Frontchauffeur

Busblog: “Groeten is niet besmettelijk”

Elke week de belevenissen van een frontchauffeur.

Alweer woensdag? Pfff. Mijn eerste werkdag elke week, na twee vaste vrije dagen, dus met een maandaggevoel beginnen. Absoluut geen zin in. 

‘Tell me why… I don’t like Wednesdays… tell me why… I don’t like wednesdahaays?!’

Voor de ‘verandering’ weer es de 34 en de 73. Het mag dan efficiënter en voordeliger zijn voor U-OV maar voor de chauffeur is het vanaf 15 december vorig jaar, saaiheid ten top. In Zeist valt het nog enigszins mee qua lijnen maar in Wijk bij Duurstede rijdt men al ruim acht maanden, alleen maar lijn 41 heen en weer met af en toe een keer lijn 50. Dat stompt je af en zeker nu met bijna geen contact met de passagiers vanwege… het virus. 

Het werd een dag die ik al vaker beleefd had. Beginnen en eindigen met een fijne, elektrische bus. Die zijn nieuw en hebben nog geen 10.000 km gereden, luxe, geloof me. Het tussendoortje is altijd een verrassing en vandaag werd het geen fijne. Boordcomputer gecrasht, zonneschermen die niet bleven hangen, een microfoon die op een onteikelde olifantenpenis leek en er zat waarschijnlijk iets tussen de achterwielen… doenk, doenk, doenk. Alsof je op een Belgische snelweg rijdt maar dan op 78 toeren… 

Van de meeste passagiers verwacht ik inmiddels niet veel meer. Uitzonderingen daargelaten

Snel vergeten. Lichtpuntjes waren de pauzes op de vestiging waar ik in ieder geval verzekerd was van contact. Deze crisis heeft me in ieder geval geleerd meer waardering voor het contact met collega’s te krijgen. Zo ook met het vaste, vitale personeel van onze AH in de Twijnstraat en de vriendelijke schoonmakers op Maarssen NS. Ik heb ze beter leren kennen. Van de meeste passagiers verwacht ik inmiddels niet veel meer. Uitzonderingen daargelaten. 

Aan het begin van de dag heb ik nog steeds wel goede intenties en zeg netjes gedag via de spiegel. Het punt dat ik dat loslaat, wordt de laatste tijd steeds iets vroeger op de dag… helaas. Ik neem het mezelf niet kwalijk. Als je 50 keer gedag zegt en er zeggen er slechts 3 iets terug… juist.

Gelukkig heb ik Steve Vai nog die ik de laatste dagen vaak opzet via m’n hoortoestel. Vrolijk, frivool en virtuoos gitaarwerk… een perfect vaccin. Wat mensen van me denken als ik vals meefluit, of mensen die zich zorgen om me maken als ik op ‘Rainman’ lijk als ik het stuur als gitaar gebruik, kan me helegaar niets meer schelen. De gêne voorbij.

 Ondanks dat ik de meeste tijd onopgemerkt bleef, genoot ik wel van de mooie luchtpartijen. Misschien juist daardoor…. Soms had ik ook schijt aan de mensen in de bus. Als ik een mooie lucht zag met een interessante voorgrond, zette ik m’n bus stil en nam rustig een foto. Hier vond ik het felle geel van de brug met de witte DE-fabriek mooi knallen tegen de dreigende lucht die ik tegemoet reed. Tijdens eerdere ritten wist ik al precies wat de juiste plek was op de busbaan, om deze foto te nemen. Achter me bleef iedereen in zijn of haar bubbeltje via de slimfoon en merkte niet eens dat ik m’n bus stil zette. Een enkeling keek even op maar who cares? 

Weten we nog dat we stonden te klappen een paar maanden geleden?

Samen alleen. Zoals het kranige, oude vrouwtje wat een praatje wilde maken met andere passagiers over haar zorgen voor een tweede golf. Ze werd genegeerd terwijl ze toch gericht tegen de passagiers praatte. Ik vond het triest en tekenend voor deze tijd. Weten we nog dat we stonden te klappen een paar maanden geleden? Hoe mooi de strakblauwe hemels waren? De ogenschijnlijke saamhorigheid? Helaas… ogenschijnlijk. Het daalde even snel als de positiever wordende cijfers van het RIVM. Het is beter om op deze manier om te gaan met deze Clotetijd. Ik zorg voor mezelf tot mijn voordeur weer opengaat en ga niet meer als een Don Quichot proberen wat algemene fatsoensnormen te blijven hanteren zolang het grotendeels van mijn kant moet komen. Het is beter dan me op te winden en af en toe door de bus te roepen dat groeten niet besmettelijk is. 

Rood na halte Sint Antonius Leidsche Rijn… wat jammer. Had ik zomaar de tijd weer om een prachtig plaatje, dat vond ik althans, te schieten door mijn voorruit. Ik zag enkele fronsen in de bus boven de mondkapjes… jammer dan. 

Je weet ineens waarom je toch maar weer bent gaan werken

Wat ook bijdroeg aan mijn ‘werkgenot’, was de promesse van een fijne vakantie op Ameland. Met mijn vrouw en zoon van bijna zeven. Weg van verschilligheid versus onverschilligheid. Even geen volwassen mensen wijzen op de mondkapjesplicht, geen bussen. Rust! En dan ben ik nog maar een parttimer… groot respect voor de fulltimers!

Vermoeid kwam ik thuis maar Ian die me om m’n hals vloog, was de ideale omschakeling van werk naar privé. Ik heb het eerder gemeld maar gelukkig valt Ian net als ik in een welkome herhaling. Je weet ineens waarom je toch maar weer bent gaan werken. Het was alleen minder grappig dat er twee paar schoenen van mij richting vuilnisbak dreigden te gaan. Domien, mijn vrouw, had de laatste weken al een raar en naar luchtje geroken en ging op zoek. Aangezien we vorig jaar muizen in huis hadden, vroeg ik of ze ìn de schoenen had gekeken? Kort daarop volgde een gil. Cliché… ik weet het maar clichés zijn niet voor niks clichés. 

Mr. Jingles had left the building. Maar hoe lang was hij of zij al dood? En waardoor? De laatste manifestatie was een jaar geleden. Sindsdien is elk kiertje volgestopt met staalwol, zijn er ultrasoontjes geplaatst en gebruikten we pepermuntolie op eyepads bij open ramen. 

Dit was een raadsel want we gebruikten al een jaar geen gif meer of muizenvallen. Toch ook wel een fijne gedachte dat ik niet in die schoen stapte. Ik probeerde me het gevoel voor te stellen hoe je tenen in dunne zomersokken, iets zachts voelen en dat dan iets later wat gekraak veroorzaken…

‘Ooohh, kom er es kijken… wat ik in mijn schoehoehoentje voel…’

Nog één dagje de bus op en dan eindelijk vakantie. Nog nooit heb ik het gevoel gehad het zó verdiend te hebben. De bussen waren goed deze dag en het publiek voorspelbaar. Op mijn laatste rit kreeg ik medelijden met een jochie. Samen met zijn moeder was hij op CS ingestapt en moesie had amper oog voor hem. Alleen maar aan het bellen. Het jochie probeerde enkele keren aandacht te krijgen maar helaas… totdat hij het opgaf en het laatste kwartier alleen maar sippies naar buiten keek. Hij moest z’n moeder zelfs waarschuwen want anders hadden ze hun halte gemist. Al bellend sleurde ze hem mee en ze verdwenen uit het zicht van mijn spiegel. Twintig minuten later stapte ik vermoeid maar met een grote grijns in mijn auto.

Good night & good luck!

Michael Hermanus Schuurmans (Utrechter, buschauffeur, kunstenaar)    

Redactie

3 reacties

Reageren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *