working class artist

Consequenties

Mijn haar was weer terug en ik had m’n artistieke wraak genomen maar het zat me nog dwars dat ìk me zo had laten meeslepen in Herman’s waanwereld. Niet eens zo zeer kwaad op hem maar op mezelf. Waarom had ik nou niet naar m’n wijze vrouw geluisterd? Ze had me meerdere malen attent gemaakt dat ik nuchter moest blijven denken maar ze zag ook m’n enthousiasme en vurige wens om in een gerenommeerde galerie te exposeren.

Precies… Mammon. Die vermaledijde geldduivel die je stekeblind kon maken. Op enigerlei wijze moest ik dit verwerken… verschilderen. Ik kocht drie goede linnen doeken van 1 x 1 meter, bij m’n doekendealer Swaak aan de Oudegracht, want ik had een triptiek in m’n kop. Iets met de Japanse aapjes Kikazaru, Mizaru en Iwazaru, gebaseerd op de leer van Confucius. Horen, zien en zwijgen. Wie kent ze niet?

De doeken ging ik te lijf met olieverf… en rap. Voor een goede reden deed ik dat met watervermengbare olieverf. Mijn Magnum Opus was in de maak en dat gaf extra motivatie om geen geuren van terpentine en medium te verspreiden in de huiskamer waar ik alle werken hiervoor en hierna gemaakt heb. 

In Almere op de bus was het op dat moment:

Kwantitatief,

Uitermate,

Teleurstellend!

Er was bijna geen werk voor de ruime poel van uitzendkrachten in de wintertijd. Hooguit vijf tot acht uur per week en ik werd genoodzaakt aanvullende WW aan te vragen want dit was niet best voor de schoorsteen. En tijdens werktijd kreeg ik ook geen fijn beeld van buschauffeur zijn. Hier ging ik voor het eerst ‘los’. Zonder instructeur of tweede chauffeur en om eerlijk te zijn: ‘Ik scheet peuken!’ Ineens rij je zonder back-up in een bus. Weliswaar goed geïnstrueerd maar toch… Deze bus is voor jou, succes! In een stad waar achter instappen geen probleem was om ‘irritatie te voorkomen’… veel verhalen rondgingen over agressie en waar ik voor het eerst met duidelijk en onversneden racisme te maken kreeg. Verbaal in ‘witte kringen’ en non-verbaal op de bus. Ik werd zeker in de twee maanden voor 5 december, tientallen keren bewust genegeerd bij instappende medelanders. Niet tof… maar ik bleef groeten.    

Ik begon met Kikazaru… ‘hoor geen kwaad’. Mijn oor, prominent met mijn oorring maar dan met de motieven van onze trouwringen en een stekertje ernaast met een ‘nazar’. Centraal in de oorschelp kwam een slakkenhuis waar mijn vinger uit kroop om mijn oor dicht te drukken. Veel oker en wat Engels Rood en veel sterke streken met vrij grove kwasten voor mijn doen.  

De tweede werd Mizaru… ‘zie geen kwaad’. In de vorm van een gigantisch oog in de kleuren van mijn ogen als ik sterk emotioneel ben. In de pupil weer een oog… een verdrietig en tranend oog. Een heftige, Engels rode achtergrond van oogleden door grove streken in de verf en roodnuances. Rudimentaire indrukken van vier vingers en een duim in de oogbal. Kijk! 

Ik wilde eigenlijk nog veel meer tijd steken in de overvloeing van kleuren in de iris maar ik hield me in. Tsjak… staat het? Ja. Niet verder kutten dan… laten zo!

Iwazaru… ‘spreek geen kwaad’, werd nummer drie. Persoonlijk noem ik hem het vijfde chakra waar je last van krijgt als je te lang zwijgt waar je het niet zou moeten doen. Voor deze ‘aapjes’ nam ik otofoto’s van mijn oor, oog en mond. Deze werd het intiemst op een vreemde manier. Mijn oor en oog vertoonden nog geen verval als 40-plussert… maar mijn gebit wel. Ik was enkele kiezen kwijt maar ik besloot het te tonen zoals het was. Net als bij m’n oor met veel oker en Engels rood. Mijn schreeuw met eigen tanden, met terugtrekkend tandvlees en eigen tong. In de tong weer mijn mond met een tot stilte manende vinger. Dat was wie ik was. Zien wat ik niet wilde zien, horen wat ik niet wilde horen en wat doe je met je bekkie? 

Shizaru… ‘doe geen kwaad’, bleef achterwege… het vierde aapje. Eigenlijk de belangrijkste maar gek genoeg weggehaald in de loop der tijden. Invloed van de heilige triniteit? Ik had er nog nooit van gehoord, gezien of over willen praten. 

Rest me nog iets persoonlijks… Ik wens alle lezers en medewerkers van De Nuk een mooi en gezond 2020! Tot volgend jaar!

 

 

Michael Hermanus Schuurmans

A working class artist, dat is hij. Niets meer, niets minder. In 1986 bracht hij een bezoek aan de Kunstacademie Rotterdam na de HAVO. Als de realist die hij toen al was en wenste te blijven, vond hij zich niet in het getoonde aldaar (veelal conceptuele en abstracte werkstukken). Tekenleraar werd het ook niet en na een mislukt avontuur op de Grafische School was het uit met scholing.
De schoorsteen moest gaan roken dus hij ging werken en in zijn vrije tijd creëren. Dat is de rode draad die weinigen ontdekt hebben omdat er geen vaste, immer terugkerende stijl te zien is. De goede kijker ziet toch drie zuilen met regelmaat terugkomen: muziek, politiek en sensualiteit. Door zelfscholing, naast het uitoefenen van verschillende ambachten, blijft hij zich verder ontwikkelen. ‘A rolling stone gathers no moss’.
Middels deze column neemt hij u mee in zijn ambachten en kunsten. Zijn dwalingen en successen. Invloeden, inspiraties en uitstapjes. Oooh ja. Hij is geboren in Rotterdam Noord, getogen in Rotterdam Zuid en sinds 2007 woon-, werk- en schilderachtig in Utrecht. In het Museumkwartier nog wel.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *