expositie is tot 29 juni te zien

Expositie 125 jaar KNLTB in Galerie Waterbolk: ‘Tennis zit mentaal en fysiek prachtig in elkaar’

Niek Waterbolk in zijn galerie

De liefhebber van tennis komt deze maand aan zijn trekken in Galerie Waterbolk. Tot 29 juni is hier de  expositie 125 jaar KNLTB te zien. 

Bij binnenkomst krijgt de bezoeker meteen een mooi beeld van twee generaties van het Nederlandse tennis. Aan de muur hangen naast elkaar krantenartikelen van de legendarische Wimbledonfinale van Betty Stöve in 1977 tegen Billy Jean King, en die van de recente nederlaag van Talon Grieksspoor tegen Alexander Sverev op Rolland Garros. 

‘Tennis zit mentaal en fysiek prachtig in elkaar,’ zegt Waterbolk (79). ‘Het balletje kan net zo rollen dat het mentale gedeelte wint. Wat meestal het geval is, al moet je fysiek ook in orde zijn.’ Hij vervolgt: ‘Het is de kunst om je zenuwen de baas te worden. Een beetje kwaad worden is goed voor spel, teveel is weer niet goed. Sjeng Schalken zei ooit: ik ervaar een tenniswedstrijd als de hel. Daar kan ik wel inkomen.’ 

Een paar dagen geleden was de opening van de expo. De Nederlandse tennislegende, Louk Sanders, was daarbij aanwezig. ‘Hij werd acht keer achter elkaar Nederlands kampioen, van 1974 tot 1981,’ vertelt Waterbolk. Waterbolk is een groot tennisliefhebber én –kenner. Hij lepelt de feitjes achter elkaar op. ‘Kijk, dit is het eerste lawn tennis racket uit 1875, een Wingfield. De snaren zijn gemaakt van schaapsdarmen.’ 

De tentoonstelling aan de Schoutenstraat is een gezellig, ietwat rommelig allegaartje van oude rackets en tennisballen, racketklemmen, antieke en recente boeken, tijdschriften, affiches, posters, foto’s, ansichtkaarten, krantenberichten en reproducties van kunstwerken (o.a. van Jan van Toorop en Jan Sluijters). Erg groot is de expositieruimte niet, maar er is genoeg te zien. Een deel van de collectie komt uit de eigen verzameling van Waterbolk, een ander gedeelte is afkomstig van een tennisfamilie uit Den Haag. 

‘Hier zie je een afbeelding met de voorloper van het tennis, Jeu de Paumes,’ doceert Waterbolk. ‘Ook wel onterecht real tennis genoemd. Het werd met de hand gespeeld en heeft dus weinig van doen met het tennis dat wij kennen. Het kaatsen in Friesland is er op gebaseerd.’ 

Aangezien Jeu de Paumes in een grote zaal werd gespeeld, was het rond 1850 een sport voor de rijkeren. ‘Ik heb het ook nog gedaan toen ik met een groepje mensen uit Den Haag op bezoek ging bij colleges in Engeland. Daar heb je nog steeds real tennisbanen.’

Met de intrede van lawn tennis (grastennis), rond 1875, verplaatst de sport zich naar buiten. De benodigde attributen zitten in een koffer: vier bats, ballen, een net (met palen) en een line brush. Op een grasveld wordt zo in een handomdraai een tennisbaan in elkaar gezet. Het saaie croquet (met boogjes en een bal) is men dan een beetje beu. Grastennis wordt ook gezien als een manier om te socialiseren (en te flirten). 

Erg veel is er niet veranderd aan de regels, zo blijkt uit het prachtige boekje ‘The game of Sphairistike (or lawn tennis)’ uit 1874, geschreven door Walter Wingfield (pionier van het grastennis). Wel is het zo dat in de begintijd van het tennis alleen de serverende partij punten kan scoren. En vrouwen mogen serveren vanaf de servicelijn, in het midden van de baan. 

Een foto aan de muur toont een partijtje gemengd dubbel, in lange witte kledij, ergens aan de rand van een bos. ‘Dat is tennisclub De Bataaf in Den Haag, dichtbij Madurodam,’ weet Waterbolk. ‘In die tijd flaneerden mensen naar de zee. Halverwege stopten ze dan bij een uitspanning om een spelletje tennis te spelen.’ 

Ook bijzonder: op een andere foto, uit 1926, is de vader te zien van cabaretier Wim Kan (en toenmalig minister van Binnenlandse Zaken), Mr J.B. Kan, klaar om een bal te ontvangen op een tennisbaan in Arnhem. 

Het souterrain is gewijd aan de hele geschiedenis van het Nederlandse tennis. Zo is er een vitrinekast met foto’s en boeken over Utrechtse tennisverenigingen, o.a. Shot uit Zeist. Ook staan er een aantal bekers liggen er tal van tijdschriften en boeken en hangen er affiches van toernooien in Utrecht, o.a. bij tennisclub Rhijnauwen. 

Hoe zit het met Waterbolks eigen tenniservaring? ‘Ik ben pas laat begonnen, na mijn 35e jaar. Speelde 35 + competitie, ik heb nog een behoorlijk niveau gehaald hoor, ik was een goede C-speler. Met mijn team heb ik net onder het hoogste niveau competitie gespeeld. En ik tennis nog steeds, op maandagavond, bij Krommerijn.’

Waarom heeft hij al deze spullen over tennis verzameld? ‘Ik heb de neiging om de geschiedenis te onderzoeken van iets waar ik mee bezig ben, dat is mijn tweede natuur. Omdat ik veel tennis, ben ik in de geschiedenis gedoken van het tennisspel.’ 

Het huidige tennis houdt Waterbolk ook nog goed bij. ‘Van de Zandschulp en Griekspoor kan ik allebei wel waarderen. De eerste omdat hij stug blijft doorgaan, ondanks zijn worsteling op de baan, maar een straatvechter als Griekspoor vind ik ook geweldig.’ 

Waterbolk heeft vooral bewondering voor de volharding van Arantxa Rus. ‘Zij is altijd maar doorgegaan. Lange tijd stond ze buiten de top 100. Nu staat ze, op haar 33e,, weer rond de 60e plek op de wereldranglijst: prachtig!’

Hij heeft een mooie uitsmijter tot slot: ‘Je tennist zoals je bent. Al je unieke karaktereigenschappen komen naar boven bij een tenniswedstrijd.’

Galerie Waterbolk is gevestigd in de Schoutenstraat.

Laat uw reactie achter

Reactie

1 reactie

  • Felix schreef:

    Galerie Waterbolk, prachtig in beeld gebracht door Machiel Coehorst, en een sprekend portret van galeriehouder/antiquaar Niek ‘Tennis’ Waterbolk!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *