Mijn hond en ik

Willemijn Haspels en haar Ollie zijn voorzichtig en wachten liever tot de trouble over is

Lot, Willemijn, Ollie en Bien

  

Minimaal drie keer per dag lopen ze met elkaar door de straat, vaak richting het park. De hond en het baasje. Ze lijken onlosmakelijk met elkaar verbonden. Wat betekenen ze voor elkaar? In de rubriek “Mijn hond en ik” zoeken we het antwoord.

Wanneer ik met onze hond Crosby door de A.B.C.-straat liep en we kwamen de kinderen van de familie Haspels tegen dan werd Crosby altijd uitgebreid geaaid en geknuffeld. Wij willen ook een hond zeiden ze dan vaak tegen mij. Twee jaar geleden was het zo ver: dwergteckel Ollie kwam bij hen. Hoewel onze honden van heel verschillende grootte zijn, raakten ze bevriend. Briards en teckels dat is heel speciaal, ze mogen elkaar direct. Maar de teckel blijft toch altijd de baas.  

Even voorstellen

Willemijn Haspels, geboren in Deventer, groeide op met één jonger zusje. “Wij woonden aan de rand van de stad, ik speelde altijd buiten en was een echt buitenkind. We hebben altijd honden gehad, maar onze Drentse patrijs Elsa was echt mijn hond, ik was degene die haar altijd uitliet. Er was, voor Elsa, ook nog een kruising tussen een collie en een herder Pluis, waarvan de moeder ontsnapte en  op de hei werd gedekt door een hond van het Koninklijk Huis, dat is het verhaal dat rondgaat. Tot mijn vijftiende woonden wij in Deventer en daarna verhuisden we naar Geldermalsen. Ik ging in Utrecht naar de middelbare school en wilde daarna Personeel en Arbeid gaan studeren. Mijn moeder wilde naar Utrecht verhuizen en samen gingen we op huizenjacht. Ik vond het zo leuk om al die verschillende huizen te bekijken, dat ik daar wel mijn beroep van wilde maken en ik volgde een opleiding Makelaardij.”

Eén huisje werd het hele complex, ook wel bekend als de Sionskameren

“Ik vond een baan bij B&S Rental Service op de Maliebaan en verhuurde voornamelijk woningen aan expats. Als hobby stoffeerde ik meubels en ik besloot een opleiding aan het Hout-en Meubileringscollege in Amsterdam te volgen. Ik woonde samen met mijn man, ook makelaar, in “het kleine gele huisje” in de A.B.C.-Straat en de garage van mijn buurman Paul Sondaar kon ik als mijn werkplek inrichten. Ik zag op een foto van het asiel een oude hond met zo’n lieve kop, die trok mij aan. Zo kwam Zappa in ons leven, een te hoge en te smalle labrador. Ik dacht hem nog een mooi laatste jaar te geven met een plekje op de vloerverwarming lekker voor zijn oude botten en korte wandelingetjes. Maar Zappa bloeide op en heeft nog heel wat jaartjes bij ons gewoond. Ik was in verwachting van onze dochter Bien en het stofferen werd te zwaar en te moeizaam met een dikke buik. Het gele huisje werd te klein en wij wilden eigenlijk ook het huisje ernaast kopen. Eén huisje werd het hele complex, ook wel bekend als de Sionskameren. Deze kameren, zeer eenvoudige huisjes bestaande uit een enkele kamer en een zolder, waren in de vijftiende eeuw gebouwd voor de armen. Een deel was door brand verwoest, afgebroken en de huisjes die nog stonden werden als opslagplaats gebruikt. De huisjes waren deels vergeten en verkrot toen wij ze kochten. We hebben twee jaar verbouwd en alles wat we konden zelf gedaan.”

Een B&B runnen betekent heel veel poetsen, veel zorgen voor en weinig diepgang

“Mijn droom was altijd een Bed&Breakfast ergens buiten met een hooiberg, het werd een B&B in het centrum van Utrecht. In het begin maakte ik ontbijtjes voor mijn gasten die meer kostten dan ik eraan verdiende, met zo veel eten dat wij er zelf nog een forse lunch aan overhielden. Ik maakte naam en het liep goed maar na acht jaar twijfelde ik over het continueren van mijn bedrijf. Een B&B runnen betekent heel veel poetsen, veel zorgen voor en weinig diepgang. Toen “Corona” begon hebben we de knoop doorgehakt. Onze drie kinderen kregen ieder een “eigen” huisje dat ik in hun favoriete kleur schilderde. In één huisje begon ik mijn eigen praktijk als orthomoleculair geneeskundige, ik had de vierjarige opleiding net afgerond. Heel spannend maar ik heb mijn eerste cliënten al gehad. Ik blijf nog even doorstuderen  en volg nu de “hormoon opleiding”.  

“Zappa bloeide op en is nog heel wat jaartjes bij ons gebleven”

Hoe kom je aan Ollie?  

“Na Zappa hebben we even geen hond gehad, wel hamsters en konijnen. Maar toch wilden we wel graag weer een hond. De vrouw van mijn oom Cons fokte beagles maar hij had ooit tegen mij gezegd dat we geen beagle moesten nemen maar een teckel. We hoorden twee jaar geleden dat er een nestje dwergteckels geboren was “op stal” van de manege in Maartensdijk. Onze pup is geboren op de sterfdag van mijn oom Cons, die ons een teckel had aangeraden. Ik wilde haar graag Constance noemen naar mijn oom. Maar de kinderen vonden Ollie leuker en dat is het geworden. Zij is een echte Ollie, je groeit in je naam.”  

Oudste dochter Bien schuift ook aan en zij vertelt honderduit over haar school en haar hobby’s. Ze kijkt even schuin naar haar moeder wanneer ze vertelt dat “shoppen” haar favoriete bezigheid is.

“Ik hou van winkels waar je veel kunt kopen voor een goed prijsje.” Duidelijk dat moeder en dochter hier een andere mening over hebben. Zij vertelt over Ollie, dat ze zo heel erg leuk is, zo lekker bij je komt zitten en alle aandacht voor je heeft. “Ollie is zo blij als ze achter een bal aanholt en dan word ik vanzelf ook blij. Wanneer mijn broertje en zusje met hun telefoon spelen, dan heb ik Ollie. Zij heeft altijd de tijd voor mij. Willemijn voegt eraan toe: “ Iedere ochtend brengen Bien, Ollie en ik de twee jongsten door het park naar school, dat kan omdat de school van Bien een half uur later begint. Op de terugweg hebben we dan een moeder en dochter moment. Dat zijn hele waardevolle wandelingen met gesprekken waar je anders niet aan toe komt. Die rust neem je omdat Ollie lekker moet lopen. De konijnen zijn inmiddels verhuisd naar een boerderij, waar ze het heerlijk hebben. Met Ollie waren zij niet zo gelukkig, het blijft een jachthond.”  

Lot en Ollie

Lijkt Ollie op jullie of jullie op Ollie?  

Bien:”Ik lijk op mijn hond, zij kan heel ondeugend zijn en ze kan heel hard rennen, dat kan ik ook. Ik hou ook, net zoals zij, van knuffelen. Willemijn: “Eigenlijk lijken we wel op elkaar: zij kreeg al heel jong grijze haren en die beginnen bij mij inmiddels ook te komen. We hebben allebei pluizig haar en een lange rug, dat idee heb ik ook altijd van mijzelf. Ik ben voorzichtig en bescheiden en dat is Ollie qua karakter ook. We zijn allebei rustig en makkelijk en wachten liever tot de trouble over is.”  

Jongste dochter Lot komt er ook nog even bij, zij is de echte dierenvriend van de familie: ”Ik wilde eigenlijk een grote hond, niet zo groot als een Berner Sennehond, maar wel groter dan een dwergteckel. Een labrador of een Labradoodle. Ik wil later veel honden. Willemijn: ”Lot maakt altijd direct contact met mensen met een hond. We zijn haar ooit een hele skivakantie kwijt geweest aan een gezin met twee honden. We denken erover om Ollie een nestje te laten krijgen en dan houden we vast nog een hondje zelf.”  

Ollie als pup

Yontie Helders

3 reacties

Reageren
  1. Wat een leuk inkijkje in het leven van de familie Haspels! Ik zie moeder, dochter en Ollie iedere dag in het park.

  2. Wat een leuk verhaal over Ollie en de familie Haspels! Wij hebben Ollie als pup leren kennen en sindsdien is Emilie ook een echte hondenliefhebber geworden.
    Helaas voor ons geen hondje, maar Emilie knuffelt gelukkig vaak bij met Ollie.

    Veel liefs,
    Emilie en Sofie.

  3. leuk geschreven, Yontie. Als ik in Utrecht zou wonen, neem ik meteen een hond zodat ik ook geïnterviewd kan worden !!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *