Working Class Artist

Che… other sides

Ik zag em voor het eerst, Che Guevara, op de logeer/studiekamer van ome Ron waar ik met regelmaat logeerde vanaf mijn negende lente om te voetballen, kaarten, dobbelen en ook veel muziek te luisteren. Daar hing een uitgeknipte cartoon van de bovenhelft van het iconische portret waar rijk gemedailleerde, Zuid-Amerikaanse generaals over zijn baret marcheerden… maar die blik van Che intrigeerde me vanaf dat moment. Die van het iconische portret van Alberto Korda. Toen ik zeventien was, las ik alles van en over hem en de tijd waarin hij opgroeide, geneeskunde studeerde, reisde en uiteindelijk vocht… inclusief de zwarte pagina’s. Dat alles, 34 jaar later in ogenschouw nemend, leek het mij een slecht idee om een beeld van hem neer te zetten op de Croeselaan. Te omstreden voor een openbare ruimte in Utrecht.

Nog immer werkloos, zag ik ‘The Motorcycle Diaries’ voor de derde keer en had zin om een serie portretten te maken van Ernesto Guevara de la Serna. Niet de bekende maar waar hij zat te schaken, zijn zoon liefdevol voor z’n gezicht houdt, in conflict met Fidel, etc. Ik had een handig schetsblokje (A5) met lekker dik papier. Fijn voor op schoot en ik begon op de bank onder een schemerlamp, muziekje op de achtergrond, gevonden mooie foto’s na te tekenen met de ‘Hermanus 2.0’. De replica van de kapotte met wederom Hermanus erin gegraveerd. Tja… gek mens ben ik hè?

Houtskool werd het qua uitwerking en in een prettige flow was ik enige weken later, ineens zeven portretten van 16 x 20cm verder, klein maar fijn… dacht nog even aan twaalf voor een commerciële kalender maar Mammon verloor het op dit vlak. Maar hij was er wederom en ging fluisteren…pssst.. Misschien toch iets met een reproductie.

Via Hyves had ik nog contact met Guido van den Berg van de glasfabriek. Een ruwe bolster blanke pit met een grote mond maar hij kon prachtig dichten. We deelden de interesse in Che en zo kwam het idee om per tekening een kort gedicht van Guido ernaast te plaatsen. Het idee werd werkelijkheid en zo ontstonden zeven unieke artprints (te zien onder deze link) op mijn PC, in het Nederlands, Engels en Spaans. We lijstten er zeven in want Koninginnenacht kwam eraan. M’n eerste als Utrechter… en m’n laatste. 

We hadden ook nog honderd T-shirts laten drukken met twee van de zeven portretten. Ze zouden als warme broodjes… precies. Mammon won deze slag met slechts vier verkochte shirts en één artprint. Ook Koninginnedag bracht weinig op… één T-shirt… maar het was wel gezellig met honingrum erbij. Tot het nieuws uit Apeldoorn…    

Mijn vrouw kreeg in de smiezen dat Che, Part I van Steven Soderberg, ging openen in het Louis Hartlooper Complex aan het Ledig Erf. Ze kreeg het voor elkaar dat we alle zeven ingelijste artprints op mochten hangen in de gang naar de hoofdzaal. Achteraf – let wel, achteraf – was het een te verwachten flop. Commerciële artprints (weliswaar voor iedereen betaalbaar) in een gang naar een film over iemand die het grootkapitaal hekelde met elke zenuw en o.a. daardoor vrijheidsstrijder werd. De tekeningen en poëzie waren weliswaar met en vanuit passie gemaakt, zonder een hoog winstoogmerk, maar ergens wrong het voor m’n gevoel… Gek genoeg was het geen probleem voor iemand die alle zeven ingelijste art prints tegelijk kocht! 

Maar daarna was het niente, noppos knoppos. Ook een expositie in het ACU aan de Voorstraat hielp niet… het werd als te politiek beschouwd door de kijkers aldaar (waardoor m’n wenkbrauwen omhoog schoten). Tot de factchecking voor dit stukje, dacht ik altijd dat die afkorting voor iets heel erg links stond. De U van Utrecht natuurlijk en van de A dacht ik iets van Anarchistisch of Autonoom en bij de C iets van Communistisch of Collectief. En dan kom je er op Wikipedia erachter dat het niets minder was dan: Auto Centrale Utrecht. Op naar een volgend avontuur dan maar. Nog steeds in de ww en lichtelijk nerveus. Zo lang, inmiddels drie maanden in mei 2009, was ik nog nooit werkloos geweest. Na juni veranderde dat, na het zien van de Dalai Lama op TV…

Michael Hermanus Schuurmans

A working class artist, dat is hij. Niets meer, niets minder. In 1986 bracht hij een bezoek aan de Kunstacademie Rotterdam na de HAVO. Als de realist die hij toen al was en wenste te blijven, vond hij zich niet in het getoonde aldaar (veelal conceptuele en abstracte werkstukken). Tekenleraar werd het ook niet en na een mislukt avontuur op de Grafische School was het uit met scholing.
De schoorsteen moest gaan roken dus hij ging werken en in zijn vrije tijd creëren. Dat is de rode draad die weinigen ontdekt hebben omdat er geen vaste, immer terugkerende stijl te zien is. De goede kijker ziet toch drie zuilen met regelmaat terugkomen: muziek, politiek en sensualiteit. Door zelfscholing, naast het uitoefenen van verschillende ambachten, blijft hij zich verder ontwikkelen. ‘A rolling stone gathers no moss’.
Middels deze column neemt hij u mee in zijn ambachten en kunsten. Zijn dwalingen en successen. Invloeden, inspiraties en uitstapjes. Oooh ja. Hij is geboren in Rotterdam Noord, getogen in Rotterdam Zuid en sinds 2007 woon-, werk- en schilderachtig in Utrecht. In het Museumkwartier nog wel.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *