Onze columnisten

Bombardementen, stedenbouwers en massatoerisme

Er zijn vele manieren om een stad te vernielen. De meest rigoureuze is het bombardement. We hebben allemaal nog de beelden op ons netvlies van Aleppo en Idlib en andere steden in Syrië waar geen ene steen meer fatsoenlijk op de andere staat. Op 14 mei 1940 werd door de Luftwaffe het centrum van Rotterdam tot puin gereduceerd; in het verdere verloop van de oorlog zouden er nog vele steden volgen, van Nijmegen tot Dresden, van Coventry tot Keulen en Berlijn werd de ene na de andere (binnen)stad tot puin gereduceerd. Het is een wel erg ingrijpende manier.

Stukken minder ingrijpend maar ook fysiek funest zijn stedenbouwkundige ingrepen, het is de tweede route naar stadsvernieling. Daar vallen gelukkig geen doden en gewonden bij, maar de stedelijke infrastructuur kan er even ernstig door worden verpest. Denk eens aan de negentiende-eeuwse en vroeg twintigste-eeuwse beslissingen om de omwallingen en singels van steden te slechten en te dempen en te vervangen door een snelweg. Het vreselijkste voorbeeld daarvan in de Boulevard Périphérique van Parijs; het resultaat is een permanente opstopping van walmende voertuigen. Alleen de namen van de afslagen (Porte d’Orléans, Porte de Montreuil, Porte de Vincennes, enzovoort) herinneren nog aan de voormalige stadspoorten. Wie de plattegrond van een stad als Palma de Mallorca bekijkt, herkent in de zigzagvorm van de rondweg nog de vorm van de oude bolwerken.

In de twintigste eeuw werden deze kunststukjes herhaald, met een opvallend enthousiaste piek in de jaren zeventig. In Hilversum, waar ik opgroeide, heeft men destijds een vierbaans snelweg aangelegd van ongeveer vijfhonderd meter lengte, van de Sint-Vituskerk tot het treinstation. Het is nu geen snelweg meer, maar wel een litteken. In Utrecht is het onzalige plan om de complete stadssingel tot een ringweg om te vormen gelukkig nooit gematerialiseerd. Nou ja, een klein stukje singel tussen het Paardenveld en de Smeestraat is omgevormd tot een minisnelweg, maar er waren ooit plannen om het hele zaakje maar te dempen. Inmiddels is de gemeente tot inkeer gekomen en op haar schreden teruggekeerd en is de singel weer hersteld. Er waren ooit ook idiote plannen om een verkeersboulevard aan te leggen van de Catharijnesingel naar de Maliebaan. Een naar verluidt onomkeerbare ingreep is de betonnen busbaan van TivoliVredenburg naar de Stadsschouwburg, een droevige aorta van roze asfalt die de binnenstad lelijk in tweeën knipt.

Maar nu is er een nieuwe manier om de stad te verzieken. En dat is het massatoerisme

Intussen zijn er enkele decennia verstreken. Er vliegen in ons deel van de wereld geen volgeladen bommenwerpers meer rond, en de vernielingsdrang van de zeventiger jaren hebben we ook achter ons gelaten. Maar nu is er een nieuwe manier om de stad te verzieken. En dat is het massatoerisme. Toerisme is eigenlijk een Frans woord, met ‘ou’ gespeld: tourisme. Iemand die zich eraan overgeeft, maakt een tour en is daarmee een tourist(e). Het maken van een tour was in de zeventiende, achttiende en negentiende eeuw het sluitstuk van de opvoeding van jongeren uit de elite, destijds uiteraard voornamelijk jongens of jonge mannen. Zij maakten een Grand Tour, met hoofdletters, en liefst met een bezoek aan Rome als sluitstuk. Het was uiteraard iets dat alleen de happy few zich kon veroorloven. Ook kunstenaars, zoals de schilder J.M.W. Turner of de schrijver J.W. von Goethe maakten zo’n tour, vooral als inspiratiebron. Ik weet niet of Turner en Goethe zichzelf tourist noemden, maar het zou hebben gekund. Tot halverwege de twintigste eeuw was het tourisme niet dat voor iedereen weggelegd. Maar toen veranderde langzamerhand het tourisme in toerisme, en vervolgens in massatoerisme voor iedereen, nu gelukkig ongeacht het geslacht. Een aantal ontwikkelingen speelde daarbij een rol: de toename van vrije tijd, de ruimere financiële middelen die voor velen ter beschikking kwamen, de ontwikkeling van de automobiel tot vervoermiddel voor iedereen, de ontwikkeling van de luchtvaart van luxe vervoersmogelijkheid tot spotgoedkoop middel van massatransport, en de uitvinding van het meest onzinnige idee dat ooit is bedacht: de bucketlist en de psychologische dwang die daarachter zit. Ook in de tijd van Goethe was het al overdreven flauwekul om vedi Napoli e poi muori (eerst Napels zien en dan sterven) te zeggen, maar tegenwoordig moet je om te kunnen meepraten op verjaardagsfeestjes of in het café minstens bij de piramiden zijn geweest; Angkor Wat en de Borobudur hebben gezien; op de Chinese Muur gewandeld; in Barcelona, Venetië en Praag gewinkeld en een blik hebben geworpen in de Grand Canyon. Pas wanneer je dat gedaan hebt, kun je met goed fatsoen sterven. Het wordt ons uiteraard allemaal gretig aangepraat want er zit een complete industrie achter, het toeristisch-industrieel complex. Hotelketens, reisbureaus, autoverhuurderes, vliegmaatschappijen, touringcarbedrijven, reclamejongens, de horeca, de souvenirindustrie, congresorganisatoren, enzovoorts – en dat alles welwillend gefaciliteerd door de overheid. 

Het werkt wel nivellerend: in Amsterdam kun je overal verzilverde Eiffeltorentjes kopen

Het resultaat is dat overal ter wereld massa’s toeristen op hun favoriete plekken samenklonteren als vliegen op een koeienvla, als ramptoeristen bij een uitslaande brand. Ze nemen de omgeving van hun bestemming over. De oorspronkelijkheid waar de echte toerist voor komt, gaat daarbij geheel of grotendeels verloren. Steden als Barcelona, Venetië, Dubrovnik of Amsterdam kunnen ervan meepraten. Weliswaar staat de fysieke infrastructuur er nog, de San Marco is niet weggebombardeerd, het meestal ongebruikte Paleis op de Dam is niet weggesaneerd, maar de bewoners van de steden trekken weg en in plaats van de oorspronkelijke middenstand komt er een dubieuze mix van horeca, souvenirwinkeltjes en Real Amsterdam Cheese Shops voor terug. Het werkt wel nivellerend: in Amsterdam kun je overal verzilverde Eiffeltorentjes kopen en in Parijs Venetiaanse gondeltjes in plastic sneeuwbollen. En bent u de laatste tijd wel eens op de ooit beroemde Amsterdamse bloemenmarkt geweest? Je kunt er prima terecht voor porseleinen delftsblauwe molentjes, houten tulpen en mutsen met I LOVE XXX, maar voor een bosje rozen of freesia’s hoef je er niet meer naar toe. Venetië, Barcelona, Dubrovnik en Amsterdam zouden als voorbeeld moeten dienen voor hoe het niet moet. Het zou toch wat waard moeten zijn om te voorkomen dat Utrecht in dat omineuze rijtje terecht komt. Maar dan moet het bestuur wel de zoete sirenenzang en de financiële verlokkingen van het toeristisch-industrieel complex weerstaan. Toerisme is prima, maar massatoerisme is net als drank: het maakt meer kapot dan je lief is

Jelle Reumer

Jelle Reumer is een in Utrecht opgeleide bioloog, emeritus hoogleraar paleontologie, columnist (o.a. Trouw en Vroege Vogels) en schrijver, bewoner van de binnenstad en betrokken bij de Actiegroep Binnenstad030.

6 reacties

Reageren
  1. Ik vrees dat het al te laat is. Bij een bekende souvenir/striphandel aan de Oudegracht, kun je van alles van ajax kopen. Ik vroeg wel eens hoe het met Feyenoord zat… frons.

  2. ***Massatoerisme een massavernietigingswapen***
    Jelle Reumer heeft het erg breed getrokken. Tourisme van de 17e tot en met de 21e eeuw. Van een sluitstuk van de opvoeding voor de elite tot een tijdverdrijf in het heden…, met als pijnlijk resultante het vernietigen van een stad door massatoerisme.
    Maar.. dat laatste kunnen we nu nog keren! Hoe? Door te protesteren bij gemeenten die massatoerisme promoten zoals, helaas, de gemeente Utrecht.
    Steun de actie van Binnenstad030.

  3. Geweldig stuk, heerlijke manier van schrijven met mooi cynisme. Ik hou ervan. Én gewoon de spijker op de kop geslagen: onze gemeente wil zich niet meer richten op de bewoners, maar op inkomsten door toerisme en bezoek. Een potplant voor de deur? De gemeente zet dat gratis, en ongevraagd, om tot een natuurstenen bandje met cachet! Karaktermoord ten top. Overal krijgen we bankjes, geen inspraak nodig en geen nadenken over gevolgen voor omwonenden. Na pretpark020 nu pretpark030!

  4. Heel goed. Wat mij betreft is dit de kern van de zaak:
    “Het resultaat is dat overal ter wereld massa’s toeristen op hun favoriete plekken samenklonteren als vliegen op een koeienvla, als ramptoeristen bij een uitslaande brand. Ze nemen de omgeving van hun bestemming over. De oorspronkelijkheid waar de echte toerist voor komt, gaat daarbij geheel of grotendeels verloren. Steden als Barcelona, Venetië, Dubrovnik of Amsterdam kunnen ervan meepraten. Weliswaar staat de fysieke infrastructuur er nog, de San Marco is niet weggebombardeerd, het meestal ongebruikte Paleis op de Dam is niet weggesaneerd, maar de bewoners van de steden trekken weg en in plaats van de oorspronkelijke middenstand komt er een dubieuze mix van horeca, souvenirwinkeltjes en Real Amsterdam Cheese Shops voor terug”.

  5. Waarom hebben alleen wij , bewoners van de (binnen)stad, het voorrecht van de grachten, singels, pleinen en voorzieningen? Het komt bij mij allemaal wat elitair en plat over.
    We kunnen de oorzaken van de toegenomen drukte wel aan de politiek of het bedrijfsleven toeschrijven maar gaan dan voorbij aan de behoefte die in veel mensen zit om zich te ontwikkelen door andere culturen te bezoeken en te bestuderen.
    Het domweg tegenhouden van toeristen lijkt mij niet de weg. Ze blijven komen, net als de vele studenten. Dan gaan we toch ook geen Universiteiten of Hogescholen sluiten.
    Soms knelt het en soms geeft het ruimte.
    We zullen een weg moeten vinden om in harmonie met elkaar en deze mooie stad om te gaan!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *