Hoe is het nu met?

Het mooiste meisje van de stad/Margriet Jongerius (64): te aardig voor de politiek

Vrouwen die een jaartje ouder worden maar zich jong blijven voelen. Hoe doen ze dat? En is oud worden een straf of een zegen? Margriet Jongerius: “Het gaat snel, ontzettend snel. Maar ik merk dat het ook erg leuk is om ouder te zijn.”

Het was de eerste politica die ik voor mijn rubriek “Het Mooiste Meisje” zou interviewen. Ik verwachtte een wat zakelijke benadering van haar verhaal met weinig emotie en woorden gewogen op een goudschaaltje. Het liep heel anders. Margriet Jongerius bleek een hartelijke, warme vrouw, die de zaken niet verbloemde. Het werd een openhartig verhaal waaruit blijkt dat Margriet eigenlijk veel te aardig is voor de politiek. 

Vader Jongerius groeide op als oudste zoon in een Katholiek gezin met twaalf kinderen aan de Laan van Soestbergen. Moeder in dezelfde straat in een gezin van zes kinderen. “Vader en moeder scheelden een week, ze groeiden samen op, trouwden, kregen kinderen en bleven een leven lang bij elkaar. Moeder overleed twee weken na mijn vader. Mijn moeder was de enige van haar familie die “doorleerde”. Zij werd onderwijzeres en toen zij met mijn vader trouwde moest zij, zoals toen gebruikelijk was, haar baan voor de klas opgeven. Vader had een stuk grond in de Meern in het Strijkviertel weten te bemachtigen waar hij een tuindersbedrijf wilde beginnen. Er stond een huis dat door twee families werd bewoond en daar zat mijn moeder, toch een vrouw van de wereld, met de buurvrouw als enig contact. De grond bleek niet geschikt voor tuinbouw: de klei te hard en het bedrijf was niet rendabel te krijgen. Inmiddels waren er acht kinderen en gelukkig kon vader Jongerius bij de gemeente Utrecht als opzichter van de plantsoenendienst aan de slag. ”Ik was het vijfde kind “de oudste van de jonkies” en herinner mij een jeugd buiten: in bomen klimmen, spelen in de zandbak en op de schommels die mijn vader had gemaakt, maar ook schooltje spelen.”

“Moeder was degene die ons thuis altijd aan het onderwijzen was”

“Op zondag op bezoek bij de opa’s en oma’s waar we onze neefjes en nichtjes ook zagen. De familie was inmiddels flink uitgebreid en we trokken veel met elkaar op. Het was niet meer dan normaal dat je voor elkaar zorgde en elkaar hielp. Mijn moeder was de organisator en zij trad op wanneer er opgetreden moest worden. Mijn vader was een lieve en zorgzame man, als oudste kind altijd gewend om de kleintjes te helpen. Moeder was ook degene die ons thuis altijd aan het onderwijzen was. Ze lette erop dat wij op de lagere school in de goede groep kwamen, die waar Frans en Engels werd gegeven en werd voorbereid op het toelatingsexamen. We hebben dankzij haar allemaal de middelbare school doorlopen en zijn allemaal gaan studeren. Niemand van ons volgde een B-studie, we kozen eigenlijk allemaal iets in de sociale sector, het onderwijs of een andere A-richting. Inmiddels kon mijn moeder wel af en toe invallen op verschillende lagere scholen. Ik vond mijn moeder op haar leukst wanneer zij kon werken, dan kon zij de zorg voor en het onderwijzen van haar kinderen even los laten.”

Klassenfoto van het Niels Stensen Collega. Tweede rij rechts Margriet.

“Blijf altijd werken, al is het maar voor een paar uur in de week”

“Mijn broers en zusjes, neefjes en nichtjes gingen allemaal naar het Boni, maar ik wilde als enige naar het Niels Stensen College om even iets buiten mijn familiekring te doen. Het was een beetje alternatieve school met een dito docentencorps waar erg veel werd georganiseerd. Na het Atheneum koos ik voor een studie Andragologie aan de Universiteit Utrecht. Ik kwam met een andere milieu in aanraking en in het studentenhuis waar ik woonde merkte ik dat het zorgen voor elkaar niet meer vanzelfsprekend was. De wereld zat zo niet in elkaar. Ik ben nooit lid van een studentenvereniging geweest maar was lid van een vrouwen theatergroep. In plaats van gespreksgroepen speelden we sketches over wat we meemaakten. Tijdens een stage in het scholierencentrum “Het Spinnehok” aan de Ridderhofstad ontmoette ik mijn man die daar bardiensten draaide. Hij ging nog even naar de sociale academie maar toen we onze dochter kregen ging hij full time voor haar zorgen. Ik had altijd voor de kinderen van de buren gezorgd maar toen ik zelf oppas nodig had merkte ik weer dat de zorg voor elkaar weer niet vanzelfsprekend was. Vijfendertig jaar geleden was het nog heel bijzonder wanneer je als man de zorgtaak op je nam. Hij werd beschouwd als een werkloze man en als hij met ons dochtertje aan de hand door de stad liep werd hij daarop aangesproken. Toen onze dochter groter was, is hij wel weer parttime gaan werken. Maar, net als bij vrouwen die een tijd uit het arbeidsproces zijn geweest, kom je nooit meer op het niveau dat zou hebben gehad wanneer je altijd was blijven werken. Daarom mijn raad aan iedereen: blijf altijd werken, al is het maar voor een paar uur in de week, zodat je geen gat in je CV krijgt.”

“Kijk naar de mensen zelf en probeer positief te labelen”

“Inmiddels had ik ook bedrijfskunde gestudeerd om wat meer stevigheid te krijgen. Ik kwam weer met een ander milieu in aanraking omdat ik daar studeerde met jongens die werkten bij Scania, Heineken of Akzo. Toch heb ik altijd gewerkt in de sociale sector, maar steeds als leidinggevende en vaak bij een gemeente. Ik heb in Leiden, Gouda, Amsterdam en Eindhoven gewerkt. Maar als je mij vraagt naar mijn fijnste tijd dan zeg ik Rotterdam. Daar heb ik twaalf jaar gewerkt bij het Stedelijk Bureau Ander Werk. Het ging erom dat langdurig werkelozen weer aan het werk konden. Mensen in de bijstand moesten bijvoorbeeld tuinen schoffelen, maar er werd niet gekeken naar onbenutte kwaliteiten. Ik ben toen gaan praten met een outplacement bureau en daar heb ik geleerd dat je niet moet kijken naar wat iemand niet kan maar juist naar wat iemand wel kan. Kijk naar de mensen zelf en probeer “positief te labelen”. Daarna heb ik twee jaar gewerkt in de voor mij onbekende sector het onderwijs. Ik was directeur van Hogeschool de Horst in Driebergen, een kleinschalige hogeschool gericht op sociaal agogisch onderwijs. We dachten dat mensen nog steeds uit het hele land naar ons toekwamen maar toen we de postcodes van de studenten bekeken, bleken ze allemaal uit de omgeving van Utrecht te komen. Studenten kiezen vaak eerst de stad en daarna de opleiding. Een fusie met de Hogeschool Utrecht lag voor de hand en die heb ik twee jaar lang voorbereid. Ik kwam niet uit het onderwijs en vond het moeilijk om er “tussen” te komen. Maar degene die echt genoten heeft van die baan was mijn moeder. Soms ging ze met mij mee en voelde zich als een vis in het water: onderwijsdier dat zij was. In 2006 ben ik begonnen als ZZP’er en werkte klantgericht als interimmer in Eindhoven, op het Ministerie van Sociale Zaken en in Amsterdam.”

Als wethouder met Art Roijakkers bij de presentatie van het Uit Agenda

“Het politieke spel met de raad ging mij niet goed af en van samenspel was geen sprake”

 In 2014 werd ik wethouder voor Groen Links in Utrecht. Ik was verantwoordelijk voor Welzijn, Zorg en Maatschappelijke Ondersteuning. Ik was gewend om zestig tot zeventig uur per week te werken, maar nu werd dat tachtig tot negentig uur. Het was een zware baan en ik moest overal tegelijk zijn: overleg met de wijkteams, vragen uit de wijken beantwoorden, cultuur en participatie. Ik had samenspel verwacht zoals in mijn vorige banen: samen vorm geven aan veranderingen. Ik heb nog even die illusie gehad toen de eerste opvang voor vluchtelingen in de Jaarbeurs georganiseerd moest worden. Iedereen werkte samen en probeerde er iets goeds van te maken: bed, bad, brood en begeleiding. Maar toen bleek dat men toch een andere invulling had na overleg met de achterban. Het politieke spel met de raad ging mij niet goed af en van samenspel was geen sprake. Ik ben na anderhalf jaar voortijdig afgetreden en heb mij erbij neergelegd dat de politieke arena niets voor mij was. Het was wel bijzonder dat twee meisjes uit één gezin, mijn zusje Agnes en ikzelf, op een gegeven moment samen in de politiek zaten. Dat zullen we wel van onze moeder hebben die stond als tweede op de lijst van een nieuwe partij in Vleuten-De Meern: Nieuwe Lente Nieuw Begin. Zij werd met voorkeursstemmen gekozen maar trok zich terug omdat ze het zo zielig vond voor de man die als eerste op de lijst stond.”  

Hoe is het om ouder te worden? 

“Het gaat snel, ontzettend snel. Maar ik merk dat het ook erg leuk is om ouder te zijn. Ik word veel benaderd en gevraagd omdat ik een enorm netwerk en veel ervaring heb. Ik ken mensen in diverse gemeentes en op verschillende posten. Ik heb zelf zoveel gedaan en kan dat jonge mensen ook aanraden. Blijf niet te lang ergens zitten, ontwikkel je talenten en kijk naar de mogelijkheden. Ik heb het altijd moeilijk gevonden om werk en gezin te combineren wanneer ik eigenlijk naar een receptie moest, had ik thuis ook nog een man en kind die ik wilde zien. Maar er is ook meer dan werken, ik zie mensen die de vijfenzestig niet halen. Ik werk nu parttime bij Movisie en daar houd ik mij bezig met mensen die buiten het arbeidsproces vallen. Eigenlijk het werk dat ik in Rotterdam deed en mij nog steeds heel dierbaar is. Ik ga nu op de fiets naar mijn werk en ik had in de kerstvakantie ineens een dag dat ik geen stukken hoefde te lezen en niemand mij belde.” 

Wat is je geheim? 

“Ik heb het heel goed met mijn man en mijn dochter. We blijven allebei onze eigen dingen doen, we hebben eigen vrienden en eigen interesses. We hadden nog nooit in Nederland samen een museum bezocht en dat hebben we onlangs gedaan: Het Rijksmuseum. Verder lachen we veel: humor, veel humor in een relatie. Ik heb het geleerd om geen alcohol of koffie te drinken. Wel zwarte thee, op Engelse wijze, met een wolkje melk. Sinds zes jaar vermijd ik suiker, maar eet ik wel veel fruit. Ik probeer zoveel mogelijk biologisch te eten. Ik ben veel met ons milieu bezig en ben voorzitter van het Platform Natuurlijke Veehouderij. Daar delen veehouders, dierenartsen en onderzoekers uit Wageningen hun expertise om tot een zo natuurlijk mogelijke veehouderij te komen.” 

Is je stijl veranderd? 

“Mijn moeder hield zich niet bezig met make-up of kleding. In mijn studententijd trok ik ook altijd maar iets aan, er lette toch niemand op. Maar toen ik eenmaal functies kreeg waar je er toch representatief moest uitzien ben ik mij anders gaan kleden. “Kleren maken toch de man/vrouw.” 

Tennis, bridge of yoga? 

“Als kind fietste ik al heel wat af naar school. Ik heb hardgelopen en de Singelloop gedaan, maar dat lukt niet meer met een slechte knie. Ik fiets en ik zwem in het zwembad de Kromme Rijn.” 

Wat vind je van de Utrechtse vrouw? 

“Ik vind de Utrechtse vrouw minder formeel. Utrecht is heel lang een provinciale stad geweest, kleinschalig, maar dat is tegelijk ook de charme van de stad. Vrouwen in Amsterdam en Rotterdam vind ik wel meer lef hebben.   

Aan wie geef jij het stokje door? 

“Aan Mieke van Rooijen, zij is voorzitter van Vrienden van Taal Doet Meer. Moeder van een drieling en een werkzaam geweest in bijzondere beroepen.” 

Even door het familiealbum

Pa en ma verloofd
Bidden voor het slapen gaan. Links Margriet.
Groepsfoto van de familie Jongerius

 

Yontie Helders

10 reacties

Reageren
  1. Ha zus ,
    Ik bel je wel . Als oudste dochter ( van de 5 ) heb ik veel van je gemist . Dus voor mij is dit interview een eyeopener. Grote lijnen zijn me gelukkig niet ontgaan, maar voordeel van ouder worden ( ik ben sinds kort 70 ) is dat ik nu tijd heb om echt in met je in contact te komen .

  2. Fantastisch portret. Ik zal nooit vergeten hoe Margriet als wethouder meedeed aan de ‘in de ban van de man’ Catharina parade ❤️💃🏻💃🏻💃🏻🕺🏻

  3. Dag Margriet!
    Leuk je interview te lezen en ik herken je er wel in! Hartelijke groet, Pieter van Overschot sinds kort uit Castricum

  4. Wat een leuk interview! Zo hoor je nog eens wat. Trots op je hoor. En dankbaar voor dat je nu voor Movisie werkt!

  5. Met zo’n actieve en veelzijdige loopbaan wordt het vanzelf een geweldig interview. Met alle persoonlijke ervaringen van je thuis en je leven erbij is het interview erg plezierig om te lezen en om meer over je gedrevenheid te weten. Hulde! Wij ontmoetten elkaar in 1977 bij de vakgroep Andragologie aan de Malie singel in Utrecht en recentelijk nog bij een evenement van de alumni kring Andragologie in Amsterdam.

  6. Wat een leuk interview Margriet! En zo leuk ook de foto’s van de familie.
    Mooie loopbaan,veel gedaan,chapeau hoor,groeten van je nicht Ivonne

  7. Mooi en eerlijk interview! En Margriet, in de politieke arena was je misschien niet op je best. Maar vergeet niet wat je wel bereikt hebt als wethouder. Bij Taal Doet Meer hebben we daar nog steeds plezier van… Benieuwd naar het interview met ‘onze’ Mieke.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *