Open Joodse Huizen is een jaarlijks programma van herdenkingsbijeenkomsten in huizen, winkels, scholen en andere plekken waar joden en verzetsmensen tijdens de Tweede Wereldoorlog woonden en werkten.
In woonkamers, op zolders, achter toonbanken en tussen schuifdeuren maak je kennis met slachtoffers, overlevenden en verzetsstrijders. Wie waren ze? Hoe leefden ze? Waar verschuilden ze zich? En wat is er van hen geworden? Overlevenden, familie en/of huidige bewoners vertellen de verhalen. Dat doen ze allemaal op hun eigen manier: aan de hand van foto’s, film, dagboekfragmenten of muziek.
In Utrecht gaan de deuren voor Open Joodse Huizen/Huizen van Verzet op 4 mei open. Hieronder het programma.
Prins Hendriklaan 6 – 11.00 en 12.00 uur
Trui van Lier startte in het begin van de oorlog onder het oog van de nazi’s kinderpension en crèche Kindjeshaven. Toen de Jodenvervolging begon, bracht ze met haar medewerkster Jet Berdenis van Berlekom tijdelijk vele Joodse kinderen onder in de leeftijd van 0 tot 7 jaar. Het verzet verplaatste de kinderen daarna naar andere onderduikadressen. Jim Terlingen, die net een boek over Trui heeft geschreven, spreekt in de voormalige crèche samen met een 93-jarige nicht van Trui.
Maliesingel 63 (Simonshuis) – 12.00 uur en 13.00 uur
In het huis van zijn grootouders vertelt Donald Koppel het verhaal over zijn ouders Samuel en Rozetta. Toen in 1942 de Joden hun fietsen in moesten leveren, leverde Samuel zijn eigen fiets in en verstopte die van Rozetta bij de buren. Een buurtgenoot verraadde dit en het echtpaar moest verschijnen op politiebureau Paardenveld. Samuel werd vastgezet en kwam via kamp Amersfoort in Mauthausen, waar hij werd vermoord. De rest van de familie, waaronder de kleine Donald, dook onder.
Maliebaan 72 – 15.00 en 16.00 uur
Dr. Max was de schuilnaam van verzetsvrouw Marie Anne Tellegen. Toen de oorlog uitbrak ging ze direct in het verzet. Ze nam ontslag als rechterhand van de Utrechtse burgemeester toen deze door een NSB’er werd vervangen. Marie Annes huis op de Maliebaan stond naast het pand van de Sicherheitspolizei, de meest gevreesde terreurorganisatie uit de bezettingstijd. Ad van Liempt, auteur van Aan de Maliebaan – De kerk, het verzet, de NSB en de SS op een strekkende kilometer vertelt haar verhaal.
Justus van Effenstraat 1 – 11.00 en 13.00 uur
Weduwe Anne Marie Engelsman-Pinas woonde hier niet alleen met haar kinderen Juup en Loeki, ze hield er een pension voor Joodse gasten. Voor haar gezin en de ruim 20 gasten in de oorlogsjaren was de grote vraag: vluchten, onderduiken of toch nog afwachten? Het verhaal wordt verteld door Pieter Akkermans en Victor Frederik, die onderzoek doen naar de nog weinig bekende Joodse en oorlogsgeschiedenis van de buurt rondom het oude Academisch Ziekenhuis Utrecht.
Schröder v.d. Kolkstraat 15, start buurtwandeling ‘De oorlog overleefd’ – 15.00 uur
In vijf straten naast het voormalige Academisch Ziekenhuis Utrecht woonden in de oorlog maar liefst 311 Joden – 27% van de huizen werd bewoond door Joden. Pieter Akkermans en Victor Frederik doen onderzoek naar hun levens. Aan de hand van drie verhalen over de Joodse bewoners van dit buurtje, loop je in drie kwartier langs de plekken waar deze mensen gewoond hebben. Op verschillende manieren hebben zij de oorlog kunnen overleven.
Hartingstraat 18 bis – 12.00 en 14.00 uur
Op de ene verdieping van deze bovenwoning woonde het Joodse gezin Cahn, op de andere de Joodse motorcoureur Leo Steinweg met zijn katholieke vrouw. In de jaren 30 van de vorige eeuw waren ze uit Duitsland naar Nederland gevlucht. Na de Duitse inval zaten ze hier opnieuw in de val. Bewoner Martijn Dekker vertelt hoe hij geconfronteerd werd met het oorlogsverleden van zijn woning en er stukje bij beetje achter kwam wat hier allemaal is gebeurd.
Tolsteegbrug 1 Louis Hartlooper Complex – 11.00 en 12.00 uur – zaal 4
De Joodse Ludwig en Johanna Danheisser–Bloch vluchtten in de jaren 30 van de vorige eeuw vanuit Frankfurt naar Nederland. Na enige tijd in Den Haag te hebben gewoond, streken ze neer in Utrecht. In 2023 herkenden nabestaanden hen op de filmbeelden van de deportatietrein die vanuit Westerbork naar Auschwitz vertrok. Daar werden Ludwig en Johanna op 22 mei 1944 vermoord. Buurtbewoner Robin van Essen vertelt hun verhaal.
Domstraat 31 – 12.00 en 13.00 uur
Kittie en Elly Koperberg zijn geboren in Batavia en groeiden op in Nederlands-Indië en Utrecht. Kittie woonde vanaf 1935 op Domstraat 31. Elly trok in 1938 bij haar in. In september 1942 doken ze onder in Epe. In 1943 op Seideravond werden ze ontdekt en via Westerbork naar Sobibor gedeporteerd. Op 14 mei werden ze vermoord. Het verhaal wordt verteld door oud-KNMI-medewerker Fons Baede. Hij deed onderzoek naar het leven en het lot van Kittie, bibliothecaresse bij het KNMI.
Achter de Dom 7a – 12.00 en 13.00 uur
Veel studenten en medewerkers van Universiteit Utrecht kregen in de oorlog te maken met vervolging, onderdrukking en de keuze tussen meebuigen of verzet bieden tegen het nazi-regime. Velen verloren hun (academische) carrière, toekomst en zelfs hun leven. Studenten van de opleiding Duitse taal en cultuur hebben onderzoek gedaan naar de levens van een aantal van deze studenten en een hoogleraar en vertellen deze verhalen door. Emeritushoogleraar Leen Dorsman en docent Doris Abitzsch leiden de verhalen in.
Achter de Dom 7a – 14.00 en 15.00 uur
Ester van der Hoeden en haar verloofde Isaac Cohensius hebben als droom samen in Palestina een dokters- en verpleegpost te runnen. Ester doet de opleiding verpleging en behaalt ook de diploma’s kinderverpleging en kraamzorg. Isaac studeert geneeskunde in Utrecht. Als in de zomer van 1942 hun deportatie aanstaande is, trouwen ze in Utrecht en melden zich in Westerbork. Op 31 augustus 1942 worden ze gedeporteerd. Isaac wordt voor Auschwitz uit de trein gehaald om als arts in concentratiekampen te werken. Ester wordt vergast op 3 september 1942. Verteller Daniel van den Bos schreef hierover het boek De kampdokter.
Lange Nieuwstraat 119 (Altrecht) – 14.00 en 15.00 uur
In 1941 moesten zorginstellingen aan de burgemeester van hun stad doorgeven welke Joden bij hen opgenomen waren. Nadat eind 1942 vanuit een psychiatrische inrichting in Den Haag een groep van 100 Joden met grof geweld was gedeporteerd door nationaal-socialisten, besefte geneesheer-directeur C.F. Engelhard van de Willem Arntszstichting dat hij verzet moest plegen tegen dergelijke orders. Psychiatrisch verpleegkundige Cecile aan de Stegge vertelt waartoe zijn verzet leidde.
Paardenveld 3 (JEU de boules bar) – 15.00 en 16.00 uur
Op politiebureau Paardenveld werkten in de oorlog de politiebroers Adriaan en Jan Smorenburg. Jan was lid van de NSB. Als voorman van een speciaal daarvoor opgericht team van de Utrechtse politie spoorde hij fanatiek (ondergedoken) Joden op en droeg ze over aan de Duitse bezetter. Zijn broer Adriaan nam begin 1943 juist een Joodse baby in huis, het meisje Loes Susan. Dankzij hem en zijn vrouw overleefde Loes de oorlog. Verteller Janine Oosterloo werkte zelf bij de politie en schreef een masterscriptie over de broers.
Croeselaan 343 (kapsalon Van der Vlist) – 11.00 en 12.00 uur
Kapper Raymond van der Vlist vertelt het verhaal van zijn opa Bernhard, ook kapper. In de oorlog gingen hij en zijn vrouw Elisabeth in het verzet. Hun kapsalon was een verzetsbolwerk en Bernard en Elisabeth lieten in de loop van de oorlog tien Joodse gezinnen onderduiken. Bernard moest het met de dood bekopen. Hij werd opgepakt en kwam via de gevangenis op het Wolvenplein en het Oranjehotel in Scheveningen terecht in Duitsland, waar hij vlak voor de bevrijding overleed.
Jutfaseweg 198 – 13.00 en 14.00 uur
De kleine Nora de la Parra woonde met haar ouders, het tandartsenechtpaar Max de la Parra en Anna Pool, aan de Croeselaan. Vanwege de Jodenvervolging kon het gezin niet bij elkaar blijven: Nora groeide op bij de familie Van der Laan aan de Jutfaseweg, haar ouders doken onder in Leeuwarden. Na de oorlog werden ze herenigd. Nora’s dochter Petra vertelt het verhaal van haar moeder en grootouders. Ook Nora zelf is erbij.
Molièrelaan 8 – 13.00 en 14.00 uur
Channah de Vries werd in april 1943 geboren in Amsterdam. Toen zij een half jaar was, werd ze, samen met haar zus Judith en ouders, gedeporteerd naar Westerbork. Op 11 januari 1944 volgde hun deportatie naar Bergen-Belsen. Vlak voor de bevrijding belandde het gezin in het beruchte ‘Verloren Transport’: een veertien dagen durende treinreis met honger, ziekte en honderden doden. Op 23 april 1945 werden ze bevrijd door het Rode Leger. Channahs ouders overleden kort daarna. Terug in Nederland gingen Channah en zus Judith bij haar grootouders aan de Molièrelaan wonen. Channah vertelt zelf het verhaal.
Händelstraat 79a – 14.00 en 15.00 uur
Jos van Klaveren is kind van Joodse ouders die tijdens de oorlog in Amsterdam verraden werden en naar Auschwitz werden gedeporteerd. Zij werden vermoord, net als bijna heel zijn familie. Jos’ ouders gaven hem op woensdag 7 juni 1943 mee aan een – voor hen – anonieme Utrechtse verzetsvrouw. Via haar zou Jos doorgeplaatst worden naar een definitief onderduikadres. Doorplaatsing lukte niet omdat een klein Joods onderduikkind toch te gevaarlijk bleek. Daarom nam ze Jos zelf bij haar in huis. Jos’ pleegvader had in het pand hiernaast een kapsalon. Onder de winkelvloer zaten een aantal onderduikers. Jos vertelt dit verhaal.
Laat uw reactie achter
Reactie