Onze columnisten

Leven zonder bucketlist. Kan dat?

De moderne mens stelt hoge eisen aan zijn korte verblijf op aarde. Een rustig bestaan met brood op de plank en een dak boven het hoofd, ervaart hij als te mager. Zijn leven is niet voltooid eer hij een reeks extreme activiteiten heeft afgewikkeld. Activiteiten die hij vrijwillig aan een lijstje heeft toevertrouwd: een bucketlist. Het zijn bezigheden die doorgaans als een straf worden ervaren. Hij krijgt er juist een kick van. 

Zo wil hij voor de sensatie op grote hoogte uit een vliegtuig gesodemieterd worden en off-piste skiën om overdonderd te worden door een lawine. Laat hij zich aan een elastiekje van een stuwdam duwen en wil hij naar de maan gelanceerd worden. Dat alles voert hij uit met een ware doodsverachting in zijn ogen. Ik heb dat niet. Zoals het leven zich van dag tot dag aandient, vind ik gevaarlijk genoeg. 

Vroeger had ik wel eens zo’n bevlieging. Dan wilde ik opeens de Domtoren beklimmen. Al die 465 steile treden omhoog afleggen via een alsmaar nauwer wordende trappengang. Eenmaal op de hoogste omgang aangekomen, kreeg ik dan een “alleen op de wereld” gevoel. Afgezien van wat duiven, trof je daar namelijk zelden een levend wezen aan. Voor onderhoud staat de toren nu in de steigers. Geen fraai aangezicht. Ik schrok me een bult toen ik las dat de liftschacht uiteindelijk zou blijven staan. Met die lelijke schacht heeft de Dom iets weg van een raketinstallatie. Als je beneden het gebouw bewondert, dan bekruipt je het onaangename gevoel dat ieder moment een of andere mafkees begint met aftellen om de toren voorgoed het heelal in te knallen.

Het gaat gelukkig slechts om een tijdelijke liftvoorziening. Natuurlijk, ik begrijp dat dit voor mindervaliden een uitgelezen kans is om ook eens “naar benee” te  kijken. Dus is het goed dat de lift nog enige tijd overeind blijft. 

Anderzijds zie ik ook nadelen. Waar blijft het avontuur als je ineens Jan en alleman op de bovenste omgang kunt aantreffen. Als je, na een bovenmenselijke inspanning, boven wordt opgewacht door een luidruchtige menigte. Door personen die veelal te lui zijn de toren te voet te bedwingen. Er ligt een plan om in Leidsche Rijn een woontoren te bouwen die boven het baken van de stad uittorent. Omdat deze concurrent op flinke afstand van de Dom komt te staan, heb ik daar geen moeite mee. Vooral niet als die toren wordt uitgerust met een dakterras met restaurant. Dan kan iedereen de stad overzien zonder dat haar sieraad wordt aangetast. 

De mystiek van sommige plekken moet beschermd worden tegen de aanstormende massa. Je ziet het op de Himalaya misgaan. Waar vroeger slechts een enkeling de top bedwong, zie je nu klimmers elkaar bijkans de afgrond in duwen om als eerste boven te kunnen aantikken. Voorheen begon je aan zo’n tocht als je over een ijzersterke conditie en dito mentaliteit beschikte. Als je thans genoeg geld neertelt, word je desnoods door een sherpa naar de top gedragen. Vroeger was het de levensdroom van een enkeling, tegenwoordig staat het op een “bucketlist”. 

Dichter bij mijn huis, bevinden zich de Cliffs of Moher. Ooit was dat in alle opzichten een adembenemende bestemming. De route ernaartoe liep via allerlei smalle weggetjes. Op zich al een avontuur. Langs een nog enger schapenspoor bereikte je de klifrand. Daarna, op je buik, schoof je naar de ijzingwekkende afgronden. Als je uiteindelijk de peilloze dieptes en de majestueuze pracht van de kliffen aanschouwde, ervoer je hoe nabij en verleidelijk de dood was. Hoe provocerend de enorme golven beneden tegen de rotsen explodeerden en je trachtten te grijpen.   

Het avontuur en de romantiek zijn inmiddels verdwenen. Met een rollator kun je de klifranden tegenwoordig opzoeken. Langs de afgrond staat nu ook een solide metalen reling. Mensen van allerlei slag, achteloos achteroverleunend tegen die reling, schieten er selfies. Je leven leiden aan de hand van een bucketlist, is niets voor mij. Als alles is afgevinkt, kun je wellicht menen dat je leven is voltooid, met alle nare consequenties van dien.

Bert Plomp is geboren op nieuwjaarsdag 1948. Zijn ouders waren tijdens zijn geboorte beiden officier bij het Leger des Heils en hadden de leiding over de afdeling Utrecht. Vanuit het hoofdkwartier van deze organisatie, toen gevestigd aan de Lange Nieuwstraat, vangt Bert zijn turbulente leven aan.
Als 4-jarige kleuter banjert hij reeds in zijn uppie rond in het centrum van Utrecht en komt hij met zijn kop tussen de draaideur van hotel Smit.
Als teenager wordt hij eens onder politiebegeleiding naar de kapper gebracht.
Hem wordt de toegang tot de lessen op de Rijks HBS aan de Kruisstraat regelmatig geweigerd vanwege zijn te lange haren.
Op camping Het Grote Bos in Doorn is hij geen graag geziene gast: hij provoceert voortdurend de oubollige leiding en de aldaar gevestigde geloofsgemeenschap.
Bert moest in zijn jeugd zelf zien uit te vinden in welk opzicht meisjes verschilden van jongens. Een in de vuilnisbak van een hoogleraar “topografische menselijke anatomie” gevonden boekje met zwart-wit foto’s van blote “atletisch gebouwde Germaanse meisjes” was daarbij zeer behulpzaam.
Vanaf zijn jongste jaren schopt deze ras Utrechter tegen alles wat op zijn pad komt en hem niet bevalt: het provoceren zit hem in het bloed.
Bert woont nu al bijna 20 jaar in Ierland. In het uiterste zuidwesten, op het schiereiland Dingle. Desondanks volgt hij met een arendsoog de ontwikkelingen in Nederland en in Utereg zijn stadsie.
Bert is actief in het financiële centrum van Londen. Daarnaast besteed hij veel tijd aan de opvang en verzorging van verwaarloosde ezeltjes en pony’s. In zijn vrije tijd doet hij veel aan sport en schrijft hij verhalen en columns.
Dit jaar zullen er twee boeken van hem verschijnen onder de titel “In een flits”. Het ene boek is een verhalenbundel, het andere een verzameling van zijn columns.

Bert Plomp

4 reacties

Reageren
  1. De prachtige verhalen van Bert Plomp zijn heel herkenbaar.Heel fijn dat hij in De NUK een column heeft!!

  2. Als zijn columns in het NUK van het zelfde niveau zijn als zijn boek ‘When I was young’ en de talloze eerder door hem geschreven/gepubliceerde anekdotes en verhalen, dan is zijn bijdrage aan deze krant zeker van toegevoerde waarde en beveel ik een ieder aan z’n herkenbare, scherpe en cynische stukjes te lezen. Na zijn 1e column ‘Leven zonder bucketlist. Kan dat’, verheug ik me op de volgende.

  3. Blij dat hij een column in de NUK heeft,dat zijn voor mij herkenbare verhalen die ik altijd met veel plezier lees

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *