Hoe is het nu met?

Het mooiste meisje van de stad/Chantal Perlee: Kunstdetective

Een serie over inspirerende Utrechtse vrouwen die een jaartje ouder worden. Chantal Perlee (46): “Leeftijd is maar een getal. Ik vind ouder worden een mooie uitdaging, mij blijven ontwikkelen.”

Perlee, waar kende ik die naam van? In het gesprek met Chantal zou het kwartje vallen. Het draaiorgel dat ik vaak in Amsterdam hoorde en zag, daar stond de naam Perlee op. Een neef van de grootvader van Chantal was orgelbouwer in de Amsterdamse Jordaan. Raadsel opgelost. Twaalf historische orgels van Perlee zijn nu te bewonderen in Museum Speelklok aan de Steenweg.   

Chantal Perlee verhuisde toen ze twee was van Druten naar Dreumel in het Land van Maas en Waal. De rivieren en de uiterwaarden speelden een grote rol in de jeugd van Chantal. Zij vertelt over het schaatsen, de boomhutten, het zwemmen in de rivier en het jutten. “We woonden in een nieuwbouwwijk waar de huizen diepe tuinen hadden. Ik was altijd buiten met alle kinderen uit de straat en mijn twee jaar jongere zusje en mijn broertje met wie ik vier jaar scheel. Ik hield van lezen en tekenen en luisteren naar de radio. Ik had een cassetterecorder waar twee bandje inpasten en maakte mijn eigen muziekmix. Ik had veel vriendinnetjes en op het erf van de boerderij waar een van hen woonde stond een oude caravan waar we ons clubhuis van maakten. Een jeugd van ruimte en vrijheid. Vader werkte in de grafimedia, eerst in Nijmegen en later in Dreumel met zijn eigen groothandel in drukmachines.  Daarvoor was hij veel op reis naar klanten  in Europa en naar het moederbedrijf in Canada. Mijn moeder werkte mee, zij was erg talig en beheerste technisch Engels zodat zij vaak mee op reis ging met mijn vader om te vertalen en verkopen te begeleiden. Mijn zusje en broertje zeggen vaak: ”Wij zijn opgevoed door Chantal”.  

Jutten op de Uiterwaarden met kleine zus Danie.

“We kwamen de kerk binnen, ik zag de kruisweg hangen en werd daar verliefd op beeldende kunst”

Ik was al jong heel zelfstandig en ondernemend. Mijn moeder vertelde dat ik drie jaar was en naar school wilde. Ik had mijzelf aangekleed en mijn laarsjes aangetrokken en was naar school gegaan. De juf belde mijn moeder of ze een kind kwijt was? Als dat zo is dan staat ze hier op het schoolplein. Op de lagere school in Dreumel zaten we zes jaar lang met dezelfde kinderen in de klas en er ontstonden hechte vriendschappen. Ik ging met twee vriendinnen uit mijn klas naar de middelbare school in Druten, het Pax Christi College. Iedere dag vijftien kilometer heen en terug en altijd hadden we wind tegen. Er reed wel een bus maar de keren dat ik die mocht nemen waren zeldzaam. Het moest wel heel erg geijzeld of gesneeuwd hebben, mijn ouders waren niet zo toegeeflijk. Ik kon goed met volwassenen opschieten maar kwam in opstand tegen willekeur of onrechtvaardigheid van een docent. Aan de godsdienstlessen die gegeven werden door een pater Franciscaner bewaar ik mooie herinneringen, hij besprak religies in brede zin. Hij was een prettige man en kwam uit een bijzondere familie met een broer die eigenaar was van sexclub Casa Rosso op de Amsterdamse wallen. In Dreumel stond een gigantische Rooms-Katholieke kerk en hoewel mijn ouders atheïst waren mocht ik toch meelopen in de paasoptocht met mijn palmpaasstok. We kwamen de kerk binnen, ik zag  de kruisweg hangen en  werd daar verliefd op beeldende kunst. Deze ervaring legde de basis voor mijn latere studiekeuze: kunstgeschiedenis. Om naar de universiteit te kunnen deed ik eerst een jaar Tekenen, Handvaardigheid en Textiele Werkvormen aan de lerarenopleiding  in Nijmegen. Na mijn propedeuse vertrok ik naar Utrecht. De familie van mijn moeder woonde in Utrecht en ik kwam er vaak. Ik vond het een gezellige stad en had er een bepaald gevoel bij dat ik miste in een stad als bijvoorbeeld Leiden waar de studie ook mogelijk was. Utrecht bruiste en ik zou een heerlijke studententijd hebben. Ik vond eerst een kamer op de Eerste Daalsedijk en een jaar later kwam ik aan het schitterende Buurkerkhof te wonen.”

De lagere school. Chantal, onderste rij, tweede van rechts.

“Ik kreeg door de hele situatie wel een andere verhouding met mijn vader, de rollen werden omgedraaid”

“In mijn derde studiejaar ging ik met Kerst naar huis, mijn moeder, broertje en zusje zaten aan tafel. “Waar is Papa?” “Die is drie weken geleden vertrokken, dat zijn we vergeten om je te vertellen.”  Mijn vader was verliefd geworden op iemand anders. Hij had geen contact met mij gezocht en dat heeft mijn vertrouwen beschaamd en een grote impact op mij gehad. Ik was echt een “papa’s kind” en dacht dat ik een bijzondere band met hem had. Er is wel iets heel moois voortgekomen uit dat huwelijk en dat is dat hij met deze vrouw nog een dochter kreeg: Bo, zij is echt geweldig. Ik kreeg door de hele situatie wel een andere verhouding met mijn vader, de rollen werden omgedraaid. Hij zocht nu steun en advies bij zijn kinderen, ik moest de ouderrol  overnemen. Mijn vader is erg zoekende geweest in de liefde. Ondertussen is hij met zichzelf meer tot rust gekomen en is onze relatie helemaal goed. Overigens met mijn moeder beter dan ooit. En heb ik een fijne en bijzondere band met mijn zusjes en broertje. “  

“Ik wilde wel eens iets van de wereld zien. Ik zegde mijn baan en huis op, verbrandde alle schepen achter mij”

“Ik was pas tweeëntwintig en inmiddels afgestudeerd en vond een baan bij een architectenbureau waarvoor ik onderzoek deed naar Het Duitse Huis, nu Karel 5, en het pand aan de Oudegracht waar nu H&M zit. Daarna vertrok ik naar Artlease, voor hen bezocht ik kunstenaars en met hun werken richtten we onder andere bedrijfspanden in. Ik was direct na mijn afstuderen gaan werken en het begon te kriebelen, ik wilde wel eens iets van de wereld zien. Ik zegde mijn baan en huis op, verbrandde alle schepen achter mij en focuste mij op mijn reis. De beslissing was genomen. Een week later ontmoette ik mijn man Jasper en tegen een vriendin zei ik: ”Dit is een onenightstand”. Maar dat was het niet.  Samen vertrokken we naar Cuba, toen nog een redelijk onbekende bestemming. We reisden rond en ontmoetten mensen bij wie we konden slapen en die ons dan weer wezen op andere adresjes. Terug in Utrecht, wist ik zeker dat ik meer van Centraal Amerika wilde zien en vertrok voor drie maanden naar Guatemala, Honduras en Mexico. Jasper miste mij enorm. Zelfs op een door orkaan Floyd verwoest eiland wist hij de enige werkende telefoon te vinden om mijn stem te horen.”

Met Jasper op De Parade.

“Ik besloot hals over kop mijn reis af te breken. Ik had in Centraal Amerika  willen werken om langer te kunnen blijven maar nu kwam ik terug met niks, ik had alleen maar schulden. Ik trok in bij Jasper in een echt “mannen-studentenhuis”, waar je al je vooroordelen op los kunt laten. De meeste jongens studeerden nog, vrijheid blijheid, maar ik moest werken. Ik vond een baan bij een marketing en communicatiebureau en werkte veertig tot zestig uur per week. Mijn leven en dat van mijn -super gezellige en lieve- huisgenoten lag te ver uit elkaar, ik miste een plekje waar ik mij terug kon trekken. Ik was mijzelf niet meer en had paniekaanvallen. Ik moest daar weg en vond twee kamers in een groot huis aan de Kruisstraat. Dat bleek mijn redding, even geen relatie en geen mensen om mij heen. Ik bleek een klassieke burn-out te hebben, maar toen was dat nog geen diagnose. Ik dacht het allemaal wel zelf te kunnen oplossen, die zelfredzaamheid had ik al als kind. Maar soms is een beetje hulp best wel fijn. Ik ging bij mezelf te rade en bedacht dat ik echt gelukkig werd van  kinderen. Ik had op mijn reis gezien dat kinderen in de leeftijd tot tien jaar allemaal overal ter wereld in het kind zijn  dezelfde ontwikkeling doormaken. Al kunnen hun levensomstandigheden enorm verschillen, ze maken vriendschappen, onderzoeken en tekenen bijvoorbeeld allemaal hetzelfde en spelen  met hetzelfde enthousiasme met een bal of ze die nu krijgen of zelf hebben moeten maken. Ik vond een baan bij de buitenschoolse opvang en deed kunstprojecten met de kinderen waar ze iets met elkaar maakten en probeerde zo iets toe te voegen aan hun ontwikkeling na schooltijd. In het verlengde hiervan deed ik vrijwilligerswerk bij Kidz Centraal, waar tentoonstellingen en workshops werden georganiseerd die aansloten bij de “grote mensen” tentoonstellingen in het Centraal Museum.”

“Mijn kinderen noemen mij altijd kunstdetective, dat klopt wel”

“In die tijd kwamen Jasper en ik ook weer bij elkaar en we vonden antikraak een etage in het voormalige pand van de Dela aan de Maliesingel.  We kregen twee kinderen, Sofie en Aram en ook al was ons huis was niet ideaal voor een jong gezin, we hebben er ruim 14 jaar een gouden tijd gehad. We kochten ons huidige huis in Lombok toen de prijzen nog redelijk waren en hadden eindelijk een plek die we van onszelf kunnen noemen. Voor het Centraal Museum werkte ik na de afdeling Educatie bij het ticketoffice van het Rietveld-Schröder Huis en kon in 2011 aan de slag bij  de afdeling Collectie en Onderzoek van het Centraal Museum. Bij mijn functie hoorde ook de coördinatie van het informatiecentrum. Daardoor raakte ik ook betrokken bij het nijntje museum waar ik verantwoordelijk was voor het nieuwe team publieksbegeleiders. Het museum was vanaf dag één een succes en er moesten steeds meer begeleiders geworven worden. Ik voelde mij in een spagaat. Vanuit mijn achtergrond als kunsthistoricus was het onderzoek doen naar en vastleggen van collecties mijn vak. Maar de vrijwilligers met al hun vragen en behoeften begeleiden vond ik ook heel leuk. Ik koos uiteindelijk voor de afdeling collectiebeheer, een collectie staat in de kast en is geduldig en ik kon mij verdiepen in mijn werk. Een van de meest bijzondere onderzoeken die ik doe is de herkomst van de  collectie. Is een object afkomstig van “roofkunst”? Binnenkort zal nog een dergelijke vraag over de herkomst van de collectie gaan spelen: is een object verkregen tijdens de koloniale periode, of niet? Het is fascinerend en bijzonder om je in de achtergronden van een collectie te kunnen verdiepen. Mijn kinderen noemen mij altijd kunstdetective, dat klopt wel.”

In het nijntje museum.

 Hoe is het om ouder te worden?  

“Leeftijd is maar een getal. Ik vind ouder worden een mooie uitdaging, mij blijven ontwikkelen. Ik heb een “spontane” ontwikkeling doorgemaakt in mijn carrière, ben nog jong en er kan nog van alles op mijn pad komen. Mijn man Jasper en de kinderen spelen een zeer belangrijke rol in mijn leven. Voor mij is er duidelijk sprake van een leven voor en na de kinderen. Zij zijn elke dag weer de reden voor mij om het leven beter, intenser en liefdevoller te beleven. Bovendien zijn zij , door de wijze waarop zijn zich ontwikkelen tot zelfstandige individuen, een bron van inspiratie”.  

Wat is je geheim?  

 “Veel lachen, humor is heel belangrijk. Maak van je hart geen moordkuil en slaap genoeg.”  

Yoga, bridge of tennis?  

 “Het allerliefste zwem ik in natuurwater. De liefde voor zwemmen in open water heb ik overgehouden aan de plek waar ik ben opgegroeid. Ik heb vroeger wedstrijd gezwommen en ik ben een goede zwemster. Hier zwem ik ook graag in het kanaal, er varen geen schepen en de woonboten zijn aangesloten op de riolering. Thuis doe ik ook yoga oefeningen.”  

 Is je stijl veranderd?  

 “Ja, vroeger droeg ik altijd meer kleur, maar nu draag ik veel zwart. Ik vind het stijlvoller en het past meer bij mij. Ik heb al anderhalf jaar niets nieuws gekocht, wat ik niet meer draag geef ik weg of verkoop ik. Ik weet nu een beetje wat bij mij hoort en bij mij past. Beetje stoer maar toch vrouwelijk. Sinds mijn twaalfde bewaar ik bepaalde kledingstukken in een dekenkist op zolder. Ik heb daar een appelgroen broekpak van Jean- Paul Gaultier junior in zitten. Komt mijn dochter Sofie daarin laatst de trap af, kan ik zo blij van worden. Ik heb wel spijt van bepaalde schoenen die ik weg heb gedaan, die zouden nu zo weer kunnen.”  

Wat vind je van de Utrechtse vrouw?   

“Ik vind het bijzonder dat zoveel vrouwen in Utrecht een voortrekkersrol spelen op sociaal en maatschappelijk gebied. Ik zie dat in de wijken, ze tonen initiatief en daar kan ik plaatsvervangend apetrots op zijn.”  

 Aan wie geef jij het stokje door?  

 “Aan Zeynep Karakoç. Een open en krachtige vrouw die net als veel andere vrouwen vele ballen hoog moet houden Ze maakte schoon in het museum en zij is de vaak onzichtbare kracht in een bedrijf. Kees Wennekendonk heeft haar schitterend gefotografeerd.”  

Het fotoalbum.

Met oma Mollema, moeder van opa Jan.
Als peuter.
Met vader en moeder.
Met zoon Aram.
Met dochter Sofie.
In Salou na het eindexamen (1991)

 

Op de kermis in Dreumel (1986)

 

Chantal en Jasper nu.

 

Yontie Helders

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *