Coronavirus

Nuchter, maar…

Woensdag, 18 maart 2020.

Na een iets te korte en onrustige nacht werd ik wakker om na een lang weekend de bus weer op te kruipen. Ik had het net iets te laat gemaakt want ik wilde op de hoogte zijn en blijven in deze krankzinnige tijd en bleef maar zappen. Een poging tot ontspanning middels het kijken naar een nieuwe serie strandde. De focus raakte weg en ik was onmachtig me te laten vervoeren in ‘The Outsider’ van meesterverteller Stephen King. 

Enigszins nerveus begon ik aan de dag. Hoe zou het worden in de mobiele, oranje ‘gevangenis’ waar alleen de achterdeur toe,-  en uitgang mocht bieden? Hoe te handelen met visueel gehandicapten of passagiers in een rolstoel? Wie had er voor mij het stuur gehanteerd en de knoppen, stoelhendels en de schermen bediend? Hygiënische doekjes waren er nog niet dus god zegen de greep… maak je niet te druk! 

De dag werd gekenmerkt door een gevoel van eh… er klopt iets niet. Het was een woensdag maar het leek op een vroege zondagochtend met een enkeling voor de kerkdienst of iemand die uit een nachtdienst komt. Door de te korte nachtrust was ik ook prikkelbaarder dan normaal en kon het de laatste twee uur van mijn dienst niet laten om een luide sneer naar enkele zwartrijders te geven via de binnenspiegel, die ik al verstaanbaar had meegedeeld dat ze gerust in mochten checken: ‘Bedankt voor het fatsoen joh! Fijne dag nog!’ 

Het haalt niks uit en je doet er geen fuck aan, niet in deze tijd. Ik weet het… snel vergeten en weer verder. Instant Karma is wenselijk. Ik kwam doodop thuis maar gelukkig vloog m’n zoon me om de hals en gaf me een stevige knuffel: ‘Ik heb je super gemist!’

Donderdag, 19 maart 2020.

Gelukkig had ik beter geslapen en er waren hygiënedoekjes! Koffie had ik met m’n knokkels uit de automaat gehaald, handjes gewassen en lijn 34 op na eerst het stuur, knoppen en schermen had gereinigd en dat voelde na bijna negen jaar dit werk, best raarrrrr. Waar ik gisteren nog wat volk had op de 73, was het nu echt bar rustig. Maar ze checkten in, dat dan weer wel. Alle drie. De eerste rit ging rond 09:15 was ‘leeg’… en de Uithof ook. De laatste keer dat ik het daar zo rustig had gezien was met de storm van 2018, toen wij buschauffeurs ook ‘gewoon’ reden. Alleen was er vandaag hooguit een briesje te bespeuren. Ik vond het zo bizar dat ik de tijd nam om m’n bus te stoppen en uit te stappen om een foto van de onnatuurlijke stilte aldaar te nemen. Waarom en voor wie ik m’n waarschuwingslichten aan had gezet… vraag het Joost.

Het bleef rustig deze dag op lijn 34 en op een enkele puber na, beetje stoned, die met onderuitgezakte kaak bij de tralies van mijn oranje cel kwam staan en mijn introverte modus verstoorde.  

‘Eehh… hallo… ik kan zeker geen kaartje kopen?’ Het had de zoon van Koos Koets kunnen zijn, qua stem.

‘Hallo… wat denk je zelf?!’

 ‘Ehh… nee?’

‘Komt goed uit hè?’ 

‘Huh?’

‘Ga maar lekker zitten… geen dank hoor!’ Hij droop zonder een reactie af naar achteren… 

Vrijdag, 20 maart 2020

Eigenlijk heb ik maar één woord voor deze dag, chaos! Ondanks de opvallend gemoedelijke sfeer met collega’s bij aankomst in Zeist. Uiteraard was het virus hèt gesprek op gepaste afstand van elkaar maar er was ook voelbare, sterkere verbondenheid. Ervaringen met ‘het publiek’ werden uitgewisseld. Helaas was de mij toegekende 18m bus nog niet opgewassen tegen de ‘plotselinge’ zondagsinstelling. Bij het intoetsen van mijn omloopnummer, kreeg ik op de boordcomputer in ieder geval geheel andere info dan wat ik op papier en intranet had meegekregen. Geen omroep, geen beeldinfo, geen doorkomsttijden… dus natte vingerwerk met een manueel ingesteld lijnnummer. 

 ‘Goedemorgen 3064… Verkeersleiding’.

‘Hallo, ik rij net uit Zeist weg en…’

 ‘Ooohh… dit is Qbuzz Groningen, ik verbind je even door met Utrecht…’ 

Mijn eerste klanten waren een kwieke dame van 65+ en een blinde man met stok. Ik stopte pal voor de blinde man en opende mijn voordeur om te zeggen dat ik lijn 73 was richting Maarssen via Utrecht CS. Hij wilde mee en stapte onwennig achter in maar zeer vriendelijk geholpen door de dame, met gepaste afstand. Twee haltes verder stapte er een jongeman in die blijkbaar onder een steen had geleefd en ging pal voor de dame zitten met een halve meter afstand. De dame nam meteen afstand en begon de jongeman de les te lezen. Ik riep ook nog naar de jongeman die stoïcijns voor zich uit bleef staren, dat hij zich dit aan mocht trekken en dat er zat plek was.

De rest van de dag ging in een waas voorbij. Ik kreeg een nieuw bus in m’n pauze en bleef pendelen tussen Zeist en Maarssen. Verstand op nul, blik op lege haltes. 

En of de duvel ermee speelt, de laatste rit werd weer memorabel. Op CS stond ik op de drempel van m’n voordeur toen er een groepje jeugd aankwam, dicht op elkaar. Ik moest ze een halt toeroepen met uitgestrekte arm. 

‘Kommie bij de Reactorweg?’ 

‘Goedemiddag… Nee, dan moeten jullie de 38 hebben.’

 ‘Wanneer komtie?’ Ik raakte geïrriteerd door hun slechte manieren…

‘Wanneer die komt! En kan het misschien wat vriendelijker?’

 ‘Ooohh… sorry.’ Dat viel me weer mee. Ondertussen liepen er een stuk of vijf andere jongeren, zonder in te checken naar de achterkant van de bus. Ik vertrok en zag op de kop bij D5 een groepje controleurs en besloot even bij hen te stoppen. Voordeur open en één kwam er naar me toe. Ik wees met een duim naar achteren en zei dat er minimaal vijf niet hadden betaald. De man trok een wenkbrauw op.

 ‘Ehm… ja… ‘

‘Okay joh… ik weet genoeg.’ Ik sloot mijn deur en reed gedesillusioneerd verder. Gelukkig sprong mijn zoon me weer in m’n armen bij thuiskomst waar ik van vier vrije dagen ging proberen te genieten.

Good night & good luck!

Michael Hermanus Schuurmans (Utrechter, buschauffeur, kunstenaar)

Redactie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *