Bewoners maken plannen voor vergroening

Kaal terrein Oosterspoorbaan is levendig park geworden

Akke Bink is een van de initiatiefnemers van het project. (Foto: Saar Rypkema)

Als er één project is, waarmee Utrecht zijn ambitie waarmaakt om fietsstad te worden, dan is het de “doorfietsroute” over de Oosterspoorbaan. Sinds deze zomer is de fiets- en wandelroute compleet.  Hij begint naast de spoorwegovergang bij de Maliesingel/Zonstraat en brengt je in één rechte streep naar de Gansstraat, bij begraafplaats Kovelswade. 

Ik herinner me de sensatie toen ik per toeval op de Oosterspoorbaan terecht kwam, omdat Google Maps me er naartoe leidde. Het was lekker weer, dus waarom niet een keer op de fiets naar een vriend in Lunetten? Het navigatiesysteem stuurde me naar een fietspad langs het spoor. Het leek een omweg, in elk geval niet ècht richting Lunetten. Maar even later reed ik als een koning hoog op de spoordijk, onder de portalen door, waar vroeger de bovenleiding aan hing. Ik ging als een speer, niet kriskrassend door de straatjes van Abstede of Sterrenwijk, niet wachtend voor de stoplichten van de drukke Venuslaan. En via het bestaande spoorviaduct stak ik soepeltjes de Krommerijn over.  Bij het Luie End hield het fietspad op. Ik sloeg linksaf de Koningsweg op, richting Lunetten. Maar ik had net zo goed de polder in kunnen steken, richting Bunnik of Houten of wandelend naar het jaagpad langs de Krommerijn kunnen gaan of Amelisweerd. 

Landschapsontwerper Akke Bink luistert geamuseerd naar mijn enthousiaste verhaal en zegt: “Dit was een precies de bedoeling; een in onbruik geraakte plek in de stad een nieuwe functie geven, iets moois en groen èn een verbinding maken van het centrum van de stad naar het buitengebied”. Akke is een van de initiatiefnemers van de Oosterspoorbaan. Ze is “heel trots op deze plek”, niet alleen vanwege het resultaat maar ook omdat het een van de eerste participatieprojecten van de gemeente Utrecht is, een initiatief dat voortkomt uit een groep bewoners rond de oude spoorlijn.  Nu alles zo’n beetje rond is, is het leuk en leerzaam om met haar terug te kijken op dit project. 

Het maken van tuin- en landschapsontwerpen is een tweede carrière van Akke Bink. Ze werkte al als fysiotherapeut, maar hield ook van natuur en groen. Ze had af en toe een tuin ontworpen en vroeg zich, al wandelend door de stad, geregeld af: “Hoe kunnen we de stad groener maken?” Daarom koos ze, rond haar veertigste, voor de part time HBO-opleiding Tuin- en Landschapsontwerpen in Velp. Daar leerde ze nadenken over het inrichten van openbare ruimten.  Met een groepje collega’s van de opleiding richtte ze het platform Happyland Collective op.  Ze stortten zich op een braakliggend tuinderscomplex in Utrecht Oost. “Oost is de rafelrand van de stad”, zegt Akke Bink.  

Zo krijg je vanzelf een rafelrand

Dat komt onder andere door de Hollandse Waterlinie. Het gebied, dat onder water gezet kon worden was ook het schootsveld rond Fort Rhijnauwen en Fort Vechten. Dat moest onbebouwd blijven. Daarom vestigden zich juist in dit stukje Utrecht de tuinderijen. Later trokken die tuinders de stad uit omdat ze binnen de gemeentegrens hun bedrijven niet konden uitbreiden. 

Tel daarbij op: het doortrekken in de jaren 80 van de snelweg A27 langs de rand van Amelisweerd en het feit dat de spoorlijn door het oosten van de stad sinds 2012 geen functie meer had, omdat het treinverkeer voortaan via de westkant richting Centraal ging. Ja, zo krijg je vanzelf een rafelrand. 

De vier studiegenoten van Happyland Collective organiseerden een tentoonstelling over de openbare plekken zonder functie in Oost, trokken de wijk in met folders, belden aan om wijkbewoners te prikkelen mee te denken over de vraag: waarom doen we daar niets mee? 

Het ontwikkelen van plannen voor Oosterspoorbaan trok de meeste aandacht. Logisch, want wat kun je niet doen met een spoordijk van een kilometer met een talud? Hoeveel groene ruimte kon je daar niet van maken voor de buurt? Landschappelijk gezien was de spoorbaan tussen de wijken door een prachtige rechte zichtlijn, een ruggengraat door de stad. En het was ook nog eens een rechtstreekse verbinding tussen de binnenstad en het buitengebied. 

Ideeën waren er genoeg, zo bleek tijdens een bewonersavond

Actieve buurtbewoners als Ellen van Roode (met een moestuin langs de spoordijk), Gerard Cats (De Minstroom Erven) en Wim Kok (Krommerijnpark) tekenden in op het project. Meer buurtbewoners volgden. Zij richtten met elkaar een stichting op. Op hun website oosterspoorbaan.nl riepen ze op tot bewonersinitiatieven: “Park in beweging, vol initiatief. Heb jij een goed idee?” Ideeën waren er genoeg, zo bleek tijdens een bewonersavond. 

Belangrijkste wens vanuit de buurt was: Laten we van  de spoorbaan een park maken. Verder de suggestie om een soort bejaardenopvang voor oude dieren te maken, een skatebaan, kunst, muziek, ontspanning en ontmoeting in het groen.  Toen was de bange vraag: waar komt het geld vandaan voor al die wensen? Antwoord kwam van de landelijke overheid. Die had een subsidiepot beschikbaar voor de aanleg van fietspaden. Rond 2015 formuleerde de kerngroep twee duidelijke doelen:  

Er komt een fiets- en wandelpad met aankleding. En rondom het spoortracé was ruimte voor verschillende initiatieven voor en door bewoners. Zij kwamen met ideeën als Het Natuurlint, De Spoorspeeltuin, Buitensporig Sportief, Eetbaar Groen en later nog Het ‘Vogelbosje’. 

Akke Bink herinnert zich dat er in die fase flink aan getrokken moest worden om het project aan de gang te houden. Mensen, die vooral heel praktisch keken naar wat het plan voor hen zou betekenen, vonden het moeilijk het gortdroge overleg over vergunningen, bestemmingen en subsidies te houden. 

En er waren twijfels over de veiligheid. Natuurlijk lonkte het vooruitzicht van een mooi park achter het huis, maar bewoners waren ook jarenlang gewend, dat in de achtertuin hun schuurtjes met de rug naar een heel rustige spoorlijn gebouwd stonden. In plaats daarvan kwam een open, publiek toegankelijk terrein.  

Mensen hebben het er naar hun zin, er is verbinding en samenzijn

Uiteindelijk werd een goede balans gevonden; aan de kant van Abstede en Sterrenwijk zou een rustige kant komen met een natuurzône. Aan de IBB-zijde een meer open, ’drukke’ kant met speeltuin, voetbalveldje en sporttoestellen. En zo gebeurde het. Voor de financiering sprokkelde de kerngroep geld bij elkaar uit allerlei fondsen en potjes. En nu is het dan zover. Op een willekeurige dag is het gezellig druk op de Oosterspoorbaan. Het is lekker winterweer; er schijnt een flauw zonnetje. Een groepje buurtjongens is fanatiek aan het voetballen. Bij de sporttoestellen is een gymnastiekles in de buitenlucht aan de gang. Een jong paar met de kinderwagen slentert over de dijk. Op een bankje zit een vrouw met haar koffie-to-go voor zich uit te mijmeren – diep in gedachten zo te zien. En voortdurend draven joggers voorbij, scheuren maaltijdbezorgers over het fietspad en slingeren groepjes middelbare scholieren over de volle breedte van het fietspad. 

Dat is wat Akke Bink trots maakt. Utrecht Oost heeft er een mooie, groene zône bij, mensen hebben het er naar hun zin, er is verbinding en samenzijn: “Het werkt als een plek voor de stad”. 

En er zijn nog veel meer plekken, die ze wil gaan vergroenen. Zoals de entree van tuindersvereniging Stadion in Rijnsweerd (“die stenige parkeerplaats kan een stuk groener”).  Een flink nieuw project is net afgerond; het vergroenen van de omgeving van de oude veevoederfabriek Hooghiemstra, bij het Griftpark. 

Bij zo’n klussenlijstje denk ik stilletjes: Wat een power! Zoveel mensen om mee te overleggen,  zoveel botsende ideeën en belangen. Waar haal je het vandaan?  Akke Bink reageert, met een bescheiden glimlach: “Ik ben een netwerker, extravert, ken veel mensen en ik vind het leuk om dingen tot stand te brengen. Daarbij helpt mijn enthousiasme. Ik zie niet snel beren op de weg”. 

Groen Oost

Bent u geïnspireerd geraakt door het voorbeeld van de Oosterspoorbaan; iedereen kan meehelpen een stukje van de stad te vergroenen.  Kijk maar eens dicht bij huis, een geveltuin, een groen dak, tegels uit je tuin en groen erin, of je ‘adopteert’ met je buurt een stukje gemeente groen…..  

Om hierbij te adviseren heeft Akke Bink, samen met Arnoud Wolff, “Groen Oost* opgericht. Met als motto: “Elk pleintje, hofje, straathoek, groenstrook of (gevel)tuin telt en is belangrijk voor de biodiversiteit en het klimaat in de stad”. Bewoners, vrijwilligers,  scholen, vve’s, woningcorporaties en buurtverenigingen kunnen zich aansluiten bij dit netwerk. Meer informatie en contactadres op www.groenoost.net

Foto: Saar Rypkema
Foto: Saar Rypkema
Foto: Saar Rypkema
Foto: Saar Rypkema
Foto: Saar Rypkema

Henk van Veen

2 reacties

Reageren
  1. Ben onder de indruk van hetgeen bereikt is en heb bewondering voor degenen die zich daarvoor hebben ingezet! Het is niet altijd bevredigend en uitnodigend om met gemeentefunctionarissen in gesprek te gaan; wie heeft de langste adem is vaak beslissend om een positief resultaat binnen te halen.

  2. N.a.v. het NUK artikel vandaag (23/11) op een zonnige dag de Oosterspoorbaan route gewandeld met mijn hond. Echt een prachtig stukje Utrecht langs historische – en meer recente bebouwing. Echt prachtig aangelegd met oog voor de natuur. Complimenten voor Akke en c.s.. Een aanwinst voor Utrecht e.o!!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *