De keuzes van Leo Hollman

Leo Hollman, general manager van Karel V: “Wij Limburgers halen nooit een stukje vlaai maar meteen een hele”

Leo Hollman

In deze rubriek vragen we Utrechters keuzes te maken binnen het vakgebied, maar ook daarbuiten. Vandaag Leo Hollman, general manager van Grand Hotel Karel V.

Het duurde even voordat Leo Hollman tijd kon vrijmaken voor dit gesprek. Er was de verbouwing van 77 hotelkamers en renovatie van het Restaurant Karel 5. En natuurlijk de Michelinster waar iedereen zo op gehoopt had. Op de feestelijke dag van het behalen van de ster, waarop Leon Mazairac en zijn souschef Jent van Capelle alsmede Maître Bertil Daniels en Sommelier Erik Havenga  toegezongen werden, nam Leo Hollman zelf de microfoon. Hij bedankte behalve hen ook de rest van de witte en zwarte brigades evenals het hele personeel. Maar daarnaast bedankte hij ook het thuisfront van het personeel. De avonden en weekenden dat zij hun mannen en vrouwen hadden moeten missen, de verjaardagen die zij alleen hadden moeten bezoeken. Dat is Leo Hollman, niet alleen heeft hij oog voor het kleinste detail, maar ook  voor de mensen achter de schermen van een gerenommeerd bedrijf.

Leo Hollman (55), geboren in Heerlen, kijkt terug op een heerlijke jeugd in Limburg. “Al is Heerlen niet de meest inspirerende stad, ik kom er nog steeds graag. Ik ben een echte ‘Limbo’ en ik hou van Limburg. Het Bourgondische leven met lekker eten en drinken spreekt mij aan. Het relaxte zit in de natuur van de Limburger. Limburgers zijn niet zo afgemeten, wij halen nooit een stukje vlaai maar meteen een hele. De manier van leven, de prachtige natuur én, als echte Limburger, zal ik carnaval nooit overslaan. Leo groeide op in een katholiek gezin met vijf kinderen. Een hecht en warm gezin. Mijn vader was werktuigbouwkundige en is 15 jaar geleden overleden. Mijn moeder van 91 woont nog altijd zelfstandig in Heerlen. Zij was geen echte huisvrouw, had een brede belangstelling en regelde altijd alles en dat doet zij nog steeds. Ik heb diepe bewondering voor haar. Ze is laat getrouwd omdat ze wist dat zij haar werk als verpleegkundige op moest geven zodra zij trouwde.”

“Ik had niets gedaan op school en iedere klas wel twee keer gezien”

“Onze ouders lieten ons vrij om de keuzes te maken die wij wilden. Mijn vader heeft wel ingegrepen toen ik naar de Hogere Hotelschool wilde. “Doe eerst maar de Middelbare Hotelschool in Heerlen en dan zien we daarna wel.” Dat had hij goed gezien, ik was geen jongen van boeken en leren, laat staan zelfstudie. Ik had niets gedaan op school en iedere klas wel twee keer gezien. Ik deed de kennis wel op maar dat kwam door de herhaling. De liefde voor het vak is gegroeid op de middelbare hotelschool. Ik ben niet per definitie een ‘horecaman’, ik ben een hotelman, alles onder een dak, dat vind ik mooi. Ik liep stage in het Sonesta in Amsterdam en wilde een internship bij het Marriott in Washington DC lopen. Het was ten tijde van de Golfoorlog en stageplekken waren niet mogelijk, toen ben ik maar in het hotel gaan werken. Ik bleef daar anderhalf jaar hangen, werkte hard en had daardoor veel vakantiedagen. Ik reisde door Amerika en kon verblijven in andere Marriott hotels. Reizend door Amerika werd ik mij bewust van mijn eigen achtergrond, de sociale en culturele normen en waarden die ik van huis uit meegekregen had.

“Op vrijdag kwam ik terug uit Amerika en op zondag was ik al in Utrecht”

“De Amerikanen vond ik fijne mensen, ze wilden alles van je weten, hoewel meer uit nieuwsgierigheid dan uit diepe interesse. Op vrijdag kwam ik terug uit Amerika en op zondag was ik al in Utrecht. Ik zag voor mezelf geen toekomst in Heerlen en wilde naar de randstad. Ik trok in bij mijn toenmalige vriendinnetje op de Rijnlaan boven Snackbar Jolidé en ben nooit meer uit Utrecht weggegaan. Ik vond een baan als food en beverage manager bij Hotel Smits aan het Vredenburg. Toen een viersterrenhotel midden in de stad. Ik woonde op de bovenste verdieping van het hotel en had uitzicht op het plein met de ingang van de parkeergarage, Hoog Catharijne en het oude Muziekcentrum Vredenburg. Hoog Catharijne was een drugsbolwerk dat in de winter om 5 uur de deuren sloot, een waar Sodom en Gomorra. Als bezoeker van Vredenburg liep je na afloop van een concert niet door Hoog Catharijne maar dan liep je buitenom. Op het plein kon ik de politie zien, die permanent op de been was. Het waren the angry, young policemen, die bloedfanatiek waren. Het Vredenburg en omgeving was een heel onveilige plek en er gebeurde altijd wel iets. Vaak vluchtten mensen het hotel in en de politie huurden kamers bij ons met uitzicht op de omgeving. Ik hou wel van spanning en van de grote stad. Wat spanning betreft kon ik mijn hart ophalen in Amsterdam, waar ik twee jaar werkte bij Krasnapolsky op de Dam.  Aan de voorkant van het hotel de statige entree en de wintertuin, maar aan de achterkant de ‘Oudezijds’ met de Wallen. Door deze ligging trokken we een bepaald type gasten. Ik heb wel geleerd dat je in de hotellerie mensen nooit kan beoordelen op hun uiterlijk. Keurig in driedelig kostuum bij binnenkomst, maar in de nacht zag je een heel andere kant.”

“Herman Brood behoorde met zijn liefde voor Absint tot de vaste gasten van de bar”

“In bars of de discotheken van de grote hotels in de jaren ’90 kwam de onderwereld tot leven. Boven en onderwereld troffen elkaar daar. Ook in de bar van het hotel heb ik een hoop gezien en meegemaakt. Herman Brood behoorde met zijn liefde voor Absint tot de vaste gasten van de bar. Ik houd wel van dat ‘rauwe randje’. Zolang als ik mij kan herinneren hou ik al aantekeningen bij van hetgeen ik beleef. Ik ben van plan om een boek te schrijven over het hotelwezen en dan vooral over de gasten. Je hebt gasten in allerlei soorten, je hebt veel geweldige gasten, maar ook rare, vreemde mensen, niet sympathiek en ronduit onaardig. Je krijgt veel te stellen met mensen en wij moeten daar allemaal mee dealen. We doen er veel aan om het de mensen naar de zin te maken, maar niet alles. Er zijn ook grenzen. Je moet ook aan de veiligheidsrisico’s denken. Er lopen nu eenmaal een hoop gekken rond, maar ook verwarde mensen.”

“Een keurige heer van een gerenommeerd bedrijf kan een kamer in één nacht compleet slopen”

Op een hotelkamer ben je volstrekt anoniem, zodra je de deur van de kamer achter je dichttrekt. En juist om die anonimiteit kiezen mensen de grotere hotels. Je hebt mensen die uit het leven willen stappen of zich bezighouden met zaken die het daglicht niet kunnen verdragen. In een hotel is achtennegentig procent van de dag business as usual, maar juist die twee procent bijzondere voorvallen maken het hotelvak zo leuk, er is elke dag wel iets. Soms denk ik wel eens dat ik een goede psycholoog zou zijn. Drugs en drank doen heel veel met mensen. Een keurige heer van een gerenommeerd bedrijf kan een kamer in één nacht compleet slopen. Aan een pak en antecedenten kan je niet voorspellen waar iemand toe in staat kan zijn. Maar waarom je elke dag dat ‘hospitality podium’ weer opstapt is natuurlijk omdat het in onze genen zit om gasten blij te maken. Dat is de ultieme beloning. En gelukkig is dat de overgrote meerderheid.”

De keuzes van Leo

Hotel

“Ik wil natuurlijk Grand Hotel Karel V noemen, dat kan je flauw vinden, maar dit hotel is nu eenmaal mijn baby. Aan dit hotel is eigenlijk alles geweldig. De ligging, het verhaal van het gebouw en de mensen die er werken. Je kiest een stad uit waar je naartoe wilt gaan en dan zoek je daar een hotel. Er is geen hond die speciaal naar Utrecht komt voor Karel V maar als je in Utrecht bent, dan wil ik wel dat je voor ons hotel kiest. En heb je voor ons gekozen, dan rol ik de rode loper uit. Utrecht is schoon, veilig, leefbaar en cultureel interessant en daar hebben wij ook belang bij. De stad heeft een aantrekkelijk klein centrum dat mensen ook hebben leren kennen door de grote verbindende sportevenementen, de Tour en de Vuelta. Daarom vind ik het onbegrijpelijk dat er niet gelobbyd is om wedstrijden van het WK Vrouwenvoetbal naar de stad te krijgen. Het lijkt wel alsof de gemeentepolitiek dan de hakken in het zand zet.

Mijn favoriete hotel is De Keurvorst in Ravenstein,  een hotel zoals een hotel bedacht is. Het is een stadsherberg waar het eten en drinken goed verzorgd zijn. Het is voor de buurt een stamkroeg waar het culturele leven zich afspeelt, waar iedereen elkaar treft. Het is laagdrempelig en dat is hetgeen ik ook in Karel V wil bereiken, de hoge drempel moet geslecht worden. Mensen hebben vaak geen idee dat je bij ons ook gewoon binnen kan lopen zonder dat je hier logeert. Mag ik daar wel naar binnen? Ben ik er wel op gekleed, is het niet te duur? Van dat hoogdrempelige willen wij niet per se af, maar dat nog meer mensen zich welkom en prettig voelen bij ons is wel een doelstelling. Je kan bij ons ook gewoon een biertje drinken en dan ben je niet duurder uit dan elders in de stad.”

“Hotel De Keurvorst is voor de buurt een stamkroeg waar het culturele leven zich afspeelt, waar iedereen elkaar treft”

Boek

“Ik ben geen lezer, ik neem er de tijd niet voor. Op de middelbare school moest ik natuurlijk lezen voor mijn boekenlijst maar verder dan de samenvattingen kwam ik niet. Totdat ik ‘Het Verboden Rijk’ van Slauerhoff moest lezen. Ik werd gegrepen door dat boek en heb het in één ruk uitgelezen. Voor die befaamde lijst moest ik ook Karel ende Elegast lezen en dat heeft mij ook geboeid. Ik hou van een boek dat zich afspeelt tegen een historische achtergrond. Ik ben wat je noemt een vakantielezer, voor mensen zoals ik vind ik ‘Judas’ van Astrid Holleeder een aanrader, dat heeft mij echt kunnen boeien.”

“Ik ben geen lezer maar ‘Het Verboden Rijk’ heb ik in een ruk uitgelezen”

Film

“Films daar heb ik ook niets mee, ik weet ook niets van films. Ik ben een beetje blijven hangen bij The Godfather, dat is lang voor mij de ultieme film/serie geweest. Laatst moest ik van mijn kinderen mee naar de bioscoop, er waren twee films die ik van hen moest zien. Ik kon kiezen tussen ‘Oppenheimer’ en ‘Barbie’, toen heb ik maar voor ‘Oppenheimer’ gekozen. Ik zag mij echt niet naar Barbie gaan. Laatst was ik uitgenodigd om in de Stadsschouwburg de nieuwste film van Jos Stelling te gaan zien. ‘De Dans van Nastasja’. Een geweldige film waar ik zeer van onder de indruk was. Ik vond het een film met een David Lynch-achtige sfeer. Voor Twin Peaks van David Lynch bleef ik vroeger thuis. In de film van Stelling zag ik dat terug: een eigen koers, eigenwijs en eigenzinnig. Zoals Jos Stelling zelf ook is. Wij waren waarschijnlijk het laatste gezin in Nederland dat geen Netflix had. Mijn kinderen vonden dat belachelijk, “We kunnen nergens meer over meepraten”. Ik heb op Netflix maar één film gekeken: 1917.”

“De Dans van Nastasja is een film met een eigen koers, eigenwijs en eigenzinnig. Net als de regisseur Jos Stelling”

Podcast

“Ik had liever dat je mij had gevraagd naar mijn favoriete podcast in plaats van boek of film, Daar heb ik echt iets mee. Ik heb het fenomeen podcast ontdekt tijdens corona. Toen ben ik gaan luisteren en er ging een wereld voor mij open. Je kan podcasts vinden over de meest uiteenlopende onderwerpen, er komt geen einde aan. Zo heb ik laatst geluisterd naar ‘De Bourgondiërs’ van Bart van Loo. Hij neemt je mee langs eeuwen Europese geschiedenis, naar het ontstaan van de Nederlanden in de vijftiende eeuw. De Bourgondiërs vertelt de geschiedenis van de vroege Nederlandse eenwording, over het ontstaan van de steden en de uitstervende ridderidealen. De Bourgondische hertogen wisten de versnipperde Lage Landen tot één geheel te smeden. Daartoe behoort ook de geschiedenis van dit complex. Van Loo maakt de geschiedenis tastbaar.”

Muziek

“Ik was van de New Wave: The Waterboys, The Smiths, U2 en The Simple Minds. Ik hield van de muziek maar ook van de kledingstijl, de kleding die je kon kopen bij Mac en Maggie. Zelfs de lijntjes onder mijn ogen ontbraken niet. Maar ik hou ook van Fado’s, het Nederlandstalige lied en Duitse Schlagers of Rammstein. Duitse schlagers leer je natuurlijk kennen wanneer je maar 8 km van Aken woont. Hélène Fischer vind ik geweldig. Maar in het rijtje van mijn favoriete muzikanten hoort ook Prince. Zo authentiek, zo geniaal, zo’n talent maar ook zo arrogant. Dat kan ik eigenlijk niet hebben van een muzikant maar van Prince wel. Door mijn kinderen leer ik ook andere muziek kennen, anders was ik in de jaren ’80 blijven hangen.”

“Prince, authentiek en geniaal”

Kunstwerk

“Ik heb affiniteit met de 14de, 15de en 16de eeuw wat betreft de geschiedenis, maar de kunst van de 17de eeuw spreekt mij ook erg aan. Maar wat mij echt kan grijpen is het werk van de ‘Cobra-groep’, het werk van Karel Appel, Corneille en Joke Vermeulen-Maan. Qua compositie en kleurgebruik, behoren zij tot mijn favoriete kunstenaars.”

“Wat mij echt kan grijpen, is het werk van de Cobra-groep” (afbeelding ‘Ontmoeting’ van Karel Appel, bron: Centraal Museum)

Restaurant

“Een goed restaurant hoort je het gevoel te geven van gastvrijheid, gastgerichtheid en gastbeleving. Bij mij is dat begonnen toen ik biertjes ging tappen en zag hoe je het mensen naar de zin kan maken. Het is niets anders dan mensen blij maken, daar begint het mee. Ik kan dan ook supertrots zijn op ons eigen team hier, op werkelijk iedereen die bij Karel V werkt, allemaal bijzondere leuke, gekke en sympathieke mensen. Verder heb ik laatst gegeten bij Maeve, het is een ander type bedrijf dan dat van ons, maar ik was zeer onder de indruk. Verder kom ik graag bij Buurten, Brass en bij Madeleine maar ook bij Proost bij mij om de hoek. En uit nostalgie bij Le Clochard. Daar is niets veranderd, je eet er nog steeds slakken bij de open haard. Utrecht was geen stad van culinair top niveau. Was dat erg? Nee! Maar het is hier zowel culinair als in de breedte wel beter geworden. Het was bijna een stadstrauma dat we geen ster hadden, maar Utrecht is een studentenstad en dan kan je beter de allerbeste saté van de stad maken. Utrecht komt van ver en had gewoon tijd nodig.”

“Uit nostalgie bij Le Clochard. Daar is niets veranderd, je eet er nog steeds slakken bij de open haard”

Stad

“Utrecht, Beijing en Heerlen. Ik ben een aantal keer in Beijing geweest en het is in China anders dan hier. Het eten, de mensen en de cultuur, het is zo anders dan de dingen die je kent. De Chinese Muur, wanneer je daar loopt, kan je je zo goed voorstellen hoe het daar was toen die werd gebouwd. Dat heb ik ook in Utrecht: Hoe vaak denk je aan het Romeinse Rijk? Dagelijks wanneer je in Utrecht woont. Ik kan eindeloos rondstruinen in Beijing, het is een stad waar ik heel goed zou kunnen wonen. Ik hou van steden die mij aan Utrecht doen denken, ik ben hier heel goed geland en ik voel mij hier erg thuis. Heerlen en Limburg om bekende redenen, maar Utrecht is nu ook mijn thuis. Onze kinderen zijn hier geboren, mijn vrouw is een hele leuke Utrechtse en het leven in de stad bevalt ons goed met een relatief groot gezin. Utrecht voelt betrekkelijk veilig en is kleinschalig. Maar wat mij wel zorgen baart is de mensen in mentale nood die verward en opgejaagd door de stad lopen, dat vind ik zorgelijk en tegelijkertijd ook zo sneu. Als ik in het buitenland een stad zie die mij aan Utrecht doet denken, dan voel ik mij er thuis. Zoals in Nîmes in Frankrijk en Liyang in China. Een stad met werfkelders en grachten, net zoals in Utrecht, zo onbekend, zo anders, maar toch voelt het zo vertrouwd.”

“Utrecht is nu ook mijn thuis” (foto: Michael Kooren)

Utrechter

“Mirck Klerk, onze hoop in bange dagen, is operationeel Manager. Hij werkt al heel lang hier in het bedrijf. Niemand is flexibeler en gastvrijer dan Mirck. Hij is de meest gastvrije horeca-man in Utrecht. Je zou ieder bedrijf een Mirck toewensen. Maar ook wijlen Bart Klück, hij was bouwhistoricus en heeft heel veel voor de stad en dit complex betekend. Hij was ook een meesterverteller, alles wat ik over dit complex weet, de feitelijke verhalen die ik ken, ken ik door Bart Klück. Hij deed onderzoek in de stad maar ook daarbuiten. Dankzij hem weten we dat achter de 19de eeuwse gevels in de binnenstad nog een bijna complete middeleeuwse stad aanwezig is. Hij heeft, wat mij betreft, Utrecht de status gegeven die het nu heeft.” En verder zijn er zoveel inspirerende, leuke mensen die het allerbeste met de stad voor hebben en daar veel tijd en energie in steken. Met hen werk ik graag samen.”

“Bart Klück heeft Utrecht de status gegeven die het nu heeft” (foto UMF)

Drank

“Pils en dan het liefst een Alfa biertje in een fluitje. Verder drink ik witte wijn, een mooie riesling met die typische goût de pétrole, maar ook Oostenrijkse wijn of een witte bourgogne. Ik ben een bourgogne-drinker. Ik ben vaak in de Bourgogne geweest en heb er veel gefietst. Verder cognac of calvados en tonic. Maar vooral koffie, heel veel koffie verkeerd.”

“Koffie, veel koffie” (foto: Kees Wennekendonk)

Wat zou jij doen als je burgemeester van Utrecht was?

“De stad doet het in veel opzichten goed, maar toch valt er een aantal mensen buiten de boot. Daar kan niet genoeg aandacht voor zijn. Ik denk maar aan de armoede en eenzaamheid. Dat onzichtbare, niet aanwijsbare, dan vraag ik mij af waar het misgegaan is. We hadden hier laatst een jonge man die anderhalf uur naar de fontein bleef staren, met een hoodie op en de handen in de zakken. Ik heb hem aangesproken en hij was heel benaderbaar. Maar dan heb ik toch dat weer dat akelige gevoel van waar is het misgegaan en hoe gaat het verder met jou?”

Yontie Helders

5 reacties

Reageren
  1. Mooi verhaal en herkenbaar want wat een gastheer! Wij hebben voor we in Utrecht gingen wonen een paar keer gelogeerd in Karel V. 1 x kregen we een hele andere kamer dan we dachten te hebben geboekt en waren daar niet echt blij mee. Uiteindelijk kregen we een geweldige andere kamer maar Leo Hollman merkte dat we toch hadden gehoopt op de andere kamer. Hij vroeg hoe hij ons toch nog zou kunnen verrassen. Toen vertelden wij dat we over een paar weken in Utrecht gingen wonen en als hij dan een bosje bloemen kon regelen zou ons dat heel blij maken. We hadden het niet verwacht maar op de dag van de verhuizing werd een werkelijk schitterend boeket bezorgd. Zo’n perfect gebaar van echte aandacht dat ons dat altijd is bijgebleven. Dus Leo Hollman mocht je dit lezen. Nogmaals bedankt voor dit prachtige gebaar. We wonen hier nu ruim 10 jaar en wandelen vaak langs Karel V, bij bijzondere gelegenheden eten we bij jullie en vertellen elkaar en ook andere mensen regelmatig nog dit bijzondere verhaal. Dankjewel! Wilhelmus Hoekstra

  2. Mooi openhartig interview. Veel kwaliteiten worden benoemd, een hele belangrijke echter gemist: het leggen en onderhouden van contacten met de buurt. Het was best lastig voor Karel V om aan de Springweg geaccepteerd te worden maar het is Leo gelukt. Van meedoen aan het buurtfeest Springhaver tot gratis zalen voor buurtvergaderingen en champagne op een bruiloft. Altijd oog voor en betrokken bij de omgeving. Chapeau.

  3. Geweldig verhaal door een geweldig persoon, altijd oog voor de menselijke kant in een harde zakelijke wereld.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *