Hoe is het nu met?

Het Mooiste meisje van de stad/Eline Janssens: Gedisciplineerd buiten de paden denken

foto rechts (Billy-Jo Krul)

Een serie over inspirerende Utrechtse vrouwen die een jaartje ouder worden. Eline Janssens (61): “Je leert door de jaren heen beter te kiezen en ziet in dat je niet aan al je wensen tegemoet kunt komen.”

Na afloop van het gesprek dat ik met Eline Janssens had pak ik mijn spullen in. “Ik wil je graag iets meegeven, een cadeautje, een herinnering”, zegt Eline. Ze loopt naar boven en komt terug met een door haar gemaakte tegel. Een gouden aap die achterom kijkt in een handspiegel.” Ik vond deze zo toepasselijk. Voor dit interview keek ik terug op mijn leven, anekdotes uit mijn jeugd, mooie en verdrietige herinneringen en mensen die mij net dat “kontje” gaven waardoor ik een beslissing nam die mijn leven zou bepalen. Ik heb mijzelf net zoals deze aap een spiegel voorgehouden, maar ook achteruit gekeken”. Ik was verrast en terwijl ik dit stukje zitten te typen houdt de aap mij gezelschap. Hij heeft een speciaal plekje gekregen op mijn tafel. 

Eline Janssens, geboren in Alkmaar verhuisde al jong naar Emmen waar haar vader een volledige baan als docent lichamelijke opvoeding kreeg aan het Katholiek Drents College.” Mijn zusje en twee broertjes zijn allemaal geboren in Emmen, waar wij opgroeiden in een nieuwbouwwijk grenzend aan het bos. We waren altijd met z’n vieren en zijn opgevoed met een groot verantwoordelijkheidsgevoel voor elkaar. Alle vier gezegend met een hang naar vrijheid speelden we dagenlang in het bos. We zijn jaren ‘60 kinderen. Bij ons thuis mocht alles. De achterkamer van ons grote huis was het domein waar de klei aan de muren zat en we van overhemden van mijn vader indianenpakken maakten. Mijn vader kwam uit een strenge Groningse familie waarin moeder een meter achter vader zat en niet geacht werd zich in de gesprekken te mengen. Mijn vader had zich, dankzij studeren en mijn moeder, uit dit milieu losgemaakt en zich ontwikkelt tot een markante, humorvolle en grenzeloos levende man met een groot charisma. In de zomer haalde hij ons een week eerder van school en vertrokken wij voor acht weken naar Spanje. Met vier kinderen, een hond en een Travelsleeper was dat een hele onderneming. We reden zo snel mogelijk door Frankrijk om dat het daar “hartstikke” duur was.”

“De vakantieweken in Spanje waren voor mijn moeder weken van genieten. Er werd niets gepland.”

Mijn moeder is in Indonesië geboren en toen zij zestien jaar oud was met mijn oma en haar twee zusjes naar Nederland gekomen. Officieel een jaar met verlof maar doordat de oorlog uitbrak zijn ze nooit meer teruggegaan. Zij is opgegroeid in een ondernemende, reislustige familie dat en de manier van leven in de tropen hebben haar gevormd. De vakantieweken in Spanje waren voor haar weken van genieten. Er werd niets gepland, zij was even van ons af en met de hond als bescherming zwierven wij op en rond de camping. Volgens mijn moeder raakten wij in die 8 weken een beetje verwilderd. Mijn vader die van huis uit nooit verder was geweest dan Groningen genoot ook van het Spaanse leven. Van huis uit niet veel gewend, kon hij zo verrukt raken van het heerlijke eten en drinken daar dat hij eens een heel kraampje met Spaanse worstjes leegkocht. Mijn moeder was evenwichtiger, zij was de stabiele factor in ons gezin en vond dat kunst en historie ontdekken bij je opvoeding hoorde. Zo moest er bijvoorbeeld de laatste week van iedere vakantie  iets aan cultuur gedaan worden. Terwijl wij kinderen eigenlijk wel naar huis wilden naar onze vriendjes en de tijdschriften die thuis op ons lagen te wachten, bezochten we kerken en musea en opgravingen.”

Met broer Hugo.

“Mijn vader leerde ons de kracht van overdrijving en fantasie om verhalen spannender te maken”

“We leefden in tamelijke luxe met een groot huis, grote auto en sport en muzieklessen voor alle kinderen. Mijn moeder was vindingrijk, met het aanbrengen van een lintje of een strik op jurk of jas ‘toverde’ ze nieuwe outfits voor ons. Mijn vader had een even groot gevoel voor ‘kind zijn’ maar miste het overzicht dat mijn moeder had. Hij had veel begrip voor het ‘jong zijn ’van zijn leerlingen en gaf hen zelfvertrouwen door zijn manier van lesgeven. Hij zag sport als een middel tot ontwikkeling van sociale vaardigheden. Zijn lessen waren net iets avontuurlijker dan de doorsnee gymnastieklessen en zijn humor sprak tot de verbeelding. Zo reed hij in zijn Opel Admiraal over de sportvelden. Hij was de grappenmaker en de verhalenverteller. Hij leerde ons de kracht van overdrijving en fantasie om verhalen spannender te maken. Toen ik dertien was ging mijn moeder in een woonzorgcentrum werken en begon aan haar tweede carrière. Ze werd de drijvende kracht achter de interne radio-omroep, toneelvereniging en werd gezien en gewaardeerd om wat ze allemaal kon en wie ze was. Na de middelbare school, wist ik niet wat ik wilde. Mijn ouders lieten ons vrij in ons doen en laten, wel of niet studeren, alles prima. Ik kampte met vragen als:” Wanneer doe ik het goed en wat is goed?” Ik ben altijd creatief geweest, nam serieus wat ik maakte, maar kwam niet op het idee om naar de kunstopleiding te gaan. Ik ging op kamers wonen in Assen, werkte in een boetiek en alles draaide om uitgaan. Na een jaar of drie had ik het wel gezien met dat uitgaansleven en bedacht dat ik maar eens weg moest uit het noorden.”

Metaalwerkplaats.

“Ik ben een kunstenaar die vindt dat het werk gezien moet worden”

“Via een advertentie van het “Walter-Maashuis” aan de Paulus Potterstraat in Bilthoven kwam ik daar terecht. Ik werd de “personal assistent” van Walter Maas. Hij was een heel bijzondere man en heeft een grote rol in mijn leven gespeeld. Hij heeft de oorlog overleefd omdat hij in Huize Gaudeamus (Huize Maas) ondergedoken heeft gezeten. Na de oorlog heeft hij als dank aan het Nederlandse volk de Stichting Gaudeamus opgericht. Dat is een stichting die de beoefening van 20e -eeuwse muziek bevorderd. (Peter Schat e.d.). Vanuit het Maas-huis wordt alles geregeld voor de Gaudeamus-muziekweek. Na twee jaar voor hem te hebben gewerkt vroeg mijnheer Maas wat ik eigenlijk wilde, ik vertelde hem dat ik wel naar de kunstacademie in Utrecht wilde gaan. Hij antwoordde “Goed, dat moet je doen maar dan moet je hier wel weg”. Ik heb veel van hem geleerd; het streven naar iets goed doen, discipline en het reflecteren op je eigen werk. Dhr. Maas was een ‘functioneel driftige’ man en onvermoeibaar wanneer hij iets gedaan wilde krijgen.  Ik ging dus naar de Kunstacademie in Utrecht en specialiseerde me in keramiek en porselein. Daar heb ik een vanzelfsprekende handigheid in: geef mij een stuk klei en ik maak wat ik wil. Op de academie ontdekte ik dat ik keramiek voor de buitenruimte wilde maken. Tegels, beelden, architecturale tegeltableaus; het zouden uiteindelijk tunnels worden. Ik ben een kunstenaar die vindt dat het werk gezien moet worden. Dat idee heb ik uit het boek ‘Specht en zonen’ van filosoof/schrijver Willem-Jan Otten. Daarin spreekt een schilderij over het recht om gezien te worden. Na de opleiding ruimtelijk vormen heb ik ook nog mijn Master educatie gedaan. Filosofie van de kunst heeft me leren vragen stellen het heeft me geleerd om ‘het vak helder over te brengen. Ik ben altijd met mijn werk bezig, er is altijd iets te verbeteren. Soms zou ik willen dat ik iets anders ook goed beheerste, zoals muziek maken maar daar heb ik het talent niet voor. De lerarenopleiding (Master educatie) heeft mij ook gebracht dat ik dingen weet over te brengen, dat ik mensen mee kan nemen in mijn werk.” 

Berenparade van Berkman & Janssens,2001.

“Onze “tunnelkunst” heeft mij gebracht wat ik wilde: kunstwerken maken voor de openbare ruimte en reizen”

Na de academie heb ik vrij lang een keramiek-atelier gehad waar ik met veel plezier les gaf. Na vijf jaar besloot ik ermee op te houden omdat ik mijn wens ‘Keramiek maken voor de openbare ruimte’ waar wilde maken. Met Ben Hosman uit Rotterdam heb ik voor het Metrostation van Rotterdam Zuid een tegeltableau gemaakt en in Hoograven mochten we in opdracht van het wijkbureau tegeltableaus voor een tunnel maken. De tunnel werd er vrolijk, sociaal veiliger en minder anoniem van en graffiti bleek eenvoudig te verwijderen. Het positieve effect van verfraaien van tunnels met tegels werd opgemerkt door de pers, Prorail, NS, gemeentes, provincies en architectenbureaus en zelfs de Betuweroute. Het is de start geweest van 10 jaar lang tegels en tegeltableaus maken voor de openbare ruimte. Als kunstenaarsduo Berkman en Janssens heb ik 10 jaar kunstwerken voor de openbare ruimte gemaakt. In Utrecht kent iedereen de tegels van De Berekuil, de Archimedeslaan, bij het Rietveldhuis, en de Marnixlaan. Onze “tunnelkunst” heeft mij gebracht wat ik wilde: kunstwerken maken voor de openbare ruimte en reizen. Berkman en Janssens hebben in heel Europa in keramiekfabrieken gewerkt. We waren altijd op zoek naar leveranciers van de beste tegels. In voormalig Oost-Duitsland vonden we een fabriek die een heel kort bakproces had en zeefdrukken kon maken op tegels. Tegenwoordig worden transfers op tegels gebruikt. Dat is minder mooi, minder duurzaam en als je ,zoals wij, gaan voor kwaliteit zijn zeefdrukken zoals wij leverden het best.”

Met Jon Sistermans.

“Ik voelde mij vertrouwd bij Jon, hij tilde mij naar een ‘hoger level’ met zijn vertrouwen in mijn kunstenaarschap”

“In 2006 ontmoette ik Jon Sistermans. Ik at met een vriend in het restaurant Wilhelminapark en na afloop liep Jon met ons mee naar de uitgang. “Hij vindt je wel erg leuk”, merkte mijn vriend op. De volgende dag ontving ik van Jon een uitnodiging om eens langs te komen. Het was liefde op het tweede gezicht. Ik vond het zo’n leuke man. ’’Als het aan is dan is het aan. Als wij wat beginnen dan is het klaar.” Geregeld, helderheid. Ik voelde mij vertrouwd bij hem, hij tilde mij naar een ‘hoger level’ met zijn vertrouwen in mijn kunstenaarschap. Hij leerde me dat er geen reden tot paniek was als iets niet op tijd klaar is. Tijdrekken noemde hij dat. Als iets op maandag af moet en je zegt dat het er beter van wordt wanneer het op woensdag af is zal iedereen dat goed vinden. Hij was heel geestig en vond het heerlijk om samen thuis te zitten. Ingewikkeld eten of uitgebreid koken deden we niet. Daarvoor werkten we volgens hem allebei te hard en een balletje uit de frituur of een pannenkoek maakte het ook gezellig. “Wat is er mis met een goede pannenkoek?”, placht Jon te zeggen. Hij was een kunstenaar en herkende de kunstenaar in mij. Hij stimuleerde me om meer mijn eigen weg te gaan en voor de verdere ontwikkeling van mijn kunstenaarschap te kiezen. Dat betekende uiteindelijk ook het einde van het kunstenaarsduo Berkman en Janssens. Dat is een heel roerige tijd geweest. Ik wilde altijd netjes zijn en geen ruziemaken. Dat had ik van huis uit geleerd. Ik was vijftig en het werd tijd dat ik ingeslopen ideeën over werkmoraal en samenwerken eens onder de loep nam. Het ging samen met tropenjaren voor Jon. In de horeca was het crisis en dat leverde bij hem veel onzekerheid en stress op. Toen hij steeds meer begon te herhalen, dingen vergat en minder vrolijk werd, dacht ik dat het door de spanningen kwam. Het bleek Alzheimer te zijn en het ging razendsnel bergafwaarts met zijn geheugen. Hij werd uiteindelijk gedwongen opgenomen in een verzorgingshuis. Ik heb hem heel lang bezocht maar toen ik merkte dat ik er verdrietig van werd dat hij mij niet meer herkende en er zelfs onrustig van werd ben ik daarmee gestopt. We hadden nog zoveel plannen: hij zou het restaurant verkopen, ik zou nog twee tot vier jaar doorwerken en dan zouden we gaan reizen.”

“Knipkunst heeft misschien een belegen imago maar het is de essentie van mijn werk.”

“Ik kan driftig zijn en de gewenste veranderingen voltrokken zich naar mijn idee te langzaam”

“Na dat afscheid had ik het idee dat het tijd was voor een grote opruimactie. Dat heb ik gedaan. Mijn hoofd, huis en atelier opgeruimd en mijn vrijheid herwonnen. Ik kan driftig zijn en de gewenste veranderingen voltrokken zich naar mijn idee te langzaam. Dan dacht ik maar ‘wie zei dat het makkelijk ging? Niemand toch?’. Paniek, angst dat het niet goed zou komen bestreed ik met één ding per dag goed te beginnen en af te maken en liever voor mijzelf te zijn. Ik herontdekte de knipkunst: je haalt iets weg en schept ruimte voor iets anders. Knipkunst heeft misschien een belegen imago maar het is de essentie van mijn werk. Het gaat mij om de beeldende mogelijkheden van knipkunst. En erfgoed vind ik ook interessant. Het Westfries Museum in Hoorn heeft een schitterende collectie knipkunst, met o.a.  werk van de zeventiende-eeuwse knipkunstenaar Joanna Koerten. De directie was meteen enthousiast over het idee dat ik haar werk in combinatie met dat van mij onder de aandacht wilde brengen. Het is de tentoonstelling ‘Janssens en Koerten, geknipt voor de kunst’, geworden als een ode aan de knipkunst. (Kijk hier de video, red).”  Ik heb onder meer een manshoog poppenhuis gemaakt waarin scenes uit het leven van Joanna Koerten te zien zijn. Vier dagen na de opening ging de boel op slot door Coronamaatregelen. Samen met medewerkers van het Westfriesmuseum hebben we toen bedacht dat we de tentoonstelling naar buiten, naar de mensen toe zouden brengen.  De actie “Groeten uit Hoorn” heeft ervoor gezorgd dat er tool kits met knipkunst-workshops naar woon-zorgcentra in heel Hoorn zijn gebracht. Ouderen werden uitgedaagd om zelf te gaan knippen en sommigen blijken over uitzonderlijk talent te beschikken. Al het werk is toegevoegd aan de bestaande tentoonstelling zodat we het werk van de ouderen een podium bieden. Talent is tenslotte wat je met je vaardigheden doet.

Hoe is het om ouder te worden? 

“Fijn, in mijn pubertijd wist ik niet wat ik wilde en vond de chaos in mijn hoofd erg verwarrend. Ik weet nu dat dat bij mij hoort, dat ik anders denk dan de gemiddelde mens en kan er nu goed mee werken. Je leert door de jaren heen beter te kiezen en ziet in dat je niet aan al je wensen tegemoet kunt komen. Mooi? Ja ik was een knap meisje maar had daar geen notie van. Had ik het maar geweten. Gezond blijven, vooral geestelijk gezond daar kan ik misschien iets aan doen, maar de zwaartekracht trekt onverbiddelijk aan ons. Dan denk ik maar aan de songtekst van Simply Red: “You’re so beautiful, but you’re so boring, what am I doing here?”  

Wat is je geheim? 

“Mijzelf serieus nemen. Ik heb veel tijd voor mijzelf en voor mijn werk nodig, daar ben ik heel eerlijk in. Ik maak plaats voor mijzelf, daar ben ik steeds bekwamer in geworden. Je moet de ruimte voor jezelf veroveren op je eigen manier, er is maar beperkt ruimte. Verloochen jezelf niet, dat is zonde van de tijd en je raakt gefrustreerd. Ik koppel het plezier van buiten de paden denken en werken, aan discipline en dat maakt wie ik ben. Ik hou van de ruimte die humor schept en probeer dat ook in te zetten om leerlingen, of mensen waarmee ik werk aan mij of aan hetgeen waaraan we samen werken te binden. Ouderdom moet je kunnen dragen, trots zijn op wie je bent, het ouder zijn hoort bij mij. Je hoeft niet meer verlegen te zijn: “Shy old people look silly.” 

Yoga, bridge of tennis? 

“Wandelen met de hond, hardlopen en dans. Luisteren naar je lichaam, er plezier aan beleven te bewegen.” 

Janssens en Jansen.

  

Is je stijl veranderd? 

“Het mag wel uitbundig, maar niet zo uitbundig als dat je mij op mijn eigen openingen ziet. Dan is het functioneel, feestelijk, zo zal ik er thuis niet bijlopen. In huis draag ik iets makkelijks: een trainingsbroek, eenvoudige dingen.” 

Wat vind je van de Utrechtse vrouw? 

“In mijn kringetje zie ik vrouwen die hun “mannetje” staan. Ontzettend leuke en ondernemende vrouwen, die wat te vertellen hebben. Vaak organiseer ik iets waardoor vrouwen elkaar ontmoeten, “jonkies” horen daar ook bij. Deze vrouwen kleuren voor mij Utrecht. Wel kan ik opmerken dat de vrouwen in het Concertgebouw in Amsterdam toch iets chiquer en iets verzorgder uitgaan, dan de vrouwen in Tivoli Vredenburg.” 

Aan wie geef jij het stokje door? 

“Aan Astrid Birza, zij heeft “Ik smelt voor jou”, de leuke roze ijskarretjes die je overal in de stad ziet.” 

Yontie Helders

3 reacties

Reageren
  1. Wat een fijn verhaal! Niet een stukje van de vrouw, niet de halve vrouw maar de vrouw in haar volle kracht vooruit! X Daphne

  2. Wat leuk dit te lezen, Eline Ik ken je nog van de HAVO op het KDC. ( ook je vader waar we les van hadden)Keek toevallig in een foto boek en zag je naam staan, dus ik dacht ik ga je googelen en vond dit. Heel bijzonder.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *