Jubileumweekend

TivoliVredenburg: een modern Utrechts mirakel

Op de roltrap naar boven zei een enthousiaste man: ‘Het lijkt hier Schiphol wel!’ Het was een treffende observatie als omschrijving van de dynamiek in het immense gebouw waar het weer krioelde van de mensen, als in een film met muziek van Philip Glass. Het was zaterdagavond, in de zindering van het jubileumweekend van TivoliVredenburg, geheel in de wolken met het vijfjarig bestaan als wonderbaarlijk muziekcomplex, met alle eer voor de veertigjarige Grote Zaal.

Ik heb er in 1979 het eerste popconcert gezien, een gezamenlijk optreden van Eric Burdon en Udo Lindenberg. Het was niet lang nadat ik op de Oudegracht met een koevoet had deelgenomen aan het kraken van het NV-Huis, want Utrecht had dringend een eigen Paradiso nodig en dat werd Tivoli. Er was destijds nog geen enkel idee om samen te gaan met dat elitaire Muziekcentrum – het was niet de tijdgeest. Hoe dan ook: sinds 1979 was er ineens riante keuze aan popconcerten in verschillende gebouwen. Ze waren me allebei even lief, al was Tivoli qua entourage en sfeer natuurlijk een echte poptempel.

In de Grote Zaal aan het Vredenburg heb ik goeie en slechte concerten gezien, van Rory Gallagher, the Dubliners, Doe Maar, Nina Hagen, the Kinks, Kim Wilde, David Bowie met Tin Machine, Bob Dylan, Joe Jackson, Ray Davies solo. Het meest legendarische was toch het optreden van the Rolling Stones, vooral hoe zij erin slaagden om de Zaal te veranderen in een dampende Londense Bluesclub.

 

Nu kwamen zaterdagavond eerst de toespraken van algemeen directeur Jeroen Bartelse, Lennart van der Meulen van de Raad van Toezicht en burgemeester Jan van Zanen. Over de plaats van het Muziekpaleis ging het in een snel veranderende stad die spoedig naar 400.000 inwoners toe groeit. Van der Meulen sprak van een toonaangevend muziekcentrum in Nederland, Europa, de hele wereld. Van Zanen kon dat niet meer overstemmen. Hij noemde de pasgeboren Sebastiaan nog maar weer eens, in de hoop dat het joch over tien jaar mogelijk belangstelling voor hiphop en andere stijlen krijgt, ja zelfs voor Brahms.

Het werd tijd voor een borrel. Het was mooi om daarna stukken van de oude componist te horen, uitgevoerd door het Radio Filharmonisch Orkest, gedirigeerd door de eerbiedwaardige Edo de Waart, ook al een man van het eerste uur, veertig jaar geleden.

 

TivoliVredenburg is een modern Utrechts mirakel zonder vergelijk in de wereld. Voorbij, verstomd is het kritische geluid uit de eerste jaren dat het te megalomaan was en dat er te veel geld bij moest. Die overschrijding was er inderdaad, maar het was niet zo duister en dubieus als wat er nu naar buiten komt over het gesjoemel van BAM bij de aanleg van de Uithoflijn.

Ook zonder jubileum is het in TivoliVredenburg wekelijks feest. Het is niet alleen een gebouw dat fungeert als vertrekhal naar tal van muzikale bestemmingen. In vijf jaar is het een inpandige stadswijk op zich geworden. Ik hoef geen optreden te zien om onder de indruk te raken van de drukte, de sfeer. Het is waar wat in een van de toespraken gezegd werd: ‘Voorbij is de tijd dat je naar het Gegeven Paard ging, omdat je er zo lekker rustig kon zitten.’

Zo draagt TivoliVredenburg bij aan de nieuwe kosmopolitische sfeer van Utrecht, nota bene pal tegenover de oude straatjes van Wijk C waar de geest van de oude stad nog hangt.

 

Herman Hertzberger gaf vrijdagmiddag een opgewekte lezing in zijn eigen Grote Zaal. Later in de middag zat ik oog en oog met hem voor een podcast voor de site van TivoliVredenburg. Het paste wel in zijn filosofie over openheid en ontmoeting dat hij de Nacht van de Poëzie noemde als een van de leukste programmaonderdelen in al die jaren.

Pratend over de Stad die het gebouw is zei Hertzberger dat het nog niet af is. Hij vindt dat er na het opstijgen via de roltrappen nog iets gedaan moet worden aan wat hij ‘de steegjes’ noemt, de verloren gangen achter de zalen. Gelijk heeft hij. Daar bruist het niet zoals elders in het gebouw, je kunt er zelfs verdwalen. Dat moet beter in Utrechts eigen Schiphol.

Jeroen Wielaert

Jeroen Wielaert is eminent programmamaker van NPO-radio en in de stad beter bekend als de man die de aanzet deed voor de komst van Le Grand Départ naar Utrecht. Voor De Nuk schrijft hij op regelmatige basis over opvallende Utrechtse zaken.

3 reacties

Reageren
  1. Op de roltrap naar boven zei een enthousiaste man: ‘Het lijkt hier Schiphol wel!’ Het was een treffende observatie als omschrijving van de dynamiek in het immense gebouw . Tja, dat is zeker treffend maar om dat nu als positief te omschrijven. TivoliVredenburg is zeker wat betreft programmering een aanwinst voor de stad. Maar het blijft een kolos, dat als je binnen bent wat doet denken aan, inderdaad Schiphol. En van die luchthaven heb ik ook nooit de gezelligheid ingezien.

  2. De lofzang van velen op Herman Hertzberger begrijp ik niet zo goed. Het oude muziekcentrum had een fantastische zaal maar de rest van het gebouw was een nogal onoverzichtelijk geheel. Ik weet niet wat zijn invloed was op het ontwerp van TivoliVredenburg (er waren meerdere architecten bij betrokken) maar ook nu is de samenhang ver te zoeken. Maar echt dramatisch is de entree. Binnenkomen bij een van de meest prestigieuze zalen van Europa via een steegje. Hoe krijg je het getekend?

  3. Dat verstomd is dat er teveel geld bij moest, klopt wel. Er gaat namelijk te weinig geld naar toe. Maar dat zegt geen enkele politicus. Vandaar dat Tivoli- anders dat bedoeld was- de eigen broek moet ophouden. Met 2 restaurants en 16 bars en eindeloze rijen feesten en congressen. En dat is de bedoeling niet van een cultureel centrum; dat het vooreerst een centrum voor gesubsidieerde horeca -en commerciële zaalverhuur is. En dat daarover vooral gezwegen wordt in de communicatie. Ondanks dat gaat er per week nog steeds een ton aan subsidie euro’s heen. Wat dus voor een volledig cultureel centrum een ton te weinig is.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *