Annie de Laat bericht uit Zanzibar

Zanzibar en de toeristen (1): de minder zonnige kanten

Op haar vijftigste gooide Annie de Laat het roer radicaal om. Ze nam afscheid van het luxe leven en begon een school in Zanzibar. Duurzaamheid staat in de lessen centraal. Op De Nuk deelt Annie regelmatig haar ervaringen.

Zanzibar is nog een tropisch paradijs. Wuivende palmbomen, het water blauwer dan blauw, zeilende dhows, altijd warm, vriendelijke mensen die je welkom heten met ‘karibu’ en ‘hakuna matata’ (met dank aan de Lion King). Iedereen wil je ongevraagd ergens naar toe brengen, of iets verkopen. Als ik op straat loop, begroet iedereen die ik tegenkom me met ‘habari’? (In Utrecht kan ik elke dag naar mijn winkelstraat lopen, en nooit echt nooit vraagt iemand hoe het gaat.) En daarbij heeft Zanzibar bijzonder kleurrijke traditionele culturen en historische bezoekwaardigheden.  Nog wel.

Zanzibar klinkt ver, maar is met rechtstreekse vluchten snel bereikbaar en qua prijzen vergelijkbaar met andere exotische oorden. Dus Zanzibar is steeds populairder bij toeristen. In de laatste 30 jaar is het aantal toeristen geëxplodeerd: van zo’n 30.000 tot meer dan 530.000 in 2019 (met daarna een drastische terugval door corona).  

Veel toeristen op bezoek lijkt een zegen. Ik lees en hoor vooral dat toerisme belangrijk is omdat het veel geld en werk oplevert. Hoe toeristen meer hoe liever.  Maar er zijn er kanten die minder zonnig zijn.  

Waar het geld heengaat 

Ik schat dat zo’n 90% van de hotels op het eiland in handen is van niet Tanzaniaanse investeerders. Het grote geld wat hierin wordt verdiend komt niet bij mensen van het eiland terecht. Wel zijn er natuurlijk leveranciers en er zijn mensen in dienst. Meestal trouwens voor niet meer dan het minimumloon van ongeveer 115 Euro per maand voor 6 dagen per week werk. De werknemers zijn merendeel mensen van het vaste land die als een soort gastarbeiders het werk doen. Er wordt gezegd dat mensen van Zanzibar slecht zijn opgeleid, te lui of niet te sturen zijn. Managers zijn meestal geen mensen van Zanzibar. Veel eigenaren hebben niet het vertrouwen dat hun zaak dan goed gerund zou worden. Het vertrouwen in een blanke of Keniaan als manager is daarentegen opmerkelijk groot. Veel winkeltjes, taxi’s en gidsen verdienen natuurlijk ook wat aan toeristen. De kruimels.   

Hotels  

In hoog tempo worden hotels neergezet, liefst natuurlijk op de mooiste plaatsen. Originele beplanting wordt weggehakt en gebrand, om plaats te maken voor een hotel met een keurige tuin. Er wordt te dicht op het strand gebouwd (iedereen wil immers pal aan het strand), met vernietiging van de natuurlijke bescherming van het eiland, zoals de mangroves. Omdat de hotels steeds meer strand in beslag hebben bewoners steeds minder toegang tot de stranden. Het wordt lastiger voor vissers om hun werk te doen, en voor vrouwen om zeevruchten te verzamelen. Om hotels te beschermen tegen het steeds hogere waterpeil door de klimaatverandering, worden vaak betonblokken gelegd, die toch echt geen water kunnen tegenhouden  (maar wel de natuurlijke waterstromen beïnvloeden).  

Een hotel op het strand met licht in de nacht, betekent bijvoorbeeld dat schildpadden geen plek meer hebben om hun eieren te leggen.  

Veel hotels hebben een zwembad. Vaak gevuld met zoet water, en dat kost veel energie, vrijwel nooit van zonnecollectoren.  

In Jambiani staat Blue Oyster, een mooi hotel vlak bij het strand. Als gasten ongerust vragen: ‘maar waar is het zwembad?’ wijst de eigenaar naar de oceaan en zegt: ‘de hele oceaan is jouw zwembad’.  

In de kamers, natuurlijk een douche of een bad (met zoet water). En airconditioning (want stel je voor dat je het warm krijgt).  Afvalwater gaat (onbehandeld en via een septic tank) in de grond en stroomt de oceaan in.  

Water 

Zoet water is schaars op Zanzibar. Het meeste komt uit de grond, en wordt aangevuld met regenwater. Een inwoner van het eiland gebruikt zo’n 55 liter per dag: om zich te wassen, om eten klaar te maken en als drinkwater. Dit is iets boven de minimale hoeveelheid die de WHO nodig acht voor een volwassene om te voorzien in de meest noodzakelijke behoeften (tussen 50 en 100 liter). 

Een toerist gebruikt per dag 685 liter: het meeste voor douches, toiletten en zwembaden. Dat is 15 x zoveel.  

Lang niet alle hotels hebben een nette oplossing voor hun afval, maar betalen liever het beroemde mannetje uit het dorp die het meeneemt en er iets mee doet (we willen niet weten wat). Pas als toeristen gaan klagen over rotzooi op het strand, worden clean ups georganiseerd, zodat het voor het oog weer netjes is. In elk geval rond het hotel.  

Toerisme en plastic 

Op de stranden wordt het meest plastic afval gevonden. Uit recent onderzoek blijkt dat daarvan een groot deel direct gelinkt kan worden aan toerisme (niet typisch huishouden afval). Single use plastic flessen, rietjes, bekers en verpakkingen zijn de nieuwe soorten plastic afval, veroorzaakt door toeristen. Het is niet mooi, maar erger is dat dit plastic gevolgen heeft voor de marine life. Een werkend waste managementsysteem ontbreekt op Zanzibar.   

De meeste hoteleigenaren zijn vooral, zo niet uitsluitend , geïnteresseerd in het nu geld verdienen. Niet echt in de community, de cultuur, of de toekomst van de omgeving.  Hoteleigenaren, touroperators, praktisch iedereen in de sector, is gericht op wat de toeristen willen. Of wat ze denken dat de toeristen willen.  

Redactie

3 reacties

Reageren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *