De keuzes van Cécile Narinx

Modejournalist Cécile Narinx: “Het lijkt wel alsof mensen in Nederland kleren niet belangrijk vinden”

Cécile Narinx

In deze rubriek vragen we Utrechters keuzes te maken in hun vakgebied. Maar ook daarbuiten. Vandaag journalist Cécile Narinx.

We hebben afgesproken bij Springhaver en tijdens ons gesprek blijkt dat we zeker één ding gemeen hebben. We verbazen ons beiden over de kledingkeuze van de weervrouw bij het NOS journaal. Als zij een verkeerde rok aan heeft, dan leidt dat zo af. “Het lijkt wel alsof mensen in Nederland kleren niet belangrijk vinden. Kleren kunnen je net dat beetje zelfvertrouwen geven. Net een beetje doen groeien, bescherming bieden of aan het lachen maken, weemoedig maken of troosten. Kleding laat zien wie je bent en waar je staat. Denk aan het T-shirt van Zelensky tegenover de pakken van Poetin”, zegt Cécile. 

Cécile Narinx, geboren in Maastricht tussen de Sint Pietersberg en het riviertje de Jeker .“Mijn ouders wonen daar nog steeds. Ik ben de jongste van drie meiden, het nakomertje, mijn zusjes zijn 6 en 8 jaar ouder. Ik groeide op in een klassiek katholiek gezin met heiligenbeelden in huis en kruizen aan de muur. Heilige communie, het vormsel, meelopen in processies en op zondag in je nette kleren naar de kerk. Daarna naar oma, vlaaien en kip aan het spit. Ik was een braaf kind dat heel veel las, alles wat los en vast zat. Ik won teken- en kleurwedstrijden en maakte zelf blaadjes. Daarvoor knipte ik foto’s en plaatjes uit tijdschriften en schreef daar zelf stukjes bij en tekende stripjes. Ik zat op scouting, bij de kabouters met zo’n sjaaltje om. Ik turnde, zat op de ponyclub, op handbal en in de laatste jaren van de middelbare school ik roeide op de Maas. Ik ging naar het gymnasium en ben een beetje gaan puberen, maar ik ben nooit heel erg rebels geweest. Sowieso zijn Limburgers heel gezeglijk. De Romaanse cultuur die toch in het zuiden heerst, je deed wat de pastoor, de leraar en de dokter zeiden. Later, toen ik voor Franse bazen moest werken, bleek dat een voordeel. Mensen van boven de rivieren hebben toch meer moeite met de rituele dans die je voor de baas uit moest voeren. Het knikken, buigen en opstaan, maar ondertussen je eigen plan trekken.”

“Ik droomde van een groots en meeslepend leven, internationaal met veel reizen”

“Ik heb altijd het gevoel gehad dat ik weg moest uit het dorp zodra dat kon. Ik droomde wel van een groots en meeslepend leven, internationaal met veel reizen. Maar ik kom graag terug in Maastricht. Het leven is er langzamer en kwaliteit van eten, drinken en interieur is er verzorgder. Op het tuttige af, maar daar hou ik wel van. Het lepeltje bij de koffie ligt keurig rechts en geen voetbad op het schoteltje. Daarom kom ik ook graag hier bij Springhaver: een keurig verzorgd kopje koffie. Ik ben erg van Utrecht gaan houden en dat komt door de boot van mijn vader waarmee we op Loosdrecht en door de Utrechtse grachten voeren. We lagen dan voor de Rembrandt bioscoop en ik ging met mijn zussen naar HC, dat vonden we echt fantastisch. Als hoogtepunt een pizza eten aan de gracht, ik vond dat sprookjesachtig mooi. Utrecht heeft toen echt mijn hart gestolen. Ik vind het nog steeds een heerlijke stad. Ik wilde Nederlands gaan studeren maar dat kon in Maastricht niet. Amsterdam vond ik te groot, te vol en te vies en Groningen te ver, dus ging ik studeren in Utrecht, het leek ideaal.”

“Na het eerste jaar ging ik naar de School voor de Journalistiek. Het bleek precies wat ik wilde gaan doen”

“Het werd geen Nederlands, maar Algemene Letteren en ik werd lid van ‘Veritas. De studie was te vaag, niemand had enig idee wat je aan het doen was en ikzelf al helemaal niet. Na het eerste jaar ging ik naar de School voor de Journalistiek. Het bleek precies wat ik wilde gaan doen en leren, bladen maken. Na de school ging ik werken bij het blad ‘Santé’. Het was totaal niet mijn titel, maar de hoofdredacteur zocht een jong, goedkoop en kneedbaar iemand. Ik werkte al bij de Zakkendrager schreef voor de ‘VIVA’, de Limburger en had het eigenlijk druk zat, maar ik wilde weg uit mijn studentenkamer. Ik woonde op de Oude Gracht boven de ‘Free Recordshop’ in een kamer vergeven van de muizen. Ik moest een vast inkomen hebben om een huisje te kunnen kopen en daarin voorzag ‘Santé’. Ik kocht een klein huisje in de Reguliersteeg. Voor ‘Santé’ schreef ik over de meest vreselijke aandoeningen, interviewde stomaverpleegkundigen, aura en tenenlezers en families waarvan alle leden aan cystic fibrosis leden. We zaten in hetzelfde gebouw als de ‘ELLE’ en ik hoorde, omdat ik dichtbij het vuur zat, van de vacature als eindredacteur bij dat blad. Het werd mijn introductie in de wereld van bladen maken. Ik heb dat 5 jaar gedaan, kreeg twee kinderen en we verhuisden naar Oog in Al, wat een fijne buurt bleek te zijn voor kinderen om op te groeien. ‘ELLE’ wilde ‘ELLE-Girl’ uitbrengen en daar werd ik hoofdredacteur. Mijn oudere zussen waren geabonneerd op het blad ‘CLUB’, het oudere zusje van de ‘TINA’, de toon van dat blad had ik altijd fantastisch gevonden. Het ging uit van de eigen kracht van de vrouw, je niet laten leiden door je moeder of je vriendje. De zelfstandig nadenkende vrouw, die ook zelf een kastje kon timmeren. Ik had jaargangen van het blad bewaard en ‘CLUB’ heeft voor mij de toon van ‘ELLE-Girl’ bepaald. Op de eerste cover hadden we Lara Stone en op de derde Doutzen Kroes, niemand kende haar en zelf was ze nog nooit in Amsterdam geweest.”

“Ik werd hoofdredacteur van het jaar, met een geweldige redactie”

“Na twee jaar werd ik hoofdredacteur bij ‘ELLE’ en dat heb ik tien jaar gedaan. Het waren gouden jaren, we gaven trendgidsen en stijlbijbels uit en ik leerde veel mensen kennen, modellen en couturiers. Al die jaren ben ik met een grote glimlach naar mijn werk gegaan. Alles kon en ik bedacht dat we met de hele redactie naar Parijs moesten tijdens The Fashion Week. Iedereen was wel bezig met de grote shows maar men moest ook ervaren hoe de sfeer daar was. De drommen mensen, de modellen en de ontwerpers, je kan het wel beschrijven maar je moet ook voelen. We huurden een paar Airbnb’s bij elkaar in de buurt en beleefden een fantastische tijd. Eén van mijn leukste herinneringen. Ik werd hoofdredacteur van het jaar, met een geweldige redactie. Ook hadden we vaak stagiaires, waarvan er nu een paar bekende influencers zijn met heel veel volgers. Langzamerhand werden de budgetten kleiner en ikzelf ouder, misschien moest er maar eens een jongere hoofdredacteur komen. Toen werd ik gevraagd om als hoofdredacteur ‘Harpers Bazaar’ voor Nederland uit te brengen. Het was een iconische titel en ik vond het leuk om iets nieuws op te zetten. Het moest iets chiquer, iets minder op de trend en we konden werken met veel grotere budgetten dan bij ‘ELLE’. Ik nam mijn art- director van de ‘ELLE’ mee en mocht een team opzetten met onder andere Piet Paris.”

“Wie is hier nu de hoofdredacteur, de adverteerder of ik? We werden een soort reclamebureautje”

“Het jaar van de lancering wonnen we meteen de ‘Mercuur’. ‘QuoteMedia’ waar wij onder vielen werd overgenomen door ‘Hachette’ en tot slot door ‘Hearst’. Een Amerikaans bedrijf waarvoor de adverteerders steeds belangrijker werden en steeds meer invloed kregen op de inhoud. Wie is hier nu de hoofdredacteur, de adverteerder of ik? We werden een soort reclamebureautje. Vier pagina’s na een interview van twintig minuten met een ontwerper. Geen ‘Gucci’ schoenen bij de modeshoot van een ander merk. De adverteerders dicteerden. Er volgde ontslagrondes en we werden een alternatief verdienmodel. Ik wilde lezers informeren en niet de adverteerders pleasen. Voor ‘VOGUE’, van dezelfde uitgever, werden grotere budgetten uitgetrokken. ‘VOGUE’ leek wel het stiefzusje dat je erbij krijgt en dat ineens wordt voorgetrokken. Ik dacht ik ga niet lopen mopperen en Philip Remarque, de toenmalige hoofdredacteur van de ‘Volkskrant’, had al eens gezegd: ”We rollen de rode loper voor je uit als je komt”. Voor een echte bladenmaker waren de jaren tot 2018 toch wel de mooiste jaren geweest. Voor de ‘oude’ hoofdredacteur werd het tijd om te veranderen, we waren domweg te eigenwijs en te analoog. Ik werd moderedacteur bij de Volkskrant. Minder managen en meer schrijven. Samen met Arno Kantelberg schreef ik al de rubriek ‘Stijladvies’ voor de Volkskrant.”

“Anita Witzier bedankt me voor het openen van haar ogen”

“Hierin namen we BN’ers de maat. Ik herinner mij Lilianne PLoumen die ik tegenkwam bij het Nationaal Dictee en die mij zei dat ik helemaal gelijk had. Anita Witzier die mij bedankte voor het openen van haar ogen. Tijdens een filmpremière droeg zij een tafelkleed als jurk, een mevrouw de Bok-jas met daaronder cowboy laarzen. Daarbij een tas waar ze met gemak een voordeelpak keukenrollen in mee kon nemen. Dat heb ik toen geschreven. Dat is toch wel iets met Nederlandse vrouwen en te grote sleurtassen bij een feestelijke gelegenheid. Ik had op tijd besloten om te stoppen bij ‘Harpers Bazaar’. Er volgden grote ontslagrondes, bladen stopten er waren geen adverteerders meer. De losse verkoop liep niet, als je niet bij Albert Heijn lag dan nam niemand je meer mee. Wij kennen geen kiosken zoals in Frankrijk en Engeland. Ik kwam bij de’ Volkskrant’, bij een medium dat serieus wordt genomen, waar goede schrijvers werken maar ook lezers die niet zo veel met mode hebben. Ik vond dat een uitdaging om voor mensen te schrijven die dan denken ‘Oh, is dat ook mode’. Ik schrijf over trends zoals tweedehandskleding, folklore, handwerken en het repareren van kleding. Over Nederlandse duurzame merken maar ook over de jurk van Kim Kardashian op het ‘MET Gala’ 2022. Alles is mode en kleding is zo belangrijk. Neem nou de blauwe jurk van Taminiau die Maxima droeg bij de kroning. Die jurk maakte van een prinses een koningin.

“Bij Wie is Mol heb ik vrienden voor het leven gemaakt”

“Zelf zorg ik er ook voor dat ik er netjes bij loop. Zo werd ik gevraagd voor ‘Wie is de Mol’ in 2016. Ik keek al jaren naar dat programma en hoopte zo dat ze mij zouden vragen. Maar ik wist wel, wat er ook gebeurt, ik ga niet in een verkreukte bermuda en een ranzig T-shirt rondlopen. Dus zorgde ik dat mijn linnen bloesjes gestreken waren. Ik heb het daar zo naar mijn zin gehad, het leek wel een grote schoolreis, met geen enkele verantwoordelijkheid. Met z’n allen de bus in en geen idee hebben wat voor opdracht je uit moest gaan voeren. Ik heb vrienden voor het leven gemaakt, wanneer maak je op mijn leeftijd nog nieuwe vrienden? Rop Verheijen en Ellie Lust zie ik nog regelmatig. Ellie Lust was geweldig, zij had zo niets in de gaten, ik dacht dat zij de Mol was. De liefde tussen Taeke Taekema en Airen Mylene zagen we ontstaan. We hebben een app-groep en onlangs zijn we op kraamvisite geweest na de komst van de tweede baby van Taeke en Airen. Ellie nam een speelgoed portofoon mee. Ik zou het zo nog een keer doen. In 2017 ben ik gescheiden, ik was minder gaan verdienen en de kinderen waren het huis uit. Tijd om weg te gaan uit Oog in Al. Ik kocht een klein huisje in de binnenstad, een kleiner nest. Zo zou het empty nest ook wat minder empty gaan voelen. Het is nog steeds zo fijn om in Utrecht te wonen. Tijdens de lockdown, kwam er een nieuwe liefde in mijn leven en heb ik de stad nog veel beter leren kennen. Ik liep door poortjes en straatjes waar ik het bestaan niet van wist. Om te wonen blijft de binnenstad van Utrecht het mooiste”. 

De keuzes van Cécile

Ontwerper 

“Azzedine Alaïa. Ik heb hem één keer ontmoet tijdens de lancering van zijn parfum. Hij was echt heel klein, kwam tot halverwege mijn schouder, en ik ben ook niet echt groot. Maar hij was groot in de wijze waarop hij met stof en techniek een lichaam naar een hoger plan kon tillen. Hij heeft liefde voor het lichaam van de vrouw zonder het in een keurslijf te proppen. Dat is iets wat Dior bijvoorbeeld wel doet, hij kijkt naar het silhouet dat hij wil bereiken. Wanneer je iets van Alaïa aantrekt dan is het als een instagramfilter voor je lichaam. Zijn kleding is sensueel en verleidelijk maar nooit ordinair. Hij leefde voor het ambacht en het resultaat was altijd onweerstaanbaar. Ik heb veel ontwerpers gesproken, mensen met liefde voor het ambacht: Givenchy, Lagerfeld, Mugler en Valentino en ik hang aan hun lippen. Maar een jurk van Alaïa zou ik iedere vrouw gunnen, het is wel een kwestie van even sparen”. 

“Een jurk van Alaïa zou ik iedere vrouw gunnen, het is wel een kwestie van even sparen”

Kledingstuk 

“Mijn boek heet niet voor niets ‘Geluk is een jurk’. Een feestjurk trek je aan en ”Tadah!”. Een Mugler jurk kan je transformeren. Kleren maken wel degelijk de man of de vrouw. Maar mijn favoriete kledingstuk is toch wel de nachtpon. Ik ben een zuinige koper en koop mijn nachtponnetjes het liefst bij de’ Monoprix’. Dat is de Franse Hema en zij verkopen mijn ideale nachtkleding. Niet te kort, niet te dik van stof met niet te lange mouwen. Laatst nam ik er nog twee mee, een grijze en een roze, met een mond op de voorkant en een moedervlek op precies de juiste plek. Een nachtpon is totaal niet aantrekkelijk, maar als ik alleen slaap dan trek ik altijd een aan. Het is misschien een beetje luguber maar als ik mijn kist in moet, trek mij dan lekker een nachtpon aan. Waarom zou je nou in een mantelpak in je kist gaan liggen’’. 

“Het is misschien een beetje luguber maar als ik mijn kist in moet, trek mij dan lekker een nachtpon aan” (foto: folder Monoprix)

 Tijdschrift 

“Voor een bladenmaker een lastige vraag, maar wat ik nog wel eens koop is ‘The Gentlewoman’ en de Britse ‘VOGUE’. Maar wat ook een heel leuk tijdschrift is de ‘Mc Guffin’. In dit tijdschrift wordt er maar één item per uitgave behandeld. Het kan over tapijt gaan, maar ook over touw of de broek. Dat concept spreekt mij aan. Je beperken en de diepte ingaan. Het is creatief, de vormgeving is mooi en brengt het onderwerp goed in beeld. Het spreekt iedereen aan”.  

“De Mc Guffin is creatief en brengt het onderwerp goed in beeld”

Boek 

“Ik heb een boek van Anna Wintour op mijn nachtkastje liggen, maar als favoriet kies ik voor ‘De herinnerde Soldaat’ van Anjet Daanje. Het klinkt absoluut niet sexy, maar het is een volstrekt origineel boek, op een heel bijzondere manier geschreven. Na WO1, wordt een Belgische soldaat Amand, naar een gesticht voor krankzinnigen gebracht. Hij is al zijn herinneringen kwijt en hij weet niet meer wie hij is. Daar komen verschillende vrouwen langs om te kijken of hij hun man is. Een vrouw herkent hem en neemt hem mee. Amand moet zich in de wereld zien te redden zonder de houvast van het verleden. Het boek neemt je mee en je volgt de soldaat Amand. Het is zo mooi dat het je de adem beneemt”. 

“Het is zo mooi dat het je de adem beneemt”

Film 

“Een film waar ik vrolijk van word ‘Little Miss Sunshine. Deze film is zo geestig, met leuke personages en zo onverwacht. Je volgt de familie van de kleine mollige en dikbebrilde Olive, die de halve VS doortrekt om Olive aan een miss verkiezing voor kleine meisjes mee te laten doen. De beauty wedstrijden voor kinderen, de ouders en de grootvader die onderweg overlijdt, alles klopt”. 

“zo geestig, met leuke personages en zo onverwacht”

Kunstwerk? 

“Het beeld ‘t Mooswief’ van beeldhouwer Charles Vos dat sinds 1953 op de markt in Maastricht staat. Mooswief is Maastrichts voor groentevrouw. Het staat symbool voor Sint Pieter, de wijk waar ik geboren en getogen ben, de groentetuin van Maastricht. Ze is ook een soort vruchtbaarheidsgodin zoals Demeter en Freya, de brengers van nieuw leven. Daarnaast is het Mooswief hét symbool van carnaval. Als carnaval begint wordt een reusachtige pop met een schort en een groentemand aan een vlaggenmast op het Vrijthof gehesen. Op dinsdagnacht om 12 uur gaat ze weer naar beneden en staan volwassen mensen te janken omdat het feest weer voorbij is”. 

“Mooswief is het symbool van carnaval”

Muziek 

“Van schlagers tot Bach. Ik hou van carnavalsmuziek, de harmonie en het Franse chanson: ‘Çomment te dire adieu’. Ik luister graag naar Sublime radio, naar muziek uit de jaren tachtig, de jaren waarin ik ben opgegroeid. Ik had posters van de Dolly Dots boven mijn bed, een Top 40-smaak en ik las de popfoto. Later is de wat ‘betere’ muziek erbij gekomen. Maar Dusty Springfield vind ik nog altijd fantastisch”. 

“Dusty Sprigfield vind ik nog altijd fantastisch”

Restaurant 

“Trattoria Dö Spadin, in Camogli bij Genua. Je kan er uitsluitend te voet of per boot komen. Het uitzicht op de baai van Genua is adembenemend. Het is heel klein en de vis wordt voor de deur gevangen. Na de lunch gaan de obers zwemmen in de zee. Ook geen onaangenaam gezicht”. 

“Na de lunch gaan de obers zwemmen in de zee. Ook geen onaangenaam gezicht”

 Stad 

“Parijs, dat is voor mij de ultieme stad. Het is er overal mooi, de kleuren en de geur. Ik zou er niet willen wonen, maar het is de stad om van het leven te genieten. Ik vond het wel chique om mijn boek af te maken in Parijs. Alleen op een kamertje, maar ik werd gek van eenzaamheid. In Parijs moet je, als toerist, de code van de Parijzenaar begrijpen. Het duurt lang voor je Parijs echt leert kennen. Inmiddels ken ik de metrolijnen uit mijn hoofd en kan ik intens gelukkig worden wanneer iemand mij in Parijs de weg vraagt. Het is bijna irritant hoe stijlvol de Parijzenaar gekleed gaat. Ik ontmoette ooit Inès de la Fressange, trek haar een oud overhemd aan en daar doet zij een riempje of een sjaaltje om waardoor zij er meteen fantastisch uitziet. Het is een ‘Je ne sais quoi’, niet bestudeerd maar een natuurlijke élégance. Waar zie je nog mensen op een terras of in de Metro een boek lezen? Franse kinderen die mee kunnen praten over politiek of over Proust en Baudelaire. Milaan vind ik een lelijke stad en Rome toch meer een openlucht museum”. 

“Ik zou niet in Parijs willen wonen, maar het is de stad om van het leven te genieten”

Wat zou jij doen als je burgemeester van Utrecht was? 

“Ik zag laatst Sharon Dijksma op sleehakken voorbij stiefelen, het liep niet gemakkelijk. Hier in Utrecht liggen allemaal kleine keitjes, ik zou pleiten voor een smalle strook, een soort geasfalteerd geitenpaadje, voor mensen met mooie schoenen, zodat je ze ook mooi kan houden. Dan zou ik ook willen pleiten voor vuilniszakken met de vlag van Utrecht of de Dom erop. Op de ophaaldagen staan er dan geen grijze vuilniszakken buiten maar vrolijke rood-wit gekleurde zakken op de stoep”. 

“Hier in Utrecht liggen allemaal kleine keitjes. Ik zou pleiten voor een smalle strook voor mensen met mooie schoenen”

Yontie Helders

4 reacties

Reageren
  1. Wat een goed en vrolijk idee: vuilniszakken met de Utrechtse vlag. Ik zie een gat in de markt.

  2. Wat een leuk interview met Cécile Narinx, ik vond haar altijd een beetje strenge uitstraling hebben. Ik had het mis.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *