Effe tekkele

Een gelukkige jeugd

Mijn jeugd bracht ik door in een naoorlogse nieuwbouwwijk in Utrecht.
De bewoners van deze wijk: het Lodewijk Napoleonplantsoen, waren zeer verscheiden van aard.
Je had er arbeiders, ambtenaren, onderwijzers, artsen en andere beroepsbeoefenaren.
Ook al waren hun politieke voorkeuren zeer uiteenlopend, ze leefden in harmonie met elkaar.

Het was een kinderrijke buurt. Buiten spelen op straat was voor de meeste kinderen de voornaamste bezigheid.
De kinderen waren onbezorgd en kenden geen angst. Zo hoort het ook te zijn in je jonge jaren.
Van die periode kan ik me niet herinneren dat dood en verderf ooit een schaduw over mijn levensplezier wierpen.
Ik kan me geen dag voor de geest halen, waarop ik treurig gestemd was vanwege bijvoorbeeld het overlijden van een familielid of een bekende.
Wellicht werd je als kind toentertijd bewust niet opgezadeld met zulk deprimerend nieuws.
In die tijd vielen kinderen elkaar niet lastig over een verschil in huidskleur. Gewicht, uiterlijk en komaf speelden toen sowieso geen rol.
De kinderen accepteerden elkaar simpel zoals ze waren.

Veel jongeren van nu bezwijken onder obesitas of zijn magerder dan magere Hein. Weer anderen zijn de hele dag bezig selfies te verzenden om van vrienden bevestigd te krijgen dat ze er goed uitzien, dat ze gelukkig zijn.
Het aantal neuroten en kinderen met psychische problemen rijst de pan uit. En toch is Nederland een van de gelukkigste landen ter wereld. Tenminste, als je de enquêteurs wilt geloven.

Kinderen zouden op jonge leeftijd al moeten beslissen of ze hun organen willen afstaan of niet

Om het kindergeluk nog wat verder op te schroeven, menen de beleidsmakers dat het de hoogste tijd is om twaalfjarigen geestelijk rijp te maken voor actieve orgaandonatie.
Het is volgens deze vooruitdenkers belangrijk dat kinderen weten dat ze andere kinderen blij kunnen maken met hun organen.
Uiteraard nooit eerder dan dat een arts groen licht heeft gegeven. Bijvoorbeeld na een “dodelijk” ongeval van het donerende kind.
Kinderen zouden op jonge leeftijd al moeten beslissen of ze hun organen willen afstaan of niet. Nu we toch zo voortvarend bezig zijn, zouden we die jonge zieltjes dan ook maar niet gelijk laten kennismaken met euthanasie en voltooid leven, met het hele “Pia-arsenaal”?
Je kunt er niet vroeg genoeg over beginnen, dunkt mij.

Wie heeft er wakker gelegen van het feit dat honderdduizenden kippen als afval werden geruimd?

Wanneer komen die vooruitstrevende denkers eens met het idee om kinderen liefde voor dieren bij te brengen, vraag ik me dan af. Kinderen op school aan het verstand brengen dat dieren meer zijn dan warmbloedige consumptieartikelen. Dat dieren ook recht hebben op een gelukkig leven. Te leren dat het barbaars is om dieren massaal te vernietigen omdat ze als product voor de consument niet 100% koosjer zijn. De wereld was en is nog steeds verbijsterd over het feit dat de nazi’s in de tweede wereldoorlog miljoenen joden hebben vergast.
Het valt niet mee om de realiteit van zo’n gruweldaad volledig tot je door te laten dringen.
Dat laatste geldt ook voor veel dierenleed.
Wie heeft er wakker gelegen van het feit dat honderdduizenden kippen als afval werden geruimd? Omdat er een verwaarloosbare hoeveelheid fipronil in hun eitjes zat.
Wie ligt er wakker van al die met dieren volgepropte megastallen. Stallen die met de regelmaat van een klok in de hens staan. Helse vuren, waarin keer op keer duizenden varkens levend verbranden.
Als je de angst in de ogen van die arme dieren ziet, wanneer ze “slechts” naar de “nette” slacht gaan, dan moet je daar misschien ’s nachts ook maar beter niet aan denken.

En al dat misselijkmakende leed omdat ene Ibrahim zijn mes niet goed geslepen had

Het is zaak dat kinderen weten dat een offerfeest, uit hoofde van welk geloof dan ook, vooral dient om de eetlust van een massa feestgangers te bevredigen. Dat het weerzinwekkend is dat voor zo’n feestmaaltijd dieren zonder verdoving de strot wordt doorgesneden.
We zien ieder jaar opnieuw die walgelijke beelden. Beelden van arme dieren die voor hun leven vechten. Dieren die zich verzetten een garagebox te worden ingeduwd om aldaar op gruwelijke wijze te worden afgemaakt. Een garagebox waarvan de muren doordrenkt zijn van bloed.
En al dat misselijkmakende leed omdat ene Ibrahim zijn mes niet goed geslepen had. Hij wilde namelijk aanvankelijk de strot van zijn zoon doorsnijden. Wat met een bot mes natuurlijk geen sinecure is. Hij wilde zo een offer brengen ter ere van God.
“Je kunt ook volstaan met een ram” had God hem toen laten weten.

Trouwens, wat is een offer waard als je het zelf consumeert?

Heeft Ibrahim toen wel het mes eerst geslepen voordat hij die ram om zeep hielp? En als het mes wel vlijmscherp was geweest, zouden al die gelovigen dan sindsdien jaarlijks een zoon op het menu hebben gezet? In dat geval hadden we heden niet te kampen gehad met overbevolking.
Trouwens, wat is een offer waard als je het zelf consumeert? Dan kan ik bij de Heer niet meer stuk. Ik offer hem namelijk iedere dag een fles wijn.
Het zijn zulke overdenkingen, waarvan ik ’s nachts wakker lig.

Zelfs de Partij voor de Dieren ziet er geen brood in om massaal de straat op te gaan tegen deze barbaarse slachtpartijen. Het zou de beleidsmakers en het onderwijs sieren indien door hun inzet eindelijk een einde kwam aan al dit dierenleed. Dat getuigt pas van vooruitgang. Veel meer dan dat kinderen op jonge leeftijd bezig zijn met de dood.

Website van Bert, zijn facebookpagina.  

Mailen kan naar: albertplomp@gmail.com.

Bert Plomp

6 reacties

Reageren
  1. Een hele goeie!
    Ik ben van ’42, opgegroeid in een provinciestadje en dat kinderen toen niet letten op kleur, gewicht enz. enz. dat klopt 98%. Ik vraag me af waarom dat nu niet langer zo is. Misschien is een oorzaak dat de ouders van nu van zichzelf eisen dat hun kinderen gelukkig moeten zijn en dat niet aan die kinderen overlaten. Maar ik houd m’n mond, jij bent de columnist en hoop dat je dat nog lang blijft.
    Willem Smit

  2. Dat valt je niet zwaar je mond te houden Willem. Ik kijk ernaar uit jullie weer te zien zodra het virus rond ons hoofd is verdwenen. Wellicht kunnen we dan weer een wijn- of whiskyoffer brengen.
    Groetjes,
    Bert

  3. Ik vond Humphrey Mijnals toch wel zeer interessant en als kind homo’s een beetje eng, aangepraat! Zo mooi was het vroeger ook niet, en het Lodewijk Napoleon plantsoen was voor mij heel weg: aan de overkant van de Kromme rijn(de brug Rubenslaan was er nog niet) verder mochten wij niet komen

  4. Al die parabels beste Bert, wij werden er mee volgestopt op de Katholieke school. De een nog spectaculairder dan de ander. Toen tijdens de bruiloft van Cana, waar Hij bij aanwezig was
    de wijn dreigde op te raken deed men een beroep op hem. Hij liet een aantal karaffen met
    water vullen en vermoedelijk met een klein gebaar veranderde dat in de beste wijn die er
    waarschijnlijk ooit door een sterveling is gedronken .De fles die jij elke avond offert moet
    wel van een heel beroemd chateau komen wil je daar enige indruk mee maken. Sorry Boy.

  5. Bedankt voor jullie leuke reacties.
    Tot een volgende keer.
    Groetjes,
    Bert

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *