De keuzes van Saar Rypkema

Hoe jurist Saar Rypkema fotograaf werd: “Sjaak Ramakers zag mijn talent en werd mijn goeroe”

Saar Rypkema

In deze rubriek vragen we Utrechters keuzes te maken in hun vakgebied. Maar ook daarbuiten. Vandaag fotograaf Saar Rypkema.

Saar Rypkema, dochter van kunstschilder Nico Rypkema, maakt voor De Nuk iedere zondag een foto: haar Saarshot. Dat lijkt vanzelfsprekend maar met een studie rechten lag een loopbaan als jurist meer voor de hand. Dankzij een toevallige ontmoeting met fotograaf Sjaak Ramakers koos ze jaren geleden voor de fotografie. Sjaak leerde haar de techniek. Kijken kon ze al. Dat had ze van pa Rypkema geleerd. Niet voor niets haar favoriete kunstenaar.  

Saar Rypkema (51) geboren in de Goedestraat, groeide op in de Frederik Hendrikstraat. “Ik was enig kind, hoe dat was? je weet niet beter. Het is wat het is en wanneer je uit een gezin met twaalf kinderen komt dan wordt de vraag niet gesteld hoe het is om uit een groot gezin te komen. Ik vond het wel jammer om alleen te zijn maar als ik nu in retrospectief om mij heen kijk en zie hoe broers en zussen ruzie met elkaar kunnen krijgen… Maar het leek mij wel prettig om met iemand te kunnen “sparren”. Ik moest in mijn eentje sturing geven aan gescheiden ouders. Mijn ouders zijn gescheiden toen ik twaalf was, je leert als kind dat je geen ruzie mag maken en dat je het altijd goed moet maken.  Dan hebben je ouders ruzie en maken het niet goed. Je had toen niet zoals nu het co-ouderschap, je moest kiezen bij wie je ging wonen. Ik bleef bij mijn moeder. Als meisje was ik lief, zorgzaam en legde makkelijk contacten. Ik had veel hobby’s, te veel om alles te doen, een echt meisje-meisje, dus ik reed paard en zat op beatballet bij Penney de Jager. Zij sprak behoorlijk tot de verbeelding met haar wapperende haren bij Top Pop. Mijn droom was om in een balletpakje bij Willem Ruys over het podium te stormen.” 

“Mijn vader stond als kunstenaar achter zijn ezel dingen te doen. Vond ik niet zo bijzonder”

 “Ik zat op de Frans Hals School. Mijn moeder kwam uit het onderwijs en wilde voor mij het beste onderwijs. Het was een beetje een kakschool met veel kinderen van artsen en professoren. Maar mijn beste vriendinnetje was van juwelier Swager en de kinderen van Van Elteren de slager zaten daar ook op school. Als kind vind je alles normaal, of je vader nu arts was of kunstenaar. Mijn vader stond als kunstenaar achter zijn ezel dingen te doen. Vond ik niet zo bijzonder. Pieter d’Hondt woonde bij ons in de straat en met de kinderen van keramist Gert de Rijk ging ik ook veel om. Na de lagere school ging ik naar het Boni en daar deed ik de Havo. Ik wilde graag naar de universiteit en heb twee jaar volwassenonderwijs gedaan om mijn Vwo-diploma te halen. Na het Vwo ben ik gaan reizen.”

“Indonesië is zo’n prachtig en divers land, ik ben er wel veertien keer geweest”

“Mijn moeder is geboren in Indonesië. Thuis werd er niet veel over Indonesië gesproken, alleen mijn oma die echt als koloniaal was geboren had het nog wel eens over de baboe, de djongos en de prachtige huizen. Er waren drie landen waar ik heel graag naartoe wilde: Egypte, Peru en Indonesië. Ik ging vier maanden naar Indonesië omdat mij dat het veiligste land leek om als meisje alleen naartoe te gaan. Sindsdien is mijn liefde voor dat land nooit meer overgegaan. Het is zo’n prachtig en divers land, ik ben er sindsdien wel veertien keer geweest. Op ieder eiland is weer een andere sfeer met ander eten. In Indonesië heerst zo’n heerlijk lome sfeer. In Nederland doe je alles altijd snel en moet je van alles. Daar is het van komt het vandaag niet dan kont het morgen wel. Het is natuurlijk wel een heel corrupt land en er is veel armoede, maar de hartelijkheid in Indonesië vind ik heel aangenaam. Het was zo’n andere cultuur, een “rubberen tijd”, alles is rekbaar. Ik wijt het ook aan het klimaat hier. Wij zijn geconditioneerd om vooruit te denken en voorraden aan te leggen, maar daar kan je altijd wel een mango van de boom plukken. Misschien dat het eerste verre land dat je bezoekt zo’n indruk maakt dat het blijvend is. Ik reis veel alleen en voel me daar veiliger dan hier in Utrecht in de binnenstad. Als je je een beetje openstelt dan nemen mensen je ook vol trots mee naar bijzondere plekken. Na die eerste reis wilde ik het liefst daar blijven met een sarongetje aan. Je denkt dat je van de lucht kan leven, niet erg realistisch.”

“Mijn stage bij het overvalprogramma van Pieter Storms was hilarisch”

“Ik ging rechten studeren in Amsterdam. Dat was gewoon mijn plek niet, moest niets hebben van de jaarclubjes. Ik heb de studie wel afgemaakt maar ben in Utrecht blijven wonen. Ik studeerde af in Nederlands Recht met als specialisatie Intellectuele eigendomsrechten. Dan zit je in het auteursrecht, toen een niche. Mijn scriptie ging over de overvaljournalistiek. Ik heb stage gelopen bij zo’n overvalprogramma van Pieter Storms. Hilarisch, met scheurende auto’s voor een gemeentehuis parkeren. Er waren zelfs protocollen, wat te doen wanneer Pieter Storms bij je op bezoek komt. Wanneer je de middelen niet hebt om naar een advocaat te gaan was zo’n programma toch goed om je punt te maken. Ik solliciteerde bij kantoren die gespecialiseerd waren in intellectuele eigendomsrechten, maar ik kreeg geen voet tussen de deur en ben uiteindelijk gedetacheerd bij Rijkswaterstaat. Halleluja, één van de meest verschrikkelijke banen die ik ooit heb gehad. Het was is de tijd na de bouwfraude. Ik kreeg te maken met ambtenaren die hun eigen straatje wilden schoonvegen. Daarna kwam ik bij een bank terecht en daar had ik het leuker. Het was een bank in de problemen, de bank had lease-contracten voor aandelen uitgegeven. Mensen waren in deals gestapt met dollartekens in hun ogen. Het waren slinkse contracten die ik zelf, als jurist, ook niet begreep. Ik ben daar na drie jaar gestopt omdat ik de fotografie in wilde.”  

“Sjaak Ramakers heeft mij ongelooflijk veel geleerd. Ik noem hem mijn goeroe”

“Na mijn studie was ik met een vriendin naar Azië gegaan: India, Thailand, Laos en natuurlijk Indonesië. Ik had een kleine camera gekregen voor mijn afstuderen. Om daarmee om te kunnen gaan, volgde ik een cursus om belichting en sluitertijd onder de knie te krijgen. Eenmaal in India was het licht natuurlijk heel anders en de mensen hadden ook een andere huidskleur, dus ik had niets aan de cursus gehad. Maar door de analoge fotografie leerde ik snel en kreeg er steeds meer plezier in. Bij thuiskomst volgden meer cursussen en wilde ik naar de Kunst Academie in Den Haag of naar de Fotoacademie in Amsterdam. Tijdens een atelierroute zat ik in het atelier van mijn vader te praten met een vriendin over de  keuze die ik moest gaan maken: de fotografie een kans geven of in de juristerij blijven? In het atelier hoorden Marie-José Cools en Sjaak Ramakers ons gesprek. Zij was advocaat en haar man fotograaf. Hij gaf mij zijn kaartje en ik mocht bij hem langskomen met mijn werk. ”Als ik het niks vind dan ga ik het ook direct zeggen” Met knikkende knieën ging ik naar zijn studio, hij bekeek mijn werk en zei: Saar, je hebt talent maar de techniek heb je niet onder knie. Dat kan ik je leren”. Ik vertelde dat ik een opleiding zocht maar hij adviseerde om autodidact te blijven. Je hebt kans dat je bij een academie niet bij jezelf kan blijven. Het werd me zomaar in de schoot geworpen, een unieke kans dat hij mij wilde helpen. Portretfotografie vind ik één van de moeilijkste maar ook één van de leukste dingen. Je moet de juiste toon treffen bij iemand die niet wil, of zich niet kan ontspannen, je moet regisseren. Sjaak heeft mij ongelofelijk veel geleerd, maar hij is ook heel kritisch geweest. Ik noem hem altijd mijn goeroe. Ik ben het gewoon gaan doen: de fotografie in. Ik had geen kinderen en geen verantwoordelijkheid. Ik moest het vanuit het niets doen en gaf mijzelf een jaar. Ik kwam iemand tegen van het krantje Metro en die wilde mij wel een kans geven. Van het één kwam het ander. Ik ben in de Vingerhoed gaan werken omdat ik iets van vastigheid moest hebben. Mijn werk was blijkbaar goed genoeg, zo werkte ik ineens voor de gemeente Utrecht. Iemand fotograferen is vaak zestig procent ouwehoeren en veertig procent de foto.” 

De keuzes van Saar 

Fotograaf

“In het Joods Historisch Museum kocht ik de catalogus van de tentoonstelling Masterpieces from the Howard Greenberg Collection. Zo’n honderdvijftig foto’s uit de privéverzameling van de New Yorkse galeriehouder Howard Greenberg. Het ging om een collectie met werken van beroemde fotografen als Henri Cartier-Bresson, Edward Steichen, Robert Frank, Walker Evans en Dorothea Lange, maar ook met topstukken van minder bekende fotografen als Consuelo Kanaga en Jerome Liebling. Er is een foto die mij bijzonder trof en dat is de foto van een zwarte vrouw van Consuelo Kanaga. De eenvoud en zo mooi belicht. De prachtige kaaklijn, het zwart-wit. De collectie bestaat uit foto’s die gemaakt zijn toen de fotografie nog in de kinderschoenen stond. De fotografen hadden het oog en niet zozeer de techniek. Met mijn vader ging ik naar een tentoonstelling van Roger Ballem, een Amerikaan die in Zuid-Afrika woont. Hij fotografeert mensen met rariteiten, de foto’s geven je soms een onbehagelijk gevoel, het schuurt, maar het klopt in de uitvoering. Je kan niet stoppen met ernaar te kijken”.  

“De eenvoud en zo mooi belicht”

Kunstwerk 

“Natuurlijk het werk van mijn vader, zijn kleurgebruik en de beweging in zijn schilderijen. Door hem heb ik leren kijken. Als kind werd ik op vakantie de ene Franse kerk na de andere ingesleurd, vaak met frisse tegenzin. Maar hij leerde mij dat je iets niet altijd mooi hoeft te vinden maar dat je moest voelen wat het met je doet. Ik hou ook erg van het werk van Charles Donker, zijn werk is bijna poëtisch. Hij is voornamelijk met de natuur bezig, heel fijntjes. Ik ben ook heel dol op Rembrandt, het licht en dan vooral zijn portretten, daar heb ik als fotograaf heel veel mee. Jan Mankes wil ik ook nog noemen, een jong overleden Fries. Hij schilderde voornamelijk landschappen en dieren. De hang naar het romantische, de zachtheid en de kwetsbaarheid, dat kwam bij mij binnen, zo mooi.”

“Door mijn vader heb ik leren kijken”

Boek

“Ik ben een slechte lezer, misschien ben ik te ongeduldig om te lezen. Als ik op vakantie ben lees ik. Een boek dat mij is bijgebleven is Catch 22 van Joseph Heller.  Het gaat over de vraag wat je in een bepaalde bijna onoplosbare situatie zou doen. In dit boek gaat het over een Amerikaan die in de Tweede Wereldoorlog op een gevechtsmissie wordt gestuurd die zo gevaarlijk is dat het zijn dood betekent, maar als hij deserteert betekent dat ook zijn dood. Ik hou van boeken die je aan het denken zetten.” 

“Ik hou van boeken die je aan het denken zetten”

Film 

“Een film die je gezien moet hebben is The Life of Brian van Monty Python. Ik hou van de briljante Britse humor met de understatements. Het niet benoemen, maar wel die knipoog. In principe gaat de film over Brian, maar er worden natuurlijk paralellen getrokken met Jezus. Hoe die gasten dit hebben kunnen verzinnen? Ik heb de film wel tien keer gezien en ontdek steeds weer een nieuwe grap”. 

“Ik ontdek steeds weer een nieuwe grap”

Stad

“Ik vind Utrecht één van de leukste steden in Nederland. Utrecht is groot genoeg om nieuwe mensen te treffen en klein genoeg om je behaaglijk te voelen en niet te verzuipen. Ik was vroeger dol op Londen, had een Engels vriendje en een stad wordt altijd leuker gemaakt door mensen die je gidsen door steden die zij kennen. Daardoor kom je op plekken waar je anders een jaar over zou doen om daar terecht te komen”. 

“Utrecht is klein genoeg om je behaaglijk te voelen”

Muziek

“Gil Scott-Heron, een Amerikaanse muzikant, de grondlegger van de rap. Hij is vaak poëtisch bezig, met een beetje humor. Prachtige stem, hij begeleidt zichzelf op de piano, het is een beetje jazzy, soulachtige muziek. Ik heb vijf keer geprobeerd om naar een concert van hem te gaan en dat is niet gelukt omdat hij behoorlijk aan de dope was en weer ergens op een vliegveld in Amerika was blijven steken. Hij heeft een bijna mythisch gehalte voor mij gekregen omdat ik hem nooit live heb kunnen zien. Dan wil ik nog DJ Gilles Peterson noemen. Hij heeft een programma op de BBC en hij gidst mij door de verschillende muziekgenres heen.” 

“Hij heeft een bijna mythisch gehalte voor mij gekregen omdat ik hem nooit live heb kunnen zien”

Restaurant

“Bij Taj Mahal in de Zadelstraat kom ik al vijfentwintig jaar en bestel nooit iets anders dan Tandoori Lambchops. Wanneer ze mijn kop zien dan weten ze het al. Ik heb ook in Engeland Tandoori lambchops gegeten maar ze zijn nergens zo lekker als bij Taj Mahal. Daar kan je mij echt ‘s nacht voor wakker maken. Verder rock ik van de rog van Rick bij Madeleine. Wonderschoon, niet te droog niet te rauw. Laatst at ik rog bij Sea Salt en die was ook heerlijk. Zou de kok bij Rik in de leer zijn gegaan?”

“Bij Taj Mahal in de Zadelstraat kom ik al vijfentwintig jaar en bestel nooit iets anders dan Tandoori Lambchops”

Drank

“Ik ben een bier en wijn meisje. Karmeliet, een heerlijk maar wel zwaar biertje En chardonnay. Dat lijkt een vreemde keuze te zijn. Maar ook in chardonnay heb je een range van dikke houtgelagerde wijnen tot een frisse Chablis die ook gemaakt wordt van 100% chardonnay druiven. Ik probeer ook aan iedereen mijn smoothies te slijten. Daar doe ik van alles in wat mij lekker lijkt”.  

“Heerlijk maar wel zwaar”

Utrechter

“Imro van Hetten, aka the Ufo-piloot. Een ex-kickbokser die ergens een afslag heeft gemist en daardoor op straat is beland en zwaar verslaafd raakte. Hij zwierf over straat en ik kwam hem midden in de nacht tegen. Hij riep:”Saartje,Saartje wil je met mij trouwen?” Ik zei om vier uur in de nacht: ”Tuurlijk, ik ben nog nooit ten huwelijk gevraagd, dus kom maar door!” Vervolgens vertelde hij aan iedereen dat ik zijn verloofde was en dat is een gimmick geworden. Met Kerst dacht ik een goede daad te verrichten en ging met broodjes naar de opvang waar hij toen zat. Hij had helemaal niet in de gaten dat het Kerst was. Ik hou wel van gekke mensen. Ik weet niet hoe het met mijn verloofde is afgelopen.”

“Ik weet niet hoe het met mijn verloofde is afgelopen”

Wat zou jij doen als je burgemeester van Utrecht was?

“Amelisweerd zien te behouden, dat kleine stukje natuur wat er nog van over is. De leegstand in de winkelstraten tegengaan en ervoor zorgen dat er niet overal koffiewinkeltjes komen. Dat we niet een soort Volendam worden waar je om de drie stappen een poffertjeskraam hebt of kibbeling kunt kopen. Dat Utrecht wel Utrecht blijft met het charmante toerisme dat er nu is maar niet erger wordt zoals in Amsterdam. Dat zou de hel op aarde worden voor Utrecht”. 

Yontie Helders

14 reacties

Reageren
  1. Geweldig Sjaar, al kennen we elkaar meer dan 20 jaar wist ik ook niet alles van je.
    Kan zijn dat er een bar tussen zat😂.

  2. Leuk verhaal Saar en ik geniet elke keer van je fofo’s!
    Wat een sfeer en uitstraling laat je ons in die beelden zien! Chapeau!
    En ook Paulus Reinhard, grote vriend van Pieter, woonde bij je in de straat!

  3. We kennen elkaar niet maar heb bewondering voor je prachtige foto’s en wat een lef om je passie te volgen!

  4. Hey Ton, maar we weten ook weer andere dingen van elkaar 😉

    Dag Corrie, wat lief dat je een reactie hebt achtergelaten. We hadden ooit een ontmoeting bij van Zanen die ik heb vastgelegd.

    WMJ; spannend dat ik niet weet wie dit heeft geschreven, maar je hebt gelijk. Heeft het artikel niet gehaald maar Paulus is ook een collega/vriend van mijn vader, dus die kan ik me zeker herinneren. Dank voor de complimenten!

    Hoi Ans, leuk dat je reageert. Zeker uit onbekende hoek! Dank voor de lieve woorden.

  5. hoi Saar, leuk om meer over je te lezen, mijn moeder is ook in Indonesie geboren, (ikzelf in Utrecht, bij t ooievaartje in ’69), ik heb dus ook een grote voorliefde voor Indonesie, geen 14x haha, maar 6 of 7x geweest meen ik, ik ben ook autodidact fotograaf, grote inspirators zijn oa Salgado, Kadir v Lohuizen, ik heb t meest geleerd toen ik werkzaam was bij Hollandse Hoogte in Amsterdam, nog in het analoge tijdperk, en veel gereisd naar ZO-Azie, oa Burma.
    Gilles Peterson is ook al decennialang mijn gids qua muziek, za.middag 16u bbc radio6 is vaste prik, en uiteraard Monty Python! erg leuk om te lezen dat er iemand in dezelfde stad is met veel overeenkomstige passies! lol
    groet Werner 😉

  6. Ik heb het artikel nog niet gelezen (zit op mijn werk) maar zie je naam staan in de NUK en het grappige is dat ik vroeger, bij jullie thuis op de Frederik Hendrikstraat, vaak heb opgepast en dat we ook vaak aan het dansen waren of met de eend van je moeder aan het rondrijden waren. Je vader heb ik nog wel af en toe gesproken en gezien. Kleine wereld toch
    Groet José Schraauwers

  7. Hi Werner, wat leuk om jouw reactie te lezen! En wat een overeenkomsten. Birma staat nog steeds op mijn lijstje. Nooit van gekomen, omdat er helaas te vaak trammelant is. Mijn achterneef Sake Rypkema is er wel geweest, ook fotograaf, en heb destijds prachtige foto’s van zijn hand gezien. Smaakt naar meer. Wie weet kom ik er ooit nog een keer… ach gelukkig zijn er nog zoveel plekken de moeite waard.
    En Gilles…. Held. Altijd een feestje om zijn radioshow te beluisteren.

  8. Hi José

    Wat leuk dat jij mijn oppas bent geweest. Ik ga het navragen bij mijn moeder. Jouw naam komt zo bekend voor. De eend, hahaha, ik ben heel benieuwd wat dat voor een verhaal is

  9. Hoi Saar, leuk dat je reageert, terima kasih banyak 😉
    Volgens mij is jouw achterneef ooit vertegenwoordigd door Hollandse Hoogte, meen ik.
    Ja veel trammelant in Burma, ik was er in 1998, ik was toen ook in Indonesie, waar toen ook nogal wat trammelant was, midden Java liggen mijn roots, en die van jou?
    Ik ga over 2 maanden weer naar Indonesie, de kou ontvluchten
    groet

  10. Hoi Werner, selalu senang di Indonesia! Mijn moeder is geboren in Jakarta, toen Batavia. Maar ze was heel jong toen ze met de boot, na een aantal jaren kamp, naar Nederland terugkeerde.
    Ik hoop weer snel terug te gaan. Zou graag een keer naar Timor of Sumba gaan. Nou ja genoeg te zien en te ervaren daar. Veel plezier en geniet van de temperatuur daar.

  11. Hoi Saar, terima kasih!
    Mijn moeder (uit Semarang) is ook met boot naar nl gekomen, de Willem Ruys in 1952.
    Naar Indonesie voelt altijd als (2e)thuiskomen, ik vond vooral de allereerste keer t meest bijzonder, met enkel een oude foto op zak op zoek naar het geboortehuis van m’n moeder.
    ja de temperatuur, maar eigenlijk meer t eten hoor, en dan vooral wat in nl niet echt bestaat; masakan padang, dat is vaak t eerste wat ik ga eten haha
    😉

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *