Hoe is het nu met?

Het mooiste meisje van de stad/Ans Gravemaker (63): “Je kunt het, ma!!”

Vrouwen die een jaartje ouder worden maar zich jong blijven voelen. Hoe doen ze dat? En is oud worden een straf of een zegen? Ans Gravemaker: Ik probeer uit iedere dag iets te halen en ik heb nog zoveel te doen. Ik wil nog van alles meemaken en vooral de levens van mijn kinderen en kleinkinderen volgen”.

Hoe toevallig wil je het hebben? Ans Gravemaker werd geboren in het Sint Anna Paviljoen in Amsterdam, de kraamkliniek van het OLVG. Het ziekenhuis waar mijn dochter nu als gynaecoloog werkt. Ans groeide op in West, in de buurt waar ik tijdens mijn studie woonde. Haar ouders verhuisden naar Soesterberg en later naar Zeist waar Ans naar de middelbare school ging. Naar Schoonoord de school waar ik dertig jaar voor klas heb gestaan. In haar latere leven verhuisde ze naar Houten en woonde daar twintig jaar bij mij om de hoek en boven de banketbakkerij in het Oude Dorp waar ik ieder zaterdag kwam. Haar dochter werkte bij het restaurant Plein 22 waar mijn dochter ook werkte. Tijdens ons gesprek keek ik naar het schilderij dat achter Ans hing. De stijl kwam mij bekend voor, Michael Parks? Na afloop toch maar even naar de naam van de kunstenaar gekeken. Inderdaad, het was een Parks. Gekocht bij Galerie Hüsstege, toentertijd gevestigd aan de Westerstraat. Mijn studie vriendinnetje Els was daar receptioniste en wij kwamen altijd op de openingen. Later nam Gerrit Steltman de galerie over en raakte bevriend met Dick de huidige partner van Ans. Wij waren ook goed bevriend met Gerrit en zijn vriendin, we gingen zelfs samen op wintersport. Onze levens liepen parallel terwijl wij elkaar nooit hadden ontmoet. 

 

Ans met haar oudere zus

“Er werd mij een deel van mijzelf afgenomen. Ik heb echt weken verdriet gehad en was boos”

Ans groeide op in een gezin met vier broers en een zus, tot haar vijfde jaar woonde ze in AmsterdamVader was beroepsmilitair bij de Landmacht en toen hij werd overgeplaatst verhuisde het gezin naar een flat in Soesterberg. Mijn moeder was daar in het begin echt ongelukkig, ze had haar hele leven al in Amsterdam gewoond en nu in Soesterberg. Mijn vader was een echte militair, nog net geen geef acht, maar we moesten wel luisteren. Hoewel wij streng opgevoed werden, heerste er liefde in ons gezin. Mijn vader kon soms in de keuken zijn armen om mijn moeder heenslaan en haar vertellen hoeveel hij van haar hield. Mijn moeder zorgde voor ons drukke gezin en alles wat daarbij komt kijken. Hoewel ik mij herinner dat mijn vader degene was die kookte en vaak hielp met de was. Luiers in grote ketels uitkoken, door de wringer en in de centrifuge. Ik hoor nog zijn stem wanneer ik de was in de centrifuge mocht stoppen: ”Niet met je handen in de trommel, Ansje!” Ik vond het heerlijk op de lagere school en speelde veel buiten met mijn broers. We speelden honkbal en softbal met de putdeksels als honk. Mijn diabolo, die ik zo hoog kon gooien dat hij op het dak van de flat terechtkwam en de klimrekken waar ik allerlei toeren op uithaalde. Dat “turnen” was mijn lust en mijn leven en toen ik lid mocht worden van een echt turnvereniging had ik mijn passie gevonden. Ik kwam terecht in de selectie en trainde drie keer per week en de hele zaterdag. Ik ging naar de Havo in Amersfoort en deed niet veel aan mijn schoolwerk, ik was altijd aan het turnen. Na het bezoek aan een ouderavond moest ik bij mijn vader komen en zei hij: ”Als je zo doorgaat dan ga je van turnen af”. Na een week of drie werd er gebeld en stond de trainer van de turnvereniging op de stoep. “Ik zie Ansje niet meer?. Waarop mijn vader zei:”Ansje komt niet meer.” Dat turnen was echt alles voor mij, mijn toekomst en dat wat ik het liefste deed. Er werd mij een deel van mijzelf afgenomen. Ik heb echt weken verdriet gehad en was boos. En nog steeds deed ik niet mijn best op school. We verhuisden naar Zeist en ik ging naar de mavo op Schoonoord, school interesseerde mij niets meer. Jongens vond ik veel leuker dan huiswerk maken. We spraken af in de V&D in Zeist en daar was ik ook alle pauzes te vinden. Totdat mijn jongste broer ineens overal opdook waar ik ook was. Hij wilde een wit voetje bij mijn vader halen en vertelde alles wat ik deed. Ik kon met mijn bord eten naar boven en moest van de Mavo naar de Huishoudschool. “ De spinazieacademie, dat is goed genoeg voor je!” Hoewel mijn vader en ik veel botsten ben ik hem achteraf toch wel dankbaar dat hij mij verbood om door te gaan met turnen. Ik had op jonge leeftijd al veel last van mijn rug, door zo vroeg al zo intensief te trainen. Hij heeft me voor erger behoed. Mijn oudere zusje was veel braver dan ik, ik was echt eigenwijs. Mijn moeder verzuchtte wel eens:” Ik wens jou kinderen toe zoals jij bent, dan weet je wat het is.”

Ans op de balk

“Ik kon mij niets mooiers voorstellen dan zwangere vrouwen begeleiden”

” Ondanks dat was mijn moeder mijn steun en toeverlaat, zij was mijn voorbeeld: een schat van een vrouw. Altijd samen theedrinken als ik uit school kwam en stiekem een bananensoes halen voordat de anderen thuiskwamen. Ik vond die Huishoudschool eigenlijk heel erg leuk: handwerken en de naailessen vond ik geweldig. Ik hoefde verder niets uit te voeren omdat de lesstof wel heel simpel was en deed alleen maar leuke dingen. Ik deed het VHBO in Utrecht en koos voor de vakken die ik altijd al leuk had gevonden zoals Frans en Geschiedenis. Toen ik zestien was werd bij mijn vader de ziekte van Hodgkin gediagnostiseerd. Hij werd opgenomen in het Militair Hospitaal, toen nog op de Springweg, en verbleef daar bijna anderhalf jaar. Iedere dag bezochten wij hem en we zagen hem, door de zware chemokuren, van een sterke militair tot bijna niets verschrompelen. Hij kwam thuis, moest voor de nabehandelingen steeds weer terug naar het ziekenhuis. Vier jaar later, ik was negentien, gebeurde het meest verschrikkelijke wat mij kon overkomen”. Ans geëmotioneerd: “ Mijn moeder kreeg vlak voor de Kerst een hersenbloeding en na een week in coma gelegen te hebben overleed zij. Juist zij, terwijl wij altijd voor het leven van mijn vader hadden gevreesd. Ik heb het altijd zo erg gevonden dat ik haar nooit heb kunnen vertellen wat zij voor mij betekende en hoeveel ik van haar heb gehouden. Het jaar na het overlijden van mijn moeder ben ik in mei getrouwd, mijn broer Johan in september en mijn zus in november. Het ouderlijk huis liep leeg. Mijn man was marinier en werd overgeplaatst naar Vlissingen. Al snel raakte ik in verwachting en ik was dolgelukkig: op mijn brommertje juichte ik heel hard tegen wind in: ”Ik ben zwanger!”

Vaak verzuchtte hij: “Wat lijk jij toch op je moeder”

Tijdens de controles bij de verloskundige overviel mij het gevoel van: ik wil ook aan jouw kant van het bureau zitten. Zwangere vrouwen begeleiden, ik kon mij niets mooiers voorstellen. Dat ik daar nooit aan had gedacht, alleen het woord al: verloskundige. Zoon Jeroen werd geboren en vaak ging ik naar Zeist om bij mijn vader te zijn. Uren kon hij met zijn kleinzoon op schoot zitten en liet mij uitrusten. Vaak verzuchtte hij: “Wat lijk jij toch op je moeder, maar daar hebben we het nog wel eens over”. Het zou er nooit van komen, mijn vader overleed vier jaar na de dood van mijn moeder. Zwanger van mijn tweede, overleed mijn broer Johan. Ik was veel in Zeist bij mijn jongste broer die in ons ouderlijk huis was blijven wonen. Inmiddels was ons derde kind geboren en we besloten naar Zeist terug te gaan en trokken bij mijn broer in. Verloskundige bleef maar door mijn hoofd spoken, hoe kon ik dat voor elkaar krijgen? Bij de opleiding verloskundige werd ik niet aangenomen: geen scheikunde gehad, drie kleine kinderen en getrouwd. Dan maar via een omweg? Opleiding tot kraamverzorgster, maar dat betekende vier maanden intern in Noordwijk. Onverzettelijk als ik was, wilde ik het proberen: op maandag weg en op vrijdag terug. We woonden inmiddels in Houten en met de hulp van iedereen om mij heen is het mij gelukt. Later hoorde ik wel eens dat een oppas niet op kwam dagen of ziek was”.

“Ik haalde mijn diploma en nog steeds bleek de opleiding tot verloskundige onbereikbaar”

Ik was de oudste in mijn klasje en de enige moeder. Ik haalde mijn diploma en nog steeds bleek de opleiding tot verloskundige onbereikbaar: geen scheikunde. Opleiding tot verpleegkundige?, dat moest te doen zijn. Het was zwaar, maar ik heb het gehaald. Maanden in service opleiding in Zeist, werken als verpleegkundige, mijn gezin en de avondschool op het Boni om mijn scheikunde examen te kunnen halen. Inmiddels was de opleiding tot verloskundige een lotingstudie geworden. Ik werd tot tweemaal toe uitgeloot en de derde keer was het raak. Ik moest op gesprek komen en ik heb daar geroepen:” Jullie moeten het met mij proberen.” Ik bestelde de boeken en de moed zonk mij in de schoenen: dikke pillen in het Engels over neonatologie en interne geneeskunde. Maar ik moest dit halen, ik moest verloskundige worden. Samen met mijn kinderen zat ik om de tafel ’s avonds huiswerk te maken. Op mijn tweeënveertigste verjaardag kreeg in mijn diploma in de Lutherse Kerk in Amsterdam. Mijn eerste bevalling alleen was in Lopikerkapel, met mijn nieuwe tas, gesteriliseerde instrumenten en de landkaart op mijn knieën ging ik op weg. De kinderen stonden mij uit te zwaaien: “Je kunt het, ma!!”.  Ik werkte bij Verloskundige Praktijk De Lekbrug in IJsselstein en daar heb ik, achttien jaar later en na honderden kinderen op de wereld geholpen te hebben, mijn praktijk verkocht. Ik had mij al gespecialiseerd in echos en ben mijn eigen onderneming begonnen: Echocentrum Leidsche Rijn. Geen nachtdiensten meer en werken op afspraak. Mijn tassen staan stil op zolder en ik dacht niet nog ooit een bevalling te doen. Totdat mijn schoondochter ging bevallen en zij erg graag wilde dat ik erbij zou zijn. Haar verloskundige kwam te laat en zo stond ik met mijn pas geboren eerste kleinkind in mijn armen”.  

Met haar eerste kleinkind

Hoe is het om ouder te worden? 

“Ik vind het soms wel lastig om ouder te wordenzeker omdat mijn ouders en mijn broer zo jong zijn overleden. Al jong werd ik met de dood van dierbaren geconfronteerd. Het feit dat het leven zo maar voorbij kan zijn en dat ik hier niet eeuwig ben maken dat ik nu zoveel mogelijk probeer te genieten. Ik probeer uit iedere dag iets te halen en ik heb nog zoveel te doen. Ik wil nog van alles meemaken en vooral de levens van mijn kinderen en kleinkinderen volgen. Ik kan niet zeggen dat ik rustiger ben geworden, dat ben ik nooit geweest en zal dat ook nooit worden. Mij zul je niet gauw met een boek op de bank zien zitten: ik heb mijn praktijk, ik schilder, teken en boetseerIk ben een autodidact, ik tekende altijd al tijdens de les op school en heb dat serieus opgepakt toen ik een jaar of twintig was. Ik heb veel cursussen gevolgd en heb mijn atelier op zolder. Mettertijd ben ik alleen slechter gaan horen en draag nu twee hoortoestellen. Ik ben over de schaamte heen en dat komt door een zwangere vrouw van twintig die bij mij in de praktijk kwam. Zij droeg haar haar in een paardenstaart en je kon zien dat ze hoortoestellen droeg. Ik vroeg haar of ze dat niet erg vond, waarop zij antwoordde:’’ Weet je wat erg is? Dat ik niet zou horen wat jij zegt”.  

Beeldje gemaakt door Ans

Wat is je geheim? 

“Geen idee. Ik vind natuurlijk oud worden en mijzelf blijven belangrijk, ik ga niet aan mijzelf laten “peuteren”. Ik doe geen gekke dingen, we eten zo bewust en zo gezond mogelijk en proberen zo min mogelijk glucose te eten. Hoewel dat wel eens moeilijk is met Bond en Smolders en restaurant Madeleine om de hoek. Ik drink geen alcohol, dat heb ik nooit lekker gevonden en ik ben ook niet opgevoed met een glas wijn bij het eten. 

Is je stijl veranderd? 

“Ik heb altijd veel kleren zelf gemaakt, vooral voor de kinderen. Ik vond de kleding van Oililly leuk, maar veel te duur, dus kocht ik de stof in Alkmaar en maakte de kleding na. Mijn kinderen vonden eigenlijk dat ze erbij liepen als clowns en droegen veel liever Nike zoals hun klasgenootjes. Zelf volgde ik de mode op de voet: mini, midi en maxi en ik heb van alles met mijn haar gedaan. Nu kleed ik mij wat stijlvoller en netter en ik ben dol op mooie schoenen en tassen. Liever wat minder dan veel van een slechte kwaliteit. Ik draag altijd de ring van mijn moeder, zodat ze nog altijd een beetje bij mij is. 

Tennis, bridge of yoga? 

 Vroeger natuurlijk veel gesport, turnen, atletiek en volleybal. Alles heel fanatiek want ik wilde de beste zijn. Nu wandel ik met de honden. 

Wat vind je van de Utrechtse vrouw? 

“Ik denk niet dat die anders is dan de meeste vrouwen. Toen ik vijf jaar geleden van Houten naar Utrecht verhuisde was,  ik bang dat ik “mijn dorp” zou missen. Maar eigenlijk bestaat Utrecht uit een heleboel kleine dorpjes waar ik ook snel mensen heb leren kennen. 

Aan wie geef jij het stokje door? 

Aan Marlien Colina, zij is een sociale vrouw en een levensgenieter. 

   

Yontie Helders

7 reacties

Reageren
  1. Vakvrouw! Fijn om mee samen te werken. Bijzonder om te lezen, dat je zo’n lange weg hebt moeten afleggen. Goed dat je nooit hebt opgegeven. Respect!

  2. Ans ten top zoals ik haar ken, en dat is al lang. Als collega bij de Lekbrug en haar co beheerder van EchoCentrumLeidscherijn. Groot hart en altijd oog voor omgeving. Lekker zo blijven..inderdaad het leven is kort en kan zo anders gaan..geniet

  3. Aan passie, doorzettingsvermogen en zelfvertrouwen geen gebrek. Wat een bijzonder, ontroerend en mooi verhaal. De ‘tegenstelling’ tussen de overlijdens op jonge leeftijd van je ouders en broer en het op de wereld zetten van pasgeborenen vind ik wel heel bijzonder.
    Ik vond je al een prachtige en sterke vrouw, door dit verhaal is dat alleen maar versterkt en heb ik je nog een beetje beter kennen!

  4. Wat een mooi verhaal om zo te lezen .Veel geleerd van haar en ook zeker veel gelachen .Vechter voor haarzelf maar ook voor anderen !
    Blijf zoals je bent xx

  5. Lieve Ansepans, Je bent een super lieve krachtige vrouw.En wat een talent heb je.Veel vrouwen die je begeleidt hebt mogen dankbaar zijn met zo’n lieve verloskundige. Mijn dochters heb jij als eerste aangepakt.Eeuwig dankbaar.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *