De keuzes van Erik Derksen

Erik Derksen: “Utrecht was veilig genoeg voor mijn coming out”

In deze rubriek vragen we Utrechters keuzes te maken in hun vakgebied. Maar ook daarbuiten.

Wanneer ik mijn auto parkeer zie ik Erik Derksen al naar mij zwaaien voor het raam. Hij staat al bij de voordeur als ik aan wil bellen. Pakt mijn jas aan en gaat mij voor naar zijn woonkamer. Als je goed kijkt dan zie je de liefde voor Utrecht: de grote sepia foto van de Dom, een ansichtkaart, de  Gouden Domtoren die hij kreeg voor zijn verdienste voor de stad en het ingelijste FC Utrecht shirt. Erik maakt de lekkerste kop koffie die ik tijdens al mijn interviews heb mogen drinken en we nemen plaats aan tafel.

Natuurlijk gaat het over de lockdown waar de horeca nu weer in zit. Hoe iedereen net weer opgekrabbeld was om daarna om 8 uur, daarna om 5 uur te moeten sluiten voordat alle horeca weer op slot ging. Hoe je onmogelijk kan anticiperen op dergelijke maatregelen, het gemis aan visie en het macro-denken van de overheid en de veel te geringe compensatie. Hij kan zich nu wat meer uitspreken dan tijdens de eerste lockdown omdat hij toen nog vicevoorzitter was bij Koninklijke Horeca Utrecht. Deze functie heeft hij nu neergelegd, maar is nog wel adviseur gebleven. Niet alleen in zijn manier van doen maar ook door de bevlogenheid waarmee hij over zijn zaken spreekt, blijkt dat ik hier te maken heb met een echte horeca man. Wanneer we na twee uur opbreken en ik mijn kopje koffie in de keuken zet, lacht Erik: ”Je zou zo in de horeca kunnen werken, nooit met lege handen naar de keuken”. 

Erik Derksen (net 56), geboren in Duiven, groeide op in een traditioneel katholiek gezin met drie oudere broers. Vader werkte en moeder was thuis. Lagere school in Duiven en de middelbare school in Arnhem.

“Op de middelbare school  werd het zaadje al geplant voor mijn loopbaan in de horeca, Ik deed de inkoop voor de “kantine-soos” en onderhandelde met de artiesten die op feesten optraden. Toch dacht ik er niet over om iets in de horeca of evenementenbranche te gaan doen. Ik wilde strafpleiter worden. Ik had een groot rechtvaardigheidsgevoel en keek naar programma’s zoals “De Achterkant van het Gelijk”. Ik wilde naar Utrecht omdat daar het strafrecht, mede door het Willem Pompe Instituut, hoog aangeschreven stond. De stad kende ik helemaal niet, ik was er een enkele keer geweest op Tienertour. Ik werd ingeloot, in 1985 waren er duizend eerstejaars Rechten en ik ben precies één keer naar een massaal hoorcollege op de Uithof gegaan.

De rest van de werkgroepen kon ik in de binnenstad volgen. Ik wilde graag bij het Corps maar er waren te veel aanmeldingen en aangezien ik de introductieperiode had gemist door mijn vakantiebaantje bij de Makro, werd er als reden voor mijn afwijzingen “niet gemotiveerd” gegeven. Ik vond het even jammer, ben lid geworden van de Vereniging Rechtswinkel, waar ik de nodige ervaring opdeed. Niet strafrechterlijk, maar wel op sociaal gebied: veel arbeids- en huurzaken. Utrecht paste mij als een jas, ’t Pandje, De Potdeksel, waren mijn café’s het voelde er veilig, veilig genoeg voor mijn “coming out”. In Duiven had ik het feit dat ik op jongens viel altijd weggestopt, wilde het niet weten, het klopte niet met het plaatje.”

“Je dacht in die tijd dat je van zoenen aids kon krijgen”

“Thuis was het ook niet iets om over te praten, bij ons thuis werd überhaupt niet over seks gesproken. Je had geen mobieltjes, geen “Grinder”, je moest je contacten opdoen in het uitgaansleven. Het was ook het “Aids-tijdperk”,  met zoveel angst en onwetendheid. Je dacht dat je van zoenen Aids kon krijgen. In mijn jonge jaren heb ik mij bewust bescheiden opgesteld , ik was bang: ik studeerde Rechten en had een baantje.  Ik werkte bij Prom, nu Hemingway, op het Janskerkhof, waar ik begon als afwasser, daarna barman en al snel draaide ik de tent wanneer de eigenaar er niet was. Op een gegeven moment zaten er twee echtparen, vaste gasten, die “De Papegaai” in de Brugstraat, hadden gekocht, boven de zaak waren kamers en of ik interesse had? Ik kon dan meteen andere, betrouwbare, huurders vinden. Ik kon zelf ook in de zaak werken en de nieuwe eigenaar bedacht het “steengrillen”, er was één ander restaurant in Oisterwijk die dat deed en dat was een succes. ”De Papegaai” werd het steengrill restaurant van Nederland. Onbeperkt eten en zelf je wijn tappen. De sfeer, het pandje, iedereen kwam er eten en we konden alles zelf in de keuken klaarmaken. Ik studeerde nog steeds en studeerde af bij Prof.Frank Bovenkerk met een scriptie over “Afpersing in de Utrechtse Horeca”. Ik kwam zelf in de nachthoreca en hoorde nog wel eens wat over “portiersbedrijven” en afpersingspraktijken. We haalden de Telegraaf en werden uitgenodigd door Brandpunt. Bovenkerk was de “televisieprofessor”, maar ik had niet zoveel zin om met mijn kop op de TV te komen. Ik haalde mijn meestertitel en nam “De Harlekijn” over in Zeist in 1991 en in 1993 kon ik “De Papegaai” overnemen en begonnen we “De Papegaai 2” in de Jan van Scorelstraat, waar nu Pizza Beppe zit.  Vervolgens stootte ik Zeist af. Bob Gijsberts die al werkte in de Papegaai werd mijn compagnon. Hij was als werkstudent begonnen bij “De Papegaai”, werkte steeds meer en werd bedrijfsleider. In 2000 kocht hij zich in en werd volledig compagnon. Behalve compagnons zijn we ook vrienden, we vertrouwen elkaar. Onze samenwerking is vanzelfsprekend, een organisch iets: Bob werkt achter de schermen en ik ben het uithangbord.”

“Buurten heeft inmiddels vier vestigingen”

“Als mijn kapper me niet op dat pand had gewezen, zat ik nu misschien wel in Driebergen”

“Langzamerhand werd “de Papegaai” een zaak die het vooral van het weekend moest hebben en het steengrillen werd wat “platter”. In 2000 hebben we Papegaai 2 gesloten en verbouwd tot Vroom. In 2008 verkochten we Papegaai 1. Ik zat bij “Hairfix” in de burgemeester Reigerstraat en Wil, al jaren mijn vaste kapper, vertelde mij dat het pand aan de overkant op de hoek een horeca bestemming mocht krijgen. Ik liep naar de overkant, keek door de hoge heg en zag een boerenhuis met een tuin. Het linker deel was te koop, maar als onderneming heb je volume nodig en we kochten het rechterdeel erbij. In 2010, na een grondige verbouwing gingen we open. Het “alledag”concept met een kinderhoek en een speelhuisje in de tuin sprak heel erg aan. We hadden dat gezien bij “Witteveen” op de Ceintuurbaan in Amsterdam, bij The Supper Club en  All by One in Londen. Wij maakten een groot terras, heel belangrijk, dat geeft je meer lucht, ook nu nog. We hadden een fantastisch team en veel mensen uit de buurt wisten ons te vinden. “Buurten” werd een succes en als mijn kapper er mij niet op had gewezen dan had ik misschien nu wel in Driebergen gezeten. Het succes smaakte naar meer en Buurten in de Fabriek, in Oog en Al, volgde. En daarna in 2019 kwam Buurten in de Bieb. Buurten in de Gaard werd de vierde vestiging die we eigenlijk tegelijkertijd wilden openen.

Maar daar hadden we hadden veel problemen met de verbouwing waardoor we pas in 2020 opengingen. Op 7 februari gingen we open en 15 maart konden we weer dicht. We waren drie weken open geweest en zaten afgeramd vol, we waren de favoriete borrelplek geworden. In 2019 opende we ook Buurten in de Bieb in Leidsche Rijn. Deze zaak had een beetje moeizame aanloop, men wist ons niet te vinden, maar het werd uiteindelijk toch ook een succes tot we ook daar weer dicht moesten. Als we iets minder pech hadden gehad met de vloer in de Gaard en eerder waren opengegaan dan hadden we de volledige steun gehad en dat doet nu wel eens pijn. Waar nummer 5 komt? Misschien wel buiten de stadspoorten.”

De keuzes van Erik

Kok 

“Frans van Wieren. Voormalig chef van “Chez Jacqueline”. Kok en tevens goede vriend. Hij is nooit te beroerd om bij te springen, zoals in het afgelopen jaar toen we in een van de zaken verlegen zaten om een kok. Daar voelt hij zich niet te groot voor, dat doet hij dan echt voor mij. Eenmaal per jaar houden we “Chez Jacqueline On Tour” bij een van de Buurten voor zijn oude gasten. Jan van Zanen is dan altijd van de partij.”

“Frans is nooit te beroerd om bij te springen” (foto: Joris Visser)

Restaurant 

“De keuken van ’t Spiehuis, Sifon in Damme, België en Old Dutch in Rotterdam. Met dit type restaurants doe je mij een plezier. In Old Dutch, een villa in het hartje van Rotterdam, waar tout Rotterdam komt: de havenbaronnen en Lee Towers. Je eet er grote krab en garnalencocktails en de kreeftensoep wordt nog aan tafel bereid. Zaken met mooie wijnen, bij Sifon en Old Dutch staat een Château Pétrus gewoon op de wijnkaart.” 

“Bij Old Dutch zit je tussen de havenbaronnen en Lee Towers”

Drank 

“Bier, gewoon een pilsje. We schenken in de zaken natuurlijk allerlei speciaal biertjes, Van de Streek of Maximus, maar ik hou het bij een gewoon biertje. Als ik wijn drink doe ik dat bij lekker eten, maar in het café drink ik bier. Een Spätburgunder, lekker gekoeld of een Riesling, niet te jong. Dat zijn mijn twee favoriete wijnen en die heb ik ook altijd in huis. Ik heb iets met Duitse wijnen, bijvoorbeeld uit de Pfalz, daar komen mooie en betaalbare wijnen vandaan. Mijn compagnon, Bob, is veel beter onderlegd in de wijnen. Ik ben een autodidact, maar na dertig jaar in de horeca kan ik echt wel de ene wijn van de andere onderscheiden en niet alleen een sauvignon van een chardonnay.”

“We schenken in Buurten allerlei speciaal biertjes maar ik hou het bij een gewoon biertje”

Kunstwerk 

“Het is je misschien wel opgevallen dat ik een en ander van Jeroen Hermkens heb hangen, de lito’s voor de Vuelta, het Wilhelminapark en de Smeebrug. Ik heb Jeroen leren kennen door de Tour de France, waar hij ook de poster voor ontwierp. Dit is eigenlijk wat ik mooi vind. Ik ga niet veel naar tentoonstellingen maar ik ben wel naar Caravaggio in het Centraal Museum geweest en dat vond ik fantastisch. Dat is zo knap wanneer je er bovenop staat. Of de Hollandse meesters in het Mauritshuis, dat is wel een beetje wat iedereen mooi vindt, maar daar hou ik ook van. Maar echt modern, nee. Het moet wel iets voorstellen.”

“Jeroen Hermkens, dat is eigenlijk wat ik mooi vind”

Boek 

“Ik heb altijd heel veel gelezen, in mijn jeugd en toen ik studeerde. Maar nu door alle andere verleidingen, is het wat minder. Het is makkelijker om Netflix op te zetten. Maar een half jaar geleden las ik “Grote Verwachtingen”  van Geert Mak. Daarin kijkt hij terug op de ontwikkelingen in Europa van 1990 tot nu. Ik heb alles meegemaakt van de Twin Towers, de val van de Berlijnse Muur tot de Corona-pandemie. Dit duidt hij op een heel bijzondere wijze. Je krijgt nieuwe inzichten en hij legt andere verbanden, die ik als leek niet wist of niet had gezien. Het boek dat mij altijd heel erg is bijgebleven, daar moet je misschien wel heel erg om lachen, is van Louis Couperus “Van oude menschen, de dingen, die voorbijgaan…”. De sfeer, het speelt zich af in Den Haag in de kring van de oude kolonialen. Er is een moord gepleegd, het is een psychologische roman. Ik was gewoon een jongeling op de middelbare school en dan zei men: “He, waarom lees je dat boek?”. Ik vond dat mooi. En dan heb ik ook nog de “Celestijnse Belofte”, dat was een hit en ik dacht niet dat het iets voor mij zou zijn, ik hou niet van New Age. Wat ik daar van heb geleerd is dat je je energie goed moet besteden, er zijn zoveel dingen die negatieve energie genereren. Dat boek is blijven hangen.”

“Dit boek is me altijd bijgebleven”

Film 

“Mijn eerste film in de bioscoop, voor het eerst keek ik naar een heel groot scherm, was meteen ook een fantastische film “The Shining”. Toen kwam die film al binnen en vorig jaar heb ik die nog een keer teruggezien, het blijft een monument. Voor mij is het dubbel, voor het eerst naar de film, ik was veertien en dat gebeurde bij ons thuis niet en dan zie je zo’n epische film. Dan nog een film die ook te maken heeft met mijn geaardheid “Brokeback Mountain”. De triestheid van niet kunnen zijn wie je bent. Bij Netflix kennen ze je profiel, dus alle gay-gerelateerde movies zie ik wel. Ik heb een abonnement op “Winq” de opvolger van de “Gay Krant” en daar staan ook altijd wel mooie tips in. En dan heb je ook nog “La grande Bouffe” uit 1973, die heb ik gewoon op TV gezien. Tegen het establishment, een film die nu misschien niet eens meer uitgezonden mag worden met expliciete seksscènes. Ik keek er heel onbevangen naar, nu lees je vaak een review en weet je wat je kan verwachten, maar allengs dacht ik waar zit ik naar te kijken? Dat waren de films die oppopten.”

“Deze film zou nu misschien niet meer uitgezonden morgen worden”

Muziek 

“Ik werd getriggerd door de keuze van Carolien de Bruin in jullie artikel: Jouw favoriete nummer voor de Top 2000. Zij noemde een nummer dat ze altijd draaide bij het opruimen van “Chez Jacqueline”. Toen ik nog op de vloer stond bij Vroom, was het opruimen het minst leuk, je wil zo snel mogelijk naar je “sluitje”. Maar wat ik dan draaide was Scoop “Drop it”, heerlijk opzwepend. En natuurlijk ” Take me home, Country Road” van John Denver. Misschien een beetje melancholisch, maar het is wel mijn lijflied is geworden. Dat nummer heb ik leren kennen tijdens de wintersport in Saalbach. Ik zat ik een wintersporttent, boven in de bergen. Het was januari, de avond viel, de zon zakte en kleurde het dal, de band speelde “Country Road”. Het had iets magisch en iedereen die mij kent weet dat dit mijn favoriete nummer is.”

“Het had iets magisch”

Stad  

“Utrecht. Zoals ik al eerder zei: “De stad paste mij als een jas”. Ik ben een bekend figuur in Utrecht en kom veel mensen tegen, het is klein en we weten elkaar snel te vinden. In alle rust heb ik mijn “coming out” kunnen hebben, nooit een vervelende ervaring gehad. Ik ben hier ook in het bestuursleven gekomen bij het Business Peloton Utrecht, de aanjager voor de Tour de France. Utrecht wordt nu de eerste grote stad ter wereld met drie grote wielerrondes binnen de stadsgrenzen: de Giro in 2010, de Tour in 2015 en de Vuelta nu in 2022. In 2013 werd ik gevraagd uit hoofde van mijn functie bij Horeca Nederland voor het Business Peloton. Tijdens de Tour heb ik mogen bijdragen aan alle horeca-pleinen in de stad. Het Business Peloton is ook de initiator geweest om de Vuelta binnen te halen. Wij ijveren er ook voor om Utrecht dé fietsstad van de wereld te laten worden, de grootste fietsenstalling is er al. Alleen voel ik mij wel eens onveilig op de fiets, bijvoorbeeld bij het Vredenburg. Dan al die elektrische fietsen, je kunt niet inschatten hoe snel ze zijn. Utrecht fietsstad en healthy urban living: ik doe alles op de fiets. Ik ben overal veel sneller, als ik niets hoef te vervoeren pak ik de fiets en het helpt ook wel om dat buikje weg te krijgen.” 

“Utrecht past me als een jas”

Utrechter 

“Jan van Zanen, heb ik een goede band mee. Zowel zakelijk, toen hij burgemeester was, maar nu nog. Jan is een aimabele man, maar hij kon ook wel lekker “mean” zijn, hij is niet voor niets zo ver gekomen. Zijn kracht is ook zijn “olifantengeheugen”. En als je hem nu appt, heb je binnen tien minuten antwoord. Maar hij zit nu in Den Haag, dus moet ik een andere Utrechter noemen en dat is voor mij Cor Janssen, directeur Utrecht Marketing. Hij was voorzitter van het Business Peloton, dat is hij nu niet meer. Maar als er een aanjager is voor deze stad en een persoon die positiviteit uit wil stralen, dan is het Cor. Hij laat zich niet weerhouden door de ambtelijke valkuilen en  “de remmers in vaste dienst” die overal problemen zien. We zijn samen op reizen geweest naar Spanje om de Vuelta binnen te halen. Hij weet er altijd op de juiste wijze te staan, de juiste mensen te vinden en staat altijd op de foto. Dat dat wij de Vuelta hebben is mede dankzij hem. Zoveel positiviteit en ook visie, dat heeft deze stad nodig. Zo, genoeg veren.”

“Dat we de Vuelta hebben, is mede aan Cor te danken”

Als jij burgemeester zou zijn? 

“Verbinden, dat is wat je als burgemeester per definitie moet doen. Maar als ik nu burgemeester zou zijn dan zou ik de belangen van MKB in het algemeen, maar van horeca en evenementenbranche in het bijzonder, in Den Haag behartigen. Deze mensen, die zo in de hoek worden geslagen, elke keer weer als eerste, moeten echt goed gecompenseerd worden. Het lijkt wel alsof zij “collateral damage” zijn en daar zou ik als burgemeester echt in Den Haag de ogen voor willen openen. De horeca, de huiskamer van de samenleving, die zorgt voor sociale veiligheid in de stad. De politie was er echt niet blij mee dat wij dicht moesten. Wat krijgen we straks wanneer alle kleine bedrijfjes omvallen en we alleen nog maar “concepten” hebben: eenheidsworsten. Het leven van veel collega’s, ook in de evenementenbranche staat echt op wankelen. Zie deze sector als volwaardig. Daar zou ik mij als burgemeester hard voor maken. Maar we hebben gelukkig het netwerk “Bondgenoten”, een appgroep en daar zitten in: Gemeente, Politie, de kerken, de Moskee, de Joodse gemeenschap, de COC, Hogeschool , Universiteit, FC Utrecht, studentenverenigingen en de Horeca. Een man of vijftien die allemaal bij elkaar komen en elkaar heel snel weten te vinden. Is er bijvoorbeeld iets met antisemitisme, dan wordt dat gemeld en meteen opgepakt. Het feit dat we hier niet dat soort rellen hebben gehad zoals in Rotterdam heeft te maken met het soort verbindingen dat je hebt. De Politie mag daar een pluim voor krijgen omdat de verbindingen heel erg hecht zijn, kunnen we ook snel handelen en wordt veel in de kiem gesmoord.”

Yontie Helders

10 reacties

Reageren
  1. Mooi verhaal van een eerlijke man. Fijn dat hij onze buurman is in de burgemeester Reigerstraat.

  2. Dit is Erik, topvent. Super in de omgang en altijd attent. Fijn om hem, al heel lang, te mogen kennen.

  3. Mooi verhaal met een bitter randje. Want je moet als ondernemer wel heel veel veerkracht hebben om met de coronamaatregelen om te gaan. Problemen met de bouw en daardoor geen steun voor een succesvolle zaak. Ga er maar aan staan.

  4. Onze stad heeft smaakmakers. Ze maken het verschil.
    Een lijstje smaakmakers werd nog niet gemaakt. Moet zo blijven. Lijstjes zijn maar lijstjes.
    Dit als inleiding op wat ik kwijt wil. Op mijn denkbeeldige Top 10 Utrechtse smaakmakers scoort Erik hoog!

  5. Erg inspirerend en hartelijk verhaal! Dank, genieten van Buurten!
    En Jeroen Hermkens is ook geweldig!
    Kan jij met jouw invloed Erik niet iets doen aan die net door de burgemeester gepresenteerde vreemde gekleurde Utrecht 900-vlag? Zou fijn zijn! Want deze vlag heeft niets met Utrecht te maken!
    Utrecht heeft de kleuren Rood-Wit in haar historie!
    Denk aan St. Maarten, onze patroonheilige, hij staat voor de Utrechtse vlag!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *