plaatsvervangende schaamte

De menselijke maat

Plaatsvervangende schaamte… dat voel ik als ik de zaak van King George zo’n beetje op de voet volg via diverse media. Hoofdzakelijk via De Nuk die deze zaak aanslingerde… enkele dagen voor de rest van de lokale media het oppikten of besloten het er niet, niet over te kunnen hebben. Woorden schieten me echt een beetje tekort als ik besef wat deze man na twintig jaar in Nederland te wachten staat. Van geen huis en haard in Utrecht, naar Suriname zonder huis of haard. Het tart je humaniteit, je christelijkheid, je pogingen de logica achter zo’n besluit te zien als mensch.

Ik schaam me helaas niet alleen om hem maar om meerdere gevallen. Vorig jaar lag er hier in de Eligenhof een mens, buiten onder een deken en kranten. Het enige wat verried dat er een mens lag, was de vorm van de voet die onder de dekens uit kwam. Het was waterkoud. Hij/zij maakte een levenloze indruk en ik maakte me zorgen. Ik belde de politie en voelde me ook wat lafjes dat ik zelf geen contact zocht met het hoopje mens wat daar lag. De politie zou een kijkje nemen en ik zou telefonisch een terugkoppeling krijgen. Die kreeg ik een kwartier later… 

 ’Meneer Schuurmans?’

‘Spreekt u mee.’

 ‘Politie hier. U wilde op de hoogte blijven.’

‘Ja, dat klopt.’

 ‘Nou… we zijn gaan kijken en hebben hem wakker gemaakt, weggestuurd en een bekeuring gegeven?’

‘Pardon? Een bekeuring?’

 ‘Ja meneer, dit was een overtreding. Je mag niet zomaar overal gaan slapen.’

‘Maar die arme ziel heeft waarschijnlijk al geen nagel om aan z’n gat te krabben! Ik belde u uit bezorgdheid om hem, niet om hem te straffen!’ De regels waren nu eenmaal de regels was de repliek. Ik schaamde me kapot! 

Afgelopen woensdag kwam ik iets voor zessen thuis na een avondspits op de bus, met slechts 10% mensen die me liever negeerden dan terug te groeten. Tegenover ons huis zat een persoon voorovergebogen in een rolstoel, met een capuchon over het hoofd. Niet de bekende hier in de buurt met één been maar iemand anders. Ik vond het triestig overkomen en vroeg m’n vrouw of ze meer wist… 

De man zat er al uren. Eerst onder het afdakje van de ingang van de seniorenflat om te schuilen voor de regen en later net om de hoek uit de wind. Mijn vrouw zag eerst iemand met hem praten, ze dacht met een hulpverlenend persoon. Later viel het haar op dat de man in de rolstoel was gebleven en er geen ‘hulpverlener’ meer was. Ze werd bezorgd, net als ik het jaar ervoor, en belde de politie…

Of hij overlast veroorzaakte? Nou… nee. Ooohh… dan komen we ook niet. Het Leger des Heils bood ook geen solaas en zo zit een ziel daar dus uren alleen in regen, wind en koude met waarschijnlijk problemen waar ik niet eens aan wil gaan denken. 

Kort na m’n thuiskomst kwamen er toch twee lieden met zo’n bekend V-tje op den kleding, waarschijnlijk van Altrecht… en zo kreeg de arme ziel toch wat warmte. Maar was dat zijn ziel of onze zielen? Onze zielen die eigenlijk niet geconfronteerd willen worden met bovengenoemde realiteiten maar er steeds meer mee te maken krijgen. De frase ‘waar gaat dit heen’ lees ik steeds vaker. Ik denk dan: daar zijn we al. 

 Vertrouwen dat instanties en overheden hun werk goed kunnen doen, met onderbezetting, begint steeds verder af te nemen. Het komt dus ook op ons aan en dus ook op mij voor een beetje leefbaarheid… de menselijke maat. Opvang kan ik niet bieden qua woninggrootte maar ik heb me wel voorgenomen dat als er vanaf nu iemand in mijn buurt in vergelijkbare situaties verkeert, dat ik dan contact zoek en op z’n minst een kop warme koffie of thee aanbied.

Michael Hermanus Schuurmans (Utrechter)

Redactie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *