Onze columnisten

Habitatvernietiging

Jelle Reumer

De aanblik is tegelijkertijd verdrietig en walgelijk – zoals het in mooi Duits heet: zum kotzen – en in de media waren er veel plaatjes over verschenen. Ik heb dus maar geen foto’s gemaakt om dit stukje te illustreren. De fantasie van de lezer volstaat. Ik heb het hier over de onbeschrijflijke rommel (of klerezooi, teringzooi, afvalbende, vuilnistroep, of hoe je het ook wilt noemen) die het feestvierende deel van ons propere volk ’s avonds en ’s nachts in onze parken achterlaat. Het is een ontluisterend gezicht. De burgemeester heeft zich er zelfs tegenaan bemoeid. Op de sociale media riep ze op tot fatsoen en spoorde de parkgasten aan om hun rommel in de daartoe bestemde bakken te deponeren of gewoon mee naar huis te nemen. Het lijkt mij een noodkreet in het midden van de grote oceaan – om de bekende roepende in de woestijn eens in een ander beeld te vatten. Wel goed bedoeld natuurlijk.

Wat na afloop restte, was een desolate teringzooi. Who cares

Ik werd er laatst mee geconfronteerd toen ik met mijn kleindochter naar de speeltuin in het Griftpark wandelde. De avond tevoren was het warm en zwoel geweest. Dat noopte – in combinatie met het gegeven dat je toen thuis nog altijd geen groot feest mocht organiseren – tot een trek naar buiten. Met kratten bier, pizzadozen, sixpacks mexicaans bier met een in coronatijden toepasselijke merknaam, blikjes frisdrank, boodschappentassen vol chipszakken en wat de verpakkingsindustrie ons verder aan afval voorschotelt, was het ongetwijfeld een aangenaam verblijf. De door bierconsumptie veroorzaakte druk op de urineblaas en de door nog meer drankinname ontstane drang tot kotsen konden eenvoudig ter plekke worden verminderd, respectievelijk bevredigd. Wat na afloop restte, was een desolate teringzooi. Who cares

Misschien is het beter om alles te laten liggen

Soms krijg ik de indruk dat de mensheid helemaal niet uit Oostelijk Afrika stamt en van daaruit over de rest van de wereld is uitgewaaierd, maar dat onze diersoort is geëvolueerd op een vuilnisbelt. En derhalve is een omgeving vol zooi, vuilnis en afval onze voorkeurshabitat. Zoals de eekhoorn zich in het bos thuis voelt, de snoek in de sloot en de ijsbeer op de sneeuw, zo gedijt Homo sapiens prima op een geïmproviseerde vuilnisbelt. Wanneer je het bos omver zaagt en de eekhoorn daardoor geen thuis meer heeft, spreek je van habitatvernietiging. Het smelten van de Noordpool is voor de ijsbeer ook het verlies van de leefomgeving. Hier komt de gemeentereiniging elke ochtend trouwhartig de achtergelaten klerezooi opruimen. Maar misschien moeten ze dat helemaal niet doen! Misschien is het beter om alles te laten liggen. Om de habitat van de hedonistische humane parkfauna gewoon intact te laten, en niet over te gaan tot deze, tja, habitatvernietiging. Er kunnen dan twee dingen gebeuren: óf het werkt afstotend, als een buitenruimte-versie van de marxistische Verelendungs-theorie, óf deze diersoort voelt zich definitief thuis temidden van alle vuilnis en voegt er met veel plezier nog het nodige afval aan toe. Kijken waar het toe leidt. Ik vermoed het eerste. 

Ik vrees alleen dat de omwonenden mijn idee voor habitatbehoud geen goed idee zullen vinden. En de burgemeester ook niet.

Jelle Reumer

Jelle Reumer is een in Utrecht opgeleide bioloog, emeritus hoogleraar paleontologie, columnist (o.a. Trouw en Vroege Vogels) en schrijver, bewoner van de binnenstad en betrokken bij de Actiegroep Binnenstad030.

5 reacties

Reageren
  1. Helemaal mee eens en bedankt… scheelt mij weer typewerk. 😉

    Laten liggen is een goede optie.

  2. Het is een idee. Maar ik vrees dat er eerst een enorme berg vuil moet komen voor de feestvierende meute het echt zat is. Het zal toch weer op de gemeentereiniging neerkomen.

  3. Ik ga voor het ouderwetse bonnenboekje. Deze diersoort pak je nog steeds het best in de portemonnee.

  4. Ik zou het zeker een keer laten liggen en dan kijken wat er gebeurd.
    Waar blijven de normen en waarden. Als ik met mijn kinderen buiten was en ze kregen een snoepje dan kwam het papiertje automatisch in mijn tas terecht.
    Het is van de gekke dat elke ochtend het gemeente personeel weer in de weer is om de klerezooi in de Utrechtse parken op te ruimen omdat de gebruikers het laten liggen.

  5. Helemaal mee eens, Jelle. Zo deden wij dat thuis vroeger ook: kleren niet in de wasmand, dan geen schone kleren. Simpel toch. Kamer niet opruimen, zit je zelf in de klere(n)zooi. Het zou van moed getuigen als onze burgermoeder deze aanpak eens zou uitproberen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *