Een serie over inspirerende Utrechtse vrouwen die een jaartje ouder worden. Talma Joachimsthal (54): “ Ik zit nu in een fase van diepe reflectie. Ik vind het een roerige tijd: leef ik zoals ik wil? Wil ik nog iets anders?”
Ik heb met Talma Joachimsthal afgesproken in een werfkelder aan de Oude gracht die geen werfkelder blijkt te zijn. Het is een gewelf, het enige overblijfsel van het klooster dat gevestigd was in de Lange Nieuwstraat. Rond 1400 werkten in dit klooster nonnen die zich naast het huishoudelijk werk ook richtten op lezen, schrijven en meditatie. Zij maakten herdenkboeken, kronieken en studieprogramma’s voor de geestelijke ontwikkeling van de nonnen. Nu is in dit kloostergewelf een sociale onderneming gehuisvest waar mensen samen kunnen komen voor o.a. cursussen, trainingen, teambuilding en flexwerken. Dankzij de inkomsten uit de verhuur zijn de afgelopen 9 jaar honderden initiatieven op sociaal-, cultureel- en duurzaamheidsgebied ondersteund. Het kloostergewelf heeft met “In De Ruimte” zijn historische betekenis terug.
Talma Joachimsthal geboren in kraamkliniek ’t Ooievaartje in Utrecht, woonde de eerste maanden van haar leven in de Nobelstraat waar haar vader Albert een muziekwinkel, uitgeverij en antiquariaat had . “We verhuisden daarna naar Tuinwijk. Mijn vader was, samen met zijn moeder Steppy, na de oorlog in Utrecht gaan wonen. Zij hadden Bergen-Belsen overleefd, waar de vader van Albert gestorven was door honger en uitputting. Hun Boekhandel, Uitgeverij en Drukkerij Joachimsthal was niet meer van hen en “iedereen in Amsterdam was weg”. *
”Door liefdesverdriet om een ander hadden de twee troost bij elkaar gezocht en mijn moeder raakte in verwachting”
Albert ging naar het conservatorium en ontmoette daar zijn vrouw. ”Door liefdesverdriet om een ander hadden de twee troost bij elkaar gezocht en mijn moeder raakte in verwachting. Mijn oudste zus Josephine werd geboren en vier jaar later kwam ik. Ik zeg altijd: “waarschijnlijk tijdens een onverwacht leuke avond verwekt”. Hoewel mijn vader een atypische jeugd heeft gehad met de nodige traumatische ervaringen is hij een wijze, sociale en humoristische man. Mijn vader is mondain en een levensgenieter met, ondanks alles, een positieve blik op de wereld. De uitdrukkingen ”Iedere dag is een taartje waard” en “pluk de dag”, heeft hij ons meegegeven. Mijn moeder was een hele geëmancipeerde en zelfstandige vrouw, sober en een afvalscheider avant la lettre. Mijn ouders pasten absoluut niet bij elkaar en na tien jaar huwelijk gingen zij uit elkaar. Ondanks alles hebben ze altijd hun best voor ons gedaan.”
“Mijn vader verhuisde naar de Wolters Heukelslaan en ik met mijn moeder en zus Josephine naar een flat in het toen al multiculturele Overvecht. Mijn vader hertrouwde met een kunstenares en mede door haar kwam ik al vroeg in aanraking met kunst en bezochten we musea. Mijn ‘brother from another mother’ Jasha werd geboren. We hadden niet alleen een naamband maar ook een bloedband. Ik was een verlegen meisje maar kon mij ook ontpoppen tot een straatvechter. Ik organiseerde van alles en had een knutselclub voor de meisjes uit mijn klas. Ik liep daar rond, zorgde voor de materialen en maakte dat iedereen het goed had met elkaar. Eigenlijk wat ik nu ook doe bij “In De Ruimte”. Na de lagere school ging ik naar College Blaucapel, een reformatorische school. Het was niet direct de keuze van mijn VPRO en NVSH ouders. Na drie jaar VWO werd mijn beste vriend destijds van school getrapt en daarna werd ik ook verzocht om een andere school te zoeken. Ze konden ook niks met mij omdat ik geen boodschap had aan de weekopeningen en vanwege de problematische thuissituatie. Door de scheiding van mijn ouders en het oorlogsverleden van mijn vader hield de problematiek van het leven mij al vroeg bezig. “Waarom leef je?”
Alleen maatschappijleer interesseerde me en godsdienst was ook wel iets voor mij geweest ware het niet dat op een reformatorische school de lessen niet waren wat ik er van verwachtte. Ik liep vast omdat er teveel spanningen thuis waren, ik had hoofdpijn en was altijd misselijk, had concentratieproblemen, sliep slecht en hyperventileerde. Daardoor kon ik in het 3e jaar plots acuut niet meer leren. Ik wilde, net als mijn zus, naar een kibboets in Israël. Mijn vader wilde me daarheen sturen en ik denk dat dat wel goed was geweest, maar het mocht niet van mijn moeder. Mijn moeder was een heel intelligente vrouw maar het ontbrak haar soms aan wat wij nu “sociaal wenselijk” gedrag noemen. Daardoor was ze verrassend assertief en dapper. Maar voor ons kinderen was dat soms een beetje gênant.”
“Ik wilde een opleiding gaan doen maar ik was een werkende jonge vrouw die het VWO niet had afgemaakt”
“Ik ging naar College De Klop en na twee jaar, ik was zeventien en zat in de vijfde klas VWO, stapte ik vol vertrouwen naar mijn mentor en kondigde aan met school te stoppen en het huis uit te gaan. Toen ik weer met zware klachten in de praktijk van de huisarts kwam, adviseerde hij mij uit huis te gaan en op yogalessen te nemen. Er waren thuis teveel spanningen. Ik vond binnen een middag een baan bij De Witte Boekenhal aan de Steenweg op de afdeling met wit aardewerk en kreeg een kamer boven wat nu “Birckenstock” winkel is (destijds Marbert). Met zeventien was ik het huis uit en verdiende mijn eigen geld. Ik had een Franse vriend in Parijs en als ik genoeg geld had nam ik de trein. Ik wilde een opleiding gaan doen maar ik was een werkende jonge vrouw die het VWO niet had afgemaakt. Tot mijn grote blijdschap werd ik aangenomen bij de HKU en volgde een opleiding tot grafisch ontwerper. Ik was mijn hele leven al bezig met letters schetsen en boekjes maken. Vormgeven, drukken en uitgeven, het zou mijn werk worden. Ik kwam de liefde van mijn leven, Leon grafisch ontwerper en typograaf, tijdens mijn tweede jaar tegen. We hebben samen WAT ontwerpers en later In De Ruimte opgebouwd en zijn inmiddels bijna 35 jaar samen. Ik woonde in Zuilen en wilde graag naar het centrum. Ik hing een briefje op bij Albert Heijn voor woningruil. Een meisje dat op de Oudegracht woonde wilde wel in Zuilen wonen en we ruilden van woning. Het bleek een gouden ruil. Later kwam Leon ook aan de Oudegracht wonen. We studeerden af en besloten voor onszelf te beginnen. Onze eerste opdrachten kwamen binnen, het lukte ons om als zelfstandigen aan de slag te gaan en we zaten al snel in een van negen tot vijf ritme. We konden het huis, met behulp van Leon zijn ouders, voor een schijntje kopen. De Oudegracht was toen niet populair en de huizen hadden veel onderhoud nodig. Mensen kwamen hier terecht omdat ze een onderneming hadden.”
“Kinderen gaan door je heen maar zijn niet van jou. Je loopt het pad met ze mee”
“Ze woonden boven de zaak, werkten hard en bouwden iets op: Swaak, van Pommeren en Punte. Er woonde toen een ander slag mensen dan nu. Hun kinderen wonen er nog wel, zij namen vaak de zaak van hun ouders over. Zo wonen wij ook nog steeds in het huis waar we zelf op kamers woonden en ons bedrijf startten. Rond mijn achtentwintigste kwam ik in een “spiri-fase”. Ik volgde verschillende spirituele opleidingen en probeerde antwoorden te vinden op het totale vragenpakket dat het leven je aanreikt. Rond mijn tweeëndertigste brak mijn meer “aardende” fase aan: ik kreeg een zoon en daarna nog een dochter. Met één kind kun je nog de wereld rondreizen, maar met twee word je een echt gezin. Kinderen gaan door je heen maar zijn niet van jou. Je loopt het pad met ze mee. Het leven ontvouwt zich opnieuw aan je. Je probeert je kinderen zoveel mogelijk geestelijke rijkdom mee te geven, leert ze zichzelf te blijven en zichzelf niet te verloochenen. Ik droeg op de middelbare school altijd een David sterretje om mijn nek, van mijn zus gekregen die in Israël was geweest. Voor mij symboliseerde die ster een deel van mijn afkomst, mijn familiegeschiedenis voor en na de oorlog. Maar op de middelbare school en door de mensen waar je mee omgaat werden Israël en mijn Joodse achtergrond zijn beladen onderwerpen. Ik deed mijn ketting af en droeg hem nooit meer. Twee jaar geleden ben ik met mijn vader naar Israël gegaan. Mijn oud-tante Talma, de volle nicht van mijn vader naar wie ik ben vernoemd, stond ons op het vliegveld Ben Goerion op te wachten. Dat was heel bijzonder. Haar moeder Louise, was ruim voor de oorlog met haar man naar Palestina vertrokken en had daardoor als enige van het gezin waar zij uitkwam de oorlog overleefd. Het was zo goed om Talma te ontmoeten en eigenlijk voelde het ook heel normaal en herkenbaar. Ik voelde het verdriet en heb hard zitten huilen toen ik alleen op mijn hotelkamer was. Mijn verdriet zat in het feit dat ik er zo lang over gedaan had om de stap te zetten naar Israël te gaan en het land en mijn familie daar te leren kennen. Dat kwam mede doordat ik totaal beïnvloed was door de negatieve berichtgeving in de media in Nederland: Israël was en is not done. Toen dat tot mij doordrong daar in Israël, schaamde ik mij voor mijzelf en mijn vermeende sociaal wenselijke gedrag: de Joodse achtergrond die ik had verloochend. Israël is, naast alle problemen, gewoon een heerlijk land.”
Hoe is het om ouder te worden?
“Ik ben niet dagelijks bezig met het verval. Mijn moeder overleed plotseling toen zij drieënzeventig was, dan heb ik nog negentien jaar te gaan. Een goede vriendin is in 2015 overleden toen zij vierenvijftig was, dat zet dan toch wel even een vlag op wat leeftijd is. Ik zit nu in een fase van diepe reflectie. Ik vind het een roerige tijd: leef ik zoals ik wil? Wil ik nog iets anders? Sinds mijn twintigste woon ik aan de gracht, ga ik nog verhuizen? Samen met Leon ben ik jong gestart, we hebben twee mooie ondernemingen opgebouwd. We hebben twee hele authentieke prachtkinderen en we hebben zoveel mensen ontmoet en zoveel inspiratie opgedaan. Wat willen we nog met het actieve leven dat we voor ons hebben?”
Wat is je geheim?
“Het leven brengt bijna dagelijks een klein cadeautje op je pad, een verrassing en soms valt het tegen wat erin zit. Hoe diep je ook zit, er kan altijd een cadeautje te vinden zijn. Vaak in de kleine dingen die de moeite waard zijn: een mooi spontaan gesprek met iemand die je nog niet kende, de slappe lach krijgen om niks, er zijn zoveel mooie kleine momenten. Ik zal een jaar of vier geweest zijn, mijn moeder liep te huilen en de sfeer in huis was stil en gespannen. Ik rende huilend de trap op naar de badkamer en keek in de spiegel en zag dat verdrietige kind. Ik kneep in mijn wangen en begon gekke bekken naar mijn spiegelbeeld te trekken. Daar moest ik toen inwendig om lachen. Ik was totaal verwonderd dat ik kon afwisselen in beleving: ik herhaalde een aantal keren het huilen en vervolgens het gekke bekken trekken, het voelde allebei even waarachtig. Ik werd mij ervan bewust dat je kunt switchen en dus kiezen.”
Yoga, bridge of tennis?
“Alles gedaan maar overal mee gestopt. Ik wandel hele stukken en we bezoeken graag steden en lopen dan de hele dag.”
Is je stijl veranderd?
“Ik vrees dat ik niet in een bepaald hokje pas qua kleding. Ik heb altijd gedragen wat ik zelf leuk vind en dat kan van alles zijn.”
Wat vind je van de Utrechtse vrouw?
“Ik associeer de term “Utrechtse vrouw” met een vrouw die hier geboren is. Je merkt meteen wanneer iemand hier echt is opgegroeid. Ze kent de stad, de oude winkeltjes en de cafés. Ze kent het “echte” Utrecht, ook de stad van voor die zich leuk “ontwikkelde”.
Aan wij geef jij het stokje door?
“Aan Saskia Coolen, een leuke inspirerende vrouw die werkzaam is in de muziek.”
*Lees hier het verhaal van Sal Joachimstal, de grootvader van Talma.
Het fotoalbum:
Wat heb ik een bewondering voor de vader van Talma, zoveel meegemaakt en dan toch je levenslust behouden.
Prachtig verhaal. Ook herkenbaar dat je niet geacht werd sympathie te hebben voor Israël. Politiek correct denken avant la lettre. Goed dat ze uiteindelijk haar eigen keuze heeft gemaakt.
“De drukkerij was niet meer van hen en iedereen was weg.” Dit verhaal toont weer eens aan hoe wij zijn omgegaan met de teruggekeerde joden. Dat vader Talma ondanks dit grote leed positief naar het leven bleef kijken, is heel bijzonder.
Iedere dag is een taartje waard. En zo is het!
Indrukwekkend verhaal. Zo kom je beetje bij beetje achter het verhaal van mensen die je al een kleine veertig jaar een paar keer per jaar tegenkomt en een middag gezellig mee zit te kletsen. Diepe bewondering!
Ik lees dit weer met veel genoegen. Hoe iemand bij alle ups and downs in het leven haar weg geeft gevonden. Mooi!
Dank je wel Talma voor je verhaal. Zo rijk en indrukwekkend en ook herkenbaar voor mij! Trauma uit verleden en familielijnen. Iedere dag een taartje waard, ’the incredible lightness of being’!
Veel liefs en goeds,
Frank
Als ik aan je moeder denk zie ik een sterke vrouw voor mij. Volksdansen en piano spelen, maar ook toen al een rijbewijs en een blauw (volgens mij) eendje! Dat vond ik heel stoer…
En goed dat je je weg hebt gevonden, dan kan je ook genieten van de kleine dingen.
Aangrijpend verhaal….
Groet aan je zus Josephine. Leerde ik kennen rond 1985/ 86 via een gemeenschappelijke vriend die net als ik van Aruba is. Zij woonde toen in de Breedstraat en heb jou en je vader ook wel een gesproken.