Onze columnisten

Jules was cool, overal

Als Jules Deelder klaar was met optreden, was hij nog maar net begonnen. Voor het eerst maakte ik dat van dichtbij mee in Café de Stoep in Midsland, midden op Terschelling, eind december 1979. De Rotterdamse dichter was onderdeel van een avond met muziek in het café van Joop Mulder, de grondlegger van Oerol.  Jules stond daar in zijn zwarte kostuum en ratelde in twintig minuten meer dan een dozijn gedichten af. Hij moet daarna een glas gin hebben ingenomen van Joop en kwam bij ons aan tafel zitten. Toen heeft hij ons nog minstens een uur vermaakt met grappen en anekdotes. 

Vroeg in de jaren tachtig ontmoette ik hem in de foyer van het Muziekcentrum Vredenburg, ter gelegenheid van de Nacht van de Poezie. Hij stond daar in die andere gedaante: ongenaakbaar, ondoorgrondelijk, als altijd strak in het pak, zijn haren strak achterover gekamd. Zo fotografeerde ik hem voor een spiegel. 

Eenmaal werkzaam voor de radio interviewde ik hem over zijn nieuwe dichtbundel: Portret van Olivia de Havilland, lang gedicht over de jaren vijftig waarin hij opgroeide. Zijn dochter Ari was net geboren, aan wie hij zijn beroemde vaderlijke gedicht zou schrijven. De ontmoeting vond plaats in Café Wildschut, niet ver van uitgeverij de Bezige Bij. Daar kwam telefoon voor hem. Het was een kort gesprek. Ik hoorde Jules zeggen: ‘Ik heb effe geen tijd. Ik sta hier met een functionaris van Veronica.’  

In 1994 wilde hij graag een keer met me mee in de Tour de France. Het werd onderweg ook een hele show. Naast me gezeten draaide hij het raam open en riep naar het publiek: ‘Het gaat niet dóóór!’ en daarna: ‘Ze komen van de andere kááánt!’ Niet veel later kwam renner Jean-Paul van Poppel die hem herkende en riep: ‘Hé Jules!’ Die middag heeft Van Poppel in Boulogne-sur-Mer de etappe gewonnen. Jules zei me: ‘Ik heb hem iets gegeven toen hij langsreed en gezegd: “inslikken en zwijgen tot in den doet!”’ 

In 2002 zette festival de Parade zijn tenten neer op een kade in Barcelona. Jules ging er jazz-platen draaien in het binnenste van een draaimolen. Dat was ook een van zijn acts. Het festival kon niet direct beginnen wegens moeilijkheden inzake de vergunning. Jules kraaide: ‘Als dit zo doorgaat, ga ik naar huis!’ In plaats daarvan bleef hij en ging ik met hem de stad in, om te eten in het roemruchte restaurant Caracoles. De obers gingen er net zo gekleed als Jules: in het zwart.  Het werd een geanimeerde maaltijd. Na het verlaten van het etablissement kwamen we langs een café. Er zaten een stel Nederlanders die Jules herkenden en zijn naam riepen. Hij ging direct naar binnen en gaf een optreden van ongeveer een half uur. 

Zo is het doorgegaan, ook in nieuwe bezoeken aan de Tour. Hij was een absolute ster bij terugkeer op Nachten van Poëzie in Utrecht. Ik zag hem weer op de viering van zijn 75-ste verjaardag, een geweldig feest in de Doelen, zondag 24 november. Het werd een geweldig eerbetoon, compleet met toespraak van Ahmed Aboutaleb. Jules trad er op met zijn band, met onder andere saxofonist Boris van der Lek en gitarist Cok van Vuuren. Jules bespeelde zijn drum en zong gevoelig.  

How cool is the wodka  

how cool the cocaine  

how cool is the airco  

how cool is romance  

how cool is the rainbow  

how cool is the Sax   

Dat had ik hen ook al eens horen spelen in een simpele tent op de Parade in het Moreelse park. Ik kocht toen hun CD. Jules schreef erin: ‘Jeroen is Cool.’ 

Niet lang na de dichter jubileerde ook de uitgever, de Bezige Bij, donderdag 12 december. Jules ging eerst met al zijn collega’s op de foto in de bibliotheek van het Rijksmuseum. Daarna was het feesten geblazen ten huize van de Bij in de Van Miereveldstraat. Ik trof Jules daar op de eerste verdieping, samen met zijn Annemarie. De stemming was opgetogen.   

Een week later wastie dood. Een griepje. Niet cool. 

Jeroen Wielaert

Jeroen Wielaert is eminent programmamaker van NPO-radio en in de stad beter bekend als de man die de aanzet deed voor de komst van Le Grand Départ naar Utrecht. Voor De Nuk schrijft hij op regelmatige basis over opvallende Utrechtse zaken.

8 reacties

Reageren
  1. Prachtig stuk waarvan ik acute heimwee naar Rotjeknor krijg. Ik herinner me ook Jules die als gastverslaggever van Oranje bij een Olympische Spelen mocht optreden… de tweede helft ‘haalde hij niet’…

  2. Leuk verhaal. De foto weet ik nog. Ik maakte toen een hele serie van hem . Eén en al bereidwilligheid. Hij fotografeerde zelf ook met een ouwe Canon .

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *