Hoe is het nu met?

Het mooiste meisje van de stad/Akke Bink-Wiegersma (54): Buitenkind

Vrouwen die een jaartje ouder worden maar zich jong blijven voelen. Hoe doen ze dat? En is oud worden een straf of een zegen? Akke Wiegersma:”“Ik heb het niet zo in de gaten dat ik ouder word. Ik ben nog steeds fit en heb heel veel energie. Gelukkig maar want ik heb nog zoveel projecten.”

Akke Wiegersma, haar naam doet Friese roots vermoeden. Vader Wiegersma komt dan ook uit Friesland en haar grootouders zijn altijd in het Noorden gebleven. ”Mijn ouders zijn later ook weer teruggegaan naar Friesland, terug naar de geboortegrond van mijn vader ”. Akke zelf werd geboren in Eindhoven. “Mijn vader werkte als ingenieur bij Philips en dan was het logisch dat je in Eindhoven woonde. Moeder kwam uit Den Haag waar zij verpleegkundige was geweest en zij wist van aanpakken.” Akke groeide, samen met twee jongere broertjes, op in een veilig, rustig, warm en sportief nest. “Als kind van acht leerde ik al skiën en wij waren het eerste gezin dat met een surfplank op een karretje achter de fiets ging surfen op de Karpendonkscheplas. Wij vonden dat altijd spannend omdat wij dachten dat alles in Eindhoven van Frits Philips was, dus ook de plas. Ik was een bewegelijk kind dat altijd energie over had. Een echt buitenkind: hutten bouwen, hockeyen of tennissen. Ik ging naar een niet Katholieke basisschool en kon soms wel eens jaloers zijn op vriendinnetje die wel communie mochten doen. Toen ik twaalf was verhuisden we naar Son en Breugel, een saai en beetje deftig dorp. Ik moest op de fiets naar Eindhoven naar de middelbare school, maar op de grote scholengemeenschap kon ik niet aarden. Ik vond vooral het gedoe met jongens ingewikkeld: jongens waren om mee te praten, te sporten en hutten te bouwen. Mijn broertjes zaten op de Vrije School, hoewel mijn ouders geen antroposofen waren, waren ze wel modern. Mijn moeder kende de Vrije School uit Den Haag en toen er een bovenbouw in Eindhoven kwam gunden ze mij die school. Eigenlijk schaamde ik mij een beetje voor het “alternatieve” gedoe en deed net alsof ik nog steeds naar mijn oude school fietste. Of je nu wil of niet op de Vrije School wordt je creatieve kant ontwikkeld en zoveel mogelijk naar boven gehaald. Als reactie op al dat creatieve, waar ik toch wel een beetje ambivalent tegenover stond, koos ik als vervolgopleiding fysiotherapie. Ik was bang dat ik met een opleiding in de creatieve hoek nooit meer van dat stigma af zou komen.

“Hoewel ik een bedeesd, verlegen en sportief meisje was zocht ik ook wel het ruigere leven”

De opleiding fysiotherapie was in Utrecht en ik had gehoord dat je heel vroeg een krant te pakken moest krijgen omdat daar de advertenties voor kamers in stonden. Ik had geluk en vond een kamer in de J.P. Coenstraat, toen nog een echte volksbuurt waar steeds meer buitenlanders kwamen wonen. Ik vond het een geweldige buurt, als meisje uit Eindhoven kwam ik weinig in aanraking met het fenomeen buitenlanders en nu woonde ik tussen mensen uit andere culturen. Hoewel ik een bedeesd, verlegen en sportief meisje was zocht ik ook wel het ruigere leven. Dat vond ik in mijn baantjes in de horeca: bij Bartje, Orloff en Popocatepetl. Na het werk met de hele ploeg uit naar De Kneus of Woolloomooloo. Ik voelde mij thuis in de kunstenaars-en muzikantenscene. Ik had mijn man Peer, die acteur is, leren kennen tijdens mijn werk bij Popo. Ik veranderde mijn naam Petra in mijn tweede naam Akke: Peer en Petra vond ik een beetje Jip en Janneke. Toen ik acht maanden zwanger was besloten we te trouwen. Het werd een Italiaanse bruiloft buiten bij een Fort, een groot feest met lange tafels, veel eten en drinken en muziek. Toen was dat nog niet gebruikelijk en onze aanpak werd de aanleiding voor vrienden om ook zo te trouwen. We kregen nog twee kinderen en ik vond het moeilijk om een baan en kleine kinderen te combineren. Toen de kinderen eenmaal naar school gingen kon ik zo niet door kon blijven gaan. Ik kwam toevallig de peuterjuf van onze kinderen tegen en zij vertelde dat ze een hoveniersopleiding deed. Dat bleek ook echt iets voor mij te zijn en na het behalen van mijndiploma ben ik Tuin-en Landschapsarchitectuur gaan studeren in Velp. Een opleiding waar je moest tekenen, ontwerpen en ook veel presenteren. Nog steeds was ik dat onzekere en verlegen “meisje”, dat bang was om onzin te verkopen. Maar je moest nu eenmaal presenteren wat je had bedacht. Ik zat, moeder van drie kinderen, in de klas met mensen die net van school kwamen. We trokken veel met elkaar op, gingen op excursies naar het buitenland en ons leeftijdsverschil viel weg. Met drie medestudenten  bedacht ik dat we na de opleiding samen iets moesten ondernemen. Eén van hen was Robbert Jongerius, telg van de hoveniersfamilie Jongerius. De familie had een perceel aan de Koningsweg en het terrein lag al jarenlang braak nadat de vader van Robbert besloot om zijn werk als hovenier neer te leggen. Hij kon als kleine hovenier niet op boksen tegen de grote bedrijven. De plek lag onder druk door de planning van de Uithoflijn, de verbreding van de A27 en  de sportclubs.

“We noemden het “omfietsgroente”, even een stukje fietsen om kwaliteit te krijgen”

De overwoekerde as stond er nog en het terrein moest weer opnieuw ontgonnen worden. We besloten om het project Koningshof te starten: op die plek, vanouds de voedseltuin voor Utrecht, mensen in verbinding te brengen met de herkomst van hun voedsel. Inmiddels zijn we zeven jaar verder en hebben we vijftig moestuintjes die mensen zelf kunnen onderhouden, de kassen opgeknapt en boomgaarden aangeplant. Mensen kunnen hun groente en fruit zelf oogsten en kinderen laten zien waar en hoe alles groeit. We noemden het “omfietsgroente”, even een stukje fietsen om kwaliteit te krijgen. Het buitengebied weer verbinden met de stad. Ook dat was onze insteek toen de Oosterspoorbaan op ons pad kwam. Toen de spoorbaan uit Oost geknipt werd zijn we met buurtbewoners en de Gemeente om de tafel gaan zitten. De wens was om een recreatieve verbinding te maken naar het buitengebied rond Utrecht: vanaf de binnenstad naar de Kromme Rijn en dan via het jaagpad naar Wijk bij Duurstede. Het werd het eerste grotere pilotprojectproject van de Gemeente in co-creatie met bewoners. Binnen Koningshof kregen we steeds meer kennis en werden we om adviezen gevraagd. Daaruit resulteerde de oprichting van ons LAND Atelier waar we nu bezig zijn met onder meer de herinrichting van de IJsvogelhof, nu voornamelijk steen en niet meer van deze tijd. Ieder plukje groen telt. Dat geldt ook voor het project Groen Oost: groengebieden en parken in de wijk versterken en verbinden. We willen Oost “vergroenen” en iedereen kan zich daarbij aansluiten. Elk dak, pleintje, straatje, hofje, rotonde of geveltuintje telt mee. Dat is waar ik mee bezig ben: verbinden. Mensen met hun voedsel, stad met landschap en groen met groen.

Hoe is het om ouder te worden? 

“Ik heb het niet zo in de gaten dat ik ouder word. Ik ben nog steeds fit en heb heel veel energie. Gelukkig maar want ik heb nog zoveel projecten. Soms begint het wel eens te “knetteren” in mijn hoofd en vraag ik mij af hoe ik iets af moet krijgen maar meestal lukt het toch wel. Ik hou ervan om druk te zijn want de rust om een boek te lezen heb ik niet.”

Wat is je geheim? 

“Ik ben de “straatmadelief” gebleven die ik altijd ben geweest. Ik omring mij met jonge mensen, mijn compagnons op Koningshof zijn allemaal dertigers. Ik bedenk steeds weer projecten: zo hadden we laatst bedacht om mensen uit het AZC, de nieuwe Nederlanders, te laten tuinieren op Koningshof. Al werkend in de tuin beter Nederlands te leren spreken en mensen te ontmoeten. Het project zou acht weken duren maar duurt nu nog steeds. Alles wat ik doe heeft wel een sociale component maar ik moet mijn eigen sociale leven, mijn vrienden, ook op peil houden. Ik zie nog steeds vrienden van de Vrije School in Eindhoven en van de hoveniersopleiding: de Snoeipoezen. Mensen veranderen eigenlijk niet, we kunnen nog steeds om dezelfde dingen lachen. We hebben drie fantastische kinderen met op hun beurt weer geweldige partners, daar kan ik ook erg van genieten.”

Tennis, bridge of yoga? 

“Ik heb yogalessen gevolgd, maar ik ben niet zo goed in vaste dingen op een vaste avond. Tennis met drie vriendinnen op dinsdagochtend dat hou ik nog wel vol. Ik wandel veel met de hond, ik fiets en loop rond op Koningshof.”

Is je stijl veranderd? 

“Ik ben nooit een meisje-meisje geweest: geen bloemetjes. Toen ik bij Popo werkte droeg ik spijkerbroeken en laarzen met puntneuzen en knalrode lippenstift. Ik draag nu graag zwart met een kleurtje erbij. Hakken vind ik leuk maar niet echt handig in de tuin.”

Wat vind je van de Utrechtse vrouw? 

“Ik vind niet veel van andere mensen. De meeste vrouwen die ik ken zijn eigenzinnig en creatief en kleden zich ook zo.”

Aan wie geef jij het stokje door? 

“Aan Lydia Poel. Ik ken haar al uit mijn studietijd en we zijn altijd vriendinnen gebleven. Zij is veel spiritueler dan ik en dat bewonder ik. Ik ben niet zo diepzinnig, ik ben een doener en een buitenmens.”

 

 

 

Yontie Helders

5 reacties

Reageren
  1. Super leuk Akke je bent inderdaad een doener, daar hou ik van. En je hebt samen met de 30igers iets moois neer gezet. Leuk.!😘

  2. Leuk Akke om zo jouw levensverhaal even op een rijtje te zien. Je bent inderdaad lekker ‘young at heart’ . Houden zo!

    Lieve groeten van Wilna Kuipers, een van de snoeipoezen…

  3. Een geweldig leuk verhaal Akke!!!! Jij bent oprecht het mooiste meisje van de stad Utrecht!!!! Alles wat jij aanpakt, is succesvol!!! Blijf lekker die doener en dat lief buitenmensje, want dat siert je! XXX

  4. Leuk verhaal, veel gedaan in je leven. Zo blijf je jong en creatief en boeiend.
    Leuke vrouw/ mooiste meisje van Utrecht.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *