Onze columnisten

Wielaert bij de nieuwjaarsreceptie: “Moeten we niet meer dan redelijk trots zijn?”

Burgemeester Jan van Zanen

Bij de aftrap voor 2020 in het Stadion Galgenwaard ging het vanzelfsprekend over de score van UtrechtBij een foto van de grote demonstratie na de 18-e maart sprak burgemeester Jan van Zanen over de saamhorigheid van een stad in nood. Het was een beladen onderdeel van de toespraak waarin hij uiting gaf aan de gemengde gevoelens bij het terugblikken op het voorbije jaarNa Parijs in 2015 kwam Utrecht op die lentedag in 2019 aan de beurt. Van Zanen bestempelde het in zijn rede nadrukkelijk als terreur. Voor mij was het van een andere aard dan in Parijs, maar elk slachtoffer was er een te veel. De burgemeester memoreerde dat Utrecht er het wereldnieuws mee haalde.  

Daarmee zette hij niet de toon voor een analyse in mineur. Er was genoeg moois gebeurd, zoals het zoete wereldnieuws van bijenvriendelijke groene daken op de bushokjes en de opening van de grootste fietsstalling ter wereld. (Jan zei er voor de gelegenheid niet bij dat het wild parkeren van fietsen buiten de stalling sinds die opening stevig toeneemt – ik zie het elke dag.) 

Er was veel om met vreugde op vooruit te blikken bij de opening van 2020, een bijzonder jaar waarin de vrolijke momenten voorop staande opening van de bieb aan de Neude, de voltooiing van de Singel, de start van de 75-ste Vuelta, het 40-ste Nederland Filmfestival, de 70-ste Singelloop, 75 jaar Bevrijding, een halve eeuw FC Utrecht. 

We zijn ‘redelijk trots’ op onze stad. De burgemeester citeerde uit het Streken- en –Steden-Merkenonderzoek van de Universiteit Utrecht. Het is iets anders dan ‘supertrots’. Een wetenschappelijk onderzoek waaruit dát blijkt is voor Utrecht schier onbestaanbaar. Er is reden genoeg voor tevredenheid: de bereikbaarheid, de stedelijke architectuur en het culturele aanbod. Een accurate opsomming. Maar is het volle programma in TivoliVredenburg alleen al niet aanleiding om meer dan redelijk trots te zijn? Ik bedoel: laten we niet te zuinig zijn met de gevoelens over onze stad. 

Voor zijn gehoor in de lange zalen onder de voetbaltribune kwam Van Zanen met een passende metafoor voor de economische plaats van de stad: een Europese concurrentiepositie op Champions League-niveau, samen met Londen en na Stockholm de meest concurrerende regio in de Europese Unie. Het linker rijtje noemen ze dat in voetbalkringen.  

Het klonk me niet als helemaal nieuw in de oren. Midden in de economische crisis van tien jaar geleden werd Utrecht en agglomeratie al aangeduid als een hoog scorende nieuwe Europese metropool. Het noemen van de economische tussenstand bij de aanvang van 2020 is niet meer dan een routineuze bevestiging van het feit dat Utrecht de eerste divisie al lange tijd heeft verlaten.  

De essentie van Van Zanens peptalk ten huize van FC Utrecht was voor mij toch de ferme beeldspraak van de stad als een ploeg. De Grote Verbinder betoogde: ‘Samenleven in een stad is teamsport.’ Als een volleerd coach wees hij ook op het belang van hard werkende verdedigers. Nóg sprak hij niet over topsport 

Om redelijk trots te blijven op de stad moet Utrecht in 2020 minder wisselvallig presteren dan de plaatselijke FC. Er zijn kansen genoeg.      

 

Jeroen Wielaert

Jeroen Wielaert is eminent programmamaker van NPO-radio en in de stad beter bekend als de man die de aanzet deed voor de komst van Le Grand Départ naar Utrecht. Voor De Nuk schrijft hij op regelmatige basis over opvallende Utrechtse zaken.

2 reacties

Reageren
  1. Van Zanen is een prima burgervader, weet ik als ex-AMSTELVEEN. Jammer dat hij hierin niet wordt geprezen om zijn openlijke (anti)vuurwerklobby. Durfden meer politici zich maar hardop zo te uiten. Verder alle lof, Jeroen

  2. Wat zegt mijnheer Wielaert hier (eigenlijk)? Ik vind overigens dat het gezeik over FC Utrecht nu eindelijk eens afgelopen moet zijn (ze hebben het moeilijk genoeg).

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *