Kroegverhalen

Horecaverhalen van toen: Cor Netto uit Utrecht

De Nobelstraat is tegenwoordig van voor naar achter horeca. In de tijd dat het eerste stuk vanaf  de Drift smaller was, telde je er maar drie zaken: ’t Pandje, ’t Lieverdje en helemaal aan het eind café Flora waar anno 2019 Villa Orloff in zit. Je kon ook nog Kunstliefde meetellen. Mocht je daar naar binnen, dan hadden ze een flesje bier voor een gulden. Lauw, maar niet duur.

De Nobelstraat was dus in ’t begin smaller. Vanaf de hoek met de Drift werd hij na een meter of vijftien vier meter breder. Precies in de hoek na de versmalling zat vroeger café ’t Pandje waar Cor Netto de scepter zwaaide met zijn vrouw Gerrie in de bediening. Daar ging je naartoe als alles in de stad gesloten was en je bij de Woolomoloo op ’t Janskerkhof de toegang geweigerd werd.

Netto had een sociëteteitsvergunning en mocht langer open blijven. Je kwam er van alles tegen. Corpsballen, taxichauffeurs, hoeren, collega kroegbazen en verdwaalde acteurs die in de Schouwburg hadden opgetreden. De legendarische Ramses Shaffy zat er regelmatig, stom- maar dan ook stomdronken tegen veel te jonge studentes aan te zeuren en ook Rijk de Gooijer zat er een keer te schreeuwen, samen met René van Vooren.

Later verbreedde men de Nobelstraat en kwam Netto met zijn kroeg zestig meter verderop terecht. Maar nog altijd was het er stampvol als elders de deur dicht ging. Netto was een gedrongen  Surinamer van heel weinig woorden, met handen als werkbankklemmen. Het was een trotse man die veel waarde hechtte aan loyaliteit. Maar vergis je niet, zijn kop zat boordevol wijsheid. Soms liet hij het studentenvolk aan de bar lekker wijs doen. Na een tijdje duwde hij met zijn middelvinger zijn bril omhoog en zei iets in de trant van: ‘Jij zou niet zo wijs moeten doen mannetje,’ en dan legde hij uit hoe het volgens hem zat, met zijn wijsvinger vlak voor je neus.

Uiteraard kwam er regelmatig ook volk binnen met een aardig stuk in de kraag. Ze kwamen voor het bier en voor zijn legendarische, tamelijk grijze gehaktballen, waarvan de samenstelling ongeveer neerkwam op twee broden op één kilo gehakt. Daar deed hij een kwak sambal in, dan lulde er niemand meer over smaak.

Als je je misdroeg in zijn kroeg, dan maakte hij korte metten. Hij verschoof de grove ring aan zijn pink met de diamant naar boven en stompte lastpakken genadeloos op hun koker of gooide ze zelfs dwars door zijn winkelruit. Soms scheurde de diamant een wang los, maar dat was het risico.

Toen zaten er op een keer een paar heel vervelende Hagenezen aan zijn bar. Die waren hem al een tijd aan het zuigen. Aan zijn steeds kortere bewegingen kon je zien dat hij hun gedrag zat begon te worden. Op een goed moment zei hij er wat van en waarschuwen deed hij niet vaak meer dan één keer. De Hagenezen lieten zich niet zo snel afbluffen en bleven klieren. Netto werd het zat en gromde dat ze op moesten rotten. Daarop haalde een van hen een mes uit zijn laars, sloeg het plat op de bar en zei:

‘Jij moet je rustig houwe, ouwe lul. Wij zijn de broertjes Denie uit Den Haag. Oppassen jij.’

Waarop Netto achter zich een nog veel groter mes ook plat op de bar klapte en zei:

‘Ik ben Cor Netto uit Utrecht en nou godverdomme wegwezen.’

Binnen een paar minuten vertrokken de mannen. Het leuke aan dit verhaal is dat die jongens van Denie en zwarte reputatie hadden. Ze hadden een jaar of vijftien eerder die mensen gegijzeld in Deil. Dat was live op tv te zien geweest en hun naam was gevestigd, maar niet voor Cor Netto uit Utrecht.

Will Jansen

Will Jansen is van juni 1949. Hij gaf eind 1977 de brui aan zijn studie Rechten en begon in februari 1978 met Wouter de Cocq Café de Zaak, wat meteen een groot succes werd. In 1981 stapte De Cocq op en begon de Morgenster aan de Oudegracht. Twee jaar later nam Jansen De Twijfelaar aan 't Wed over en noemde het Orloff. In 1989, na vijf jaar bakkeleien met de fiscus, hing hij zijn kroegbaasschap aan de wilgen.
In '93 begon hij van lieverlee te schrijven, vooral over de horeca. Onder meer voor Horeca Journal, Esquire en Miljonair. Voor dat laatste blad maakte hij samen met Alain Caron reportages van tientallen drie sterren restaurants in heel Europa. Will Jansen schreef twee romans die beiden gedeeltelijk in Utrecht afspelen: Coke en Gladiolen (2001) en De Zelftemmer (2018). In 2003 startte hij zijn eigen culinaire magazine Bouillon.
Samen met zijn vrouw Anka doet hij dat nog steeds: elke drie maanden een nieuwe editie. Ze zijn nu 36 jaar getrouwd en hebben twee kinderen, Boye (35) en Didi (33). Zie ook:
https://bouillonmagazine.nl/

16 reacties

Reageren
  1. Mooie beschrijving van het Pandje van Cor Netto. In het midden van de jaren 70 heel vaak binnen gestapt in de kleine uurtjes. Allerlei mensen kwam je er tegen inderdaad, en met Cor kon je ook goed een gesprek houden want was van alle markten thuis. Mijn favoriete kroegje van toen.

  2. Heel herkenbaar allemaal. Een leuke tent ook als je niet geweigerd werd bij de Woo( want vrouw haha)

  3. Treffend beschreven, zo was hij, menig uurtje doorgebracht in de nachtelijke uren, de man en de kroeg uniek in z’n soort❣️

  4. Na stappen nog naar het pandje. Tot drie uur in de nacht open. Bier drinken en de ballen van Ger eten. Een veilige bar voor vrouwen zeker. Ik herinner me Cor wel ja. Goede herinneringen aan deze aparte bar. Die gehaktballen at je met smaak, maar ze waren inderdaad peperig. Een mooie jeugdherinnering.

  5. Iconische zaak in Utrecht. Inderdaad, uitvalsbasis als je Woolomoloo niet in mocht. Soms lukte dat, soms niet. (een vervalste studentenkaart werkte niet altijd). Tja, die ballen. Ik vond ze heerlijk.

  6. Een ding weet ik zeker. Over de huidige kroegen valt zo’n verhaal niet te schrijven. Vroeger was niet alles beter, maar sommige zaken absoluut wel.

  7. De eerste etappe van deze kroegentocht bevalt me zeer. Ben benieuwd wat volgt. De Vriendschap lijkt me een goede kandidaat.

  8. Leuk om te lezen! In mijn hetinnering kwam Cor Netto van de Antillen, waar hij ook zijn laatste jaren heeft diorgebracht.

  9. Zie ik deze foto, lees ik over zijn grote handen en daar is mijn meest indrukwekkende ( heb er nog wel een paar)van ome Cor zo als ik hem plagend soms noemde.
    Wij konden via de keuken in het Restaurant door het gangetje het pandje bezoeken . Een avond hadden wij een groep agressieve kerels zitten die bijzonder vervelend tegen mijn moeder deden en haar uitscholden. Ben toen fff bij Cor hulp gaan halen en die kwam 😀.Vroeg wat het probleem was, een van die kerels zei dat het eten koud was, hij had een bord macaroni. Vergeet dit nooit meer, Cor keek de man aan en toen naar het bord, strekte zijn arm en met die grote hand ging hij in de macaroni en zei au!! dit is heet nu ga jij eten of vertrekken . De kerels waren stil aten betaalde en vertrokken.

  10. Heel mooi, dit verhaal. Ik kwam er vanaf pakweg 1965. At er vaak warm: frites, erwtjes en gebakken tartaar voor, ik meen, ƒ 2,50. O.a. Tony Brouwer bediende er heupwiegend (later in Club 234 aan Oudegracht). ’s Avonds, als het vol was, over de tafel lopen om op de muurbank te komen. Later, toen ikzelf een paar jaar in de horeca (de beruchte Tregter) werkte, kregen we af en toe een dure collegiale Chivas Regal-whisky van hem cadeau. Van hem kreeg ik ook het satésausrecept voor de gehaktballen. Die haalde Gerry (ook op de foto) boven op en kwam dan soms met zoonlief Ron of René (die nu het Pandje runnen) op de arm naar beneden.
    Will, we moeten elkaar nog uit die jaren kennen.

  11. Geweldig, een fenomeen apart en heel wat balletjes gegeten daar na bv eerst in De Zaak te zijn geweest.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *