lange haar van de wat oudere drinkebroeders. Hij ging op de hoek van de bar tegen de muur staan en gaf de barkeeper een teken.

‘Met of zonder slagroom?’ vroeg die.

‘Jaja, met,’ zei de jongen snel.

Een paar mannen in zijn buurt grinnikten en gingen zijn manier van praten nadoen. Snel, beetje snauwerig en vooral tussen hun tanden door.

De barkeeper zetten een grote beker warme chocomel neer en spoot daar een dot slagroom op.

De mannen bleven snel praten.

‘Ik weet wel waarom jullie zo doen,’ zei de jongen ineens, ‘dat is omdat jullie vinden dat ik zo snel praat. Maar dat is niet zo, jullie luisteren gewoon te langzaam. Daarom doe ik dat.’

Ik zag hem op de Biltstraat wel eens tussen de fietsers door hollen. Hij holde zowat elke dag van Utrecht naar Amersfoort en kwam met de bus weer terug. Tja, met al dat hardlopen, wat is dan nog snel en wat langzaam?

Will Jansen

Will Jansen is van juni 1949. Hij gaf eind 1977 de brui aan zijn studie Rechten en begon in februari 1978 met Wouter de Cocq Café de Zaak, wat meteen een groot succes werd. In 1981 stapte De Cocq op en begon de Morgenster aan de Oudegracht. Twee jaar later nam Jansen De Twijfelaar aan 't Wed over en noemde het Orloff. In 1989, na vijf jaar bakkeleien met de fiscus, hing hij zijn kroegbaasschap aan de wilgen.
In '93 begon hij van lieverlee te schrijven, vooral over de horeca. Onder meer voor Horeca Journal, Esquire en Miljonair. Voor dat laatste blad maakte hij samen met Alain Caron reportages van tientallen drie sterren restaurants in heel Europa. Will Jansen schreef twee romans die beiden gedeeltelijk in Utrecht afspelen: Coke en Gladiolen (2001) en De Zelftemmer (2018). In 2003 startte hij zijn eigen culinaire magazine Bouillon.
Samen met zijn vrouw Anka doet hij dat nog steeds: elke drie maanden een nieuwe editie. Ze zijn nu 36 jaar getrouwd en hebben twee kinderen, Boye (35) en Didi (33). Zie ook:
https://bouillonmagazine.nl/

Eén reactie

Reageren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *