Onze columnisten

COVID-19, ik krijg het er Spaans benauwd van!

Merijn Corneel Koops

Het coronavirus beheerst het nieuws, Nederland is in rep en roer. Ook ik moet bekennen dat ik, vaak, heel vaak, de liveblog van de NOS check voor updates. Hoeveel besmettingen zijn er vandaag bijgekomen? Welke evenementen worden afgezegd? Wat voor gevolgen gaat dit hebben voor het dagelijks leven? Statistieken en prognoses vliegen ons letterlijk om de oren, maar zodra deze column wordt geplaatst zullen deze weer achterhaald zijn. Hoe is de situatie nu en hoe zal deze evolueren, daarover gaat het meestal als het over het COVID-19 virus gaat. Maar wat als we eens niet kijken naar wat is, en wat zal zijn, maar naar wat was?  

 Het is niet de eerste keer dat de wereld wordt geteisterd door een pandemie en zeker ook niet de laatste. In het najaar van 1918 werd de wereld getroffen door een stille ramp. De verschrikkingen van de Eerste Wereldoorlog zijn bijna ten einde als een moordend virus zich in razend tempo over alle continenten verspreidt. De Spaanse griep doodde in korte tijd wereldwijd miljoenen mensen, naar schatting vallen er 20 tot 40 miljoen doden. Er is in de geschiedenis is geen andere epidemie bekend die zo snel en zo hard toesloeg 

Ook in Utrecht heeft de Spaanse griep vele slachtoffers gemaakt. In Utrecht berichten de kranten aanvankelijk dat de Spaanse griep goedaardig was. De eerste gevallen werden gemeld op 18 Juli. Op 4 augustus schreef het UD: “Cijfers zijn uiteraard moeilijk te geven, maar wel is kenmerkend voor de nog niet zoo schrikbarende omvang dat de gemeentebedrijven geen stagnatie hebben ondervonden. Evenwel is het heel goed mogelijk dat binnenkort die stagnatie wel onstaat; de ziekte heeft hier haar hoogtepunt nog niet gehad en er zijn enkele gevallen onder het gemeentepersoneel.’  

Tegen midden oktober waren er in Utrecht tien mensen gestorven. De maanden erna werd de situatie ernstig. Het UD bleef erop hameren dat men niet overdreven angstig moest zijn, omdat de ziekte daardoor meer kansen zou krijgen. De inspecteur van de volksgezondheid schreef op 4 november, ‘De meest waarschijnlijke, blijkbaar wel juiste verklaring is dan ook, dat we te maken hebben met een echte influenza-epidemie bij menschen, die om den slechten gemoeds- en voedingstoestand waarin Europa verkeert, zeer gevoelig zijn voor bijkomende besmetting met kiemen, waartegen ze in normale tijden een grooteren weerstand bezitten. 

De GGD adviseerde het Utrechtse gemeentebestuur om alle scholen een extra lange herfstvakantie te geven, ook omdat er mazelen heersten en er een nijpend tekort aan brandstoffen was. Maar B&W vroegen zich af of de ziekte zich niet even snel zou verspreiden als de kinderen thuis zaten of op straat speelden. Zou de vakantie niet veel langer moeten zijn? Als de scholen te snel openden, zouden de mensen denken dat de ziekte voorbij was en het gemeentebestuur verwijten maken als dat niet het geval zou zijn. De stadsbestuurders vonden ook dat bij een ziekte die zo besmettelijk was, zulke maatregelen nauwelijks of geen zin hadden. Je kon toch niet ook alle bioscopen, kerken, schouwburgen en cafés sluiten? Dat zou namelijk de onrust onder de bevolking alleen maar aanwakkeren. Vandaar dat het college besloot dat scholen pas gesloten zouden worden als de helft van de leerlingen absent was.  

In totaal zijn er in 1918 meer dan 200 mensen gestorven aan de griep en zijn complicaties. Maar de registratie was destijds niet compleet of ondubbelzinnig. Zo werden mensen die longontsteking hadden gekregen na de griep en daaraan stierven, in de statistieken opgenomen onder longziekten.  

Ondanks dit alles ging het dagelijks leven gewoon door. De situatie van toen wordt treffend getypeerd door de uitspraak van de inspecteur van de volksgezondheid in de krant van 4 november 1918: ‘Onder de vele gesels van dezen tijd is zeker deze epidemie een striemende, rouw brengend in een groot aantal gezinnen. Wij moeten moed houden, trachten onze kalmte en geestkracht te bewaren en niet te bevreesd te zijn; dat is toch een der beste beschermingsmiddelen.’ En ook al is het nu ruim honderd jaar geleden, denk ik dat in alle corona hysterie, dit een heel goed advies is. Laten we met z’n allen proberen de kalmte te bewaren. 

 Met dank aan het werk van: P.D. ‘t Hart, 2002, “Kerels als boomen worden in één dag door de griep weggemaaid” De Spaanse griep in Utrecht 1918 – 1920, Oud-Utrecht November 2002.

Merijn Corneel Koops

Thirty030

Thirty030: dertig Utrechters onder de dertig jaar. Deze dertig verschillende expertises, achtergronden, opleidingen en inzichten zijn de nieuwe woordvoerders van Utrecht. Voor de Nuk schrijft iedere week een Thirty030'er over wat hem of haar opvalt in de stad.

2 reacties

Reageren
  1. Zeer leerzaam! Historici herleiden “Spaans benauwd” tot de 80-jarige oorlog, maar ik maak me sterk dat de longontstekingen door de Spaanse griep veel meer hebben bijgedragen aan het hedendaags gebruik van deze uitdrukking. Zelf woon ik in Milaan. Mijn advies is: kalmte, maar niet relativeren.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *