Hoe is het nu met?

Het mooiste meisje van de stad/Marianne Baghuis (73): Tekenen én dansen

Foto links: Sjaak Ramakers

Vrouwen die ouder worden maar zich jong blijven voelen. Hoe doen ze dat? En is oud worden een straf of een zegen? Marianne Baghuis:” Ik pluk weinig vruchten van het ouder worden, misschien een paar oude appels en peren.” 

Mariannne Baghuis, geboren in de Molièrelaan in Oog in Al, verhuisde toen zij een jaar oud was naar Eindhoven. Ze groeide op als middelste kind in een gezin met vijf kinderen. Vader was technisch adviseur hydrauliek maar ook musicus. Moeder, dochter van kunstschilder Vergeer, had het talent van haar vader geërfd. Marianne en haar zusje erfden op hun beurt het talent van hun moeder en haar broers het talent van hun vader. Na Eindhoven verhuisde het gezin naar Best en daarna naar Den Bosch, waar Marianne naar de middelbare school ging. Vervolgens ging zij naar de academie in Tilburg waar zij de opleiding tot tekenleraar volgde. ”Een hele brede opleiding waar vijftien vakken werden gedoceerd: van boetseren tot portrettekenen, van modeontwerpen tot kalligrafie. Na de academie ging ik op vakantie naar Spanje en toen ik thuiskwam had mijn moeder een vacature voor mij gezien op een school in Almelo. Na een jaar in Almelo, of all places, vond ik een baan op het Bonifatius in Utrecht. Ik pendelde heen en weer tussen drie verschillende locaties en na dat cursusjaar vond ik een baan op de IVO-mavo in Hoograven. De directeur was Herman Passchier, een vooruitstrevend leidinggevende die het fenomeen leerlingenparlement in het leven riep.

“Mijn zusje en ik dansten vroeger de flamenco tussen de schuifdeuren”

Op deze school was een invaller voor wis-natuur-en scheikunde. We werden verliefd en in 1973 trouwden we. Wij zeiden het onderwijs vaarwel. Mijn man ging weer studeren en ik ging naar Artibus. We kregen onze eerste dochter in 1977 en onze tweede in 1980. Ik bleef thuis om voor de kinderen en het huishouden te zorgen. Om de huur te kunnen betalen begon ik portretten te tekenen van dierbaren en vrienden. Dankzij de opleiding in Tilburg beheerste ik die techniek. Rond mijn veertigste kreeg ik veel last van mijn rug en vond dat ik meer moest gaan bewegen. Een kennis wees mij op een open dag van Het Dansend Hart en kwam ik in contact met het flamencodansen. Mijn zusje en ik dansten vroeger de flamenco tussen de schuifdeuren, niet dat wij er ook maar iets van konden, maar die dans heeft ons altijd gefascineerd. Topdanser Rini Kersten gaf de lessen maar het was moeilijk om een vaste locatie voor de school te vinden. Aan de Nieuwe Gracht klaagden de buren, in de Twijnstraat zaten we onder een uitvaartcentrum en mochten we niet meer stampen. En in het gebouw van de vereniging naast Cartouche, kwam door ons gestampt de stucwerk van het plafond. In Sterrenbos, vonden we een onderkomen en de school groeide uit tot tweehonderd leerlingen. Na vier jaar moest dit gebouw wijken voor de Rechtbank en we vonden een nieuwe, meer definitieve plek, in de Catharijne Steeg. Flamenco Utrera del Norte, zou uitgroeien tot de grootste flamencoschool benoorden de Pyreneeën.  Er werden workshops gegeven en ik maakte schetsen van de dansers en danseressen tijdens hun optredens. Rini had de eerste keuze en deed de gastdansers een tekening cadeau. Alles ging met gesloten beurzen, maar ik kon weer een half jaar gratis dansen. Het dansen groeide uit tot een enerverende hobby”.  

In 1985 schreef de gemeente Utrecht een prijsvraag uit voor het opknappen van de speeltuin De Kleine Dom. Marianne deed mee en ze besloot een muurschildering te maken. Ze vroeg omwonenden en vrienden om restjes verf. “Ik kreeg niet zoveel verschillende kleuren zodat de zee nogal somber werd, maar wel met hele mooie wolkpartijen. Ik won de eerste prijs van vierduizend gulden en met een bus vol kinderen gingen we naar de Efteling. Van de rest van het geld kochten we materiaal voor de speeltuin. In 2008 en 2010 werden mijn kleinkinderen geboren en een paar jaar later ging ik nu met hen naar de speeltuin. Ik zag dat mijn muurschildering wel erg vaal was geworden, we hadden natuurlijk geen verf voor buiten gebruikt. Ik besloot hulp te vragen met schilderen en met geld.” Marianne schreef een loterij uit: voor vijf euro per lot kon je kind, als je een prijs won, op de muurschildering vereeuwigd worden. Zes kinderen werden de gelukkigen: twee van de beheerder, drie van de buurkinderen. “Gelukkig ook een kind uit Zuilen, want men dacht aan doorgestoken kaart.”

Marianne kon het niet laten om ook haar eigen kleinkinderen af te beelden, zij kregen een plekje bij de vriendelijke draken die zij op een andere muur bedacht. “Ik vroeg jongens om de grote ondervlakken over te schilderen en zelf schilderde ik  van begin september tot eind oktober 2013 de hele zee over. De Verfkampioen op de Rijnlaan die grote potten verf cadeau deed, heb ik bedankt door hun naam te vermelden op een reclamedoek dat door een vliegtuigje wordt voortgetrokken af te beelden. In 2014 heb ik het zwembadje in de speeltuin aangepakt en schilderde daar tropische vissen in.  

“Schilderen is een eenzaam avontuur, daarom teken ik graag portretten”

In 2009 was mijn zus van de trap gevallen en werd hulpbehoevend. Ik werd daar zo door geraakt dat ik iets zinvols wilde doen. Ik besloot ouderen in het Bartholomeus Gasthuis schilderen tekenlessen te geven en niet veel later kwamen daar ook de zusters Augustinessen bij. Ik gebruik toegepaste technieken, ik maak sjablonen die ingekleurd moeten worden en daarbij moet dan zelf iets getekend worden: “Een beetje van jezelf en een beetje van Maggi”. Ik maak een douche in perfectief, maar mijn “leerlingen” moeten daar dan de tegels in tekenen. Bloemen, bomen of het motief van het etensbord uit hun jeugd. Ik leer kijken naar de lucht: houdt je hoofd schuin als je schakeringen van de lucht wilt ervaren. Ik houd van humor in mijn werk en maak soms veredelde Sinterklaas surprises. Voor mijn tandarts Bolhuis, waar ik altijd een beetje bang voor was, maakte ik een rond miniatuurhuisje. Hij heeft daar zo om moeten lachen dat hij zijn norse uitstraling verloor en ik nooit meer pijn heb gevoeld bij de tandarts. Voor een vriendin in Londen die ieder jaar haar verjaardag groots viert decoreer ik altijd de taart: haar man als naakte “Penseur” van Rodin of hun sterrenbeelden minutieus getekend. Voor het Barthelomeus maakte ik een wandschildering met mantelmeeuwen, dat hoef ik niet uit te leggen, vrijheid in de zorg is hun motto. Architectonische kunst zijn de versieringen van een gebouw, mijn portretten zijn alle versieringen van de mensen. Schilderen is een eenzaam avontuur, daarom teken ik graag portretten.” 

Hoe is het om ouder te worden? 

“Ik ben er niet zo heel erg blij mee! De teken en schilderlessen op het Barthelomeus en bij de zusters zijn een mooie opstap om de ouderdom te leren kennen. Ouderdom komt met gebreken, familie en vrienden vallen weg, we maken veel verdrietige dingen mee. Ik pluk weinig vruchten van het ouder worden, misschien een paar oude appels en peren. Samen ouder worden is gecompliceerd, het loopt ook niet synchroon. We horen allebei slecht en een het ongemak ligt op de loer. We wonen nu al ruim veertig jaar op de Donkere Gaard en hebben de buurt zien veranderen. Van een straatje met winkeltjes naar een straat met bijna alleen maar horeca en dat geeft de nodige overlast. Houdt de binnenstad bewoonbaar voor de bewoners en neem hen niet van alles af.” 

Wat is je geheim? 

“Bezig blijven en niets met tegenzin doen. Ik heb mijn vrijwilligerswerk zelf gecreëerd, het is vlakbij mijn huis en daardoor blijft het goed te doen. Mijn man heeft een nieuwe heup en daarom moet hij veel wandelen, dan vergezel ik hem en verbazen wij ons over de platanen aan de Singel die zo uitgedund zijn door de droogte van vorig jaar zomer. Ik ga tweemaal per week naar gym en in plaats van flamenco dansen ben ik flamenco gaan zingen. Wel een beetje gecompliceerder omdat je niet meer kunt schmieren, door een foutje te verbergen met je rok. Verder halen we iedere week onze kleinkinderen uit school en brengen ze naar Zeist. Ik kook dan en geniet van de kinderen die het zijn. Ik heb altijd gezegd geen vaste oppasdag, maar in geval van nood ben ik er. Nou de praktijk is weerbarstiger gebleken en ik zou mijn dag niet meer willen missen. 

Is je stijl veranderd? 

Ik koop veel tweedehands, ik hou niet van voorgeschreven mode. Ik trek aan wat op dat moment bij mijn stemming past. 

Yontie Helders

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *