De keuzes van Lucia Claus

Schouwburgdirecteur Lucia Claus: meer regisseur dan acteur

Lucia Claus

In deze rubriek vragen we Utrechters keuzes te maken in hun vakgebied. Maar ook daarbuiten.

Wanneer ik Lucia Claus, directeur van de Stadsschouwburg, bel om een afspraak met haar te maken, is ze enigszins terughoudend. Toen tijdens het gesprek bleek dat we allebei Theaterwetenschappen hadden gedaan in Amsterdam en we spraken over de fijne colleges van Erik Vos was het ijs gebroken. Gelukkig maar, want wat volgde, was een mooi gesprek op haar kantoor in de Stadsschouwburg.   

Lucia Claus (62) geboren in Zuilen, maar opgegroeid in Kanaleneiland. “Mijn ouders woonden in Zuilen bij mensen in en waren dolgelukkig toen zij een eigen flat kregen in Kanaleneiland. Wij waren de eerste bewoners van de flat. Het was toen een rustige buurt met veel jonge gezinnen, waar we veel buiten speelden. Het eerste jaar van mijn ‘kleuterschooltijd’ was er nog geen kleuterschool, maar die kwam al snel en ik mocht alleen naar school lopen. Mijn middelbare school was het Niels Stensen, we hadden daar de eerste jaren nog les in verschillende noodgebouwen. Het was een bijzondere school, met fijne docenten.”

“Mijn ouders waren dolgelukkig toen ze een flat in Kanaleneiland kregen”

“Ik had wiskunde van de latere rector Sjamaar. Maar aan mijn leraar Duits Guus Reith, heb ik de mooiste herinneringen. Hij heeft mij de liefde voor het theater bijgebracht. In 2007 nam hij afscheid en heb ik hem dat zelf kunnen vertellen, ik was toen net begonnen in de schouwburg. Hij heeft in zijn loopbaan duizenden leerlingen meegenomen naar de schouwburg. Ik kwam laatst de nieuwe directeur van de Kleine Komedie, Jörgen Tjon A Fong, tegen en ook hij bleek door Guus Reith de passie voor het theater meegekregen te hebben. In ons gezin gingen we niet naar de schouwburg. Mijn vader heeft veel verschillende beroepen gehad, zo was hij onder meer schrijfmachinemonteur, maar de leukste herinneringen heb ik aan zijn tijd als chauffeur van Rouw en Trouwauto’s. Wij hadden zelf geen auto en heel soms maakten we, in het weekend, een ritje in zo’n grote zwarte wagen met gordijntjes. Later werd hij vertegenwoordiger bij Adidas, hij was veel ‘On the Road’, maar in het weekend was hij de drummer van een band.”

“Ik ging een jaar werken en begon als koffiejuffrouw in de Inktpot”

“Na de middelbare school wilde ik naar de Akademie voor Expressie, dat was een populaire opleiding maar ik werd uitgeloot. Ik ging een jaar werken en begon als koffiejuffrouw in de ‘Inktpot’, dat heb ik maar veertien dagen volgehouden. Toen vond ik een baantje in de bibliotheek van de Van der Hoeven Kliniek, een tbs-instelling. Ik kwam in een andere wereld terecht, ik hoorde verhalen over de mensen die er opgenomen waren. Er was veel openheid, zoiets zou nu ondenkbaar zijn. Voor mijn levenservaring was het heel waardevol, ik heb er veel geleerd. Ik zag de zwarte kant van het leven en niet alleen van achter de veilige kant van het raam. Na een jaar begon ik aan mijn opleiding aan de Akademie voor Expressie, een leuke tijd met fijne medestudenten en ik woonde midden in de stad op de Willemstraat.”

“Ik wilde midden in het productieproces staan als regelaar”

“Al snel merkte ik dat het spelen niet bij mij paste, de richting van regisseur of dramaturg trok mij meer. En nog leuker het organiseren, faciliteren en bij elkaar brengen van mensen.en besloot Theaterwetenschappen te gaan studeren In Amsterdam. Ik koos voor Amsterdam, een stad met veel theaters om je heen. Ik vond een etage in Oud-West, vlakbij de Ten Katemarkt en ging samenwonen. De colleges die wij kregen van Erik Vos, de regisseur samen met zijn herdershond op het toneel, waren inspirerend. Ze werden niet alleen bezocht door studenten van Theaterwetenschappen maar ook door mensen van andere studierichtingen. Hij wist van teksten op papier een brug te maken naar een voorstelling. Hij deelde met ons de ‘struggle’ om van een papieren werkelijkheid een theater werkelijkheid te maken. Zijn colleges bruisten en wat een generositeit om dat met ons te willen delen. Na mijn studie wilde ik promoveren, ik was nog even AIO, maar ik ben toch meer een regelaar dan een studiebol. Toen ik 28 was zag ik een advertentie voor directeur bij Theater De Uitstek in Zwijndrecht. Ik zag mijn sollicitatie als een oefening om dergelijke gesprekken te voeren. Zoveel had ik nog niet meegemaakt: school, de bieb, de academie en de universiteit en dat realiseerde ik mij toen ik over Van Brienenoordbrug naar Zwijndrecht reed. Het theater was nog in aanbouw, een absoluut tabula rasa.”

“Terug in de stad. De stad waarvan je de geschiedenis kent en waar je familie woont”

“Ik werd aangenomen als directeur. Wel heel dapper om iemand van 28 aan te nemen. Ik heb daar zoveel geleerd maar ook zoveel fouten gemaakt. Ik kon alles: het licht bedienen, de koffie inschenken en de kaartjes verkopen. We werkten met z’n vijven en brachten ambitieuze voorstellingen. Zes jaar later maakte ik de sprong over de rivier naar Dordrecht en begon in Schouwburg Kunstmin. In 2007 solliciteerde ik naar de functie van directeur van Stadsschouwburg Utrecht. Een veel grotere organisatie, samen met de andere podia,  bibliotheek, de musea en heel veel theatermakers, muzikanten, schrijvers, beeldend kunstenaars, cineasten en noem maar op, zorg je voor het culturele veld van de stad en in de provincie. Ik was terug in de stad. De stad waarvan je de geschiedenis kent en waar je familie woont. Ik had in Amsterdam gewoond en in Dordrecht en zag dat Utrecht, na mijn vertrek, een bruisende stad was geworden, veel ambitieuzer. Het voelde als thuiskomen, maar dan in een nieuwe stad met een nieuwe kracht. Ik zag ambities in de vorm van TivoliVredenburg. Ik trof in de schouwburg een organisatie met de ambitie om verbindingen te leggen in de stad. Met veel plezier hebben we voorstellingen op locatie gecoproduceerd, zoals op  het Centraal Station en het AZC aan de Einsteindreef. In het AZC maakte Adelheid Roosen een voorstelling met acteurs en bewoners van het AZC waar je als bezoeker een route kon lopen en scènes zien.”

“Leerlingen keken bij ons achter de coulissen, zodat ze zich thuis gingen voelen in de schouwburg”

“Na afloop was er de mogelijkheid om met elkaar te praten over wat je had gezien. De schouwburg als verbinder, ook tussen cultuur en school. We willen graag veel leerlingen binnen krijgen net zoals Guus Reith dat in mijn schooltijd deed. In Dordrecht organiseerden we elke twee jaar voor alle leerlingen uit groep 5 en 6 van het Primair Onderwijs het educatieproject ‘Achter de schermen’.  Leerlingen keken bij ons achter de coulissen, zodat ze zich thuis gingen voelen in de schouwburg. Zo hoorde ik een jongen aan zijn moeder uitleggen op een avond, wat er achter de deuren in de regiecabine gebeurt. Ik had mij het effect niet gerealiseerd, maar kinderen worden op die manier ambassadeurs voor je werk. Ik werk hier nu veertien jaar in deze grote schouwburg aan een fantastisch programma met alle technische middelen en geweldige mensen. Door de verbouwing van de Blauwe Zaal in 2015 kunnen we nog beter faciliteren dan daarvoor. We hebben bijzondere voorstellingen aan de stad kunnen laten zien. ‘300el x 50el x 30el’ van FC Bergman, was een enorm project uit België. Ik hou van lange voorstellingen zoals ‘Borgen’, ‘Augustus Oklahoma’ en ‘Trojan Wars’, voorstellingen waar je je echt in kan onderdompelen”.   

De keuzes van Lucia:  

Regisseur  

“Ik hou zelf van het documentaire theater van Milo Rau zoals ‘Five Easy Pieces’. Een stuk over Dutroux dat gespeeld wordt door kinderen en één volwassen acteur. Door de kinderen krijgt het stuk een extra lading. Je kan bijna voelen hoe het geweest moet zijn om gevangen te zitten. Binnenkort te zien: ‘Grief and Beauty’, waarin acteurs een vrouw vergezellen die voor euthanasie kiest. Ze vertellen ons hun persoonlijke verhalen, je bent erbij. Rau zoekt altijd een combinatie van theatrale werkelijkheid en echte werkelijkheid. Een zekere gelaagdheid, hij zoekt de grenzen van wat theater kan verbeelden”.  

Binnenkort te zien: ‘Grief and Beauty’, waarin acteurs een vrouw vergezellen die voor euthanasie kiest

Acteur  

“Romana Vrede, zij is een heel veelzijdige actrice. Zij speelde in het vijf uur durende spektakel ‘Trojan Wars’, maar ook in kleine, intieme voorstellingen, zoals  ‘Who’s afraid of Charlie Stevens?’ over haar verstandelijk beperkte en autistische zoon Charlie. Zo openhartig, toelaatbaar en kwetsbaar. Ze laat de toeschouwer zo dichtbij komen. Zij kan een enorme impact hebben, maar ook heel klein, heel sensibel spelen. Ze kent geen angst om zichzelf mee te nemen. Als kijker heb je contact met haar en leert wie zij is”.  

“De Vlaamse acteur Bruno Vanden Broecke In ‘Missie’ uit 2007 en het vervolg ‘Para’ uit 2016. Door taal weet hij een wereld op te roepen alsof je een boek leest. Dat doet hij op een bijzondere manier, bijna zonder decor, hij laat aan jou wat voor beelden je daarbij hebt”.  

“Romana Vrede kan een enorme impact hebben, maar ook heel klein, heel sensibel spelen”

Theaterstuk   

“Nu op tournee: ‘De Reiziger’, een kleine voorstelling over de Joodse zakenman Otto Silbermann, die na de Kristallnacht besluit om te vertrekken uit Duitsland. Met een koffer vol geld neemt hij trein na trein en ontmoet mensen, van vluchtelingen tot nazi’s, goede en slechte mensen. Wat blijft er in deze  vreselijke tijd van de succesvolle zakenman over. Met twee acteurs, twee tuinstoelen, een lampje, licht en muziek, wordt er een andere wereld gecreëerd”.  

“Met twee acteurs, twee tuinstoelen, een lampje, licht en muziek, wordt er een andere wereld gecreëerd”. 

Boek  

“Zoals ik van lange voorstellingen houd, hou ik ook van dikke boeken. ‘Het achtste leven (voor Brilka)’ van Nino Haratischwili. Daria Bukvic, de Nederlands-Bosnische toneel en filmregisseuse, gaat van de 1200 pagina’s een voorstelling maken. Het is niet alleen een groot familie-epos, maar toont ook de politieke wereld in Georgië gedurende de hele vorige eeuw. Het is meeslepend geschreven”.  

“Het is niet alleen een groot familie-epos, maar toont ook de politieke wereld in Georgië gedurende de hele vorige eeuw”

Film

“Ik hou van documentaires. Bijvoorbeeld ‘Wild Wild Country’ over de Baghwan, of ‘Klassen’. Er wordt gefilmd op verschillende scholen in Amsterdam-Noord. Acht afleveringen van een uur waarin je zo dicht bij de kinderen komt als je maar met een camera kan komen. De cameraploeg was er langdurig zodat de leerlingen vergaten dat er een camera aanwezig was. Dan zag ik ook de ‘Kinderen van Ruinerwold’, die niet voor niets de Gouden Televizier Ring ontving”.   

“Acht afleveringen van een uur waarin je zo dicht bij de kinderen komt als je maar met een camera kan komen”

Kunstwerk  

“De UFO op de ‘Inktpot’, of HGB 3 zoals wij, in mijn 14 dagen als koffiejuffrouw, het gebouw noemden. Het zou een tijdelijk kunstwerk zijn, maar ik kan mij niet voorstellen dat het er niet meer is. Het is een intrusie van de werkelijkheid. Ook hou ik erg van het performatieve werk van Dries Verhoeven: in de werkelijkheid kunst neerzetten die een relatie aangaat met die werkelijkheid. Hier kijk je vanuit een ander perspectief naar de eigen leefwereld van de mensen die werken in het gebouw of op straat lopen. Misschien herinneren mensen zich zijn installatie op de Neude in 2018”. 

“Het zou een tijdelijk kunstwerk zijn, maar ik kan mij niet voorstellen dat het er niet meer is”

Restaurant  

“‘Concours’, vriendelijk personeel, heerlijk eten. Alex Zeelenberg maakt zulk verrassend eten, eten dat je thuis niet kan klaarmaken”.  

“Concours, vriendelijk personeel, heerlijk eten”

Drank  

“Onder drank versta ik iets met alcohol. Ik drink, als ik laat thuis kom graag een Westmalle Triple op de bank. Maar eigenlijk ben ik een ‘theedrinker’, Earl Grey die haal ik bij Woortman op de Neude of gedroogde Verveine van de De Pers op de Kanaalstraat”.  

“Eigenlijk ben ik een theedrinker”

Utrechter  

“Abdel Chennan, hij werkt hier in de schouwburg aan de balie. Hij is een buurtvader in Overvecht. Vooral met Oud en Nieuw is het altijd spannend bij hem in de buurt. Deze mensen zijn zo belangrijk voor de stad, ze werken met liefde en toewijding en stoppen zoveel tijd in hun buurt. Behalve dat is hij ook een aimabele medewerker en hem wil ik op deze plek eren”.  

“Mensen als Abdel zijn zo belangrijk voor de stad”

Wat zou jij doen als je burgemeester van Utrecht zou zijn?  

“Ik zou een nachtburgemeester wensen. Het is soms allemaal zo braaf. Iemand die staat voor iets spannends in het zwart van de nacht. De burgemeester waakt over de orde en veiligheid, een nachtburgemeester inspireert en zorgt voor een hard rand

Yontie Helders

2 reacties

Reageren
  1. Is dit niet dezelfde vrouw die de prachtige blote borsten foto van Jaap van de Klomp te aanstootgevend vond voor de Moesman-expositie in de Schouwburg? Ik vond en vind dat nog steeds een benepen reactie voor een Utrechtse schouwburgdirecteur. Laten we maar zeggen dat ze op dat moment de verbinding even miste.

  2. Het is de kunst om niet -langdurig- te oordelen over een persoon nadat je iets in de media hebt gelezen, C. de Kruik. Deze gebeurtenis zat iets complexer in elkaar dan je nu schetst in je opmerking. En ik kan je zeggen: dat is vaker het geval.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *