Frontchauffeur

Busblog: het “soepele” normaal

Elke week de belevenissen van een frontchauffeur.

Een leuke bijkomstigheid van de elektrische bus is dat er een tramtingelpedaal in zit. Bij drukke situaties waar ander verkeer de bus niet hoort, kun je dat pedaal intrappen waarop er een vrolijk doch alarmerende tingel volgt, net als bij de tram. Zelf gebruik ik het meer voor de kleintjes langs de kant van de weg. Meestal zwaaien ze dan even met blije ouders erbij. Ik zwaai graag terug en rijd dan ook blijer verder. Het kan zo simpel zijn.

Ook fijn is dat de demonstraties op De Dam en de Erasmusbrug, geen besmettingshaarden schijnen te zijn. Het schijnt… want zekerheid is er niet in dezen omdat veel betogers, van buiten de steden kwamen. Veelal jong (potentiële doorgevers zonder er last van te hebben. Bijwerking: arrogantie) en waarschijnlijk geen mensen die zich laten testen bij milde klachten… ook niet als ze daartoe opgeroepen worden door het GGD, vermoed ik zo. Het zou zomaar als verraad beschouwd kunnen worden.

Berichten uit Nieuw-Zeeland en China waren goed, inmiddels ingehaald, terwijl de C-geest hier nog steeds niet in de fles zit. Het nadeel is dat dit soort berichten, met veelal ongenuanceerde koppen, de indruk wekken dat er geen virus meer is. Dat wordt steeds merkbaarder in de kleine AH in de Twijnstraat in deze keek op mijn week. Ik heb een jonge man met klem verzocht wat afstand te nemen terwijl hij door het mij geopende koelvak voor kookroom, iets anders wilde pakken, net als vroeger, lekker knus. En bij de kassa meende een vrouw van rond de zestig in een hippe rode jas, gewoon door te stieren tussen mij en het spatscherm op een kleine halve meter, terwijl ik m’n boodschappen in stond te pakken.  

‘Kon niet vinden wat ik moest hebben hoor!’ Blèrde ze tegen de caissière terwijl ze me kranig passeerde.

‘Bedankt voor de afstand mevrouw!’

 ‘Ooohh… sorry.’ Terwijl ze doorliep.

‘En wat heb ik daaraan?’

‘Ehhhh…’ Weg. Ik zag haar later nog bij de ingang. Druk op haar slimfoon. Ze zag dat ik haar zag en dook quasi dieper in haar foon. 

We zien het virus weliswaar niet maar het is er nog steeds. Xenofobie ook. Angst voor het vreemde. Twee maalstromen waarin we zijn vervlochten nu. Het virus verbond ons in den beginne maar in de schijnbare staart ervan, worden we weer van elkaar losgerukt door 1,5 meterweigeraars en een boemerangeffect uit ons koloniale verleden, getriggerd door de moord op George Floyd. 

Ook ik heb er mee te maken gehad als witte, langharige jongeman

Die commotie begrijp ik omdat discriminatie en xenofobie in ons land, stevig geworteld zijn. Ook ik heb er mee te maken gehad als witte, langharige jongeman. Sommige cafés kwam ik niet in en werd geweigerd voor een baliefunctie bij het Arbeidsbureau in 1990, want ‘de kans bestond dat mensen er aanstoot aan zouden kunnen nemen’. Ik knipte het er niet voor af, ik had m’n trots. Klote vond ik het… maar ik had de keuze wel. Een donkere huid of je achternaam knip je echter niet weg. 

Ik weet het… ik weet het… ik ben ‘maar’ een buschauffeur. Rij je rondjes nou maar, denk vooral niet na en ventileer je mening a.j.b. niet. Ken je plaats! DE chauffeur bestaat echter niet binnen een korps met zoveel verschillende mensen, dat het soms wel lijkt of we een afspiegeling van de maatschappij zijn. Aan onze sturen zitten alle kleuren. Van wit met sproeten en rood haar, naar dat mooie, bijna zwart wat een blauwe gloed lijkt te hebben. Alle geloven (atheïsme reken ik ook goed) zijn vertegenwoordigd en er komen gelukkig steeds meer vrouwen bij, ook met chador.  

Daar ben ik trots op, ondanks het dedain waar ik zo af en toe mee geconfronteerd word door mensen die vooroordelen hebben over DE chauffeur. Dat komt niet alleen van de hogere ‘kaste’ maar uit alle lagen van de bevolking. Het wordt niet gezegd… maarrr… Ik merk het wel.

Woensdag de 17e heb ik weer allerlei soorten mensen vervoerd. Ze negeerden of begroetten me in al hun diversiteit. Opvallend is dat de gemiddelde passagier in deze tijd, mijn groet niet waar lijkt te nemen bij het instappen. Men komt veelal onwennig en schichtig binnen, checken in terwijl ze om zich heen kijken of ze een goed en veilig plekje kunnen vinden. Bij het uitstappen merk ik een fijn verschil. Ik word vaker bedankt en een fijne dag gewenst als voorheen.  Op eindpunten zocht ik naarstig naar documentatie over één van mijn jeugdhelden: Mohandas Karamchand Gandhi. Mede door hem en Martin Luther King, geloofde ik als oudere puber (en nog steeds) in geweldloosheid en weigerde ik uiteindelijk de Militaire Dienst op maandagochtend, 20 maart 1989. Na twee weken daadwerkelijke Militaire Dienst binnen de Van Heutsz-compagnie, in het hol van de leeuw. Het werd een lange dag maar ’s avonds was ik thuis!

Nu ligt ook Mahatma onder vuur en wordt hij over dezelfde kam geschoren als o.a. Coen, Colston en Leopold II.  Inderdaad… de beste man heeft donkere pagina’s geschreven aan het parlement van Natal en heeft zich daarin bepaald niet gelijkwaardig uitgelaten over zwarte Afrikaners in zijn tijd als elite-Indiër onder de Britse vlag. 

Nelson Mandela vond overigens niet dat hij een schandvlek was voor Zuid-Afrika, integendeel. 

Als Gandhi een racist was, zal ik er volgens sommigen ook één zijn

Als Gandhi een racist was, zal ik er volgens sommigen ook één zijn door mijn tijd als redacteur en columnist bij Leefbaar Rotterdam, toen ik nog jong en onbezonnen was en fouten durfde te maken. 

Terwijl ik lekker zat te typen op woensdagavond met een vrije donderdag in het vooruitzicht, ging het plenzen. Heerlijk. Mijn straatsie is dan op z’n mooist met de reflecties van de lantaarns. Ik ging op mijn blote voeten naar buiten tijdens deze lekkere bui in de schemering en nam de tijd om naar beide kanten foto’s te maken. Ohne filter.

Vrijdag begonnen met een tramtingelbus en na de pauze met een goeie gelede op lijn 73. Slechts één twijfelmomentje… of ik wel okselfris was… toen een bepaalde geur m’n neusvleugels binnendrong. Ik stak automatisch m’n neus onder m’n oksel maar nee… het was iemand die op drie meter afstand van me zat. Verder nog iemand op het Westplein die toch nog even voorrang eiste waardoor ik een noodstop moest maken. De automobilist was… ik mag het eigenlijk niet zeggen… maar eh… ja… een man. 

Twee keer heb ik overwogen mezelf te voorzien van een mondkapje

Gelijke monniken, gelijke kapjes? Dat werd het niet op zaterdag. Ze werden gedragen maar de ene zet em pas op als hij, zij of hèt zit… en de ander voor de show, net onder de neus. Met zeven man geen probleem maar met dertig plus, vind ik het toch tricky worden in mijn gemaskerde bal op wielen. Twee keer heb ik overwogen mezelf te voorzien van een mondkapje maar ik had raampjes, dakluiken en m’n zijraam goed open. In de stad was het (mij iets te) ‘gezellig’ druk waar de gele hesjes een beetje verslagen en machteloos overkwamen. 

Steeds meer mensen denken ook dat ze weer voorin kunnen stappen maar het opvallendst vond ik een vrouw die instapte en na drie weken mondkapjesplicht de volgende vraag stelde:

‘Is dat mondkapje ècht verplicht?’

‘Jazeker!’

‘Ooohh… jaaahh… tis de eerste keer dat ik met de bus ga.’ Tuurlijk. Kruip terug onder je steen, dacht ik. Of neem een andere chauffeur in de maling. 

Het was wederom een week die alle kanten opging. Van de rust op lijn 34 naar de drukte op lijn 74 met mooi weer. Hoorn en de Coen-rellen, Derksen en Van Dijk, Trump, hooligans in de Hofstad, enz. Ik heb het bewust niet allemaal bijgehouden maar op Vaderdag was ik vrij met koffie en slimme presentjes op bed waaronder een mooie tekening van mijn zoon. Heerlijk gekeuteld als gezin en ouderwetsch gesjoeld. Adem in… adem uit.

Good night & good luck!

Michael Hermanus Schuurmans (Utrechter, buschauffeur, kunstenaar)

 

 

Redactie

Eén reactie

Reageren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *