Preek van de leek

Jan Beuving: “Het leven is geen wiskunde”

Jan Beuving (foto: Maartje ter Horst)

Door: Kahdra Kleij

Waar de meeste mensen zich als alfa of bèta profileren, is Jan Beuving van alle markten thuis; hij is wiskundige, schrijver en cabaretier. Zondag 19 juni om 17:00 gaat hij met deze kwaliteiten preken in de Nicolaïkerk te Utrecht. “Cabaretiers zijn seculiere dominees.”

Ben je zelf gelovig?

“Ik ben kerkelijk opgevoed binnen de Nederlands Gereformeerde Kerk. Dat is niet enorm streng, maar daar staat wel het woord centraal en niet de liturgie. Toen ik voor het eerst in een kerk kwam waar de liturgie centraal staat, moest ik even wennen. Ik vind het daarentegen wel mooi, ik hou van zingen. De liturgie staat ook centraal in de kerk waar ik nu heen ga.”

Wat betekent God voor jou?

“God is voor mij een belofte van een waarheid, die buiten onze werkelijkheid staat. Ik ben ermee opgegroeid, dus het is met mij verweven. Het is een vertrouwd baken voor mij.”

Als je nooit gelovig was opgevoed, was je dan op zoek gegaan naar God?

“Dat is moeilijk te zeggen. Ik weet wel dat ik een bepaalde liefde heb voor verhalen en poëzie. Ik zou ook de waarheid bevragen, ik heb veel fantasie. Waar je mee opgevoed wordt, is ook toeval. Als ik twee deuren verder was geboren, had ik misschien wel een ander geloof gehad. Je weet nooit hoe het loopt en dat is niet erg. Je hoeft niet altijd alles tot op de laatste draad te weten: het leven is tenslotte geen wiskunde.”

“Als ik twee deuren verder was geboren, had ik misschien een ander geloof.”

Van wiskundige naar schrijver en cabaretier, hoe is dat zo gekomen?

“Op papier ben ik wiskundige, daar ben ik in afgestudeerd. Mijn brood verdien ik met cabaret en schrijven. Ik had altijd al een liefde voor toneel. Op een gegeven moment zag ik cabaretiers optreden en dacht ik: dit wil ik ook doen. Ik ben me toen op dat vlak gaan verbreden, en heb daar ook een opleiding voor gevolgd. Wiskunde en creativiteit hebben overigens best wat met elkaar te maken. Als wiskundige moet je ook creatief zijn, maar dan binnen de regels van de wiskunde.”

Wat is je lievelingsgetal?

“Lastig, ik denk 28 of het getal nul. 28 is een getal dat we in de wiskunde een ‘perfect getal’ noemen. Het is deelbaar door 1,2,4,7 en 14, maar als je die vervolgens bij elkaar optelt krijg je weer 28. Daar zijn er maar weinig van. Nul vind ik fascinerend omdat het niks lijkt, maar zonder het getal wordt rekenen en wiskunde wel lastig. Als ik vraag wat 5 min 5 is, en er bestaat geen nul, dan kan je niks zeggen.”

 “Wiskunde en creativiteit hebben best veel met elkaar te maken”

En je lievelingswoord?

“Ik heb geen lievelingswoord, maar wel een lievelingsgedicht. Dat is ‘De ontdekking’ van K. Schippers: “Als je goed om / je heen kijkt /  zie je dat alles / gekleurd is.” Dat is een beetje mijn lijfspreuk. Ik probeer altijd de mooie dingen te zien in het leven. Ik denk dat dat voor een mens heel belangrijk is. Blijf je verwonderen bij alles om je heen.”

Zondag 19 juni heb jij een Preek van de Leek in de Nicolaïkerk. Waar ga je over preken?

“Mijn grootvader was predikant. Ik heb het dus van huis uit meegekregen. Ik ben zelf cabaretier, en ik denk dat je als cabaretier een soort seculiere dominee bent. Het heeft aardig veel raakvlakken: als cabaretier kom je altijd met een boodschap die je wilt overbrengen. Normaal gesproken kijk ik dan naar de maatschappij, maar nu naar de bijbel. Dat vind ik een mooie uitdaging.”

Dit artikel is tot stand gekomen in samenwerking met depup.nl/

Redactie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *