Effe tekkele

Ein neues Liebchen

Een uitdrukkelijke doodswens blijkt in de praktijk niet altijd zo stellig te zijn als het briefje wil doen geloven.

Niet alleen recent maar ook enige tijd geleden bleek dit het geval te zijn. Daarmee kwam het hele euthanasiegebeuren weer sterk onder vuur te liggen.  Niet zo lang geleden was dat het geval, toen een dementerende vrouw wellicht ten onrechte geëuthanaseerd bleek te zijn. Ten onrechte omdat volgens justitie achteraf niet bevredigend kon worden vastgesteld of haar euthanasiewens wel consistent was. De betrokken euthanaserende arts zou nota bene voor moord worden vervolgd. 

Nu, als ik arts was, zou ik in zo’n situatie zeggen: “Overheid zoek het zelf maar uit, daar brand ik mijn vingers niet aan”. Een paar jaar eerder deed zich min of meer de tegenovergestelde situatie voor. Een bejaarde dementerende vrouw werd niet geëuthanaseerd, terwijl zij wel een “deugdelijke” euthanasieverklaring op zak had. De verklaring hield kortweg in dat haar leven zou worden beëindigd zodra ze dementeerde.

Toen eenmaal aan deze voorwaarde werd voldaan, waren de kinderen van de vrouw des duivels omdat de leiding van de instelling waarin de vrouw vertoefde, geweigerd had overeenkomstig de verklaring te handelen. Ik viel bijna van mijn stoel te horen hoe kil die kinderen de gang van zaken beoordeelden. Hun opstelling was heel zakelijk: moeder is dement, dus stekker eruit.

Het kroost had totaal geen begrip voor wat de leiding van het tehuis had af te wegen bij het nemen van zo’n dramatische ultieme beslissing. Bij dementie kun je te maken hebben met iemand die de ene dag bijna niet aanspreekbaar is en de andere dag weer opgewekt en enthousiast het leven tegemoet blikt. 

Een heel ingewikkelde afweging dus, nog afgezien van de vraag of de persoon in kwestie werkelijk lijdt onder zijn aandoening. Wat staat je in zo’n situatie te doen? Moet je moedertje, die op dat ogenblik in een uitgelaten stemming verkeert, melden: “Je kunt vandaag nu wel lekker in je vel zitten, maar volgens planning gaan we toch over tot actie en een eind aan je leven maken”?

Als je op die manier te werk gaat en een leven beëindigt, dan ben je toch niet echt goed bezig. Zo’n destijds getekende verklaring kan natuurlijk geen vrijbrief zijn om iemand coûte que coûte naar “de eeuwige jachtvelden” te zenden. Gelukkig gaat men niet zo kort door de bocht, althans dat is te hopen. Die bezorgde kinderen moeten zich rot schamen dat ze zich zo rechtlijnig hebben opgesteld en naar de dood van hun moeder hebben toegewerkt. De vrouw is uiteindelijk een natuurlijke dood gestorven. Gelukkig maar.

Binnen dit verband komen ook weer de taferelen rond de “uitdrukkelijke doodswens” van ene Rein van B. en zijn vrouw bij mij boven drijven. Rein wilde samen met zijn Lucie voortijdig uit het leven stappen. Het leven had hen namelijk niets leuks meer te bieden: het was voltooid. Dit stel kreeg destijds ruim televisiezendtijd toebedeeld om zijn morbide filosofie bij de kijker op te dringen.

Nadat Rein vrouwlief ervan had overtuigd dat het nu wel welletjes was geweest met hun leven, werd zij op een dag vriendelijk doch dringend verzocht het verlossende hapje eindelijk maar eens te slikken. Na zijn geruststellende woorden: “Ga jij maar vast Lucie. Ik kom er zo ook aan. Ik moet eerst nog even ons kanariepietje voeren”, nam zij het goedje tot zich en blies kort daarna haar laatste adem uit.

Tijdens het voederen van het vogeltje, luisterend naar zijn vrolijk getjilp, kwam Rein plots tot het besef dat het leven eigenlijk zo kwaad nog niet was. Hij liet het levenloze lichaam van Lucie voor wat het was en pakte zijn koffer. 

Vanaf het Centraal Station vertrok hij spoorslags met de Bergland-Express naar zijn geliefde Alpen. Nach seinem neuen blonden Liebchen in Österreich.

 

Bert Plomp

Bert Plomp is geboren op nieuwjaarsdag 1948. Zijn ouders waren tijdens zijn geboorte beiden officier bij het Leger des Heils en hadden de leiding over de afdeling Utrecht. Vanuit het hoofdkwartier van deze organisatie, toen gevestigd aan de Lange Nieuwstraat, vangt Bert zijn turbulente leven aan.
Als 4-jarige kleuter banjert hij reeds in zijn uppie rond in het centrum van Utrecht en komt hij met zijn kop tussen de draaideur van hotel Smit.
Als teenager wordt hij eens onder politiebegeleiding naar de kapper gebracht.
Hem wordt de toegang tot de lessen op de Rijks HBS aan de Kruisstraat regelmatig geweigerd vanwege zijn te lange haren.
Op camping Het Grote Bos in Doorn is hij geen graag geziene gast: hij provoceert voortdurend de oubollige leiding en de aldaar gevestigde geloofsgemeenschap.
Bert moest in zijn jeugd zelf zien uit te vinden in welk opzicht meisjes verschilden van jongens. Een in de vuilnisbak van een hoogleraar “topografische menselijke anatomie” gevonden boekje met zwart-wit foto's van blote "atletisch gebouwde Germaanse meisjes" was daarbij zeer behulpzaam.
Vanaf zijn jongste jaren schopt deze ras Utrechter tegen alles wat op zijn pad komt en hem niet bevalt: het provoceren zit hem in het bloed.
Bert woont nu al bijna 20 jaar in Ierland. In het uiterste zuidwesten, op het schiereiland Dingle. Desondanks volgt hij met een arendsoog de ontwikkelingen in Nederland en in Utereg zijn stadsie.
Bert is actief in het financiële centrum van Londen. Daarnaast besteed hij veel tijd aan de opvang en verzorging van verwaarloosde ezeltjes en pony’s. In zijn vrije tijd doet hij veel aan sport en schrijft hij verhalen en columns.
Dit jaar zullen er twee boeken van hem verschijnen onder de titel “In een flits”. Het ene boek is een verhalenbundel, het andere een verzameling van zijn columns.

http://www.bookbertplomp.com/
https://www.facebook.com/groups/377554749281077/
albertplomp@gmail.com

2 reacties

Reageren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *