De keuzes van Toni Peroni

Toni Peroni: “Het grootste compliment is wanneer jonge mensen nu staan te dansen op onze muziek van toen”

Toni Peroni

In deze rubriek vragen we Utrechters keuzes te maken in hun vakgebied. Maar ook daarbuiten. Vandaag muzikant Toni Peroni.

Ik heb afgesproken bij Toni Peroni thuis, boven zijn Starsound Studio. We lopen naar boven en het lijkt wel alsof ik een stap terug in de tijd doe. Zijn huis is helemaal ingericht in de stijl van de jaren zeventig. Oranje, bruin en zelfs de papyrusplant ontbreekt niet. Oranje keukenaccessoires, de lampenkap bekleed met oranje en bruine stof, het Tomado boekenrekje en platenhoezen van Gary Glitter aan de muur. Zelfs exemplaren van “Floris” op de keukentafel. Wat is het dat de jaren zeventig voor Toni zo mooi maken? “De muziek, de herinneringen, de hang naar de nostalgie. Het lijkt wel of ik, naarmate ik ouder word, dingen van vroeger steeds belangrijker ga vinden. Daarom ben ik ook The Glamrocks begonnen, we spelen de muziek uit de jaren zeventig. Zo kan ik laten zien waar Abraham de mosterd heeft gehaald, hoe die muziek de muziek van nu heeft beïnvloed. En mensen horen die nog graag. Het grootste compliment is wanneer jonge mensen nu staan te dansen op onze muziek van toen”. 

Toni Peroni (62) is geboren in Hoograven. “Het was gezellig op straat, we speelden er altijd. Laatst speelde ik met mijn band The Glamrocks in Varseveld en we moesten even wachten. Hoe het onderwerp ter sprake kwam weet ik niet meer, we zijn allemaal mannen van in de zestig, maar we spraken over buitenspelen. Van de ene herinnering kwam de andere en het leek wel alsof het alleen maar heerlijke zonnige herinneringen waren. Misschien was dat ook wel zo, of worden we allemaal dement, haha? Ik groeide op in een lief gezin met mijn vijf jaar oudere zus. Mijn vader was instrumentmaker bij WMN (Waterleiding Maatschappij Midden-Nederland, red) en speelde accordeon. Al snel had hij in de gaten dat kleine Toni een goed gevoel voor ritme had. Ik zat altijd mee te tikken op een plank wanneer hij speelde en al gauw kreeg ik een echte trommel. Mijn ouders hebben me altijd ondersteund in wat ik wilde. Ik wilde veel behalve naar school. Ik zou nu misschien iets van ADHD hebben gehad, maar ik kon mij in ieder geval moeilijk concentreren.”

“Achteraf denk ik wel dat mijn ouders te inschikkelijk zijn geweest, te lief”

“Na de lagere school ging ik naar de Oranje Nassau Mavo en vakken als wiskunde waren voor mij niet weggelegd. Ik was altijd bezig met sport en genoot van de sportdagen. Als ik maar fysiek bezig kon zijn, stilzitten was niks voor mij. Ik zag het belang van al die rare vakken niet in, maar ik heb nu wel spijt dat niet beter heb opgelet bij Engels. Ik spreek het wel, maar niet echt goed. Ik kan wel eens jaloers zijn op al die kids die nu perfect Engels leren door hun computerspelletjes. Achteraf denk ik ook wel dat mijn ouders te inschikkelijk zijn geweest, te lief. Dat ik meer op mijn donder had moeten krijgen. Ik zakte voor mijn eindexamen, er stond een prachtige Zundapp klaar wanneer ik zou slagen. Als straf ging de brommer op slot. Ik wist mijn moeder over te halen om mij toch het sleuteltje te geven en na veertien dagen reed ik op mijn brommer. Ik was goed in manipuleren. Daar kan ik nog wel eens echt spijt van hebben. Na de Mavo ging ik naar de MEAO. Dat leek een goed idee, maar na twee weken was ik er helemaal klaar mee. Ik ging werken voor een uitzendbureau. Allemaal lullige baantjes en ik ontdekte wat ik absoluut niet wilde gaan doen. Ik raakte extra gemotiveerd om dat te gaan doen wat ik wel leuk vond: verder in de muziek. Nu nemen jonge mensen vaak een tussenjaar om te ontdekken wat ze leuk vinden. Maar ik adviseer om een jaar bij een uitzendbureau te werken, dan weet je pas echt wat je niet moet gaan doen. Toen moest ik van mijn vader toch een echte baan zoeken, dat deed je. Je ging solliciteren en op dansles bij De Rijk. Ik vond een baantje bij de Rabobank en dat was wel de zwartste periode uit mijn leven.”

“Mijn baantje bij de Rabobank komt soms nog in een nachtmerrie voorbij”

“Ik zie mijzelf nog zitten aan een bureau met een spencertje en een wit overhemd. Die beelden komen soms nog in een nachtmerrie voorbij. In het weekend speelde ik met mijn eerste bandje Secret Sounds, dat ging heel goed. Op zondagnacht rolde ik dronken uit de bandbus om op maandag weer achter mijn bureautje te gaan zitten. Mijn directe collega’s vonden mijn verhalen wel leuk maar de hogere bazen niet. Toch heb ik het drieënhalf jaar volgehouden. Daarna nam ik ontslag en ging door met Secret Sounds. We speelden eigen nummers en ik ging zelf naar Hilversum om ons eerste plaatje te pluggen. Ik was één van de eerste pluggers in Nederland. DJ’s vonden het leuk dat ik zelf aandacht voor onze muziek kwam vragen en zo enthousiast was. Ze begonnen ons te draaien. We kregen succes, een interview in OOR en we speelden op festivals. Ik speelde mezelf in de kijker, als promotor en drummer van de band. Het was echt de tijd van seks, drugs en rock&roll. Ik speelde in Utrecht met mijn nieuwe bandje The X-Factor in café De Maan. Sander van Herk, de gitarist van het Goede Doel, woonde naast het café. Hij kwam kijken en stelde voor dat onze ritmesectie, Stephan Wienjus en ik, een keer mee zou repeteren met het Goede Doel. Die band zat een beetje op een dood spoor na hun successen “België” en “Vriendschap”. We speelden met hen mee in een oud schooltje in Hoograven. Henk Westbroek en Henk Temming waren zo enthousiast dat we mee bleven spelen. ‘Ik dans dus ik besta’ werd een hit. Je merkt dan dat je met een band met een zekere reputatie meteen een stapje hoger komt.Je gaat in betere studio’s werken en komt op de televsie. We namen “Nooduitgang” en “Alles geprobeerd” op en een live album. Ik liep zoals zoveel Nederlanders altijd te klagen over het weer, vooral toen onze Coca-Cola Tour compleet was verregend. En wie klaagt over het weer klaagt over de toen niet heel accurate voorspellingen van het KMNI.”

“Op een feestje van het KNMI ging iedereen uit zijn dak”

“Ik was altijd in voor een geintje en mensen riepen wel eens om mij te dollen: “Waarom ga je zelf niet zingen?” In de studio van Willem Van Kooten nam ik, samen met René Meister, het liedje ‘KNMI” op dat door Henk Westbroek en mijzelf was geschreven. Laatst ben ik nog gevraagd op een feestje van het ‘KNMI”om dit nummer te zingen, iedereen ging door het dak. Volgende week heb ik een afspraak in de Bilt, kijken of we iets voor elkaar kunnen betekenen. Er werd zelfs een ambassadeurschap voor het weer geopperd. Ik ben nog steeds heel erg met het weer en het klimaat bezig. Mijn vriendin vraagt wel eens of we het een keer niet over het weer kunnen hebben. Maar dan heeft ze mijn vader niet gekend want die was nog veel erger. Na ‘KNMI’ kreeg ik succes als zanger en sta je opeens in de spotlights. Dat was nieuw en daar was ik ook best onzeker over, maar na één optreden was dat ook over. Voor de grap maakte ik nog een paar carnavalsliedjes.”

“Je bent verliefd en ligt de hele dag in bed”

“Maar mijn hart ligt nu eenmaal bij het drummen. Ik trouwde met Linda Dubbeldeman (bekend als Brenda Steunbeer, red ) en we kregen Tony jr. Toen heb ik mijn stokken een tijd aan de wilgen gehangen. Even tijd voor iets anders, geen optredens. Je bent verliefd en ligt de hele dag in bed. Ik had in de goede tijd in bandjes gespeeld, niet zoals nu dat beginnende muzikanten bijles moet gaan geven om van te leven. Maar alles gaat over, alles is vergankelijk, het leven bestaat uit periodes. Ik moest toch weer wat gaan doen. Ik bleef drummen en begon een opnamestudio aan de Noordersluis. Kane is bij mij begonnen. Ik merkte dat er behoefte was aan oefenruimtes en huurde steeds meer hokken die ik kon verhuren. Dat bracht weer geld in het laatje. Daarna ben ik Star Sound Studio begonnen. Ik werk nu samen met de Herman Broodacademie, heb een opnamestudio en Tony jr. heeft hier ook zijn eigen ruimte. Het is hier een community van muziek. En ik doe waar ik zin in heb, zonder druk werken is goed voor het creatieve proces.  Nu ruim twee jaar geleden ben ik begonnen met The Glamrocks. We noemen ons geen coverband maar een act uit de Seventies met glitter en glamour kleding. Met muzikanten die dit doen uit liefde voor de muziek van vroeger: The Sweet, Gary Glitter en The Rubettes. Wanneer we op festivals spelen dan zijn het niet alleen mensen die in de jaren zeventig met deze muziek, maar ook jonge mensen die de muziek weer kennen van hun ouders.” 

De keuzes van Toni 

Tatoeage 

“Ik heb een tatoeage van Pippi Langkous. Eén van de mooiste series van vroeger, alleen is die afbeelding niet zo goed uitgevallen. De tatoeage waar ik het meest op ben gesteld, is die met “Merry Christmas”. Dat is voor mij ook het gevoel van vroeger. Ik genoot van Kerstmis. Het koude weer, het schaatsen, de kerstboom en met de juiste mensen aan tafel, mijn ouders en mijn zus. Tony jr. heeft precies hetzelfde als ik met Kerstmis en heeft dan ook dezelfde tatoeage laten zetten. Als ik aan hem vraag waar hij zich op verheugt dan zal hij ook Kerstmis zeggen. Dat is ons statement. Ieder jaar hoop ik weer dat het gaat sneeuwen met de Kerst”. 

“Mijn zoon en ik hebben deze tattoo”

Drummer 

“Pierre van der Linden, de drummer bij Brainbox en Focus. Hij heeft mij heel erg geïnspireerd in mijn jonge jaren. Hij werkte samen met Bert de Ruiter, de bassist van Earth &Fire. Ik merk dat ik al heel wat jaartjes meeloop en dat velen van vroeger er niet meer zijn. Bert de Ruiter is in maart van dit jaar overleden. Sinds de jaren zeventig was hij samen met Jerney Kaagman, de zangeres van Earth & Fire. We waren met heel veel mensen van vroeger op zijn uitvaart en Henk Westbroek sprak. We waren tot tranen toe geroerd. Maar ik moet ook Ian Paice de drummer van Deep Purple noemen. Op 5 oktober ga ik naar Deep Purple, natuurlijk ook oude lullen maar bij hen schijnt het optreden nog wel te kunnen”. 

“Pierre van der Linden heeft me heel erg geïnspireerd in mijn jonge jaren”

Album 

“Continuum’ van John Mayer. Die plaat kan ik blijven draaien, ik doe dat niet iedere week. Je moet waken voor “over-exposure”: als je iets koestert, koester het dan en luister er niet te veel naar. Je hebt platen die je te veel hebt gedraaid en waar je nu niks meer mee hebt. Voor mij is dat het geval met de Simple Minds. Er is ook muziek waar ik vroeger niets aan vond zoals Franse Chansons. Die vind ik nu geweldig, mede door de verhalen van Rob Kemps. Ik luister ook graag naar Radio 5 op zondag. Maar de sixties en de seventies blijven voor mij houdbaar, daarna wordt het moeilijker. Bruce Springsteen, daar ben ik helemaal klaar mee. Al dat gelul, dat gebrul en dat rollen met zijn spierballen. Als ik een nummer van hem hoor dan druk ik dat meteen weg. Datzelfde heb ik met Dire Straits, meteen de radio uit”. 

“Die plaat kan ik blijven draaien”

Boek 

“Ik ben niet zo’n boekenlezer, ik heb er de rust niet voor om te gaan lezen. Ik denk voortdurend aan wat ik nog moet gaan doen, je moet je hoofd leeg kunnen maken. Vroeger las ik wel veel Suske en Wiske, maar dat waren boeken met plaatjes. Op vakantie kan ik wel de rust vinden om te lezen en zo las ik “De terugkeer van Bonanza” van Herman Brusselmans. Brusselmans is een goede mafkees en daar hou ik van. Wat ik over dit boek gehoord had, triggerde mij om het te gaan lezen. Ik luister veel naar Podcasts. ideaal, vooral in de auto. Dan vind ik die van Gijs Groenteman toch wel één van de beste”. 

“Brusselmans is een goede mafkees”

Film 

‘Saturday Night Fever’, daar zat alles in voor mij. Een prachtig verhaal met geweldige acteurs en John Travolta, de baas der bazen, in de hoofdrol. ‘Grease’, ook met Travolta, daar word ik vrolijk van. Ik hoorde laatst dat die film zo goed is geworden omdat iedereen die eraan meewerkte de mooiste zomer van hun leven beleefde. Zoals het in de film was, zo was het echt. Wist je dat Saturday Night Fever” ook de favoriete film van Herman Brood was”. 

“Het was ook de favoriete film van Herman Brood”

Stad 

“Utrecht is mijn stad, het heeft het gevoel van een groot dorp. Dat gevoel heb ik ook bij Antwerpen en Brussel. Zo’n café, waar oudere mannen aan een glaasje zitten, waar een biljart staat en nog een kaartje wordt gelegd. Zo’n plek waar je je meteen thuis voelt. Dit voel ik ook in mijn eigen statsie, stamkroegen waar de FC zich verzamelt en de saamhorigheid voelbaar is. Mijn vriendin komt uit Brabant en daar voel ik de rust van het dorpse leven. Maar na een weekend vind ik het fijn om weer terug te zijn in de hectiek van mijn eigen stad”. 

“Het gevoel van een groot dorp”

Restaurant 

“Akitsu’ aan de Rozengracht in Amsterdam. Daar eet je de traditionele Japanse keuken, net zo goed als in het Okura, maar dan wel betaalbaar. Het is het lekkerste eten dat er bestaat. Je eet daar ook de traditionele sushi, dat heeft niets te maken met de sushi die je eet in “All you can eat” restaurants. Maar ik ga net zo graag naar de Drieharingstraat, daar heb je het gevoel op vakantie te zijn in je eigen stad. Bij Vis &Meer kan je zo heerlijk vis eten, niet normaal. En als ik heel speciaal wil eten dan eet ik bij de Watertoren, elke zes weken hebben ze een ander menu”. 

“Net zo goed als Okura maar dan betaalbaar”

Drank 

“Dat verschilt per periode. Zo heb ik veel Gin-Tonic gedronken, maar daar ben ik nu helemaal klaar mee. Ik dronk bier op feestjes maar dat doe ik niet meer want dan moet ik zoveel plassen. Mijn vriend Jurgen van den Berg maakte tijdens de Vuelta een Negroni. Die kende ik niet maar dat is echt heel lekker met warm weer. Ik drink nu graag een goede rode wijn in combinatie met lekker eten.  Met Henk Jan Smit en René Meister en aanhang eten we bij elkaar, zij zijn geweldige koks. Je moet de balans zoeken van dingen die je moet doen en dingen die je leuk vindt om te doen. Eten en drinken zijn dingen die ik leuk vind maar daar tegenover staat dat ik wel iedere dag ga sporten”. 

“De Negroni van Jurgen van den Berg is erg lekker met warm weer”

Utrechter 

“Herman Berkien. Toen ‘Utereg mu cluppie’ werd opgenomen, heb ik dat nog voor hem ingezongen omdat hij toen al te ziek was. Samen met Herman heb ik dat op de middenstip van de Galgenwaard mogen zingen. Het was voor de wedstrijd Utrecht-Ajax en we wonnen ook nog met 2-1. Ik heb overal nagevraagd maar er bestaan helaas geen opnames van dat optreden. Ik draaide vroeger al de liedjes van Herman Berkien. Stiekem, omdat mijn moeder zijn liedjes niet kon waarderen. Ik nam ze op met mijn cassetterecordertje en luisterde er toch naar. Mijn favoriete liedje is toch wel ‘Waar is toch mijn Caravan?”

“Mijn favoriete liedje van Herman”‘

Wat zou jij doen als je burgemeester van Utrecht was? 

“Elektrische fietsen en scooters, daar zou ik wel wat over kunnen zeggen. Maar, fietsers met twee oortjes in dat is pas echt levensgevaarlijk. Ik fiets eenmaal per week naar zwembad De Krommerijn en dan zie ik rond acht uur al die kids met hun oortjes in. Ze nemen geen deel aan het verkeer, horen niet wat er gebeurt. Ik stel voor dat je maar met één oortje in mag fietsen. En vervelende straffen: bij de eerste keer een week je telefoon kwijt en bij herhaling je telefoon echt inleveren. Mijn insteek is veiligheid, ik denk dat je wel 75% van de ongelukken zou kunnen voorkomen”.

“Ik stel voor dat je maar met één oortje in mag fietsen.

Yontie Helders

6 reacties

Reageren
  1. Heerlijk verhaal over een echte Utrechtse jongen. Geen kapsones en humor. Ik was laatst bij een optreden. Was een groot feest.

  2. Hoe Toni en zijn kornuiten de muziek beleven en uitvoeren vind ik bijzonder . Maar zeker ook de chemie van die gasten. En zo van, tja vroeger wah, ik heb dat zelf ook,en dat voelt goed, als ik bij de optredens ben van de Glamrocks dan merk ik hoe energiek die jongens doen wat ze vooral erg leuk vinden. Een en al kracht en energie en dat brengen ze verrekte goed over op het publiek.Van deze gasten gaan wij nog veel horen,daar ben ik van overtuigd. Peter Groeneveld

  3. Bijzondere jongen, altijd naturel, iedereen ziet hem als het feestbeest bij uitstek maar hij heeft volgens mij ook een heel zorgzame kant.
    Tot slot toch nog 1 minpuntje: ik probeer al een tijdje de Glamrocks lp bij hem te regelen maar hij geeft helaas niet thuis 🤔😜

  4. Toni een echte “Homo Ludens”
    Ik ken Toni al weer 21 jaar. Ik nam toen “Even Geen Muziek” (Voor label multidisk) bij de vroege Starsound op met hulp van zijn wreking crew met Toni op drums. Robin van Vliet op Piano ( nu ook een Glamrocker) en Chip Visser op bas ( Oa Secret Sounds ) en Wilmer Wolf ( Secret Sounds) achter de knoppen. En mede auteur Jan Willem van Holland op gitaar.
    We inspireren sindsdien elkaar door als gezellige ongeleide projectielen altijd te blijven “spelen” en delen, als muzikanten en als rebelse ondeugende kinderen.

  5. Hé Toni, leuk verhaal. De wmn waar onze vaders werkten en samen accordeon speelden. Ik mis alleen het vissen, ook dat deden ze samen en Toni ook, even lekker ontspannen. Mooie herinneringen stuk voor stuk, doet me ook weer aan die tijd terug denken. Toni is een toffe gast, zo heb ik hem leren kennen met een heerlijke energie!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *