Hoe is het nu met?

Het mooiste meisje van de stad/Jennemieke van der Schoot-Vos: Hoogvlieger

Een serie over inspirerende Utrechtse vrouwen die een jaartje ouder worden. Jennemieke van der Schoot-Vos: “Ik leef erg in het nu, zonder wrok, geen gedoe en er is altijd wel iets om te vieren.”

Jennemieke zag ik regelmatig in het park met haar Akita wandelen. Van een gesprek kwam het nooit. Toen haar man Gerrit Vos voor De Nuk over zijn mooiste plek vertelde, kwam ze weer in beeld.  Jennemieke heeft ook een mooi verhaal, werd mij verteld. En dat bleek te kloppen. Ze is het laatste mooiste meisje van De Nuk. Na 101 afleveringen met inspirerende Utrechtse vrouwen sluiten we de serie af. Maar er is goed nieuws. Een selectie van de verhalen wordt in boekvorm uitgegeven.

Jennemieke van der Schoot-Vos (48), geboren in Tilburg, verhuisde na een paar jaar naar Huijbergen en daarna naar Hoogerheide, beide plaatsen in de buurt van Bergen op Zoom. ”Ik ben de oudste van vier kinderen, met mijn zusje scheel ik tweeëneenhalf jaar en met mijn broertje vijf jaar. En heel bijzonder, ik heb een halfbroertje dat precies 20 jaar jonger is. Mijn ouders zijn gescheiden toen ik een jaar of twaalf was, het was een lang proces. Mijn vader vond een andere vrouw en dan is er één te veel in een relatie. Mijn moeder raakte verbitterd en is dat nog steeds als het om dat huwelijk gaat, al zijn we zoveel jaar verder. Zij bleef met drie kinderen achter, hoewel ze positief ingesteld was schoot de scheiding haar in het verkeerde keelgat.”

Als kind al achter het stuur

“We hadden niet gedwongen moeten worden om te kiezen”

“Voor ons kinderen was het lastig om tussen twee ouders te moeten kiezen. We hadden niet gedwongen moeten worden om te kiezen, vooral voor mijn jongere zusje en broertje was dat moeilijk. Ik was al wat ouder en ging wel bij mijn vader op bezoek, ik vertikte het om te kiezen. Ik bleef heel erg bij mijzelf en deed waar ik zin in had. Toch heb ik een fijne jeugd gehad, mijn ouders bleven hun best doen om ons alles te geven. Ik was een heel ondernemend kind, lief en leuk en geen echt lastige puber. Ik ging naar het gymnasium, bleef in de tweede en in de vierde klas zitten, door de perikelen rond de scheiding. Mijn vader had een appartement in Bergen op Zoom en was veel weg. Ik logeerde daar, ik was een echt papa’s kind, en had het rijk alleen, mijn moeder had geen vat meer op mij. Zij was zelf docent Nederlands op een andere school en hoorde van collega’s hoe het met mij ging. Er is nog even sprake geweest van een kostschool voor mij, maar het werden mijn oom Berend en tante Janike in Veghel.”

“Ik was een half jongetje, hield van brommers en auto’s, maar hield mij verre van drank en drugs”

“Ik ging halverwege het jaar van het gymnasium af en had bij mijn oom een tante een eigen plek en deed mijn eigen ding. Ik was een half jongetje, hield van brommers en auto’s, maar hield mij verre van drank en drugs. Ik trok veel met jongens op maar vooral met één in het bijzonder: Timo. Wij deden veel samen en onze band werd steeds steviger. Ik haalde zes deelcertificaten en mijn auto en motorrijbewijs. Om dit te bekostigen werkte ik in de horeca, in een koekjesfabriek en deed catering op locatie. Maar ik moest toch verder leren, ik wilde mij niet committeren aan een jarenlange studie en mijn moeder suggereerde dat Schoevers wel iets voor mijn zou kunnen zijn. Ik vond een kamer in Utrecht en ik ging dood op de opleiding. Ik paste daar niet: een meisje op een motor met bebop haar en stoere laarzen. Met Kerst ging ik van de opleiding af, maar ik wilde wel mijn ouders het schoolgeld terugbetalen.

Timo deed eindexamen en om geld te verdienen werkte ik in de horeca en reden we als chauffeur met een kleine vrachtwagen naar Italië. Tegelijkertijd verbouwden we ons huis in Utrecht. We besloten om samen te gaan wonen, mijn ouders waren daar niet direct gelukkig mee maar moeder kocht voor mij toch een servies en mijn vader steunde mij. Ik wilde mijn vrachtwagenrijbewijs halen, maar de vriendin van mijn vader opperde stewardess. Bij Transavia zocht men zomerstewardessen en ik bleek het vliegen heel erg leuk te vinden. Ik had horeca ervaring en vanuit de catering wist ik wel hoe ik er representatief uit moest zien. Transavia breidde de vloot uit en voor de nieuwe toestellen had men leidinggevenden nodig. Op mijn vijfentwintigste werd ik purser, ik kon streng zijn, ging niet mee in het “populariteitsverhaal’’ en kon oplossingen bedenken wanneer er echt iets aan de hand was.”

Met Timo en Laurie

“Waarom zou ik niet zelf gaan vliegen? Ik besloot aan de ATPL vliegopleiding te beginnen”

“Ik heb altijd “jongensvrienden” gehad, ik kon het goed vinden met de mannen in de cockpit en zag hun werk. Waarom zou ik niet zelf gaan vliegen? Ik besloot aan de ATPL vliegopleiding te beginnen en mijn theorie examen te gaan halen en zelf te gaan vliegen. Maar daarvoor moest ik wel mijn wiskunde en natuurkunde bijspijkeren. Op de middelbare school waren die exacte vakken niets voor mij, maar opeens snapte ik het. Ik vloog overdag in de cabine en na de debriefing ging ik naar de ATPL theorieles. Tussendoor deed ik nog modellenwerk, ik vloog zelf in een Cessna, ik had toen zo veel energie. Ik haalde mijn theorie op de BCA en toen moest ik mij gaan richten op het commerciële CPL brevet. Ik moest steeds meer uren gaan maken in de cockpit, maar door de schittering van de zon, het dragen van de zonnebril en vooral de headset, kreeg ik hoofdpijnaanvallen. Ik mocht niet meer vliegen en werd afgekeurd een half jaar voordat ik mijn opleiding zou hebben afgerond. De euforie na het halen van mijn theorie en mijn PPL (private pilot license) werd een deceptie. Ik kreeg van Transavia de kans om voor operations te gaan werken en die kans greep ik met beide handen aan. Vanwege mijn praktijkervaring als purser in de cabine en mijn theorie studie voor verkeersvlieger alsmede mijn eigen vlieguren had ik een goede basis en ging de verantwoordelijke baan mij goed af. Maar met mijn tomeloze energie wilde ik er toch iets bij gaan doen. Mijn vriendin Blanche had een winkeltje in de Twijnstraat “De Sprookjestuin” waar zij spullen verkocht die zij in Nepal inkocht, waar we samen heenvlogen.”

In de cockpit

“Er ging bij mij een tweede “luikje” open: dat van zelfstandig zijn”

“Blanche was klaar met de winkel en omdat ik bij operations op onmogelijke tijden werkte en veel vrij had, besloot ik de winkel over te nemen. Er ging bij mij een tweede “luikje” open: dat van zelfstandig zijn. Ik besloot om helemaal voor het ondernemerschap te gaan. Maar toen stapte Timo op, hij wilde ”het met een ander gaan proberen”. Ik begreep het niet en was volledig van het pad. We hadden net samen een nieuw huis met grote garage voor alle motoren en mijn droomauto, een zwarte Porsche, gekocht. We waren zo’n harmonieus stel en altijd elkaars maatjes geweest. Maar toen was mijn moeder er voor mij, zij begreep hoe ik mij voelde, zij had hetzelfde meegemaakt. Na een aantal maanden realiseerde ik mij dat ik deze man niet kwijt mocht raken. We hadden zoveel samen meegemaakt. We moesten onze relatie op een andere manier invulling geven. We konden toch als vrienden met elkaar omgaan? Het was 27 december 2005 dat ik een catering-klus had gedaan bij de Sterrenwacht en we nog even een drankje gingen drinken met het personeel in “De Kneus”. Er kwamen twee vrolijke figuren binnen en één van hen, Gerrit Vos, kwam mijn kant op. “Ik wil even een gesprekje met het leukste meisje van de kroeg”, zei hij. Even later voegde hij daar aan toe, ”als je het gesprek voort wilt zetten dan heb je hier mijn nummer.” En vervolgens gaf hij mij een bierviltje met zijn naam er nummer. Ik vierde Oudejaarsavond met Timo en een paar vrienden, we hadden een bewogen jaar achter ons gelaten.”

Met Gerrit, 2019

“We zijn nooit meer uitgepraat geraakt en na vier maanden vroeg ik Gerrit ten huwelijk”

“Timo ging verder naar vrienden op ’t Wed en later vertelde hij dat een vreselijk leuke avond had meegemaakt met een geweldige gastheer, ene Gerrit. Dat was “mijn Gerrit” van het bierviltje. Ik besloot hem te bellen. “We gaan nu koffie drinken, ik weet waar je woont”, zei ik hem. We zijn nooit meer uitgepraat geraakt en na vier maanden vroeg ik hem ten huwelijk. In 2006 zijn we in Zwitserland getrouwd. Ik vond het heerlijk om het hele gebeuren te organiseren, dat is echt mijn ding. Het was voor het eerst dat mijn ouders samen in één ruimte waren. Mijn moeder vertrok direct na de plechtigheid, maar wel nadat we samen op het plein van het stadhuis champagne hadden gedronken, zo diep zat het vertrek van mijn vader nog bij haar. Ik verkocht “de Sprookjestuin” en vloog nog een paar jaar bij Martinair.”

Als stewardess bij Martinair

“Gerrit is van huis uit interieurarchitect en hij introduceerde mij in de wereld van design en meubels. Deze wereld beviel mij en ik besloot design meubels te gaan verkopen. Zo ontstond mijn samenwerking met Gerrit en zijn ontwerpstudio. Hij ontwierp en ik richtte de projecten in. Boven aan de Oudegracht had ik mijn zaak Wonders en in de kelder had Gerrit zijn studio. We vonden ons huidige pand in de Domstraat, de compagnon van Gerrit stapte uit de studio en ik stapte erin en werd mede-eigenaar. Workshop of Wonders, van het ontwerp van het interieur tot de inrichting, van conceptvorming tot nazorg. Ik ben bijzondere stoelen gaan verzamelen en zo ontstond de Design Chair Gallery. Timo was inmiddels getrouwd en woonde in Londen en wij groeiden weer naar elkaar toe, de frequentie van onze bezoeken ging omhoog, we waren elkaars “maatjes”. Gelukkig begrepen Gerrit en Timo’s vrouw Laurie dat ook. Timo werd ziek en ook ik mocht hem mede-verzorgen tot aan zijn overlijden. Ik ben zo dankbaar dat Gerrit dat zo goed begreep. Vriendschap kun je nu eenmaal niet uitvlakken”.

Met haar Akita

Hoe is het om ouder te worden?

“Echt ouder worden daar ben ik nog niet, maar ik ben wel zo ver dat het voor mij een mooi avontuur is. Ik kijk nu al terug op een vol en avontuurlijk leven dat ik heb gehad. Ik leef erg in het nu, zonder wrok, geen gedoe en er is altijd wel iets om te vieren. Ik kan reikhalzend uitkijken naar wat er komen gaat, misschien wel een “buitenhuisschuur”, waar we de rust kunnen opzoeken. Ik zie mijzelf daar zitten met Gerrit.”

Wat is je geheim?

“Humor en relativeren en een lach op je snoet toveren. Je ziet er toch anders uit met een lach om je mond, je voelt je ook anders. Mijn geheim is ook mijn instelling, voor alles is een oplossing. Dat heb ik geleerd toen ik vloog, je moet in mogelijkheden leren denken en de glimlach aanzetten.”

Waar ben je over tien jaar?

“Ik heb dan mijn stoelengalerie neergezet in het midden van het land en die is heel succesvol. Tegelijkertijd zijn we ook bezig met het ontwerpen en inrichten van grote projecten. Bijzondere hotels, restaurants en bijzondere woningen. Zo zijn we nu bezig met een hotel in Hoofddorp het was een oud kantoorpand, nu is het The Florian. Het concept is avontuurlijk en gericht op millenials. De hospitality-hoek past bij mij: ik organiseer graag en weet wat gasten graag willen.”

Is je stijl veranderd?

“Ik was dat meisje met stoere, stevige laarzen. In mijn werk als stewardess en in de catering moest ik mij representatief gaan kleden, maar ondertussen sleutelde en kluste ik aan motoren. Nu heb ik een eigen bedrijf en bij openingen wil ik er graag representatief uitzien. Ik heb nu wel een eigen stijl ontwikkeld maar mijn hoed is altijd gebleven. Ik draag graag de vintage kleding van mijn moeder en schoonmoeder, zoals ik toen ik in de twintig was de pakken van mijn vader droeg, en merk dat ik het vertrouwde heel leuk vind. Ik heb een hekel aan winkelen en als ik echt iets nodig heb dan ga ik naar “Styled by Juuls”, zij weet precies wat bij mij past.

Tennis, yoga of bridge?

“Ik heb veel getennist en speelde competitie. Ik deed aan judo, ik zwom en skiede. Ik was zelfs Nederlands Kampioen op de borstelbaan. Nu begin ik aan yoga, ik zoek heel bewust rust want dat hoofd gaat maar door. Ik wandel, meestal alleen maar soms met mijn nooit-weg-geweest-alles-vriendin Ingrid, uit Huijbergen. Zij is altijd in de buurt gebleven voor de broodnodige reflectie. De hond gaat altijd mee, dat geeft mij ontspanning en ruimte en die tijd voor mezelf voelt als luxe. Ik heb de Vierdaagse gelopen en de Kennedymars, dat is tachtig kilometer die je binnen twintig uur dient te lopen. Lopen geeft mij de gelegenheid om over dingen na te denken.”

Wat vind je van de Utrechtse vrouw?

“ De vrouwen die ik ken zijn geen “echte” Utrechtse vrouwen, ze zijn hier vaak komen wonen om te studeren en na hun studie hier gebleven. Ik ken veel ontwerpers, creatieve en zelfstandige zakenvrouwen die met hun bedrijven (inter)nationaal hebben weten door te breken. Dat vind ik heel bijzonder

Yontie Helders

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *