Hoe is het nu met?

Het mooiste meisje van de stad/Christina Bosboom (76): 30 jaar op het Niels Stensen College

Vrouwen die een jaartje ouder worden maar zich jong blijven voelen. Hoe doen ze dat? En is oud worden een straf of een zegen? Christina Bosboom:”Ik heb er niet zo veel last van, ik voel mij niet oud”.

Wanneer ik bij Christina Bosboom de woonkamer binnenloop zie ik op het scherm van haar laptop de afbeelding van een prachtige herenboerderij. Ik vermoed de foto van haar ouderlijk huis. De vrouwen die ik interview voor deze rubriek vraag ik om foto’s op te zoeken die wij bij hun verhaal kunnen plaatsen. “Nee, dit is niet mijn ouderlijk huis maar het huis waar de moeder van mijn vader opgroeide als dochter van een rijke herenboer in Culemborg. Zij werd verliefd op de bakker en liep met hem weg. Zo stond zij, een verwend rijk meisje, plots achter de toonbank van bakker Bosboom vlakbij de Rode BrugZij en haar “warme” bakker kregen dertien kinderen, waar mijn vader er een van was. 

Met haar broers

Christina Bosboom geboren in Maartensdijk, toen nog een dorp tot het in 1954 bij de gemeente Utrecht ging horen. “Tot mijn twaalfde jaar woonde ik in een dorp en daarna in een stad. Toen ik zes jaar was ging ik naar de Montessori School in de Pallaesstraat. De ochtend van eerste schooldag bracht mijn vader mij naar school en daarna moest ik zelf de weg naar huis lopen. Ik vond het daar, op de school gerund door nonnen, na de eerste dag al zo vreselijk dat ik expres verdwaalde. Ik koesterde de hoop dat ik niet meer terug zou hoeven te gaan. Tot de zesde klas kon ik precies doen wat ik leuk vond en altijd leuk zo blijven vinden: het lezen van boeken. De nonnen rommelden maar wat aan, maar er moest toch een toelatingsexamen gedaan worden. Mijn ouders haalden mij van school en ik ging naar een andere school in de Deken Roesstraat en kwam bij zuster Maria, een leuke non, in de klas die mij in één jaar klaarstoomde voor de middelbare school. Mijn vader was leraar Handelswetenschappen op het Boni en ik ging ook naar die school. Het eerste jaar deed ik Gymnasium, maar ik gruwde van het vak Latijn. Waarom een taal leren die ik nooit zou gaan spreken. Mijn leraar Latijn Erich hielp ook niet echt. Ik haalde een één voor een proefwerk en hij hield met afgrijzen het blaadje tussen duim en wijsvinger. ”Juffrouw Bosboom, wanneer ik dit blaadje aan u heb teruggegeven ga ik eerst mijn handen wassen”.

Eindexamenklas MMS. Christina, midden met wit kraagje. Boven vijfde van links, Kitty. Zij is de moeder van fotograaf Saar Rypkema

“Zodra ik de vrijheid had om te kiezen wilde ik niets meer met het geloof te maken hebben”

“Ik ging van het Gym en naar de MMS, een heerlijke tijd met de vakken waar ik dol op was en vooral veel literatuur. Ik deed een geweldig eindexamen en een docent die op mijn examenfeestje was zei: ”Zie je wel je had best het gymnasium kunnen doen”. Hij had er echt niets van begrepen. Ik groeide op in een gezin met vier broers, we speelden buiten en de jongens zaten op voetbal en hockeyden, maar ik was een fanatieke zwemster. In de winter naar, het altijd naar chloor stinkende, Ozebi en in de zomer naar natuurbad de Kikker. Mijn vader werd van leraar conrector en schreef schoolboeken. Van de verkoop van die boeken hebben we allemaal kunnen studeren. We hadden het goed, zo goed dat we in de zomer een maand een huis konden huren in Noordwijk. Een verhuisbedrijf uit Noordwijk haalde dan hutkoffer met linnengoed op, want van lakenpaketten had nog nooit iemand gehoord. Later, mijn moeder was al het bezoek beu, logeerden we in hotel Noordzee. Nu het Golden Tulip hotel en nog steeds ga ik daar nog drie tot vier keer per jaar een paar dagen naartoe. Dan logeer ik in het oude torentje waar ik als kind ook sliep. Hoewel ik Katholiek ben opgevoed, mijn ouders op zondag naar de kerk gingen, een Katholieke melkboer hadden en boodschappen deden bij de Gruyter, heb ik het geloof altijd iets raars gevonden. Zodra ik de vrijheid had om te kiezen wilde ik niets meer met het geloof te maken hebben. Misschien dat het ook wel stamt uit mijn kinderjaren op school bij de vreselijke nonnen. Na de MMS, ik wist dat lezen en boeken bij mij hoorden, koos ik voor de universitaire studie Nederlands MO-A aan de Universiteit van Amsterdam. Ik ben altijd in Utrecht blijven wonen, ik kon Amsterdam niet “in mijn vingers krijgen”. Ik vond het daar te onoverzichtelijk en geen stad om in te wonen. Na drie jaar Amsterdam besloot ik mijn opleiding tot docent voort te zetten aan de COCMA in Utrecht. De opleiding werd afgesloten met een staatsexamen: twee dagen schriftelijk in het oude Tivoli en een dag naar Den Haag geëxamineerd worden door onbekende docenten. Ik heb nooit de behoefte gehad om lid te worden van een studentenvereniging. Ik heb het meegemaakt: gillende meiden bij elkaar in de meidenkamer van Veritas”.

Voor hotel Noorzee in Noordwijk. Nu is het een Golden Tulip.

“Op de reis naar Londen in 1970, ging ook een stoer beetje jongensachtig meisje mee: Rita Verdonk”

“Ik vond een baan in Apeldoorn op het Veluws College en nog bleef ik in Utrecht wonen. Mijn vader hoorde van zijn collega Piket van het Niels Stensen College dat er een vacature Nederlands was. Iwas de enige sollicitantwerd aangenomen en heb daar vijfentwintig jaar met heel veel plezier gewerkt. We hebben gevochten voor werkweken, schoolkampen en buitenlandse reizen. De buitenlandse reizen deden we in de schoolvakanties: we gingen naar Londen en naar Parijs. Op de reis naar Londen in 1970, ging ook een stoer beetje jongensachtig meisje mee: Rita Verdonk. Tien jaar geleden werd ik gebeld door de redactie van het programma de Reünie. Zij maakten een programma over de oud-klasgenoten van Rita. Mijn collega Guilbert Barentz, met wie ik altijd alles organiseerde, en ik werden uitgenodigd om daar ook te komen. Het werd een geweldig weerzien en het bleef nog lang onrustig in de kantine na afloop van het programma”.

“De nieuwe school was mijn school niet meer en toen ik vijfenvijftig werd ben ik gestopt”

“Nog een oud-mentorleerling die ik natuurlijk ben blijven volgen is Marco van Basten. Hij was een heel bescheiden, intelligente rustige jongen in een leuke klas. Hoewel hij het Atheneum makkelijk had kunnen afmaken koos hij voor de HAVO om zijn voetbal carrière te kunnen combineren met zijn schoolwerk. Nu heb je natuurlijk Topsport Talentscholen, maar die waren er nog niet. Na vijfentwintig jaar met het grootste plezier lesgegeven te hebben kwam de kentering. We fuseerden met een Mavo, er kwam een management tussenlaag en de schoolpopulatie veranderde. De nieuwe school was mijn school niet meer en toen ik vijfenvijftig werd ben ik gestopt. Wel heb ik nog altijd contact met mijn oud-collega’s, de mensen met wie ik vijfentwintig jaar op wintersport ging en lief en leed mee deelde. Eenmaal per jaar gaan we nog met elkaar op stap. Na de school kwam er iets anders op mijn pad, maar natuurlijk wel boeken gerelateerd: de Blindenbibliotheek. Daar worden boeken, kranten en tijdschriften voorgelezen voor mensen met een visuele beperking. Ik was niet geschikt voor het lezen maar wel voor de opname techniek en dat heb ik ook jaren met heel veel plezier gedaan. Maar nooit vergeet ik meer Nelleke Noordervliet die haar eigen boeken voorlas. Zoals zij dat kon deed niemand haar na”.  

Bij het tv-programma De Reünie. Midden, tweede van links: Christina. Voor in het zwart: Rita Verdonk

Hoe is het om ouder te worden? 

“Ik heb er niet zo veel last van, ik voel mij niet oud. Ik heb een nieuwe knie en de andere is ook aan vervanging toe, maar ik zwem en fiets. Zwemmen is mijn lust en mijn leven gebleven en het liefst ga ik iedere dag naar zwembad De Krommerijn. Misschien fiets ik niet meer zo hard maar ik doe alles op de fiets. Ik heb wel een rijbewijs maar geen auto. Na het halen van mijn rijbewijs heb ik nooit meer gereden, zonder instructeur naast mij voelde ik me te onzeker. Ik heb nooit kinderen gewild en dat was een bewuste keuze. Vooral het getut met baby’s en het onbegrijpelijke gehuil. Ik vind kinderen leuk wanneer zij beginnen te praten. Ik heb veel vriendjes gehad maar zodra het te serieus werd begon de relatie mij te benauwen. Misschien heeft het wel te maken met de droom die ik ooit had. Ik stond voor het altaar en had de verkeerde keuze gemaakt. Guilbert en ik waren wel een onafscheidelijk duo op school en we hielden van elkaar maar ook van onze vrijheid. Ik ben surrogaat oma voor de kinderen van mijn nichtje waar ik eerst twee dagen oppaste en nu ze groter zijn nog één dag. Ik kook dan voor twee dagen voor het gezin en de nieuwste uitdaging is vegetarisch. Mijn bovenburen zijn drie studenten en die eten morgen bij mij, maar dan wel een grote stoofpot met veel vlees.” 

Wat is je geheim? 

Rita Verdonk die, na je veertig jaar niet te hebben gezien, uitroept: “Bosboom is niets veranderd!” “Ik ben geen doemdenker, zie overal de leuke kanten van in. Ik heb nooit slechte zin en volgens een vriendin heb ik een “spreekwoordelijk” goed humeur. Ik vind alles leuk en ga nog van alles doen. Misschien zijn het ook wel onze genen. Mijn broer, altijd huisarts in de Meern geweest,  is nu achtenzestig en heeft nog altijd een jongensachtige uitstraling. Mensen zeggen wel eens: ”Jij hebt niets te lijen gehad”, misschien helpt dat ook wel. Geen toestanden, ik ben een tevreden mens”. 

Is je stijl veranderd? 

“Ik was in mijn jonge jaren een echte “parelketting” trut, maar nu ben ik minder formeel. Wel moeten dingen kloppen: mijn tassen bij mijn schoenen en mijn horlogebandje bij de rest van mijn kleding. Ik hou niet van overdaad, maar wel van een verzorgd uiterlijk: ik ga niet de deur uit zonder mascara.” 

Tennis, bridge of Yoga? 

“Tennissen kan ik niet meer vanwege mijn knieën, maar zwemmen is mijn lust en mijn leven. Het liefst iedere dag. Ik hoop het tot op hoge leeftijd te kunnen doen.” 

Wat vind je van de Utrechtse vrouw? 

“Is die zo anders dan in andere gemeentes In Nederland? Wel vind ik de vrouwen in Utrecht niet van de opgetutte types. Niet zo opgeverfd en geplamuurd  als vrouwen in Brussel. Weinig botox of fillers. Met beide benen op de grond en best wel honkvast. Ze blijven graag, net als ikzelf, in Utrecht wonen.” 

Aan wie geef jij het stokje door? 

“ Aan Marian Lewkowitch– de Munck. Zij stapte van het katholieke over op het Joodse geloof, van de ene traditie over op de andere. Ik vind haar geweldig.” 

 

Yontie Helders

7 reacties

Reageren
  1. Super leuk om Christine Bosboom hier terug te zien. Ook ik heb zoals vele anderen bij haar in de klas gezeten op het Niels Stensen. Ik herinner mij ook de vossenjacht nog die door de stad heen werd gegeven. De leraren allemaal verkleed. Ook Gilbert, leraar Engels herinner ik mij nog en zeker ook dat Christine en hij een bijzondere band hadden. Het was een mooi koppel.

  2. Nederlandse les en Engels bij Guilbert waren een feestje. NSC klassenavonden in het zaaltje van de Augustinus kerk.
    Mooie herinneringen.

  3. Een bijzondere en geweldige tijd op het NSC. Eindexamen gedaan in 1976. Had zowel Bosboom als Barentz als leraren. Zoals eerder opgemerkt een heerlijk en ongekend actief koppel!! Via deze weg de hartelijke groeten aan Christina vanuit Thailand waar ik al jaren woon 🙂

  4. Ja, leuk hoor! Heb mijn schoolrapporten nog bewaard, in 1986 en 1987 ondertekend door Christina Bosboom, mentrix in brugklas 2.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *