Hoe is het nu met?

Het mooiste meisje van de stad/Helga Hoiting: Op haar dertiende al een zelfstandige hippie

Een serie over inspirerende Utrechtse vrouwen die een jaartje ouder worden. Helga Hoiting: “Ik ben gezond en recht van lijf en leden. Maar ik denk wel na over ouder worden in een tehuis, dat wil ik niet.”

Je bent bijna even oud, je groeit in de jaren zeventig op in Utrecht, je bezocht Kasieno, de Tregter, The Flight to Lowlands Paradise en Kralingen, maar je bent elkaar nooit tegengekomen. De “Utrechtse scene”, waar je allebei in rondfladderde en waar je om je heen zag gebeuren hoe sommige mensen zich verloren in drank en drugs. Het werd een gesprek met gedeelde herinneringen, over wederzijdse kennissen en ouders die je, achteraf gezien, heel erg vrij lieten. Samen blikten we terug op een heerlijke tijd, maar het latere leven zou voor Helga Hoiting (67) heel wat heftiger verlopen dan voor mij.  

Helga Hoiting: “In mijn paspoort staat Amsterdam als geboorteplaats, maar de eerste vier jaar van mijn leven woonde ik in Amstelveen. Mijn vader was tandarts en met een praktijk aan huis heb ik vooral herinneringen aan assistentes, dienst- en kindermeisjes. Ik groeide op met een oudere broer en zus. Mijn vader woonde als student op kamers bij mijn grootouders in de Nicolaas Beetsstraat en daar ontmoette hij mijn moeder. Ze trouwden, net voor de oorlog studeerde hij af en vestigde zich als tandarts in Amstelveen. Toen ik vier jaar was scheidden mijn ouders, in die tijd iets heel bijzonders. Mijn grootvader was overleden en mijn moeder vertrok met mij naar haar moeder in de Nicolaas Beetsstraat. Mijn broer en zus bleven bij mijn vader. Achteraf wel een rare situatie, maar voor mij voelde het heel normaal. Mijn moeder werkte voor haar huwelijk met veel plezier als secretaresse en zij vond een baan, mijn oma voedde mij op. Mijn moeder was een lieve vrouw maar opvoeden was een ander ding. Zij en mijn oma lieten mij vrij en ik kan terugkijken op een heerlijke jeugd. Het was een zoete inval bij ons thuis, alles mocht en ik kreeg veel verantwoordelijkheid. Ik was eigenlijk enig kind, ik kon heel goed alleen spelen en nog kan ik heel goed alleen zijn.”

Helga, 12 jaar

“De hele Utrechtse scene zat bij ons op zolder. Het was midden jaren zestig: drugs, drank, Rock en Roll, De Tregter en Kasieno”

“Mijn vader was inmiddels hertrouwd en in Amstelveen leefden mijn broer en zus in een samengesteld gezin met zeven kinderen. Ik ging naar de lagere school op Puntenburg, toen spiksplinternieuw. Het enige kind van gescheiden ouders, ik droeg een andere achternaam dan mijn moeder, maar dat was alles wat ik ervan merkte. Enkele jaren later kwamen mijn broer en zus ook naar Utrecht. Mijn broer Boetak, was een gevoelige jongen, hij hield van fotografie, tekenen en schilderen en mocht de zolder inrichten als atelier. De hele Utrechtse scene zat bij ons op zolder. Het was midden jaren zestig: drugs, drank, Rock en Roll, De Tregter en Kasieno. Ik ging er in mee, of we nu blowden of niet, alles was prima.  Er was geen enkele beperking en we werden nooit stevig toegesproken. Ik was een zelfstandig meisje geworden dat er met dertien jaar niet uitzag als zodanig. Vriendinnetjes moesten stipt om 11 uur thuis zijn maar mij werd geen tijd genoemd. Ik zat in de 2e brugklas van de OSG Hendrik van der Vlist en de eerste Flight to Lowlands Paradise vond plaats in de Beatrixhal. Een twee dagen durend popfestival, maar op zaterdag had ik nog school. Ik spijbelde en met mij heel wat leerlingen. De rector wilde iedereen die gespijbeld had van school sturen. Alleen als je diep door het stof ging, mocht je blijven. Mijn moeder vond dat niet nodig en zei: “Dan ga je maar naar een andere school’’, en ik ging naar het Thorbecke. Het was een tijd van leve de lol en ik heb heel veel plezier gehad. Met een oude auto vol vrienden naar het festival in Kralingen. Juist door die vrijheid zocht ik de grenzen niet op, maar het had ook een hele andere kant op kunnen gaan. Het is maar een dun lijntje: of je gaat helemaal mee of je hebt voor jezelf grenzen gesteld. Het was ook de tijd dat je niet, zoals nu, getagd kon worden op social media, het kon allemaal.”

Hippietijd

“Ik was een hippie in de wereld van de haute couture en eigenlijk boeide de couture mij niet erg”

“Ik was altijd al in mode geïnteresseerd, ik maakte veel kleding zelf en naaide op de lagere school al kleertjes voor mijn Barbie’s. Ik ging naar de Ecole de Couture Charles Montaigne, een mode- en modellen opleiding in Amsterdam. Een strenge, hartstikke dure particuliere opleiding, waar je Frans moest spreken wanneer Charles langskwam. Behalve het naaien kreeg je ook een opleiding tot mannequin. Ik was een hippie in de wereld van de haute couture en eigenlijk boeide de couture mij niet erg. Ik ging naar de avondopleiding van Artibus en werkte bij Funky Junky, waar ik kleding voor maakte. Eigenaar Leo Nebbeling had de Toto gewonnen en reed met zijn roze Chevrolet Camaro naar het Waterlooplein in Amsterdam om daar tweedehandskleding voor zijn zaakje te kopen. Ik vermaakte de “omajurken” tot nieuwe bloesjes en rokken, maakte van paardendekens jassen en van oude jeans rokjes, het verdiende goed. Ik trouwde jong, maar dat huwelijk heeft kort geduurd.”

“Mijn broer Boetak, was een gevoelige jongen, hij hield van fotografie, tekenen en schilderen”

“Het overlijden van mijn broer Boetak maakte niet alleen diepe indruk op ons hele gezin maar ook de Utrechtse binnenstad was geschokt”

“Op dertigjarige leeftijd overleed mijn broer Boetak. Onder invloed van drugs en drank maakte hij een einde aan zijn leven. Het was traumatisch en zijn overlijden maakte niet alleen diepe indruk op ons hele gezin maar ook de Utrechtse binnenstad was geschokt. Twee weken later ging ik op vakantie naar Corfu om er even uit te zijn. Ik ontmoette daar een Italiaanse jongen en we werden verliefd. Hij vroeg mij naar Rome te komen en dat deed ik. Zijn vader had een kledingzaak in het hogere segment, zeg maar zoals Conemans: cashmere truien etc. Ik volgde Italiaanse lessen, hielp mee in de zaak en we reisden veel. Op Sri Lanka dacht ik dat ik iets verkeerds gegeten had, maar ik bleek bijna twee maanden zwanger van mijn oudste zoon. Ik wilde graag thuis in Nederland bevallen maar toen onze zoon vijf weken oud was vlogen we weer terug naar Rome. Ik zal mij altijd thuis voelen in Rome, een prachtige stad, met buurten die net zoals in andere grote steden kleine dorpjes op zich zijn. De familie had een huis aan zee en daar verbleef ik ook vaak. Op zich heerlijk maar ik voelde mij zo alleen. Ik wilde terug naar huis: we hadden een liefdesaffaire beleefd die geen stand hield. Met mijn zoontje trok ik weer in bij mijn moeder in het oude huis, waarvan de zolder werd verhuurd aan een vriendin van mij. Ik pakte mijn werk op bij Funky Junky.”

Oudegracht 1968

“Het aantal sollicitanten was enorm, maar ik gooide alles in de strijd”

“Ik kreeg weer een nieuwe vriend en raakte in verwachting van mijn tweede zoon, ik  schreef mij in bij woningnet en dit huis aan de Springweg kwam op mijn pad. Het was net gerenoveerd maar niemand wilde het hebben omdat de vloeren zo schuin liepen. Wij waren enthousiast over het huis en de buurt en hebben er veel fijne jaren samengewoond met de jongens, maar zijn uiteindelijk uit elkaar gegaan. De Springweg is ook weer een dorp en ik kende Jos Stelling. Ik hoorde dat hij een secretaresse zocht en ik had net die opleiding afgerond; ik solliciteerde en kwam bij hem op kantoor werken. Een paar jaar later opende een goede vriend van ons, Faas van Dijk, samen met twee ander binnenhuisarchitecten Food for Buildings in de Pieterstraat. Ik werkte daar als officemanager. Toen Faas een eigen zaak, Binnenhuis S/O, begon in de Huidenstraat in Amsterdam ben ik met hem meegegaan voor de administratieve ondersteuning. De zaak en het ontwerpburo waren een groot succes. Helaas hebben we na jaren op een vervelende manier afscheid van elkaar genomen. Daar heb ik veel verdriet van gehad. Ik nam tussendoor een rustige baan aan in Bilthoven, maar toen ik hoorde van een baan aan de Universiteit bij het departement Wiskunde, solliciteerde ik en werd aangenomen als departementssecretaresse. In die functie ondersteun je de promovendi en heb je een jaarlijks overleg met de pedellen in het Academiegebouw en daar zag ik wat de taak van de pedel inhield. Dat was echt iets voor mij en toen er een vacature kwam solliciteerde ik. Het aantal sollicitanten was enorm, maar ik gooide alles in de strijd. Ik schreef dat ik uit de mode kwam en het onderhoud van de toga’s kon ik verzorgen. Bovendien had een opleiding tot mannequin dus kon ik goed lopen. Ik werd uitgenodigd en kreeg de baan. Ik begon eind 2012 en mijn collega en ik waren elkaars tegenpolen maar daardoor ook een goede combi: ik bracht het frivole en zij de precisie.”

Opening Academisch Jaar, 2018 (foto: UU)

“Nergens kreeg ik zoveel complimenten voor wat ik deed en daar word je heel blij van”

“Het is niet alleen de ceremonie, maar er zit ook veel administratief werk achter om de afspraken, de registratie, het vervaardigen van de bul en alle overige voorwaarden voor een correcte afronding van een promotie solide voor elkaar te krijgen. De kandidaat en de begeleiders tevreden te stellen. Het werk van pedel is ontzettend leuk, alles en iedereen ziet er mooi uit, maar je hebt ook te maken met menselijke emoties: zenuwen, opluchting. Het moment waarop je het “Hora Est” roept. Tranen van blijdschap bij ouders en promovendi. Nergens kreeg ik zoveel complimenten voor wat ik deed en daar word je heel blij van. Je werk doen in en je bijna bewoner voelen van zo’n prachtig gebouw is een voorrecht. Het Academiegebouw waar mijn vader ooit afstudeerde en waar ik met zoveel plezier heb gewerkt. Alles kwam samen in de foto uit 1947 die ik van zijn oude assistente een paar jaar geleden kreeg.”

Ouders en grootouders voor het Academiegebouw (1947) waar Helga later met veel plezier werkte

Hoe is het om ouder te worden? 

“Ik leef nu het leven van een “pensionado”, hoewel ik nog steeds reserve-pedel bij promoties die nu online zijn. Ik weet mijn dagen goed te vullen en ik kan heel goed alleen zijn. Ik ben met mijn exen goed uit elkaar gegaan, maar ik heb nooit meer behoefte gehad om een nieuwe relatie aan te gaan. Met ouder worden heb ik geen probleem, ik ben gezond en recht van lijf en leden. Maar ik denk wel na over ouder worden in een tehuis, dat wil ik niet. Ik wil niet voorovergebogen in een stoel wegkwijnen, dat heb ik te veel gezien. Ik heb een hartstikke leuk leven gehad, maar ook veel verdriet, dat hoort er allemaal bij. Ik heb veel liefde gekend maar ook veel gevochten.” 

Een optimist

Wat is je geheim? 

“Ik ben een optimist, niet gauw depri. Mijn sterrenbeeld is Tweelingen en dat zijn vaak sprankelende, redelijk vrolijke mensen. Ik kan goed relativeren en naar mijzelf kijken. Mijzelf toespreken en een andere blik op zaken werpen.” 

Is je stijl veranderd? 

“In de jaren zeventig was ik een hippie, maar nu loop ik niet meer voorop maar ik ga wel mee met het modebeeld. Ik hou niet van rokjes en hoge hakken, dat is mijn stijl niet. Ik vind vaak leuke koopjes en ik maak veel zelf. Ik kijk altijd naar de binnenkant van een kledingstuk, let op de stof en de snit. Ik heb nog mooie truien uit Rome, maar het blijft in een oud huis een gevecht tegen de motten. Tassen en jassen en goede schoenen, de buitenkant is belangrijk wanneer je de deur uitgaat. En altijd lippenstift, dat maakt het af. Ik weet goed wat iemand anders zou staan, misschien word ik nog wel eens een “personal shopper.” 

Yoga, tennis of bridge? 

“Yoga gedaan, maar daar ben ik te vluchtig voor, te snel afgeleid. Ik lig dan te bedenken welke boodschappen ik nog moet doen.” 

Waar sta je over tien jaar? 

“Ik denk dat ik nog steeds hier woon. Ik zie mijn kleinkinderen opgroeien en zich ontwikkelen. Ik reis en ga met mijn zus naar Vlieland. Ik vul mijn leven in zoals het komt.” 

Wat vind je van de Utrechtse vrouw? 

“Mensen die ik persoonlijk heb ontmoet zijn meedenkende, warme en betrokken mensen. Alleen word ik niet blij van het straatbeeld, zelden steekt iemand zijn kop boven het maaiveld uit: een eenheidsworst. Ook jonge vrouwen en studentes, het kan toch wel even iets anders?” 

Aan wie geef jij het stokje door? 

“Aan Petra Diteweg, zij is sprankelend en ik ben benieuwd naar haar verhaal. 

Yontie Helders

13 reacties

Reageren
  1. Leuk om te lezen, want het roept veel herinneringen op van het leven in Utrecht destijds, wat ik ook zo heb beleefd en Helga toen al kende. Alhoewel ik al meer dan 40 jaar in Amerika woon zijn wij nog steeds goed bevriend en hebben het over “vroeger” als ik weer eens op bezoek kom.

  2. Mooi verhaal over Helga, kende een klein stukje ervan in de jaren 80. Leuk te lezen het haar leven verder is ontwikkeld, stevige dame.

  3. Prachtig verhaal van mijn vrolijke, lieve en zorgzame buurvrouw waar ik al 23 jaar met plezier naast woon. Op welk uur je haar ook treft, altijd opgewekt en goed gekleed.
    Zo, genoeg veren etc. 😉

  4. Al meer dan 50 jaar mijn beste vriendin, ik ben zo blij dat we elkaar ooit tegenkwamen in een van die koffiekelders aan de Oudegracht, het heeft een deel van mijn leven bepaald. Een prachtig verhaal over een heel bijzondere vrouw.

  5. Helga zat één klas lager op Puntenburg. De lagere school. Was toen al een mooi meisje. Met een enorm harde stem. Daarna af en toe tegengekomen. Wederzijdse kennissen. Gemeenschappelijke locaties.
    Mooi interview

  6. Lieve Helga , wat is dit bijzonder, jouw verhaal over je kleurrijke leven. Ik ken je vooral uit de periode in Utrecht. Uit die tijd herken ik veel van wat je verteld en wat er dan tussen de regels door weer bij mij naar boven komt aan herinneringen samen met jou .
    Dat jij ook op het van de Vlist hebt gezeten was ik even vergeten. Een mooi verhaal Helga !

  7. Je leven heeft zeker intense periodes gekend maar dat maakt het ook boeiend en uitdagend !

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *