Hoe is het nu met?

Het mooiste meisje van de stad/Mieke van Rooijen (67): “Blijf jezelf uitdagen”

Vrouwen die een jaartje ouder worden maar zich jong blijven voelen. Hoe doen ze dat? En is oud worden een straf of een zegen? Mieke van Rooijen:”Het is heerlijk, een heerlijke fase in mijn leven. Het is een tijd van oogsten.”

Mieke van Rooijen zwaait met een brede glimlach om haar mond de deur van haar huis  aan de Leidscheweg open. Die vrolijkheid houdt ze tijdens ons gesprek vast. Zoals ze mij ook zal vertellen: ”Ik ben vrij zonnig van aard. Wat er ook op mijn pad is gekomen ik heb altijd mijn positieve en vrolijke kijk op de dingen behouden.” 

Mieke geboren in Wijk bij Duurstede verhuisde vlak na haar geboorte naar Utrecht. Vader werd directeur van de SOL (de Stichtsche Oliën-en Lijnkoekenfabriek) en het gezin verhuisde naar de grote woning die bij de fabriek hoorde. “We zijn grootgebracht met de lijnkoeken”, zeggen we altijd. ”Daar kwam het geld voor ons levensonderhoud en studies vandaan”. Mieke groeide op in groot katholiek gezin met veertien kinderen. “Ik was “nummer” negen. We gingen naar de Antoniuskerk in Lombok en ik bezocht de meisjes nonnenschool. Ik was een druk kind en vandaag de dag zou bij mij ADHD gediagnosticeerd worden. De juffrouw van de lagere school kon niets met mij en bond mijn handen en voeten met een touwtje samen en plakte een reep breed plakband op mijn mond. Ik zie nog het rood met bruin en geel gevlochten touwtje voor mij. Ik pakte het positief op maar had wel het gevoel dat er iets niet klopte. Ik bleef de clown uithangen en probeerde door gekke bekken te trekken het plakband van mijn mond te krijgen. De straf werkte contra productief omdat ik al snel in de gaten had dat ik toch de hele klas op z’n kop kon zetten. Het heeft wel mijn verzet tegen autoriteit en met name het misbruik van autoriteit aangewakkerd en de rest van mijn schoolcarrière beïnvloed.”

Op de kostschool

“Ik kreeg straf, werd vernederd, voor gek gezet en van school gestuurd”

“Op de middelbare school, het Boni, bleef ik twee maal zitten: ik stond meer op de gang dan dat ik in de klas zat. Ik had geleerd hoe ik een hele klas naar mijn hand  kon zetten en de meeste leraren konden daar niet mee omgaan. Ik kreeg straf, werd vernederd, voor gek gezet en van school gestuurd. Zelfs op het Boni was voor mij geen plek, toch een redelijk vooruitstrevende school waar in de fietsenkelder werd geblowd. Ik was thuis ook een moeilijk en niet te grijpen kind. We hadden een groot gezin waar alles kon, maar er golden natuurlijk regels. Ik had een regelende en geen knuffelige moeder, een standvastige vrouw. De oplossing voor mij werd het huis uit. Ik vertrok naar een katholieke kostschool in Etten-Leur die gerund werd door oude nonnen. Mijn oudste zus zat daar ook omdat mijn vader niet wilde dat zij in de valkuil van “zorgende oudste dochter” zou trappen. Ik vond het er heerlijk, we wisten precies hoe we langs de nonnen moesten glippen en ik deed precies wat ik leuk vond. Ik heb er vriendschappen aan overgehouden die nu al vijftig jaar duren. Eigenlijk vreemd dat je zo gesegregeerd werd opgevoed: zowel in godsdienst als in geslacht. Ik ging niet met jongens om en kende eigenlijk geen niet-katholieken. Mijn vader stimuleerde ons om verder te studeren en we hebben allemaal minstens een HBO-opleiding afgerond. Ik haalde de nijverheidsacte Handenarbeid en Kinderverzorging en ging lesgeven aan de huishoudschool in IJsselstein. Dat hield ik drie jaar vol, ik kon het goed vinden met de leerlingen maar de structuur van de school paste absoluut niet bij mij. Ik kwam in het welzijnswerk terecht en werkte bij buurthuizen. We bevonden ons in een opbouw fase en ik organiseerde thema-avonden en naai-en taallessen voor buitenlandse vouwen. Zelf volgde ik opleidingen die bij mij pasten en ik bleek goed te kunnen organiseren. Ik ging steeds meer coördineren, regelen en begeleiden en zou dat de rest van mijn werkzame leven blijven doen. Ik ging trainingen verzorgen bij Vormingscentrum Trijn van Leemput. Mensen met een uitkering of mensen die vastgelopen waren in hun leven probeerden we weer op een ander spoor te krijgen. Wat kan ik wel en niet wat kan ik niet, was mijn uitgangspunt. Inmiddels was ik getrouwd en hadden we een dochtertje van twee jaar oud. Ze was een heel gemakkelijk kind en we vonden het leuk om nog een kind te krijgen. Tijdens mijn zwangerschap leek het echter een tweeling te zijn maar bij de bevalling bleek het een drieling! Ik nam een jaar onbetaald verlof en het werd hard aanpoten, ik werd geleefd. Het was een periode van eten, aandacht en veel liefde geven. Ik had wel hulp van mijn negen zussen en zij zorgden ervoor dat mijn man en ik tweemaal per jaar samen een weekje weg konden.”

Marieke met haar klas

“Na mijn burn-out bedacht ik, wat wil ik en wat kan ik?”

“Toch ben ik mijzelf voorbij gerend, ik dacht dat ik onvermoeibaar was en kreeg een burn-out toen de kinderen in de pubertijd waren. De kinderen zochten ook de grenzen op net zoals ik dat zelf ook deed, maar ik kon de grenzen niet aangeven zoals mijn moeder dat kon. Het is allemaal goed gekomen en het zijn nu leuke sociale mensen die niet alleen voor zichzelf leven maar ook voor anderen. Na mijn burn-out bedacht ik, wat wil ik en wat kan ik? Ik besloot een uitvaart-opleiding te gaan volgen. Ik had gedacht dat mijn leeftijd een pré zou zijn, maar in de uitvaartbranche zat men niet te wachten op iemand van vijftig. Ik kwam niet aan de bak en besloot mijn eigen uitvaartonderneming op te richten: Avalon. Ik kan snel contact maken met mensen en probeerde een zo mooi mogelijke uitvaart te organiseren waar de nabestaanden, naar eigen kunnen, ook een rol in konden spelen. De vrouw die niet voor een groep durfde te spreken toch zo ver krijgen dat ze een kaars aanstak. Mensen die achteraf trots waren op iets wat ze gedaan of gedurfd hadden, net buiten hun comfortzone. Een uitvaart blijft iets wat je niet over kunt doen en achteraf spijt hebben van iets wat je had willen zeggen, zingen of spelen mag er niet zijn. Mensen zijn heel kwetsbaar en naakt als iemand is overleden, woede en verdrie overheersen. Ik heb altijd met mensen gewerkt en maar heb mensen op een andere manier leren kennen, tijdens de uitoefening van dit prachtige beroep.”

“Het is een groot tegenwicht tegen alle xenofobe uitingen van de laatste tijd”

Toen ik tweeënzestig was werd bij mij baarmoeder geconstateerd, ik genas en toen waren we op een punt: hoe verder? Ga ik door? Of gaan mijn man en ik ook nog wat dingen samen doen? Ik verkocht Avalon en het voorzitterschap van de Vrienden van Taal Doet Meer kwam op mijn pad. Samen met duizend vrijwilligers, van alle leeftijden, zorgen wij ervoor dat Utrechters kunnen meedoen in de samenleving door de Nederlandse taal te leren. Door heel Utrecht, in scholen, bibliotheken en moskeeën worden de lessen al veertig jaar gegeven. Het is een groot tegenwicht tegen alle xenofobe uitingen van de laatste tijd. We krijgen geen vaste subsidie, maar soms per project geld van de gemeente. Voor vijf euro per maand kun je al donateur worden. Ook ben ik vrijwilliger bij het Alzheimerkoor. Samen met hun mantelzorgers kunnen mensen met Alzheimer zingen. We hebben grootouders met kleinkinderen, tantes met hun nichtjes en buurvrouwen. Eenmaal per week zingen we en dat kan van alles zijn. Van opera tot Louis Davids , iedereen kan liedjes waar hij of zij van houdt of hield inbrengen.”

Hoe is het om ouder te worden? 

“Heerlijk, een heerlijke fase in mijn leven. Het is een tijd van oogsten, je inkomen is verzorgd en de kinderen hebben hun weg gevonden. Je kunt dingen doen waar je goed in bent en die je leuk vindt. Je lichaam wordt wel ouder maar daar kun je ook van alles aan doen.  Naarmate ik terugkijk op mijn leven en het nest waar ik in opgroeide besef ik mijn dat normen en waarden belangrijk waren. Maar we hebben ook alle kansen gekregen en daar ben ik dankbaar voor. Een dergelijk besef en de kansen hebben we onze meisjes ook willen geven. We zijn zwaar in het geloof opgevoed, maar hebben het allemaal losgelaten. Volgend jaar zijn we met elkaar duizend jaar en dat gaan we vieren. We leven allemaal nog en zijn een erg hechte familie. We vieren onze verjaardagen met elkaar en hebben nog altijd honderd dingen te bespreken.”

Wat is je geheim? 

“Blijf jezelf uitdagen. Als ik iets niet kan dan zet ik mijn tanden erin en wil ik toch slagen. Ik heb zelf initiatieven genomen om mijn leven te veranderen. En natuurlijk mijn opgeruimde gemoed: ik ervaar dat als een zegen. Wanneer je tobberig van aard bent levert dat veel meer strijd op. Het leven is al moeilijk genoeg en mijn vrolijkheid heeft mij door heel veel heen geholpen”. 

Tennis, bridge of yoga? 

“Klaverjassen! Eenmaal in de maand met mijn zus en twee broers en soms organiseer ik een familie- klaverjas toernooi. Ik wandel en heb veel gezwommen. We fietsen, laatst nog een rondje Nederland en we willen binnenkort naar Zuid-Frankrijk fietsen. Ik heb ook een creatieve kant, ik schilder, teken en kan boetseren, maar ik ben niet gedisciplineerd genoeg om mij eraan over te kunnen geven.” 

Is je stijl veranderd? 

“Ik ben mij beter gaan kleden en meer gaan verzorgen. Ik loop ik niet meer in flodderige dingen, in de zeventiger jaren maakte het niet uit wat je aantrok en of je je benen en oksels schoor. 

Wat vind je van de Utrechtse vrouw? 

‘’Ik ben zelf een Utrechtse vrouw en mijn moeder kwam uit Ondiep. De zussen van mijn moeder waren allemaal “stevige”, sterke dames. De Utrechtse vrouw is recht voor zijn raap, maar als je hun hart weet te treffen dan heb je ze. En als je ze hebt dan heb je ze ook.”

Aan wie geef jij het stokje door? 

“Aan Marie-José Wessels. Zij is beeldhoudster en ik ken haar al vanaf het Boni. Ik ben haar weer tegengekomen toen zij mij bij de GGD de prikken gaf die ik nodig had voor een reis naar Oeganda.”

Bladeren door het familiealbum.

Familieportret
Dochters toen
Dochters nu
Het gezin Lizé
Broer en zussen nu

 

Yontie Helders

Eén reactie

Reageren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *