Verleden van Utrecht

Vertel mij Utrecht: Pelgrimage

En nu ben ik opeens een lied 

aan ‘t worden, fluisterend door het ijle morgenriet, 

nu smelt ik weg en voel mij openstromen 

naar alle verten van den horizon 

maar ik weet niet 

waar mijn loop begon. 

                                                       Hendrik Marsman in ‘de Bruid’, een fragment.    

 

De Jacobikerk in Utrecht, gewijd aan Jacobus de Meerdere, ligt op de pelgrimsroute naar Santiago de Compostela, een van de oudste bedevaartsoorden in Noordwest Spanje.  

In deze stad bevinden zich de relikwieën van de heilige Jacobus. Aan de stoffelijke resten van een heilige worden bijzondere krachten toegeschreven. 

De pelgrim die Utrecht op doortocht naderde, zag de Domtoren, de allerhoogste omringd door een ‘woud’ van torens van kerken en kapellen. De Jacobikerk, pelgrimskerk, was al van verre herkenbaar aan de hoogste torenspits. Na de verwoestende werking van de orkaan in 1674, was menige torenspits verdwenen, ook die van de Jacobikerk In de vorige eeuw is deze weer geplaatst en gesierd door een windvaan in de vorm van een Jacobsschelp.  

Pelgrims maar ook andere reizigers en zwervende, zochten tijdelijk onderdak in gasthuizen. Deze waren zowel binnen als buiten de stadspoorten gevestigd, want ‘s nachts waren de 4 poorten gesloten. Nabij de Jacobikerk lag de herberg ‘de Galisse’, de naam verwijst naar de streek waarin Santiago ligt, Galicië. 

 In 1375 werd het Jacobsgasthuis gesticht aan de Oudegracht 213, voor pelgrims onderweg naar of van Santiago de Compostela.  Boven de deur die de naastgelegen overbouwde Jacopsgasthuissteeg afsluit, is een gevelsteen met Jacobsschelpen aangebracht.  

Achter het gasthuis, in de tuin tussen Zwaansteeg en Haverstraat, staat het beeldje ‘de pelgrim’ (beeldhouwer Amiran Djanashvili) met een Jacobsschelp op de hoed en in de hand, meegebracht uit Santiago, de pelgrimsstaf over de schouder. Op dit terrein, richting Springweg, stonden enkele (nu verdwenen) huisjes, waar de pelgrims een of twee nachten konden doorbrengen. 

Hoeveel belang er aan de bedevaart gehecht werd, is te zien in de Domkerk.  Links van het doopvont ligt de grafzerk van Athonis Taets van Amerongen. Op de zerk zijn 3 Jacobsschelpen uitgehouwen ten teken van het volbrengen van pelgrimage (1524) naar Santiago de Compostela.  Deze kanunnik van het Domkapittel bezocht tijdens zijn leven ook de bedevaartsoorden Jeruzalem en Rome.  Bedevaart werd om verschillende redenen ondernomen: devotie, dankbaarheid voor genezing, boetedoening om aflaten te verdienen, bidden voor het zielenheil van jezelf en anderen. Door invloed van de reformatie raakte de traditie van pelgrimeren op de achtergrond. 

Er is, hernieuwde belangstelling voor het lopen van de pelgrimsroute naar Santiago, waarbij eventueel (gedeeltelijk) van vervoer gebruik gemaakt wordt.  In deze tijd staan bezinning of geld inzamelen voor een goed doel, voorop. 

Wie belangstelling heeft, kan de nodige informatie vinden bij ‘Het Huis van Sint Jacob Utrecht’.  

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Laat uw reactie achter

Reactie

1 reactie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *