Effe tekkele

Opa en oma zijn gestrest

Opa en oma van mijn moederskant hadden maar liefst 16 kinderen. Toen die kinderen de daartoe geëigende leeftijd bereikten, trouwden zij en kregen zelf kinderen. Ik weet het aantal niet precies, maar ik vermoed dat opa en oma uiteindelijk “verblijd” werden met ruim 50 kleinkinderen.

Ieder weekend was het een komen en gaan van kinderen en kleinkinderen bij mijn grootouders in de Nicolaasdwarsstraat in Utrecht. Die hele stoet van nazaten met partners deed mij denken, ofschoon ik me daarmee toen niet zo bezighield, aan de pelgrimstocht naar Mekka. Aan de bedevaartgangers die in groten getale vol devotie 7 rondjes om de Kaäba aflegden.

Anders dan in Mekka, liep bij mijn grootouders thuis de hele meute voortdurend om hen heen te draaien. De schare was voortdurend benieuwd naar hun visie op tal van belangrijke gebeurtenissen. Hun opinie op zaken die zich de afgelopen week hadden voorgedaan. Waarachtig niemand haalde het in zijn kop om hun mening ook maar enigszins in twijfel te trekken. Als een familielid met een probleem kampte, werd dit altijd eerst aan opa en oma ter beoordeling voorgelegd. Opa en oma werden namelijk gezien als het kennis- en ervaringscentrum van het maagschap. Zij werden alom aanbeden en vormden de spil van de familie.

Tegen deze achtergrond, peinsde werkelijk niemand erover een kleinkind bij opa en oma te stallen. Op kleinkinderen passen was namelijk ver beneden hun waardigheid en zou weleens hun denken over de toestand in de familie en in de wereld kunnen hinderen. Dat alles wil niet zeggen dat ze niet van hun kleinkinderen hielden. Je kon je koters gerust meenemen op theevisite, zolang ze maar hun gemak hielden en hun plaats kenden.

Hoe anders is het heden ten dage.

Opa’s en oma’s worden tegenwoordig niet veel hoger aangeslagen dan een soort hulp in de huishouding. Hulp waarop kinderen op een vanzelfsprekende wijze een beroep kunnen doen. De huidige maatschappelijke opvatting laat grootouders nauwelijks ruimte om voor zichzelf te kiezen. In plaats daarvan worden ze opnieuw opgezadeld met de zorg voor kinderen, ditmaal de kleinkinderen.Veel grootouders durven geen nee te zeggen in het geval hen gevraagd wordt: “Willen jullie een aantal dagen per week op jullie kleinkinderen passen? Wij moeten namelijk allebei werken”.

Natuurlijk zijn er volop grootouders die zich grenzeloos vermaken met hun kleinkinderen. Voor wie het bepaald geen straf is die taak op zich te nemen.

Uit een recent onderzoek blijkt evenwel dat er veel opa’s en oma’s zijn die daar heel anders over denken. Opa’s en oma’s die blij zijn “uit de kinderen” te zijn. Blij zijn dat de opvoeding en verzorging van hun kinderen er eindelijk op zit. Blij zijn dat ze nu ten langen leste kunnen doen en laten wat ze willen, vrij van werk en andere verplichtingen. Het is heel triest wanneer je dan, onder de druk der omstandigheden, geen nee durft te verkopen op de oppasvraag. Dat je vervolgens opnieuw opgescheept wordt met de nadelige kanten van het ouderschap. Nadelige kanten die vaak verdoezeld worden. Verdoezeld vanwege het door de samenleving opgedrongen ideaalbeeld van “One happy family”. 

Is het niet ten hemel schreiend dat, als je eindelijk de finish hebt bereikt en je een aanvang wenst te maken met het relaxte leventje waarnaar je zolang hebt uitgekeken, je dan tegen je zin in door nieuwe verplichtingen wederom in een dwangbuis belandt. Dat alles omdat kindlief in menig geval een levensstijl prefereert die geen ruimte laat voor een andere oplossing. Bijvoorbeeld een oplossing waarbij het beginsel van “Vrijheid, blijheid” voor de ouders als uitgangspunt dient. Vele opa’s en oma’s komen door deze zelfzuchtige houding nooit uit de kinderzorg. Zij leven daarom een gestrest bestaan, zo blijkt eveneens uit het onderzoek.

Gelukkig zit de samenleving niet stil. Er wordt nu naarstig werk gemaakt van een wetsvoorstel “Voltooid leven”. Wellicht dat aanname van dit voorstel de bewuste opa’s en oma’s binnenkort een uitweg kan bieden.

 

Bert Plomp

Bert Plomp is geboren op nieuwjaarsdag 1948. Zijn ouders waren tijdens zijn geboorte beiden officier bij het Leger des Heils en hadden de leiding over de afdeling Utrecht. Vanuit het hoofdkwartier van deze organisatie, toen gevestigd aan de Lange Nieuwstraat, vangt Bert zijn turbulente leven aan.
Als 4-jarige kleuter banjert hij reeds in zijn uppie rond in het centrum van Utrecht en komt hij met zijn kop tussen de draaideur van hotel Smit.
Als teenager wordt hij eens onder politiebegeleiding naar de kapper gebracht.
Hem wordt de toegang tot de lessen op de Rijks HBS aan de Kruisstraat regelmatig geweigerd vanwege zijn te lange haren.
Op camping Het Grote Bos in Doorn is hij geen graag geziene gast: hij provoceert voortdurend de oubollige leiding en de aldaar gevestigde geloofsgemeenschap.
Bert moest in zijn jeugd zelf zien uit te vinden in welk opzicht meisjes verschilden van jongens. Een in de vuilnisbak van een hoogleraar “topografische menselijke anatomie” gevonden boekje met zwart-wit foto's van blote "atletisch gebouwde Germaanse meisjes" was daarbij zeer behulpzaam.
Vanaf zijn jongste jaren schopt deze ras Utrechter tegen alles wat op zijn pad komt en hem niet bevalt: het provoceren zit hem in het bloed.
Bert woont nu al bijna 20 jaar in Ierland. In het uiterste zuidwesten, op het schiereiland Dingle. Desondanks volgt hij met een arendsoog de ontwikkelingen in Nederland en in Utereg zijn stadsie.
Bert is actief in het financiële centrum van Londen. Daarnaast besteed hij veel tijd aan de opvang en verzorging van verwaarloosde ezeltjes en pony’s. In zijn vrije tijd doet hij veel aan sport en schrijft hij verhalen en columns.
Dit jaar zullen er twee boeken van hem verschijnen onder de titel “In een flits”. Het ene boek is een verhalenbundel, het andere een verzameling van zijn columns.

http://www.bookbertplomp.com/
https://www.facebook.com/groups/377554749281077/
albertplomp@gmail.com

7 reacties

Reageren
  1. Het kan ook anders als opa en ver weg wonen en zich niet in een keurslijf laten dwingen. Dat doen wij ook niet als oudoom en oudtante die regelmatig voor onze tweelingachternichtjes zorgen. Hoe? Dat is te lezen in mijn boek erover, onlangs verschenen bij uitgeverij Boekscout. Titel: Mokkeltjes. Kekke tweelingmeisjes in een wankele wereld
    Groet Herman van der Meer

  2. Als zoon van de melkboer in de Lange Nieuwstraat in Utrecht had ik precies door hoe ver ik de deur moest opdoen voordat het winkel belletje ging rinkelen omdat ik als 4 jarige lekker klein en dun was paste ik nog mooi door de geopende winkeldeur voordat het belletje ging rinkelen en nam dus toen al regelmatig de kuierlatten en Utrecht was in die tijd 1955 helemaal autoluw alleen de fietsenmaker had een oude t- ford en reed de stadsbus lijn 2 regelmatig door de straat. Meestal ging ik de trappen naar de Oudegracht af en gooide van alles in het water. Ook de dinkytoys van mijn broer gingen zinkend ten onder. Een keer maakte ik het te bond… ging ‘savonds met vriendjes mee, toen het donker was ging de hele buurt naar mij opzoek mijn moeder dacht al dat ik verdronken was. Ze vonden mij met de vriendjes in een snackbar op de spring weg waar ik voor het eerst televisie zat te kijken. Mijn moeder was hysterisch boos en blij. Ze pakte me vast sloeg mij beurtelings op mijn billen en knuffelde mij dood

  3. Hoe fantastisch…16 kinderen! Volgens sommigen maakten wij ’t al te bont met 6 & 16 kleinkinderen & 2 achter kleintjes! Alleen 2 kleinkinders hier in Frankrijk, maar we zien hen niet, door scheiding v hun ouders! De rest in Engeland & Nederland, die ons liever “temidden van hen” zien, maar we zijn “ontsnapt” Af & toe babysittingis voor ons is fijn, maar moet niet gewoonte worden! Tja, nu we ouder worden, mis ik hen wèl, maar geniet ook van “vrijheid”=zelfstandigheid, die we ook voor àl ons kroost wensen & ’t wordt inderdaad moeilijker als we zo ver van hen wonen & ze voor ons willen “zorgen”!

  4. Grote gezinnen waren vroeger geen uitzondering. Zo kwam mijn moeder uit een Brabants gezin van 22 kinderen, waaruit te concluderen valt dat mijn grootmoeder zo’n beetje permanent zwanger moet zijn geweest, dan wel onderweg was om dat te worden. Toen het oudste kind op het punt van trouwen stond kwam er een week tevoren nog een klein broertje de parochie van meneer pastoor versterken. Twee kindjes zijn overleden in het eerste levensjaar, en vier jongens zijn tijdens bombardementen van Duitse fabrieken in de Tweede Wereldoorlog omgekomen. Ons gezin verhuisde toen ik vier was in 1957 vanuit het zuiden naar de Domstad. Aangezien reizen destijds een kostbare zaak was, en wij hierdoor niet zo vaak de familie beneden de grote rivieren bezochten, is het mij nooit gelukt om alle namen van ooms, tantes, neven en nichten te herinneren. Nu, vele uitvaarten later de laatste ooms en tantes definitief plaats hebben gemaakt voor de naoorlogse Baby-Boom-generatie is het aan ons om onze kinderen de helpende hand te bieden. Kan zijn dat voor sommige grootouders het een belasting is om op de kleinkinderen te moeten passen, wij behoren tot diegenen die dit als een zegen beschouwen. En wat is er mooier om je eigen kinderen in hun papa en mama bestaan een handje te kunnen helpen. Dat heden onvoltooide wetje is, als het er ooit komt, vooralsnog niet aan ons voorbehouden. Hoewel… je weet nooit of je later, onder gewijzigde omstandigheden, tot andere gedachten komt.

  5. Wordt in Julie voor de eerste keer oma, Nou mam dan pas jij wel 1 keertje in de week op . Maar ik wordt wel 72, Nou ja we zien wel.🤔

  6. Een heel groot en goed onderwerp ; die opa en oma rollen. Zelf woon ik in Frankrijk, mijn zoon in Rotterdam en mijn dochter in Italië. Het is altijd feest om de kleinkinderen te zien en te genieten van de 3 talige gesprekken. Dit kan ik nu zeggen omdat ik geen verplichtingen heb over het oppassen of/en slecht geweten. De omstandigheden zijn een perfect excuus om heerlijk mijn eigen leventje te leiden, hoe egoïstisch dat dan kan klinken.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *