Hoe is het nu met?

Het mooiste meisje van de stad/Jacqueline Fagel (58): Vanaf haar dertiende in de zaak

 Vrouwen die een jaartje ouder worden maar zich jong blijven voelen. Hoe doen ze dat? En is oud worden een straf of een zegen? Jacqueline Fagel:”“Lastig. Ik heb één gebrek en dat is mijn rug. Het is zoals het is.”

Carolien de Bruin en Christa de Winter, twee van mijn eerdere mooiste meisjes, hadden het al gezegd: ” Je moet Jacqueline Fagel hebben in je rubriek. En zo gebeurde het dat ik op een maandagochtend in Zeist aanbelde bij Jacqueline. Als je mij zou vragen wat vind je van de Utrechtse vrouw? Dan zou ik antwoorden:” Hartelijk en gastvrij”, want dat was ook de ontvangst bij Jacqueline. Natuurlijk kende ik de restaurants die de Fagel-dynastie bestierden. In de Hoefslag ging ik met mijn ouders eten wanneer er iets te vieren viel. Op vrijdag avond eten in De Ruif. Bij Duurstede, toen de nouvelle cuisine net zijn intrede in Nederland had gedaan, en wij bij thuiskomst boterhammen met pindakaas aten omdat we honger hadden. Maar aan Moustache in de Drieharingstraat heb ik de mooiste herinneringen. Het bordeauxrode interieur en de zwarte blokken waar je een beetje ongelukkig op zat. Maar het eten, als francofiel in de dop waande in mij in Parijs: uiensoep, slakken, entrecôte en poule au pot. Ik was benieuwd naar haar verhaal. 

Vader Frans Fagel in de legendarische bistro Moustache

Jacqueline Fagel, geboren in Hoograven op het Smaragdplein, groeide op als middelste kind tussen een oudere broer en een jonger zusje. “In ons gezin draaide alles om de restaurants Moustache en Chez François. Onze ouders werkten allebei in de zaak en de ongetrouwde tantes woonden bij ons in huis en waren onze “nanny’s”. Zodra wij konden hielpen we mee in de zaak. Ik begon, toen ik dertien jaar was in Moustache met de afwas, daarna de bar en de bediening. Ik belandde bij toeval in de keuken en vond het daar super leuk. Mijn moeder stond achter de bar, mijn zus was de leading lady voor, mijn broer in de keuken. Frans, mijn vader maakte een praatje met de gasten en deed alles wat er verder nodig was. “Wij waren de eerste Franse bistro in Nederland. Mensen kwamen van heinde en ver om onze slakken te proberen, de knoflooksaus te proeven en ons kip in het pannetje te eten. De wachttijd liep soms op tot twee uur, maar mijn moeder zag er altijd op toe dat iedereen eerlijk zijn tafeltje kreeg. Hoewel het altijd druk was bij ons thuis, was er in het weekend ook tijd voor gezelligheid met vaste rituelen. Op zaterdagochtend gingen we met de hele familie naar de markt, daarna naar Noord-Brabant waar vader een biljartje legde met Hein Staffhorst en Frits Bosboom. We sloten de ochtend af met een haring bij van Dalen op de markt, waarna vader en moeder weer naar de zaak gingen. Op zondag was de bistro dicht en speelden we spelletjes. Eindeloos kaarten en trivianten totdat de televisie op tafel kwam om Studio Sport te kijken. Mijn vader maakte op zondag zijn beroemde “insmijter”: een stukje stokbrood met een plakje zalm en een gebakken kwarteleitje. Op maandag, was de zaak ook dicht en haalden we Chinees in een pannetje. Mijn vader was ook een echte familie-man: met alle negen broers en één zusje bleven contact houden. Alle kinderen groeiden op in de horeca zaken van hun ouders. Zodra ze konden werden ze ingezet om jassen aan te nemen en leerden de kneepjes van het vak. Acht broers en hun zusje zouden hun voetsporen in de horeca verdienen, behalve Dick Fagel, hij vond zijn roeping in de Abdij Maria Toevlucht in Zundert. Maar ook bij hem bleef het horeca-bloed door zijn aderen stromen. In Zundert wordt nu mooi trappistenbier gebrouwen en kunnen mensen ook een hapje eten.”

Het gezin Fagel. Vanaf links: Marcel, Ma, Pa, Pascale en Jacqueline

“Het overlijden van Gerard heeft een vreselijke impact gehad op onze hele familie”

Moustache liep goed en toen ik zestien was werkte ik al volledig in de zaak. Overdag hielp ik Kees van der Hoek en Mieke in hun zaak Het Kompas en dan door naar Moustache. Toen ik achttien was heb ik nog een paar jaar een administratie kantoor gehad waar ik boekingen deed voor onder andere Edwin Rutten. Maar ik was altijd blij als ik om vier uur weer naar de mensen kon in de zaak. Op zaterdagavond ging ik vaak nog even met Pa lekker doorzakken. Ik liep met een Albert Heijn tas gevuld met geld aan de ene en mijn “aangeschoten” vader aan andere arm naar de parkeergarage. Ook was ons vaste ritueel samen schoonmaken en in juni 1989 waren we ook bezig toen mijn moeder belde naar de zaak. “Zet de radio niet aan, zeg niets tegen pa en kom zo snel mogelijk naar huis. Oom Gerard is doodgeschoten.” Ik stond als aan de grond genageld. Oom Gerard, de oom die iedereen alles gunde, iedereen liet meegenieten en mij mijn eerste autootje gaf toen ik mijn rijbewijs haalde. Ik zei tegen mijn vader dat ik echt naar huis wilde omdat ik, in verwachting van mijn dochter, mij niet zo lekker voelde. We liepen de zaak uit maar op de markt stond bloemenman Bert van Zutphen die mijn vader condoleerde met het verlies van zijn broer. Het overlijden van Gerard heeft een vreselijke impact gehad op onze hele familie. Niet alleen zijn dood maar ook de nasleep. Gedacht werd dat het een afrekening uit het criminele circuit was en wij kregen dag en nacht bewaking van Koen en Piet. Deze bewakers hebben een jaar lang ons leven geleid en wat met ons te stellen gehad. De hele avond in de zaak aan de bar en na sluitingstijd ook mee moeten stappen. In 1991 werden de daders gevonden en bleek dat Gerard het slachtoffer was geworden van een uit de hand gelopen inbraak. Ik was inmiddels moeder geworden van een meisje: Jill. Ik kon niet anders dan haar vernoemen naar het restaurant van Gerard in Los Angeles “Jill’s. Het leven ging door, Moustache veranderde nauwelijks. We hebben ooit linnen tafelkleden en servetten gehad, maar de kleden waren, op aandringen van onze gasten, snel verdwenen. De rode placemats, die pa speciaal liet maken op Terschelling, bleven samen met de linnen servetten.”

Familieportret. Bovenste rij: Shirley, Paul, Ma, Alfons, Maryet, Ton, Jacqueline, Nico, Bart, Alwin, Monique, Onderste rij: dochter Jill, Sarien, Pascale en schoonzoon Ros.

“Ik was van mijn paard gevallen en zou nooit meer de oude worden”

“Toen mijn vader vijfenzestig werd stapte hij uit de zaak, hij wilde nog van het leven genieten. Maar dat was hem niet gegund, hij ging naar het ziekenhuis voor een nieuwe pacemaker, liep daar een ziekenhuisbacterie op, kwam het ziekenhuis niet meer uit. Op achtenzestig jarige leeftijd overleed, de beste vader die er was. Het idee was dat ik de zaak over zou nemen, maar ik was van mijn paard gevallen en zou nooit meer de oude worden. Ik stond te praten met de zusjes Bosboom en het paard gooide mij eraf omdat het ergens van schrok. Ik kwam ongelukkig ten val en brak mijn rug. Talloze operaties volgden en ik zit met pennen, schroeven en platen weer aan elkaar. We verkochten in 2005 Moustache aan Tonnie en Christa de Winter, hij was een achterneef van mijn moeder dus de zaak bleef nog een beetje in de familie. Ik ging werken bij Hermitage in Zeist en draaide een beetje dagdienstjes zo goed en zo kwaad als het ging. Ik had inmiddels mijn huidige man Bart, toen mede-eigenaar van Hermitage, leren kennen. We brachten een beetje Moustache terug in bargedeelte van Hermitage: Bordeauxrood, slakken en uiensoep. Ik haalde mijn diploma registervinoloog van de Wijnacademie en begon een wijnbar in Zeist Grand Cru Café Fagel. Ik kocht een wijnoogst in de Languedoc en assembleerde mijn eigen wijn. We begonnen Cantina Italia in Den Dolder een mooie zaak in het pand waar voorheen Senza zat. Maar de klad zat erin en we verkochten Cantina. Bart, die zoveel horeca zaken heeft gehad, adviseert mensen nu wanneer zij een zaak gaan openen. Zo is hij bezig met het binnenkort te openen Taste op de Slotlaan, ik zoek de wijnen uit en adviseer bij wijn en spijscombinaties. Na zoveel jaren werken en lopen in de horeca ben ik er nu wel een beetje klaar mee.”

Hoe is het om ouder te worden? 

“Lastig. Ik heb één gebrek en dat is mijn rug. Het is zoals het is, maar vanavond ga ik eten met Carolien de Bruin en zittend aan de bar kan ik nog net zo gek zijn als altijd. We gaan eten bij Koenraad in Utrecht en dat zit in het renaissancehuis D’Cooninck van Portugael. Daar heeft mijn vader ook nog een tijdje een restaurant gehad, maar daar zat de loop niet in. Ik vond wel, toen ik foto’s voor dit interview uitzocht, een oude tekening van het pandje die bij het koopcontract hoorde. Ik geef die maar aan de nieuwe eigenaar Koen Hendriks. 

Wat is je geheim? 

Bart, die net binnenkomt wanneer ik deze vraag aan Jacqueline stel antwoordt: “Haar man!” Lachend reageert Jacqueline:” Het zit in de aard van het beestje. Ik houd mijn goede humeur dat zit nu eenmaal in mij. En niks laten: vochtig houden met goed spul. Ik lees veel en wil op de hoogte blijven wat er gebeurt in de wereld. Dat is ons met de paplepel ingegeven: de krant lezen en het nieuws kijken zodat je met je gasten kunt meepraten”. 

Tennis, bridge of Yoga? 

“Yoga. Het enige wat lekker voelt met mijn rug. Ik heb altijd paard gereden, als klein kind al bij de Utrechtse Manege. Maar na de val heb ik nooit meer kunnen rijden. 

Is je stijl veranderd? 

“Nee, ik heb mijn haar al veertig jaar in een staart en draag ook zolang al zwart. Ook iets wat ik nog zo mijn vader hoor zeggen:” Haar op de staart’’, dat was verplicht in de zaak. 

Wat vind je van de Utrechtse vrouw? 

Gezellige vrouwen, die wel een glaasje kunnen hebben. Christa en Carolien, heerlijke vrouwen en doorgewinterde horeca Beppen”. 

Aan wie geef jij het stokje door? 

“ Aan Maartje Muizers van Brass. Zij is een lieve vrouw en een geweldige gastvrouw met heel veel kennis van zaken”.  

 

Yontie Helders

14 reacties

Reageren
  1. Mooi verhaal, veel bij Moustache gegeten, heerlijke tijd. En de namen Hein Staffhorst en Frits Boereboom ook. Mijn vader Wil van Eekeren biljartte ook met hen, helaas in 1976 overleden maar in die tijd kende alle ondernemers elkaar en Noord Brabant was een trefpunt.

  2. De allermooiste herinneringen aan
    Moustache met Pascale en Jaqueline. Gingen er met onze (toen) kleine kinderen regelmatig heen.

  3. Wat een heerlijk verhaal. Veel warme herinneringen komen boven! Alle Fageltjes waren onmisbaar in Moustache. We zaten er vrijwel wekelijks en het voelde er “ net als thuiskomen”.

  4. Wat ontzettend leuk dit! Met toenmalig vriendje Marcus Staffhorst en zijn vader Hein gingen we op de koopavonden altijd bij Frans eten. Wat een leuke tijd was dat!

  5. Voor de verdiensten van de familie Fagel voor de eetcultuur in Utrecht en omstreken mag een standbeeld worden opgericht.

  6. ….wat mooi verwoord allemaal Jaqueline…..zo was het iig als IK jou tegenkwam, ook, altijd in voor een gezellige praat….lekker vaak in Moustache, heerlijk eten en na afloop slap ouwehoeren over van alles en nog wat…
    Gerard , ja dat was in Bilthoven bij ons thuis ook een klap, jouw oom was een goede vriend van mijn vader….mijn vader had toen de schoenenzaak Gez. Hermans in de Lange Jansstraat nog en Gerard en Frans waren daar ook geregeld te vinden.
    Na Den Dolder heb ik je niet meer gezien, ik kom gauw een keer naar de Steynlaan…dikke kus Paul X

  7. Wat een pracht vrouw/meid, gewoon net als haar vader,, en na sluitingstijd even de beentjes los in de polkaroll en natuurlijk en afzakkertje!! Geweldige tijd..

  8. Prachtige tijden ! Alweer dik 45 jaar geleden dat we bij Le Moustache voor het eerst genoten hebben van het héérlijke eten&drinken. Altijd gezellig. Ook ná sluiten kwamen we Jacqueline en Pascal geregeld tegen in de stad. Pretletters 1e klas. Lieve meiden van een fijne familie !

  9. I was very lucky to work with this lovely family in the Moustache as a chef 30 years ago, I had a brilliant time, and learned a lot from Frans

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *