De keuzes van Cor Jansen

Cor Jansen: “Als je dan toch moet veranderen kun je beter in de kopgroep van het peloton zitten”

Cor Jansen

In deze rubriek vragen we Utrechters keuzes te maken in hun vakgebied. Maar ook daarbuiten.

Ik heb met Cor Jansen afgesproken op het kantoor van Utrecht Marketing aan de Ganzenmarkt. Ik ben iets te vroeg en zijn secretaresse biedt mij iets te drinken aan. Op de gang horen we iemand hard zingen. “Dat is de bode van het Stadhuis”, vertelt zij mij lachend. Waarop ik antwoord: ”Het had ook Cor kunnen zijn”. Want zo kennen we Cor Jansen, altijd vrolijk, zelfs wanneer hij vertelt over het schaatsongeluk dat hij precies een jaar geleden had met een gebroken heup als gevolg.. Dan nog zegt hij dat de breuk zo goed genezen is, dat de orthopeed zo kundig was en dat het Anthonius in Leidsche Rijn zo’n fantastisch ziekenhuis is. “Mensen zeggen wel eens over mij “Cor is een blij ei. ” En dat klopt , ik ben een ‘posimist’, positief over de stand van zaken en optimistisch over de toekomst en ben  van de werklust en niet van de  werklast”.

Humor is cruciaal voor Cor Jansen, jezelf relativeren. “We hebben de afgelopen tijd met Corona de nodige tegenslagen gehad. Maar als ik dan naar de Dom kijk die er al 700 jaar staat dan denk ik “Die heeft pestepidemieën en de Spaanse Griep meegemaakt en staat er ook nog steeds. Iedereen krijgt met tegenslagen in het leven te maken maar ik denk niet in tegenslagen, ik ben geen fatalist. Ik denk dan aan het bordje van mijn grootmoeder in de gang: van het concert des levens krijgt niemand het program. En ook aan de boodschap dat het leven een feest is, maar dat je wel zelf de slingers moet ophangen.” 

Cornelis Taeke Jansen (61), geboren in Sneek, groeide op met een vier jaar jonger zusje. “Mijn vader kwam uit een gezin met twaalf kinderen en vond twee kinderen wel genoeg. Ik spreek “stadsfries” en kan alles verstaan maar thuis mochten geen Fries spreken. Mijn vader kwam uit de internationale houthandel en had later  een bouwbedrijf in Sneek en deed veel zaken in het westen, daar werd het geld verdiend, en hij vond het beter dat we Nederlands spraken. Ik had een fantastische jeugd gehad met veel voetbal, hutten bouwen, polsstokspringen over slootjes en zeilen in mijn piraatje en prachtige vakanties in de bergen. Ik noem het een onbezorgde “Kameleonjeugd”.   

Een onbezorgde ‘Kameleonjeugd’

“Mijn middelbareschooltijd herinner ik mij als een heerlijke tijd. Ik zat in de feestcommissie en in de leerlingenraad. Toen ik zestien was onderhandelde ik al met managers van roemruchte Nederpopbands als Sweet d’Buster, Herman Brood en Gruppo Sportivo over hun contracten. Zo zat ik met Koos van Dijk de manager van Herman Brood aan tafel. Het was de tijd van schoolparlementen en politieke cafés en we bedachten dat we de minister van Onderwijs Jos van Kemenade wel uit konden nodigen. Toen kreeg ik al te maken met mensen die dachten “dat kan niet” en zelf ben ik van “het kan wel”. Twee telefoontjes later was zijn komst geregeld.”

“Voor mij was het leven een feest, ik leerde dat je de energie die je ergens instopt ook weer terugkrijg”

“Natuurlijk was ik ook nauw betrokken bij het jubileumjaar van de school, zelfs dermate dat ik in de vijfde klas bleef zitten. Voor mij was het leven een feest, ik leerde dat je de energie die je ergens instopt ook weer terugkrijgt, maar je moet het wel samen doen. Geven en initiatief nemen. Het bleek een heel leerzaam jaar: ik zag daar al dat er wanneer je veranderingen wilt doorvoeren er “remmers in vaste dienst”, “emmers achter de boot, zijn”. Maar wat doen wij dan in Friesland met emmers achter de boot: we snijden het touwtje door: de boot vaart door en de emmer blijft achter, verdwijnt uit zicht en zinkt naar de bodem. Een heerlijke metafoor”.  Ik ben opgevoed in een sfeer van alles is bespreekbaar: zaken op tafel, met elkaar en elkaar in de ogen kijken. Pokeren is dan ook niets voor mij. Mijn vader wilde graag dat ik het bedrijfsleven in ging en het liefst in de toekomst zijn bedrijf overnam en naar Nijenrode zou gaan, maar dat heb ik niet gedaan. Ondernemerszin hebben mijn ouders wel gestimuleerd, het zit in ons DNA, en vooral elkaar iets gunnen. Je kan verder komen met anderen. Van mijn moeder een buitengewoon intelligente en maatschappelijk zeer betrokken vrouw die veel te vroeg is overleden, leerde ik het denken in slimme oplossingen: als het niet kan zoals het moet dan moet het maar zoals het kan. Ik heb altijd nog het idee dat zij ergens van boven de regie nog voert.”

“Ik was dienstplichtig, maar weigerde dienst”

“We hadden scherpe debatten thuis. De koude oorlog, de schaalvergroting in de landbouw en de club van Rome waren vaak de onderwerpen. Mijn vader handelde veel in hardhout uit Birma en Indonesië en dan hebben we het over de “leegkap”. Daar spraken we over en later is hij zich als voorzitter van het Centrum Hout en de bond van Timmerfabrikanten veel bezig gaan houden met verduurzaming en het certificeren van hout en bosbouw. Maar mijn vader handelde wel altijd met veel respect voor de mensen, waar ook ter wereld en dat zit diep in mijn DNA. Zodra je ook maar ergens ter wereld terecht komt en daar oprechte belangstelling voor mensen toont, dan krijg je dat ook weer terug. “Cor kan niet faken”, en naarmate ik ouder word merk ik dat meer en meer, ik ben heel “outspoken”. Voor mij voelt het heel natuurlijk wanneer ik zeg dat we ergens niet mee doorgaan en ik ben daar dan ook heel stellig in. Wanneer iets niet verstandig is dan doen we dat ook niet. Ik was dienstplichtig, maar ik weigerde dienst. Ik kan mij niet achter orders verschuilen en dan geen verantwoording te hoeven dragen voor mijn eigen gedrag. Daar spreek ik nu ook nog mensen op aan.”

“Ben je ooit een ouder tegengekomen die niet het beste wil voor zijn kind?”

“Ik wilde heel graag profvoetballer worden maar helaas was ik daar niet goed genoeg voor. Toen ik zeventien was bleek dat mijn “Boulevard of broken Dreams.” Ik koos voor de studie Onderwijskunde in Groningen. Van Kemenade was bijzonder hoogleraar daar en dat heeft mij misschien wel tot die keuze gebracht. Het grote verschil tussen studeren in Groningen en Utrecht is dat wanneer je in Groningen gestudeerd hebt je vertrekt en wanneer je in Utrecht studeert je er blijft. Na mijn studie werd ik medewerker Marketing en Communicatie aan de Universiteit Groningen. Maar ook ik vertrok uit Groningen en werd Hoofd Onderwijsvoorlichting bij de VU in Amsterdam toen ik pas 27 was. De VU is een bijzondere universiteit met veel eerste generatie studenten en veel studenten uit de multiculturele samenleving die de universiteit omringt. Dan hoorde ik wel eens “Ze willen niet en het zit niet in de cultuur”. Hou toch op ben je ooit een ouder waar ook ter wereld tegengekomen die niet het beste wil voor zijn kind? Maar de studenten moesten wel de taal van de markt, de universiteit leren spreken. Ik zag  waar de drempels zaten.  Dus zijn we daar vanuit de VU in Amsterdam Zuid Oost in samenwerking met de middelbare scholen daar begonnen met projecten gericht op succesvolle instroom van jongeren in het hoger onderwijs.”

Op zijn zeventiende bleek voetbal een ‘boulevard of broken dreams’

“Je zorgt ervoor dat het beter is dan toen je kwam”

“Ik ben ook Onderwijskunde gaan studeren omdat onderwijs de succesfactor in de samenleving is.  Een samenleving die hun onderwijs op orde heeft is een betere samenleving. Meer in balans, met meer vertrouwen in de toekomst. Na ruim vijf jaar vertrok ik naar de Universiteit Utrecht. Ik ben iemand van goed “Rentmeesterschap”, je past goed op hetgeen je is toevertrouwd en je zorgt ervoor dat het beter is dan toen je kwam. Ongeschonden en liefst met opslag, doorgeven. Dat is een rode draad: zo zie ik ook het type werk dat ik nu doe voor de stad. In Utrecht werd ik gevraagd om mij bezig te houden met de in, door-en uitstroom van de bèta-opleiding: het project Bèta-groei. Gericht op het verbeteren van de instroom van studenten, het verminderen van de uitval en een betere aansluiting op de arbeidsmarkt. We merkten dat er een enorm gat zat tussen de universiteit en de middelbare scholen. We zijn toen het Scholennetwerk begonnen. Leerlingen alvast kennis laten maken met de universiteit. Ik heb daar ook het politieke spel in Den Haag geleerd toen we na een succesvolle landelijke lobby de vijfjarige bèta-opleiding gefinancierd kregen. Uit deze tijd stamt mijn bijnaam als ‘metaforen man’. Metaforen werken vaak heel goed om zaken die moeten veranderen bespreekbaar te maken. Juist ook bij diegenen die niet willen veranderen.”  

“Mooi voorbeeld is de artiest-impresario metafoor. Ik zie hoogleraren als artiesten en als marketeer zie ik mezelf als impresario. Wat je in mijn eerste periode bij Universiteit, sindsdien is er ongelofelijk veel ten goede veranderd, vaak zag dat aan het begin de voorstelling de zaal vol zat met eerstejaars, maar dat halverwege de voorstelling de zaal half leeg was. Maatschappelijk natuurlijk niet te verteren en in feite een verspilling van maatschappelijke middelen. Om dit bespreekbaar te maken met de verantwoordelijke hoogleraren, zeg maar de topartiesten, vroeg ik altijd of ik de verkeerde kaartjes aan de verkeerde mensen had verkocht, of dat het misschien aan de kwaliteit van de voorstelling lag. Omdat een beetje topartiest een hekel aan lege zalen heeft heb je dan meteen een haakje voor het goede gesprek. Namelijk over hoe door vermindering van de uitval je ook kunt groeien. En ja dat is mijn manier van werken als marketeer: doelmatig omgaan met publieke middelen en door verminderen van de uitval juist toch groeien.” 

“Als je dan toch moet veranderen kun je beter in de kopgroep van het peloton zitten”

“Om mensen die niet willen veranderen toch mee te laten bewegen gebruik ik vaak de evolutiemetafoor. Als de soort zich niet aanpast aan de veranderende omgeving dan sterft de soort uit. Dus als jij niet mee wilt veranderen dan is dat in eerste instantie toch echt een probleem voor jou. En als je dan toch moet veranderen kun je beter in de kopgroep van het peloton zitten of aan de voorkant van de golf. Daarna werd ik verantwoordelijk voor de internationale marketing van de Universiteit en werkte ik ook, om zicht te krijgen wat er intern nodig was om studenten niet alleen te werven maar juist ook om te behouden, als  adjunct-directeur Bureau Buitenland. Buitenlandse studenten vragen altijd drie dingen: hoe is de kwaliteit van de opleiding, waar kom ik terecht en hoe veilig is de stad? Bij dat werk werd mij meer dan ooit duidelijk hoe groot het belang van de stad is bij de werving van studenten. Dan is het mooi om te zien dat Utrechtse Horeca intensief samenwerkt om de meest  veilige horeca van Nederland te zijn en dat scheelt.”

“Tot slot kwamen we bij de werfkelders aan de Oude Gracht en zeiden ze niets meer”

“Maar Utrecht heeft  natuurlijk meer. Onze geweldige geschiedenis. We zijn de meest Noordelijke grens van het Romeinse Rijk en dat klinkt meteen heel goed en voor iedereen bekend. Wanneer ik met Chinezen over het Science Park liep dan vonden ze het belachelijk dat wij 50 jaar gebouwd hadden om het complex te voltooien. “Wij bouwen 100 van deze complexen in 5 jaar”. Maar dan reden we op de fiets naar het centrum: langs het Rietveldhuis, het Wilhelminapark, de Maliebaan met het eerste fietspad ter wereld, het Lepelenburg, het Domplein en werden ze steeds stiller. Tot slot kwamen we bij de werfkelders aan de Oude Gracht en zeiden ze niets meer. Wat dat betreft verkoopt de stad, als je er eenmaal bent, zichzelf, maar je moet eerst  wel op de radar komen bij de gewenste bezoekers en toekomstige bewoners.”

“Mijn vrouw vroeg: de opvoeding van onze kinderen, dat zouden we toch samen doen?”

“Ik zat in mijn eerste periode bij de Universiteit Utrecht door mijn baan veel in het buitenland en mijn vrouw Marlies vroeg op een gegeven moment:” De opvoeding van onze kinderen, Brechtje en Jort in die tijd 7 en 5, dat zouden we toch samen doen?” Mede daarom heb ik vervolgens de overstap gemaakt als directeur Marketing en Communicatie naar het ROC. Toen nog ROC Utrecht, het latere ROC Midden Nederland.  Een samenleving waar het MBO op orde is maakt meer het verschil dan een samenleving die het universitaire onderwijs op orde heeft. Immers 60% van de mensen in Nederland is op dat niveau opgeleid. Utrecht moet een stad zijn waar alles in balans is, die geen tweedeling kent. Ik ben zelf iemand die enorm bezig is de buitenwereld te verbinden met de binnenwereld. Zeg maar organisaties leren de ramen open te zetten en van buiten naar binnen leren kijken. Doordat in die tijd zowel de  de Hogeschool en het ROC nog druk bezig waren hun fusieleed te verwerken merkte ik dat mijn kracht toch elders lag. Dit kwam onder andere door het inzicht dat ik kreeg  dat in fusieorganisaties sommige mensen op leidinggevende  plekken komen door nooit te bewegen, en daarmee geen behoefte hebben aan veranderingen. Veranderingen die om, bijvoorbeeld beter aan te sluiten op de arbeidsmarkt, keihard nodig zijn.”

“Ik irriteer me professioneel aan mensen die zich opstellen als emmers achter de boot.”

“Na het ROC ben ik overgestapt naar de Hogeschool. De HU was een eilandenrijk en de opdracht was daar één gezicht van ter maken. Vervolgens gingen we voor een profiel van een aansprekende “European University of applied sciences”. Een pracht ambitie, alleen de werkelijkheid van de opleidingen was vaak anders. Geloofwaardigheid wordt dan een probleem en ik merkte dat die constatering niet spoort met mijn topsport mentaliteit. Ik hou van mensen die zichzelf willen verbeteren, die de grenzen van het professionele kunnen opzoeken. Ik irriteer me professioneel aan mensen die zich opstellen als emmers achter de boot of “spreadsheetfetisjisten.”

Rond 2010 kwam de UU langs in de persoon van voorzitter van het college van bestuur Yvonne van Rooijen, een geweldige vrouw, zeer betrokken bij de publieke zaak en gezegend met een bestuurlijke topsport mentaliteit. De Universiteit Utrecht moet de eerste worden van Nederland, de tiende van Europa en de vijftigste van de wereld. De kwaliteit moest omhoog en daarom moet je je kwetsbaar opstellen. Als directeur Communicatie & Marketing werkend aan de Universiteit die boven het maaiveld uitsteekt, voor de buitenwereld vol op de radar staat en waar goede wijn een prachtige krans verdient. De kwaliteit verbeteren en je dus ook kwetsbaar opstellen. Mijn motto daarbij ‘Fouten maken mag niet, maar moet’.

“Als ik bij jullie kom werken dan wordt het nooit meer rustig”

“Ik raakte tijdens mijn tweede periode bij de Universiteit Utrecht in gesprek met  de Raad van Toezicht van Utrecht Marketing. Na twee jaar ontwikkeling als fusieorganisatie werd het voor Utrecht Marketing tijd om gericht de samenwerking met de Utrechtse buitenwereld op te zoeken, om zo Utrecht duurzaam en bij de juiste doelgroepen goed op de kaart te zetten. Een spannende overstap. Kern van het gesprek: als ik bij jullie kom werken dan wordt het nooit meer rustig. En gaan we niet aflatend aan de slag voor samen met partners aan de slag voor stad en regio. Kan iedereen dat wel aan? Het hoofd vol boven het maaiveld en goede wijn behoeft wel degelijk krans, dat wil ik als uitgangspunt.  Een spannende en uitdagende reis waar ik in 2019 als directeur Utrecht Marketing mee begonnen ben en me, zo durf ik na alweer drie jaar aan de slag te zijn, als een vis in het water voel.”

Cor Jansen is een man die tegenslagen wil om buigen. In 2005 als voorzitter van de Omni Zwaluwen Utrecht 1911, gelegen achter de jaarbeurs, een gedwongen fusie tussen vv Utrecht en Zwaluwen Vooruit. “Wat begon als een gedwongen huwelijk van ongeveer 500 leden was bij vertrek in 2013 een verbindende Omni vereniging met ruim 2000 actieve leden. Het motto daarbij is bouwen door te benoemen en leden binden, betrekken, aanspreken en zeg maar door veel zelfwerkzaamheid als in een dorpsclub de vereniging de grote stad laten groeien en bloeien.”

Toen Rotterdam in 2010 de Tour kreeg was dat een enorme tegenvaller. Maar op zo’n moment zit hij niet bij de pakken neer en grijpt juist de tegenslag aan. “We kregen niet alleen in 2010 de Giro als finishplek van een etappe, maar Le Grand Départ van de Tour in 2015 en de Vuelta, door Covid niet in 2020, maar in 2022”.

De Vuelta is geen doel, maar een middel om Utrecht op de kaart te zetten.`

“De Vuelta is geen doel maar een middel om Utrecht op de kaart te zetten”

Iedere Utrechter zal zich de dagen van en vooral rond de Tour zich herinneren. “Want, de voorpret is net zo belangrijk als de dag zelf”, zegt Cor. Hij werd één van de boegbeelden van de Utrechtse lobby om grote wielerwedstrijden naar de stad te halen. Eerst als voorzitter van het Business Peloton en directeur communicatie & marketing bij Universiteit Utrecht. Bij Utrecht Marketing zal hij van de uitgestelde Vuelta weer een feest weten te maken. Maar nooit zonder partners, dat is de “Utrechtse Stijl”. De Vuelta is geen doel maar een middel om Utrecht op de kaart te zetten”

De Domtoren ingepakt, zo lelijk. Maar Cor Jansen bedacht samen met partner Stichting Utrechts Eigen Dom en de gemeente een pluspunt: met financiële steun van a.s.r. een lift aan de buitenkant. `”Nu kunnen mensen die slecht ter been zijn ook naar boven en een honderdjarige kan zijn of haar verjaardag op de Dom vieren. Ornamenten die tijdens de restauratie van de toren niet meer te herstellen waren, weggooien? Nee, tentoonstellen  bij het UMC, Karel V, PWC, TivoliVredenburg en andere partners. Iedereen wil wel een stukje Domtoren in huis hebben.`”

De keuzes van Cor

Sporter

“Als ik een keuze moet maken dan kies ik voor “Ilias Ennahachi. Hij is wereldkampioen Kickboksen en werd tweemaal Utrechtse sporter van het jaar geworden. Zijn roots liggen in het Rif Gebergte maar hij is een icoon, een rolmodel voor zijn wijk Kanaleneiland geworden. Toen Ilias tien jaar was begon hij met kickboksen en twee maanden later vocht hij zijn eerste wedstrijd. Voor hij met kickboksen begon hing hij een beetje rond op straat. Maar door het kickboksen kreeg hij een doel in zijn leven waar hij 100 procent voorgaat. Hij is zich bewust van zijn voorbeeldfunctie en wil laten zien dat je alles kan bereiken als je er maar hard voor werkt”.

“Zijn roots liggen in het Rif Gebergte maar hij is een rolmodel voor zijn wijk Kanaleneiland geworden”

Wielerparcours  

“In de stad, natuurlijk het tijdritparcours van de Tour de France en straks dat van de ploegentijdrit van La Vuelta. In de regio voor een windhapper als ik de Lekdijk, tussen Amerongen en Vreeswijk. Heerlijk met de Zuidwesten wind die je altijd tegen hebt”. In het buitenland het parkoers van Trondheim naar Oslo. De styrkeproven: een prachtige wielerkoers van ruim 540 km. En ook het parkoers van de Tour du Mont Blanc, 360km door de bergen, met 7 alpenreuzen en 8000 hoogtemeters is voor de liefhebber wel een dingetje.”

“Natuurlijk het tijdritparcours van de Tour de France” (Foto: Michael Kooren)

Kunstwerk

“De Haas” op de Neude. De officiële naam is “Thinker on a Rock”, de haas zit in dezelfde houding als het beroemde beeld van Rodin “Le Penseur”. De Haas is gemaakt door Barry Flanagan en de gemeente kocht het beeld speciaal voor de Neude. Er is de nodige discussie geweest over het beeld. Leefbaar Utrecht vond dat de Utrechter ook mocht meebeslissen wat er op de Neude kwam te staan. Er werd een wedstrijd uitgeschreven en de jury koos voor twee andere buitenlandse ontwerpen. Belachelijk, vond men, waarom geen Nederlandse ontwerper? De Utrechtse bevolking stemde, als protest, massaal voor de Haas. Zo kwam het beeld terug op de plaats waar het voor bedoeld was op de Neude. En daar hoort het. Maar ik wil ook heel erg graag  “De Boekenkast” van Jan is de Man noemen. Op de kruising Mimosastraat, Amsterdamsestraatweg waarvoor alle buurtbewoners en betrokkenen hun favoriete boek mochten inleveren. Die boeken zijn verwerkt in een muurschildering”.  

“De Haas staat waar hij hoort”

Boek  

“Hoe God verdween uit Jorwert” van Geert Mak. Zoals ik al vertelde was mijn moeder een uitermate intelligente vrouw die voor haar huwelijk werkzaam was bij Douwe Egberts in Joure als laborante. Zoals in die tijd gebruikelijk was moest zij na haar huwelijk stoppen met werken. Maar toen ook mijn zus Bea naar school ging in 1968  was haalde zij haar rijbewijs en ging zij werken al enquêtrice voor het CBS. In haar autootje kris kras door Friesland verzamelde zij alle mogelijke statistische gegevens over de bewoners in de stad en op het platte land in de dorpen.. Zo was ik midden in het boek van Geert Mak en lees ik de gegevens over de mobiliteit van de dorpje Lollum uit 1973 staan. De gegevens door mijn moeder verzameld, door het CBS gepubliceerd en waar Mak weer gebruik van maakte. Ik was verbijsterd maar ook ontroerd. Ik begreep nu ook waarom er een groepje kinderen bij mij in de brugklas, waar ik me als een vis in het water voelde, een beetje buiten de klas stond. Zij kwamen uit Lollum, waren eigenlijk nog nooit hun dorp uit geweest en moesten ineens in de bus naar school, naar Sneek. Toen ik het boek van Mak las en ik zag de mobiliteitsgegevens van Lollum waarin duidelijk werd dat de geen van de bewoners verder waren geweest dan Appelscha, viel het kwartje. De kinderen vonden geen aansluiting omdat ze nooit ergens waren geweest. Voor hen was het alsof een wijsneus als ik  van Mars kwam”.  

“Toen ik dit boek las was ik verbijsterd en ontroerd”

Film 

“Once Upon a Time in the West”. Dat is een film die ik misschien wel dertig keer heb gezien, tot ergernis van mijn vrouw. Er is geen enkele film waarin het verhaal van het leven zo cinematografisch wordt weergegeven. In beelden, shots en muziek. Alles komt voorbij: goed en kwaad, maar ook dromen. De West-Coast waar een van de hoofdrolspelers van droomt maar nooit zal komen. Hij gaat dood, valt in een vuile plas en hoort daar dan het ruisen van de branding van Pacific in. En het citaat uit de film: “What are we gonna do with him, Frank?” Het begin met de piepende windmolen en de laars. Het zal wel een generatie-dingetje zijn, maar dit is echt de allermooiste film die er is”.  

“Het zal wel een generatie-dingetje zijn, maar dit is echt de allermooiste film die er is”

Restaurant

“De Zware Jongens” in het oude Muntgebouw. Ik had daar laatst een etentje en ik had er in eerste instantie geen vertrouwen in. Als het gaat om een goed restaurant ben ik wel een beetje conservatief en traditioneel moet ik tot mijn spijt bekennen. Alles waar ik niet van houd: zo’n popup toestand met shared dining. Alles samen delen en dan ook nog vreselijk bewust verantwoord eten, bijna vegan. Maar zo zie je maar weer. Met vooringenomenheid kom je nergens. Stel je open en laat je verrassen. Dus ik heb me daar toch lekker gegeten! Alles klopte van A tot Z: het eten, de kwaliteit, de bediening, de locatie en het gastheerschap en uiteraard ook het gezelschap. Alles wat je nodig hebt voor een goede en fijne avond. Zeer aan te bevelen, ik had een zwaar hoofd in “De Zware Jongens”, maar het is een buitengewone lichtvoetige culinaire belevenis geworden”.  

“Bij De Zware Jongens heb ik me toch lekker gegeten!”

Drank

“Maximus Pandora Blond”, winnaar van goud op de Dutch Beer Challenge 2020 in de hoofdcategorie blond. Ik ben een bierdrinker, geen wijndrinker. Brouwerij Maximus is een mooie tent met een fijn café. Die gasten snappen hoe het werkt. Dankzij Maximus begint zo’n stadsdeel als Leidsche Rijn een ziel te krijgen. De sfeer hangt heel erg af van wat er gebeurt, wie kom je tegen en wat voor gesprekken heb je. Met mijn zoon spreek ik er, als het lockdowntechnisch maar enigszins kan, iedere week een avond af en dan hebben we daar een vader zoon-dingetje”.  

“Ik ben een bierdrinker, geen wijndrinker”

Stad  

“Utrecht en dan een hele tijd niks en dan Groningen op een tweede plaats. Utrecht en Groningen lijken wel op elkaar: dezelfde dynamiek en beide steden hebben een enorme geschiedenis. En ook een studentenstad. In het buitenland houd ik erg van steden aan zee. Seattle en Vancouver, dat zijn “ontmoetingssteden”, gericht op elkaar ontmoeten en openstaan. Wanneer je als vreemdeling daar komt en je loopt een willekeurige kroeg in, dan heb je binnen vijfendertig seconden een gesprek. Kom ik in Parijs dan heb ik dat echt niet”.  

“Utrecht en dan een hele tijd niks en dan Groningen op een tweede plaats” (foto: Kees Wennekendonk)

Utrechter

“Die kan ik bijna niet kiezen. Zoveel toppers met impact. Gabriel Erlach, een verbinder in Kanaleneiland. Selfmade woman waar de stad trots op kan zijn en zij kan ook trots zijn op zichzelf. Zij speelt een belangrijke rol als presentator van U in de wijk en bij het “Krachtstation” in Kanaleneiland. Maar ook Mo Assem “Mister Beam”, de creatief achter kleurdestad.nl en Utrechts lichtkunstenaar bij uitstek, met een internationale uitstraling. Job, Joris en Marieke, van de gelijknamige animatiestudio zitten met hun Oscarnominatie in de  buitencategorie.”

“Gabriel Erlach, een verbinder in Kanaleneiland”

Als jij burgemeester zou zijn?  

“Ik ben buitengewoon gelukkig met deze burgemeester en ik zou niet zo verschrikkelijk veel anders doen. Doorgaan met haar verbindende rol. Utrecht en omgeving op de kaart krijgen en daar niet aflatend vol voor gaan. Ik vond het spannend toen zij hier kwam, maar het is iemand die je graag zou willen hebben als reisleider. Met wie je weet dat er een duidelijk reisdoel is, maar je weet dat het ook wel avontuurlijk wordt. Wel doelgericht maar de reis is ook belangrijk. Ik ben een kritisch volger”.  

… 

Yontie Helders

7 reacties

Reageren
  1. “Humor is cruciaal voor Cor Jansen, jezelf relativeren”. Als iemand geen zelfrefectie heeft dan is het wel Cor Jansen. Hij haalt deze zichzelf toegedichte eigenschap totaal onderuit met zelfgenoegzaamheid, zelfoverschatting en zelf-felicitatie. Nog nooit zag ik iemand zoveel veren in zijn eigen reet steken. Tegen mensen die hem een spiegel voorhouden waarop hij zou kunnen reflecteren zegt hij: jullie zijn volgelopen emmers aan een koord en jullie verpesten mijn bubbel. De typische manager die zich laat omringen door kontkruipende vertrouwelingen die feitelijk het al het werk doen waarmee hij zichzelf feliciteert. Ten onrechte want hij heeft een zeer kritisch rapport aan zijn broek hangen.

  2. Ben geen fan van dhr. Jansen. Daar heeft dit artikel niets aan veranderd. Deze man heeft duidelijk niets met het leefbaar houden van ons geliefde Utreg.

  3. Goed verhaal dat de ijdeltuiterij van Cor Jansen treffend weergeeft. Al lezend ga je je afvragen wat Utrecht zou voorstellen zonder hem. Ik denk dat we ook dan rustig (misschien wel rustiger) kunnen genieten van de stad. Iets meer nederigheid zou Cor Jansen niet misstaan.

  4. Cor Jansen: “Leve Cor Jansen.” Wat mij betreft niet echt de Utrecht-stijl.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *