Hoe is het nu met?

Het mooiste meisje van de stad/Carry Temming: Onderwijs in de genen

Een serie over inspirerende Utrechtse vrouwen die een jaartje ouder worden. Carry Temming (59): “Tuurlijk zijn er nadelen, pijntje hier, pijntje daar, maar ik kan er wel erg van genieten.”

Temming, een echte Utrechtse naam die meteen de herinnering oproept aan de illustere voetballer van DOS Henk Temming . En aan zijn zoon Henk, die samen de andere Henk (Westbroek), speelde in het Goede Doel. “Mijn oma en haar zus, de meisjes Schmidt, trouwden allebei een Temming maar ik ben niet van de “bekende tak”, lacht Carry.  

Carry Temming, geboren in het AZU, woonde de eerste twee jaar van haar leven met haar ouders en haar anderhalf jaar oudere zusje Hanny bij mijn moeder’s ouder in de Pieter Bothstraat. “Mijn moeder was zeventien toen ze Hanny kreeg en bijna negentien toen ze mij kreeg. Het was geen vetpot, we hadden een grote familie, mijn moeder kwam uit een gezin met vijf kinderen en bij mijn vader thuis liepen er zes kinderen rond. Alles kon worden geleend: van de trouwjurk van mijn moeder tot en met alle spullen voor de baby’s. Mijn ouders verhuisden naar een kraakpand en toen ze zicht hadden op een eigen flatje besloot mijn opa, van vaderskant, om een echt huis voor het jonge gezin te kopen in de Prins Hendriklaan. Mijn opa had een schildersbedrijf en daar werkte mijn vader ook. Hij schilderde kranen en behalve in Utrecht had het bedrijf ook opdrachten in Drenthe. Mijn vader was dan de hele week van huis en één keer per week belden we hem op vanuit de telefooncel. In die tijd was de Prins Hendriklaan een echte winkelstraat met Pot, de melkboer, de groenteboer en Do Schat de bakker. Het paard van de groenteboer stond vaak bij ons voor de deur en het dier kon ons geen groter plezier doen dan te plassen. Veel kinderen in de straat waar we mee speelden. We konden toen nog stoepranden omdat er bijna geen auto’s waren. We waren altijd op straat en bleven buiten tot de lantaarns aangingen. De avondwinkel op de hoek, waar we na het eten een Mars mochten kopen en die dan keurig in plakjes werd gesneden als toetje.”

Schaatsen in het Wilhelminapark

“Het Wilhelminapark als grote speeltuin waar we rolschaatsen op de wandelpaden en in de winter schaatsten op de vijver”

“Mijn zus en ik glipten vaak bij het Anthonius Ziekenhuis naar binnen om op de kinderafdeling baby’s te gaan kijken. Het Wilhelminapark als grote speeltuin waar we rolschaatsen op de wandelpaden en in de winter schaatsten op de vijver. Zwembad de Krommerijn waar we zwemles hadden en Rhijnauwen waar we vaak met mijn ouders naar toe liepen. Mijn ouders hadden geen rijbewijs en ik herinner mij dat we alles te voet deden. Mijn vader was behalve schilder ook kunstschilder. Hij maakte kopieën van beroemde schilderijen, schilderde portretten en huisdieren in opdracht om wat bij te verdienen. In de kamer waar mijn zusje en ik samen sliepen schilderde hij Ollie B. Bommel, Tom Poes Slot Bommelstein en alle figuren die in de boeken van Marten Toonder voorkwamen. Als ik in bed lag kon ik eindeloos verhalen bedenken bij de personages.”

“Een oude meester” geschilderd door vader.

“Het hoogtepunt van de avond waren toch wel de verhalen die mijn vader zelf bedacht. Spannende verhalen die begeleid werden door Peer Gynt Suite of andere muziek die zijn verhalen omlijstten. Hij was ook de man die plotseling alle stoppen uit de stoppenkast kon draaien zodat we in het donker verstoppertje konden spelen. Ik was op school een goede leerling en heel serieus maar het liefst was ik buiten met mijn vriendje Adrie. Hij was er een van een tweeling maar zijn broertje had zijn moeder aan haar zus gegeven. De reden wist ik niet maar ik vond het wel bijzonder dat er soms twee Adrie’s waren.  We “schuumden” door de buurt, gingen op onderzoek uit in een afgebrand hotel en rommelden in afval. Zo kwamen we op een gegeven moment thuis met een doos gebruikte injectienaalden van de huisarts bij ons op de hoek. Wij dachten thuis doktertje te gaan spelen, maar mijn moeder kreeg een appelflauwte toen ze dat zag. In 1962 kocht mijn opa twee tenthuisjes in Katwijk en vanaf die tijd waren de zomers daar een feest. Na mij kregen mijn ouders nog een zoon en vijf jaar later nog drie kinderen. Het Wilhelminapark, Rhijnauwen en Katwijk, deze plaatsen kenmerken mijn jeugd. Ik ging naar de Aloysiusschool aan de Mecklenburglaan bij juffrouw van Dijk in de klas en later naar het Boni waar ik de HAVO deed. Op de middelbare school was ik een wat minder serieuze leerling omdat ik het toen druk kreeg met “andere” dingen. Op zaterdag hadden mijn zus en ik verschillende bijbaantjes, we werkten bij de Welba, de groenteboer en later bij de Hema om een Tienertoerkaart te kunnen verdienen. We hadden gelogen over onze leeftijd en iedere zaterdag waren we weer bang om “ontdekt” te worden.”

Een reiger in Rijnauwen, geschilderd door vader.

“Het onderwijs had mij en mijn zus altijd getrokken, we speelden al schooltje met onze poppen toen we klein waren”

“Met de achttien gulden die we per week verdienden konden we gaan toeren door Nederland. Altijd naar zee, Schoorl en Sint Maartenszee maar nooit naar Katwijk want dat kenden we nu wel. Na de Havo ging ik naar de Rijks Pedagogische Academie aan de van Lieflandlaan en mijn zus deed de kleuterleidsters-opleiding op de Werkplaats in Bilthoven. Het onderwijs had mij en mijn zus altijd getrokken, we speelden al schooltje met onze poppen toen we klein waren. Uit mijn lagere schooltijd heb ik nog vriendinnen die ik vaak zie, maar aan de PA heb ik ”De Club van Vijf” overgehouden. Al veertig jaar spreken we ieder jaar een dag af in Katwijk, met Gertruud,  Roos die in Curacao woont en Renate in Orlando komen ook altijd, maar dit jaar kon dat natuurlijk niet. We hadden een heerlijke tijd: Cartouche, Hordijk, de Tucan en Switch. Na de PA was het niet makkelijk om een vaste aanstelling op een school te krijgen, maar er waren altijd wel invallers nodig. Zeven jaar heb ik dat gedaan en veelvuldig op De Puntenburg kunnen werken, totdat ik een vaste baan kreeg op Het Behouden Huis een Lomschool. We hadden een geweldig team maar maakten veel mee met ouders en leerlingen. De moeder die met gestolen flessen parfum op een ouderavond kwam. “Hé Juf, een “luchie” voor een joet.” De vader die zijn zoon afranselde met zijn broekriem omdat de jongen op school, in zijn woede, de hele boekenkast had omgetrokken. Ik had vader gebeld om te zeggen dat zijn zoon na moest blijven om de rommel op te ruimen. Ik bracht de jongen thuis en nog in de deuropening haalde de vader zijn riem uit zijn broek en begon de jongen zo hard te slaan dat ik aan het einde van de straat de jongen nog hoorde gillen. Wat heb ik een spijt gehad dat ik verteld had wat de jongen had gedaan. “Ik nam mij toen voor om nooit meer iets tegen de ouders te zeggen en het zelf op te lossen.”

Het huwelijksfeest in Galgenwaard.

“Op zaterdag werkte ik bij Harlekino, een koffietentje in de Nobelstraat waar de Joseph Guy al vroeg werd geschonken”

“Op zaterdag werkte ik bij Harlekino, een koffietentje in de Nobelstraat waar de Joseph Guy al vroeg werd geschonken. Ik ontmoette mijn man René, die in het Lieverdje werkte aan de overkant. We kregen twee jongens, Boy en Rody en besloten te trouwen, maar ik bleek in verwachting en we stelden de trouwerij uit tot na de geboorte van Lucky. Met de kleinste in de Maxi-Cosi zij we getrouwd en hadden de receptie en een groot feest in Stadion Galgenwaard. Mijn nichtje was getrouwd met de toenmalige trainer van de FC Utrecht Frans Adelaar, die had dat geregeld. Ik werkte op de Lomschool en mijn kinderen gingen naar De Puntenburg, als het nodig was en ik kon het regelen viel ik vaak in de school. Na veertien jaar verliet ik Het Behouden Huis toen er een vaste baan op De Puntenburg beschikbaar was. Ik werk er nu al achtendertig jaar, met tussenpauzes, maar iedere dag met heel veel plezier. Dit jaar heb ik voor het eerst een kleutergroep dat is nieuw voor mij, kleuters geven een andere dynamiek in een klas. Bij ons op school zijn veel kinderen van expats. Kinderen uit IJsland, India, China, Nepal en Ecuador, ze vertellen dingen over hun eigen land en dat kan heel leerzaam zijn voor de anderen. Maar helaas gaan ze ook weer weg en dat vind ik soms wel moeilijk. Uiteindelijk zijn vier van mijn broertjes en zusjes in het onderwijs terecht komen. Zou onderwijs in onze genen zitten? De oma van mijn moeder had per slot van rekening ook al de kweekschool gedaan.”

Hoe is het om ouder te worden? 

“Tuurlijk zijn er nadelen, pijntje hier, pijntje daar, maar ik kan er wel erg van genieten. Waar ik ook erg van kan genieten zijn mijn kleinkinderen. Ik ben geen vaste oppas-oma, maar ze zijn wel veel bij ons. Het is rustiger in huis, we staan niet meer de hele zaterdag langs de lijn voor het voetbal van onze jongens. We kunnen op donderdagavond naar de camping in Katwijk gaan en op zondagavond terugkomen. Het strand is belangrijk voor mij en ik kan en zo van genieten. Dat zal ik blijven doen zolang het nog kan. Ik zie hoe mijn ouders ook weer opknappen wanneer zij aan zee zijn: ze veranderen van “verlepte bloemen” in stralende mensen met een bruin hoofd”. 

Wat is je geheim? 

“De goede genen van mijn ouders en de zee.” 

Tennis, bridge of yoga? 

“Niets. Behalve lange wandelingen aan het strand en we kunnen soms uren fietsen.” 

Is je stijl veranderd? 

“Ik heb altijd bijbaantjes gehad zo werkte ik ook bij Ben Snatager, die een zaak in lederen kleding had. Hij liet voor mij rokken, broeken en overhemden van leer maken, die heb ik heel erg veel gedragen. In de zomer draag ik nu jurkjes en wanneer het kouder wordt en ik weer op de fiets naar school ga trek ik een broek aan. Altijd verzorgd maar wel vlot.” 

Wat vind je van de Utrechtse vrouw? 

“Ondernemend en houdt van een uitdaging. Betrokken, Utrechtse families zijn heel hecht en blijven dat ook.” 

Aan wie geef jij het stokje door? 

“Aan Yvon Aarts, zij maakt deel uit de onze “Club van Vijf” en we zij al veertig jaar bevriend. 

Het fotoalbum.

De ouders van Carry.
Met broer en zus.
Katwijk.
Met man René.
Met vriendin Yvon.

 

 

Yontie Helders

11 reacties

Reageren
  1. Wat een ontzettend leuke vrouw! Carry, zo tof dat je mijn collega bent, je bent serieus en goed in je werk en heel grappig buiten de les! Een echte Utregse!

  2. Wat een heerlijk verhaal! Wat zullen de kids, ouders en collega’s van basisschool Puntenburg trots zijn op zo’n toffe juf. Een school in hartje Utreg met het “mooiste meisje uit de stad” een echte Utregse juf.

  3. Hé wat een geweldig artikel. Fantastisch zoals alles opgeschreven is. Ik ben hartstikke trots op je Car🥰🤎👍

  4. Wat een mooi verhaal Carry, mijn nicht,altijd al geweten dat je bijzonder bent…vreugde gegeven toen en met je kids en nu met je kleinkids….dikke kus van je tantetje….💋♥️

  5. Wat een mooi stuk over je leven. En goed te lezen dat je er volop van geniet! Net als je dat doet op school. Want dat is iedere dag te zien!

  6. Oogt altijd keurig en rustig met diep binnen dat ene meisje met lef en humor ;).
    Mooi impressie om erop terug te blikken.
    We waarderen juf Carry in het leven van onze 4 kinderen enorm…zo mooi.

  7. Nog steeds mijn vriendin, ik was gek op je vanaf de eerste dag op de PA, deze maand 41 jaar geleden. Heel ons volwassen leven lopen we een beetje naast elkaar en horen we bij “de vijf”
    Trots op je 🥰

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *