De keuzes van Wouter Hamel

Wouter Hamel en een droom die in Azië uitkwam

Wouter Hamel (foto: Diederick Bulstra)

In deze rubriek vragen we Utrechters keuzes te maken in hun vakgebied. Maar ook daarbuiten. Vandaag Wouter Hamel.

Tijdens ons gesprek gebruikt Wouter Hamel vaak een Engelse uitdrukking. ”Sorry, maar Engels is nu eenmaal een hobby van mij. Ik lees graag Engels, schrijf mijn teksten In het Engels en op tournee in Azië spreek ik uitsluitend Engels”. Maar ik heb nu een Frans vriendje en merk dat mijn Frans erg is weggezakt. Als hij hoort dat ik jaren Frans heb gegeven op een middelbare school, vraagt hij: ”Zou jij mij niet?”. Dat doe ik eigenlijk niet meer. Ik heb Een oud-leerling die mijn naam in de NUK had gelezen, stuurde mij ooit een mail en nodigde mij uit voor een kopje koffie. Ik herkende meteen zijn naam. Dat was toch dat ongelooflijk irritante mannetje dat bij mij in de onderbouw had gezeten. Toen kwam de vraag: ”Zou jij mij niet wat bijles kunnen geven? Ik doe veel zaken in Frankrijk en ik wil er een huis kopen.” “Nee, sorry, dan had je maar beter op moeten letten tijdens de les”, antwoordde ik hem met een glimlach. Maar voor Wouter maak ik graag een uitzondering. Wie weet schrijft hij binnenkort wel teksten in het Frans. 

Wouter Hamel (1977) geboren in Den Haag. ”De families van zowel mijn vader als mijn moeder komen uit Indonesië. Ik ben de eerste van beide families die hier geboren is. We woonden in een ‘Indo-straat’, iedereen kwam uit of had banden met Indonesië. Het betekende straatfeesten, zoete inval en met de hele buurt saté rijgen in de tuin. Een fijne onbezorgde jeugd. Ik was een creatief jongetje, dat graag tekende en geen angst kende. Ik playbackte op de lagere school Vanessa in een jurk. Ik was tien toen ik met een vriendinnetje meeging naar ballet. Ik vond het leuk, was er goed in en ging er mee door. Ik doorliep testen op het Koninklijk Conservatorium, maar op verjaardagen werd ik wel gepest met mijn belangstelling voor ballet. Ik was altijd erg geïnteresseerd in de volwassenen. Ik zat graag bij de grote mensen aan tafel en probeerde te begrijpen waar zij over spraken. Mijn oma had het over de geur van Indonesië, een andere realiteit van wajangpoppen, iets mysterieus. Ik was ook een nieuwsgierig jongetje, ik had het verhaal gelezen over Siddhartha Gautama en wilde mijn spreekbeurt houden over het Boeddhisme. Mijn klasgenoten hielden spreekbeurten over hun konijn. Mijn vader zette mij op zaterdagochtend af bij een Boeddhistisch centrum in Den Haag en haalde mij uren later weer op. Ik vond het allemaal reuze interessant, de monniken in hun gewaden, de dienst en de geuren. Ik begreep er natuurlijk niet veel van maar de mensen waren allemaal aardig voor mij. Ik ben altijd erg geïnteresseerd gebleven in andere culturen. Ik had een grote fantasie en aparte interesses. Toen ik twaalf was verhuisden we naar Wijk bij Duurstede omdat het werk van mijn vader naar Bunnik werd verplaatst. Ik stond voor de keuze om ballet te blijven doen en in een gastgezin te gaan wonen, maar dat heb ik niet gedaan. Ik ben met dansen gestopt. Ach, ik werd er toch maar mee gepest.”

“Ik stak mijn vinger op en vertelde dat ik misschien wel homo was”

“Ik ging naar het Revius in Doorn. Daar kon ik opnieuw beginnen. Ik hield mij in het begin gedeisd, maar al gauw speelde ik in de schoolband, de musicals en schreef voor de schoolkrant. Ik kon opgaan in de creatieve mensen, allemaal links en geen homofoben. Toen ik zestien was kregen we bij Maatschappijleer mensen van het COC op bezoek. “Wie kent er iemand die homo is?” Ik stak mijn vinger op en vertelde dat ik dat misschien wel zou kunnen zijn. Vooral de meisjes in mijn klas staken hun duim op en vonden het ‘super-cool’, maar eigenlijk was het voor niemand echt een issue. Thuis vertelde ik ook geleidelijk aan dat ik homo was en ook daar geen verhaal met tranen. Het Revius was een creatieve periode van gitaarles en het muzieklokaal, waar ik zat wanneer ik een tussenuur had. Daar troffen de muziek-nerds elkaar en er waren ook echt goede muzikanten. Ik speelde gitaar in bandjes en bij projecten. Ik had behalve de muziek ook een andere droom en dat was interviews en essays schrijven. Ik las The Face en The Interview van Andy Warhol. Ik ging naar de School voor Journalistiek in Utrecht, daar ik had mij een andere voorstelling van gemaakt. Ik dacht interessante mensen te interviewen maar ik kreeg kleine stukjes te schrijven over de komkommerteelt. Ik besloot toch naar het Conservatorium te gaan, hoewel ik daar, in eerste instantie, een beetje huiverig voor was. Daar zou ik mij dan toch echt moeten bewijzen. Het pedagogische gedeelte van de opleiding kon mij niet boeien en in 2001 was er ik er wel klaar mee.”

“Mijn Amsterdamse periode brak aan. Het werden mijn wilde jaren”

“Ik werd wat zelfverzekerder en dacht “ik ga het gewoon maken als zanger”. Hoewel ik de opleiding niet had afgemaakt mocht ik toch meespelen op het eindconcert. Op mijn achttiende had ik theatermaker Tjerk Ridder leren kennen en er volgde een lange relatie van zes jaar samenwonen en achteraf gezien was dat conform het hetero-leven met lange relatie. Ik kon echt mijzelf zijn, het was in de jaren negentig in Utrecht een hele vrije tijd waarin je gewoon hand in hand over straat kon lopen. Dat men daar moeilijk over ging doen is pas later gekomen. Tjerk werkte bij de Schouwburg en we mochten vaak gratis naar de voorstellingen. Ik ontdekte moderne dans. Arthouse films in Springhaver en ‘t Hoogt. Muziek in Rasa, de Kikker, Vredenburg en Tivoli. Niet zo zeer pop- gericht, maar veel Jazz, klassiek en Afrikaanse percussie. Wij waren culturele veelvraten. Ik trad op met Adèle Bloemendaal, Liesbeth List bij een commerciële musical ‘De Tijdaffaire’ van de Rabobank en kreeg zo als conservatorium student podiumervaring. Het ging uit met Tjerk en ik vertrok naar Amsterdam, waar ik anti-kraak woonde in de Tsaar Peterstraat. Mijn Amsterdamse periode brak aan. Ik gaf muziek en zangles en het werden mijn wilde jaren. Ik tourde met ‘the Young Sinatras’ , zong bij de a capella groep ‘Intermezzo’ en deed de nodige podiumervaring op. Klusje hier, een klusje daar. Ik liep tegen de dertig. Ik moest toch iets doen met het muzikale saldo dat ik had opgebouwd? Ik deed mee aan het Nederlands Jazz Vocalisten Concours in 2005 en dat won ik. Het werd het startschot tot meer. Want als podiumkunstenaar heb je toch applaus, succes en liefde van het publiek nodig. Zonder dat is het moeilijk om te zeggen “Hier ben ik” en ik ben het waard om een kaartje voor te kopen. Ik had een eigen band nodig en die kwam er met Pieter de Graaf als pianist en de rest van de jongens waarmee ik ook op het eindconcert van het Conservatorium had gespeeld.”

“Ik besloot om ervoor te gaan en had plots mijn eigen bedrijfje”

“Ik zong vooral covers maar ik wilde iets doen wat ik nog nooit gedaan had: eigen liedjes schrijven en teksten maken. Met Benny Sings maakte ik mijn eerste LP ‘Hamel’. Ik bleek handvatten te hebben om liedjes te kunnen schrijven. Harmonische, ritmisch en melodisch wist ik wel wat ik mooi vond. Engels was altijd al een obsessie voor mij en het schrijven van liedjes in het Engels ging mij goed af. Ik werd op de radio gedraaid. Ik besloot om ervoor te gaan en had plots mijn eigen bedrijfje. Omzet draaien, facturen versturen en het betalen van de bandleden, het werd serieus. Ik was een recording artist en had nooit aan promotie gedaan, ik was geen netwerker en had niet de ‘New York mentality’, van mijzelf verkopen. Ik stond op het North Sea Jazz Festival op hetzelfde podium als Katie Melua en daarna ging het heel rap vooruit. Het was backstage bij Katie Melua dat een Japanner zijn visitekaartje gaf aan de vertegenwoordiger van mijn platenmaatschappij. Het bleek dat mijn muziek op de radio in Tokyo veel werd gespeeld.”

“Ik bleef liedjes schrijven op mijn zolderkamertje, niet met een plan”

“Voor de Japanse markt wilde men een bonustrack op Hamel. Ik nam samen met Giovanca ‘As long as we’re in love’ op en het werd een hit. Ik ging naar Japan met mijn gitaartje en later met de hele band. Deze jongen die zo geïnteresseerd was in de Aziatische cultuur en het Boeddhisme ging naar Japan. Het voelde ook wel heel dubbel voor mij Ik kende de verhalen van mijn grootouders over de Jappenkampen. Japanse auto’s en electronica die nooit gekocht mochten worden. En nu speelde ik in Tokyo en Osaka in prestigieuze Jazzclubs. Voor de jongens van de band was het ook een heel avontuur, ver van huis en geen notie van wat je eet. Het idee dat een liedje, wat je op je zolderkamertje hebt geschreven, door mensen in Japan wordt meegezongen,  is onbeschrijfelijk. Het was een droom die ik aan het eind van het Conservatorium wel had, maar dat die werkelijkheid zou worden… We gingen nog een keer naar Japan. Naar Hongkong, China, Singapore en Korea. Ik ben gek geworden op Korea, het enthousiasme van de mensen en het eten. Onze shows die uitverkocht waren. Ik bleef liedjes schrijven op mijn zolderkamertje, niet met een plan.”

“Daar sta je dan tussen grote pop en jazzmuzikanten als Herbie Hancock”

“Ik leerde om interviews te geven en veel over mijzelf te praten. Ik wist waar mijn kracht lag, werd gewaardeerd en voelde mij super trots. Maar ik was ook trots op mijn team. We stonden op podia met steeds grotere lichtshows, betere achtergrondzangeressen en strijkers. Daar sta je dan tussen grote pop en jazzmuzikanten als Herbie Hancock. We reisden veel maar om de eco footprint van al dat vliegen te compenseren ging ik naar Gent op vakantie. Na Hamel mijn eerste LP, volgde Lohengrin, vernoemd naar de straat in Den Haag waar ik ben opgegroeid. De meeste van mijn platen hebben een titel met een bedoeling. Zoals Pompadour, iemand met een geheime, verboden relatie. Amaury, een geuzennaam, die stond voor een nieuwe manier van leven, echt mijzelf zijn. Mijn homoseksualiteit laten zien. Ik had mijn geaardheid altijd een beetje in het midden gelaten. Niet om het gezeik maar voor mijzelf. In 2019 kwam ‘Boystown’ uit. Daar is niets mee gebeurd.”

“Ik ben blij dat ik weer terug ben in Utrecht, geen seconde spijt”

“Het is een goede plaat waar ik trots op ben. Met piano, blokfluit, panfluit en strijkers, een beetje Beach Boys- achtige plaat. We zouden hem gaan spelen op onze tour maar toen brak de pandemie uit. Ik kwam Lilian Hak tegen, zij zat op het conservatorium een jaar boven mij en vlak voor de pandemie zouden we eens bijpraten. We besloten om een nummer samen te maken en inmiddels is dat een hele plaat geworden. Little Torch, genoemd naar een klein eilandje in Miami. Ik heb mijn fantasie de vrije loop gelaten en schreef over reizen, wat niet meer kon, en gebeurtenissen in mijn leven. Tien nummers op een ‘zachte’ plaat met gitaar en toetsen en samen ingespeeld en vormgegeven. Maar we kunnen hem niet uitbrengen omdat de vinylfabrieken het te druk hebben, de wachttijd bedraagt nu acht maanden. Ik was een beetje bijgelovig en dacht dat mijn geluk afhing van Amsterdam. Maar ik ben bij mijn vriendje Pierre ingetrokken in Utrecht. Het voelt nu goed, Amsterdam opgeven. Ik mis die stad niet meer en ik ben blij om weer terug te zijn, geen seconde spijt.”

De keuzes van Wouter 

Muzikant  

“Kian Soltani, de meest briljante cellist van het moment. Hij is een Oostenrijker, afkomstig uit een familie van Perzische musici. Ik hoorde hem spelen op de cello biënnale in het muziekgebouw aan ‘t IJ, vlak voor de lockdown. Hij speelde een celloconcert van Dvorák. Ik heb nog nooit zoiets gehoord. En dat voelde je ook in de zaal om je heen: dit gaan we nooit meer vergeten.”  

“Ik heb nog nooit zoiets gehoord”

Concertzaal/podium  

‘Vooruit’ in Gent, een beetje de vibe van het oude Tivoli maar dan met een beter geluid. En er  wordt niet door concerten heen gepraat zoals dat in Nederlands gewoon lijkt: ‘The Dutch disease’. Ik zag daar Sharon Jones en the Dap-Kings, het was niet eens uitverkocht. Het is een formatie uit Brooklyn, waar Sharon was opgegroeid. Als kind bracht zij haar zomervakanties door in Georgia. Ze zong gospels in de kerk en in lokale funk-bands en had een carrière in de muziek opgegeven. Tot zij, toen ze zestig was, gevraagd werd door deze hippe Dap-Kings uit Brooklyn. Ze brak door en in 2015 ontving ze een Grammy voor het beste R&B album, een jaar later overleed zij. Dat concert op die plek blijft één van mijn favoriete concerten.”  

“De vibe van het oude Tivoli, maar dan met een beter geluid”

Album  

“Elis Regina Live. Zij is een Braziliaanse zangeres, inmiddels overleden. Ik zou zeggen de André Hazes van Brazilië, iedereen kent haar en haar liedjes, zij is daar een begrip. Samba en Bossanova.“She can change from water to wine in one sentence”. Emotioneel, ritmisch fantastisch en een kanjer op het podium.”

“Emotioneel, ritmisch fantastisch en een kanjer op het podium”

Kunstwerk  

“Tongues (Holyrollers)” van Archibald Motley, junior. Een Afro-Amerikaanse schilder, in 1891 geboren in New Orleans. Hij wordt beschouwd als mede verantwoordelijk voor ‘The Harlem Renaissance’, in de jaren ‘20 en ‘30 van de vorige eeuw. Toen Afro-Amerikaanse kunst een nieuwe hoogte bereikte en zwarte kunstenaars de behoefte voelden om een positieve weergave te geven van de zwarte gemeenschap. Motley werd bekend door zijn kleurrijke werk waarin hij Afro-Amerikaanse mensen schildert die dansen en zingen met elkaar. Zij vieren het leven, hoe moeilijk dat soms ook was. Het is een uitbarsting van vreugde en je voelt het ritme van de Jazz. Het vormde de inspiratie voor mijn nightclub tour, the vibe die ik een beetje in gedachten had. “It makes you wanna move”. Bij dat schilderij hoorde ik de muziek”.  

“Het is een uitbarsting van vreugde en je voelt het ritme van de Jazz”

Boek  

“Engels is altijd een hobby van mij geweest en ik lees Engelse boeken dan ook niet in de vertaling. Mijn favoriete boek op dit moment is ‘Klara and the Sun’ van Kazuo Ishiguro. Klara is een ‘kunstmatige vriendin’, die je wereld door de ogen van een robot laat zien. Zij heeft een aparte kijk op zaken. Hebben wij wel een vrije wil en zijn we niet allemaal voorgeprogrammeerd, daar hou ik mij ook wel mee bezig. Ik hou ervan om mij in dit soort vraagstukken te verplaatsen. Het verhalende van Ishiguro en zijn blik op de veranderende wereld. Het maakt dit boek onvergetelijk. Het is een moment opname, want tien jaar geleden had ik misschien ‘Honderd Jaar Eenzaamheid’ genoemd”.  

“Het verhalende van Ishiguro en zijn blik op de veranderende wereld maakt dit boek onvergetelijk”

Film  

“Actresses, een Zuid- Koreaanse ‘mockumentary’-stijl drama film uit 2009. Het zijn zes actrices die zichzelf spelen, zij komen elkaar tegen bij een fotoshoot voor de Koreaanse Vogue in Seoul op Kerstavond. Het is het clashen van ego’s die niet gewend zijn om de spotlight met iemand te delen. Maar ook hun onzekerheden, het geeft een inkijkje in hun karakters maar ook in de Koreaanse cultuur. Ik zat toevallig in een bar in Korea en raakte in gesprek met een man die later een filmregisseur bleek te zijn. Hij vertelde mij over zijn film ‘Actresses’ en ik zei dat ik die nooit zou kunnen zien. “Actually’, zei hij ‘’KLM is showing it on their planes.” En 24 uur later zit ik in het vliegtuig naar huis zijn film te kijken.”   

“Het is het clashen van ego’s die niet gewend zijn om de spotlight met iemand te delen”

Stad  

“Vancouver. Een prachtig gelegen stad met overal water en zo veel groen om je heen. Een mengelmoes van culturen, een ‘blended city’. Goed eten, mooie muziek, festivals en concerten. Het mooiste klimaat van Canada. De stad is onbetaalbaar om te wonen, de huren zijn onvoorstelbaar hoog. Er zijn wel heel veel daklozen en dat vind ik moeilijk om mee om te gaan, het grijpt mij aan.”  

“Een mengelmoes van culturen, een blended city”

Restaurant  

“Vertige in Brussel, maar ik wil iets in Nederland noemen. RIJKS van Joris Bijdendijk. Fantastisch eten, de locatie en een aardige chef die ik een beetje ken. Ik ben een overtuigde vegetariër, maar ik vind het mooi dat Bijdendijk zich hard maakt voor het eten van bijvoorbeeld geitenvlees en haantjes omdat die anders weggegooid worden. Van zijn ‘marketing skills’ kan ik nog wat leren. Zijn ‘patato pavé’, proberen we geregeld na te maken. Ik moet wel oppassen met de ‘mandoline’, ik ben immers ook gitarist”   

“Ik vind het mooi dat Bijdendijk zich hard maakt voor het eten van bijvoorbeeld geitenvlees en haantjes”

Utrechter  

“Ik denk dan aan de chef van Héron, Victor. Hij stelt een goede kaart samen voor iemand zoals ik die geen vlees eet. Maar ik ga toch voor Michelle David, van Amerikaanse origine. Zij is één van de beste zangeressen die ik ken, prachtige stem. Niet veel mensen kennen haar maar zij maakt fantastische muziek. Het is ‘the perfect road trip music’, zacht en subtiel. Ik hou niet van het woord ‘on-Nederlands’ , maar dat is zij. Zoals zij een tekst behandelt, je gelooft ieder woord dat zij zingt.”

“Niet veel mensen kennen Michelle David. Zij is een van de beste zangeressen die ik ken”

Wat zou jij doen wanneer je burgemeester van Utrecht was?

“A cutting edge festival voor de stad organiseren. Maar natuurlijk ook betaalbare woningen, maar waar dan? Ik heb niet zoveel tegen hoogbouw omdat ik mij realiseer dat er nooit genoeg ruimte voor huizen zal zijn. Misschien dat we wat kunnen doen met alle leegstand, de leegstaande kantoorgebouwen kunnen die niet gebruikt worden als woningen?  En tot slot, maar daar kan een burgemeester niets aan doen. Laten we wat aardiger zijn tegen elkaar op de fiets.”

Yontie Helders

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *