Utrechters maken de stad

Geef kwaliteit de ruimte: De Witte Wolf

Wilma Duitscher (links) Ciske van Oosterhout op het Wolvenplein.

Wie zijn toch die mensen die Utrecht tot de leukste stad van Nederland maken? En wat hebben ze nodig om dat nog langer te kunnen doen? Bewonersvereniging De Witte Wolf wil de voormalige gevangenis aan het Wolvenplein aankopen. Om te voorkomen dat er dure appartementen achter hoge hekken komen, en om er zelf een open plek van te maken voor wonen en werken tussen groen en cultuur.

“Wat jullie willen is ingewikkeld.” Deze steeds terugkerende reactie van de gemeente verbaast de initiatiefnemers van De Witte Wolf (https://dewittewolf.org) niet, dat weten ze zelf ook wel. De 24 leden tellende vereniging maakt al sinds de sluiting vijf jaar geleden plannen om het voormalige gevangeniscomplex aan het Wolvenplein aan te kopen. Met als doel het monumentale gebouw uit 1856 te transformeren tot een plek voor zowel de buurt als de stad. Eigenaar van de gevangenis is het Rijksvastgoedbedrijf, die via een aanbesteding (tender) het complex binnenkort verkoopt aan een partij die de herbestemming zal realiseren.  
Daar doen we gewoon aan mee, dacht een van de initiatiefnemers, Wilma Duitscher. Zij woont tegenover het oude gevangenisterrein en ontmoette tijdens een brainstorm van buurtbewoners verenigd in Stadsdorp Wolvenburg meer mensen die haar droom deelden: wonen op Wolvenplein. Zo ontstond De Witte Wolf, waar naast buurtbewoners ook andere Utrechters in actief zijn. Met ontwikkelaar AM, Mitros, De Plaatsmaker en Starlodge Hotels is een consortium gevormd, zodat zij mee kunnen bieden bij de komende aanbesteding.


Samen leven

Een gemakkelijke manier om een woning in de binnenstad te krijgen, is De Witte Wolf niet. Toetreding tot een van de werkgroepen is verplicht, evenals commitment aan het doel. “We willen een plek maken om samen te léven”, betoogt Wilma. “Een inclusieve gemeenschap, waarin zorg voor elkaar belangrijk is. Waar we dingen delen met elkaar, van auto’s tot wasmachines en logeerruimte, waar we samen dingen kunnen doen. Met sociale huur- én koopwoningen, en betaalbare werkruimtes.”
Vanwaar deze wens? Actief lid Ciske van Oosterhout, vertelt dat zij de stad langzaam ziet veranderen. “Er komen steeds meer dure appartementencomplexen voor expats of voor mensen met geld, het voelt soms alsof de stad niet meer van ons is. Wij willen van de gevangenis een plek voor de hele stad maken, onze slogan is dan ook ‘De stad is voor iedereen’. Wolvenplein moet niet veranderen in een gated community, dat is onze nachtmerrie.”

Aan de markt laten

Helaas bespeuren de initiatiefnemers weinig enthousiasme bij de gemeente. In alle afspraken met zowel wethouders als ambtenaren horen zij steevast: ‘Het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) is eigenaar van de gevangenis, en de herbestemming laten wij geheel over aan de markt’. De markt wil zeggen dat het RVB eerst kijkt naar de kwaliteit van de plannen, en daarna de verkoop gunt aan de partij die het hoogste bod neerlegt, legt Wilma uit. “Een dergelijke procedure garandeert geen plan met veel kwaliteit voor de buurt en stad, maar de hoogste prijs voor de verkoper.”
Eisen en uitgangspunten voor de aanbesteding komen voort uit de visie, die de gemeente Utrecht samen met het RVB maakte. “Daarin is aandacht voor het erfgoed, maar staan bijvoorbeeld geen ambities voor buurt of stad”, vertelt Wilma. “Vreemd, want dit is 1,3 hectare grond die vrijkomt in de binnenstad, daar heb je als stadsbestuur toch een visie op?” Ciske vult aan: “Je stuit op een gesloten front. Van wethouder tot ambtenaar: iedereen zegt ‘we laten dit aan de markt’. Terwijl ons stadsbestuur wel degelijk invloed kan uitoefenen op wat er met het Wolvenplein gebeurt. Maar dat moet je willen. Is het niet de verantwoordelijkheid van ons college om deze stad leefbaar te houden? Dat proef ik nu niet!”

Meer wonen

Om meer invloed te krijgen op de visie, is van alles gedaan. De initiatiefnemers schreven een manifest, er is een publiek debat georganiseerd, en met Stadsdorp Wolvenburg samen zijn allerlei aanbevelingen gedaan. Wilma: “Stadsdorp is erg narrig over dat er bijna niets van hun input in de definitieve visie is overgenomen. Alleen een aanbeveling voor 12,5 procent woningbouw. Dat is veel te weinig. Om de gevangenis heen liggen voornamelijk woningen, en zo’n herbestemming moet wel passen bij de buurt.”
Waarom het zo lastig is invloed uit te oefenen? “Bij het RVB kom je niet binnen, da’s een gesloten bolwerk, en ondanks beloften van staatssecretaris Raymond Knops over dat bij het afstoten van rijksvastgoed meer naar maatschappelijke waarde wordt gekeken, blijkt dat niet uit de selectiemethode voor deze aanbesteding. En bij de gemeente zie ik handelingsverlegenheid”, vindt Wilma. “De Witte Wolf heeft een hoge aaibaarheidsfactor, maar door steeds te verwijzen naar de eigenaar, het RVB, krijgen wij weinig medewerking.”

Keuzes maken

De gemeenteraad moet de visie voor het Wolvenplein nog vaststellen. Deze week is er een raadsinformatiebijeenkomst, waarin raadsleden diverse meningen over de visie willen horen uit de stad. De Witte Wolf hoopt dat de raadsleden het bestaande document afkeuren en zich uitspreken voor een visie die leidt tot een gunning met meer accent op kwaliteit in plaats van alleen op prijs. Voor een visie waarin maatschappelijke waarde wordt uitgevraagd en beloond.
Wilma: “Stadsbestuur en gemeenteraad blijven zich verschuilen achter hoe ingewikkeld het is om maatschappelijke waarde aan te tonen. ‘Wat is dat dan, maatschappelijke waarde, lastig…’ Terwijl je dat gewoon kunt uitrekenen. Bovendien kun je ook zonder cijfers wel bedenken dat het van waarde is als je een monument verduurzaamt, of dat ook de binnenstad sociale huurwoningen heeft. Het gaat om keuzes maken, en dat mis ik.”

Paternaliserend

Daarnaast ziet Ciske dat je als Utrechter mee wilt denken, maar ook mee wilt dóen bij het inrichten van de stad, en dat daar nog maar weinig ruimte voor is. Wilma: “Als bewonersinitiatief word je toch wat paternaliserend behandeld. ‘Leuk dat jullie dit doen, maar lastig hoor, dat hoogste bod…’ De gemeente zou zich in de handen moeten knijpen dat ze bewoners hebben die dit aandurven. En zeggen: ‘Wat gaaf dat mensen zich zo druk maken over hun leefomgeving, wat leuk dat ze samenwerking zoeken om een plan te maken en dat ze elementen uit het coalitieakkoord zelf invullen’.”
Volgens Ciske en Wilma zou Utrecht er beter uit zien als bewoners in de lead zouden zijn in dit soort projecten. Ciske: “Dan is er meer geluk, saamhorigheid, plezier en vertier met elkaar. Meer gemeenschapsgevoel en eigenaarschap. Dat eigenaarschap mis ik nu bij het stadsbestuur. Je laat het aan anderen!” Wilma vult aan: “Laat de kwaliteit van burgers meer spreken. Zij doen allemaal iets voor de stad. En hebben een veel langere adem dan menig wethouder. Geef kwaliteit de ruimte. Niks hoogste bod!”

 

Marit Overbeek

Marit Overbeek zou je kunnen kennen als initiatiefnemer van Rotsoordbrug, Rooftopbar op de Neudeflat en de Utrechtse Ruimtemakers (www.utrechtseruimtemakers.nl). Ook zit ze in de redactie van TAAI, de serie bijeenkomsten waarin ontwikkelingen in Utrecht kritisch onder de loep worden genomen. Daarnaast zoekt en maakt ze verhalen over bouw en ruimte. Marit is nieuwsgierig naar wat er zou gebeuren als bewoners meer aan de knoppen mochten zitten. Op onregelmatige basis doet ze verslag van haar zoektocht in De Nuk.

5 reacties

Reageren
  1. De vastgoedambtenaren maken de dienst uit in Utrecht. Kijk ook even naar het oude Tivoli-gebouw aan de Oudegracht. Cultuur en samenhang met de buurt was een voorwaarde voor de nieuwe bestemming. Uiteindelijk komt er een hotel. De hoogste bieder won. Ik zie het somber in voor het Wolvenplein. Ik waardeer de verhalen van Marit Overbeek zeer en hoop dat ze ooit tot een doorbraak in het denken bij de ambtenaren leiden. Tot nu toe is participatie voor de burgers vooral een farce.

  2. Wat ik me afvraag. Zouden al die mensen met hun mooie initiatieven Groenlinks hebben gestemd? Ik vrees van wel.

  3. De bestemming van een pand waarover de gemeente het helemaal voor het zeggen heeft, of een dikke vinger in de pap? In het beste geval wordt het vriendjespolitiek in de betekenis dat er een vaag gesubsidieerde stichting komt te zitten. Meestal echter wordt aan bevriende projectontwikkelaars de kans gegeven zich te verrijken. Het voorbeeld van het Tivoli gebouw aan de Oude Gracht – van David hierboven – is pijnlijk treffend. Het speculatieve gerotzooi met de grond langs het Merwedekanaal waar speculanten multi miljonair mochten worden is een ander recent voorbeeld waar onze stadsbestuurders bewust faalden om vooruitstrevend te zijn..

  4. Of stadsbestuurders helemaal niet vooruitstrevend blijken te zijn. Lees Paulus Jansen van de SP.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *