VAN AMSTERDAMSESTRAATWEG NAAR SUNSET BOULEVARD

Rob van Scheers, onze man in Hollywood 

Rob van Scheers presenteert 'In Hollywood'

Rob van Scheers presenteert 'In Hollywood'

In Hollywood moest de Utrechtse verslaggever even wachten ten huize van Sharon Stone. Rob van Scheers kreeg te maken met de kids, de actrice zelf was nog even boven bezig. Dus dat werd eerst televisie kijken met de Stonetjes en daarna begonnen ze een spel waarbij ze om het huis renden en aanbelden en hij als een soort monster moest open doen. Na twintig keer had hij er wel genoeg van. Gelukkig kwam de diva naar beneden. 

Rob van Scheers (1959) vertelde de anekdote afgelopen vrijdagmiddag in Broese bij de presentatie van zijn bundel In Hollywood, Reportages en Portretten. Onder het gehoor was een keur aan Utrechtse journalisten en schrijvers, zoals Ronald Giphart, Jerry Goossens, Bert van den Hoed en Felix Visser. Giphart deed het openingswoord, waarin hij herinneringen ophaalde aan de tijd dat hij met Van Scheers een ruimte aan de Oudegracht deelde en ze uitvoerig over cinema spraken. Hollywood in Utrecht, gezellig, zonder glamour. Van Scheers luisterde het zelf verder op met de vertoning van een aantal trailers en fragmenten van Sunset Boulevard, Laurel & Hardy, Chinatown, Pulp Fiction, Blade Runner en La La Land– typerend voor het brede scala van het boek.  

De liefde voor film deed hij op in bioscoop Olympia, hoek Amsterdamsestraatweg-Daalsedijk

Onze man in Hollywood is de enige moderne Nederlandse journalist die op gebied van reizen naar de hoofdstad van de westerse filmindustrie kan wedijveren met televisiemaker René Mioch. Zelf was ik er in 1992 een keer voor Veronica Nieuwsradio, kocht een plattegrond van beroemde inwoners en kwam voor de deuren te staan van Paul Newman en Gloria Swanson. Ik weet dus iets van het gevoel. Iets anders is het om dergelijke deuren te ópenen. Het was de ambitie en werd de realiteit van Van Scheers, in Utrecht in 1984 begonnen op de School van de Journalistiek.  

Als joch woonde hij op de Daalsedijk. De liefde voor film deed hij op in bioscoop Olympia, hoek Amsterdamsestraatweg-Daalsedijk. Begin van een eigen smaakontwikkeling in een zaaltje van zo’n honderd stoelen, essentiële culturele bagage in vormende jaren. Hij zag onder meer Kelly’s Heroes, The Dirty Dozen, The Good, the Bad and the Ugly en High Plains Drifter. Het was er oppassen om niet uit te glijden over de Kleenex, achtergelaten door de kijkers naar avondvoorstellingen als Kom met je waldhoorn tussen mijn alpen. Van de A van artificieel en de F van fictie had hij nog geen enkel benul.  

In zijn epiloog schrijft Van Scheers: ‘En destijds had ik natuurlijk nooit kunnen voorzien dat die Amsterdamsestraatweg van ons mij nog eens (via Schiphol dan) naar Sunset Boulevard zou brengen.’ 

Eerste journalistieke stek was een stage bij de Haagse Post. Rob gaf daarom zijn eerste exemplaar aan zijn mentor van toen, Daan Dijksman, een van de groten uit de tijd dat HP naar Dijksmans eigen zeggen een soort gektesekte was. Ongestoord, maar fanatiek bouwde de leerling aan een loopbaan die voerde naar Elseviers Weekblad en de Volkskrant. In 1996 verscheen zijn eerste biografie over Paul Verhoeven. Met Giphart schreef hij over de Liefde die Feyenoord heet (1998). Daarna kwamen De Grote Parade (2005) en De kleine parade (2008), vol Scheersiaanse historische verbanden van fenomenen uit de wereldgeschiedenis en de historie van Utrecht. 

De Hollywoodse reisgeschiedenis beslaat ruim 35 jaar. Een indrukwekkende tijd, ook gelet op de barrières die een reporter uit het laagland te overwinnen heeft voor hij echt bínnen is, zeg maar op de set van een ontmoeting met de mens achter de ster. Het wordt veel meer dan dat, zonder pretentieuze analyses. Hier spreekt de liefhebber/journalist. De verteltrant: vaak casual, veel losse spreektaal, een verteltrant die als een goed geïnformeerde gesprekspartner aan een Californische bar op je afkomt.  

Het is veel meer dan verhalen over sterren

Goed dus, hier niet het hele boek doornemen, maar wel vertellen hoe rijkelijk gevarieerd het is, met hoofdstuktitels op de rol als Hollywood à gogo: een straatweg vol verhalen, LA Noir, de stad als hoofdverdachte, Donald Sutherland: mister X, Tarantino’s Hollywood, Roem: volgens Jane Fonda, Een Sophia-verschijning in Vlissingen, Jayne en Jan, Wachten op Nastassja en Nooit meer Hollywood.  

Het is veel meer dan verhalen over sterren, maar diep inzoomen op de vele facetten van het film maken zelf. Setbezoeken, production design, de looks van de film, ontmoetingen met uiteenlopende makers als de oude George Sluizer, Martin Scorsese en Steven Spielberg. 

Mijn lievelingsactrice staat er ook in. Jane Fonda, de ster van Klute. In 2005 kwam ze haar autobiografie promoten in Amsterdam. Voor Radio1 mocht ik zelf een vraag stellen in een zaaltje in Tuschinski. Ze was als oudere vrouw nog beeldschoon jong. Rob van Scheers had een uur met haar in het Ambassade Hotel. Verschil mocht er zijn.  

Zo kon ze meer vertellen over haar vader: ‘Henry was als vader afstandelijk, op het kille af. Hij was geen gemakkelijke man, maar wel is hij een van mijn favoriete acteurs van alle tijden.’ Over Katharine Hepburn: ‘Moeilijk. Heel bewust van zichzelf. Bijzonder competitief. Meesteres van de manipulatie. Een échte, klassieke Hollywood-diva, zogezegd. Haar eerste woorden tegen mij waren: “Ik mag jou niet” – en ze priemde haar wijsvinger in mijn richting.’ Over Marilyn Monroe: ‘Ze was een bange, kwetsbare, gecompliceerde vrouw.’ En Robert Redford: ‘Als er nu iemand niet geïnteresseerd is in roem, dan is het Bob wel.’ 

Kleurrijk de belichting, talrijk de wendingen, van Hunter Thompson en Brad Pitt naar Frank Zappa en Mata Hari. ‘Het is een hard vak,’ zei Van Scheers in Broese, in het besef van het einde dat oudere collega’s meemaken. Ook daarom: het werd tijd voor het boek.  

Met de talrijke foto’s is lezen zalig film kijken in Hollywood, thuis in Utrecht.  

Laat uw reactie achter

Reactie

2 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *